Verordening op de raadscommissies 2026De raad van de gemeente Noordoostpolder, gezien het voorstel van de voorzitter en de griffier van 12 mei 2026 gelet op artikel 82 en 87 van de Gemeentewet; B E S L U I T: vast te stellen de volgende Verordening op de raadscommissies 2026 HOOFDSTUK1BEGRIPSBEPALINGEN Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: Raadscommissie: een commissie, ingesteld door de raad als bedoeld in artikel 82 van de wet; Lid: lid van een raadscommissie; Voorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens vervanger; Commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens vervanger; Griffier: griffier van de raad of diens vervanger; Agendacommissie: een commissie, ingesteld door de raad, die ten doel heeft het procedureel voorbereiden van commissievergaderingen; Fractie: een verzameling van personen die tot dezelfde politieke groepering behoren; Vergadering: vergadering van een raadscommissie; Wet: Gemeentewet. HOOFDSTUK2INSTELLING, TAKEN EN SAMENSTELLING Artikel2Instelling raadscommissies 1.De raad stelt de volgende raadscommissies in: Raadscommissie Bestuur, Financiën, Veiligheid en Economische zaken (BFVE) Raadscommissie Woonomgeving (WO) Raadscommissie Samenlevingszaken (SLZ) 2.De raadscommissies worden ingesteld voor een periode, gelijk aan de zittingsperiode van de raad. 3.Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, stelt de agendacommissie een gezamenlijke vergadering van de raadscommissies voor of stelt voor dat de raadscommissie die het onderwerp het meest aangaat, het onderwerp behandelt. Artikel3Taken Een raadscommissie: brengt advies uit aan de raad over die onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben; kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder a; voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van onderwerpen, bedoeld onder a; en voert overleg met ambtenaren, inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen, gericht op het verzamelen van informatie. Artikel4Samenstelling 1.Een raadscommissie bestaat uit twee of drie raads- of commissieleden per fractie. 2.Het in het eerste lid genoemde lid wordt door de raad op voordracht van de fracties benoemd. 3.Zowel een raadslid als een niet-raadslid kan lid zijn. De artikelen 10, 11, 12, 13,14 en 15 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op een niet-raadslid. 4.Per fractie kunnen maximaal twee niet-raadsleden tot lid worden benoemd. 5.Een lid kan zich laten vervangen door een lid van de raad of een benoemd niet-raadslid. Artikel5Voorzitter 1.De voorzitter wordt door de raad uit zijn midden benoemd. 2.De voorzitter fungeert als technisch voorzitter. 3.Indien de vaste voorzitter en diens plaatsvervanger verhinderd zijn wijst de raadscommissie uit haar midden een lid aan dat als voorzitter optreedt. 4.De voorzitter is belast met: het leiden van de vergadering; het handhaven van de orde; het doen naleven van deze verordening; wat de wet of deze verordening hem verder opdraagt. Artikel6Zittingsduur en vacatures 1.De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en een plaatsvervanger eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad. 2.Het lidmaatschap van een lid eindigt als niet meer wordt voldaan aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen. 3.De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen. 4.De raad kan de voorzitter ontslaan. 5.Een lid kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daar¬van schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 6.Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan. 7.Het lidmaatschap van een niet-raadslid, benoemd op voordracht van een fractie die niet langer ver-tegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege. Artikel7Commissiegriffier 1.De griffier van de raad wijst ter ondersteuning van iedere raadscommissie een op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar aan als commissiegriffier; 2.De commissiegriffier is in iedere ver¬gadering aanwezig en verricht zijn taken ingevolge deze verordening onder aansturing en verantwoordelijkheid van de voorzitter; 3.Bij verhindering of afwezigheid wordt de commissiegriffier vervangen door een commissiegriffier van een andere raadscommissie of door de griffier. 4.Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan de beraadslagingen in een vergadering deelnemen. 5.De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn. HOOFDSTUK3AANWEZIGHEID COLLEGE, BURGEMEESTER Artikel8Burgemeester en wethouders 1.Het lid van het college van wie delen van diens portefeuille tot het takenpakket van de commissie behoort, is in de regel in de vergadering aanwezig en kan, na toestemming van de voorzitter, deelnemen aan de beraadslaging. 2.Indien de burgemeester of een wethouder niet aanwezig kan zijn meldt hij dit aan de commissiegriffier of aan de griffier. HOOFDSTUK4VERGADERINGEN Paragraaf1Tijdstip van vergaderen en voorbereidingen Artikel9Vergaderfrequentie 1.Elke raadscommissie vergadert volgens een jaarlijks door de agendacommissie vast te stellen rooster. Een vergadering van een raadscommissie vindt in de regel plaats in het gemeentehuis. 2.Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het nodig oordeelt of indien tenminste drie fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken. 3.De voorzitter kan in een voorkomend geval een andere dag of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover overleg met de griffier en de agendacommissie. Artikel10Oproep 1.De voorzitter doet ten minste vijf dagen voor een vergadering een oproep aan de leden onder vermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. 2.De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 87, eerste en tweede lid, van de wet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de op¬roep aan de leden ter beschikking gesteld. 3.Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 12, tweede lid, moet deze agenda en de daarop vermelde voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 24 uur voor aanvang van de vergadering in het bezit zijn van de commissie. Hiervoor volstaat digitale toezending van de stukken. Artikel11De agenda 1.De agendacommissie stelt de voorlopige agenda van de vergadering vast. 2.Een lid kan een agendaverzoek, middels het daarvoor bestemde formulier, indienen bij de agendacommissie, wanneer minimaal drie fracties dit verzoek ondersteunen. 3.In spoedeisende gevallen kan de voorzitter, in afstemming met de agendacommissie, na de oproep tot uiterlijk 24 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. 4.Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda vast. Op voorstel van de voorzitter of een lid kan de raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. Op voorstel van de voorzitter of een lid kan de raadscommissie de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. 5.Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de beraadslaging voor-bereid acht, kan de raadscommissie aan het college of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. 6.Wanneer de raadscommissie een voorstel niet rijp vindt voor besluitvorming, kan hij het voorstel terugleggen in handen van het college. Artikel12Ter inzage leggen van stukken 1.Stukken die openbaar zijn worden elektronisch ter inzage gelegd via het door de gemeente aangewezen digitale platform. Deze elektronische beschikbaarstelling geldt als de rechtsgeldige vorm van terinzagelegging. 2.Stukken die op grond van de Wet open overheid, of andere wettelijke bepalingen niet openbaar zijn, worden niet ter inzage gelegd. 3.Stukken waar op grond van artikel 87 van de wet geheimhouding is opgelegd blijven in afwijking van het bepaalde in dit artikel onder berusting van de griffier. De griffier verleent een lid op verzoek inzage of stelt het betreffende stuk digitaal beschikbaar in het raadsinformatiesysteem waar het enkel toegankelijk is nadat het lid met persoonlijke gegevens heeft ingelogd. Artikel13Openbare kennisgeving 1.Een vergadering wordt ter openbare kennisgeving gebracht door aankondiging op de website van de gemeenteraad en in het door de gemeente daarvoor gebruikte huis-aan-huis-blad 2.In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden. Paragraaf2Orde der vergadering Artikel14Opening vergadering; quorum 1.De voorzitter opent de vergadering als meer dan de helft van het aantal fracties vertegenwoordigd is. 2.Als op grond van het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de voorzitter opnieuw een vergadering op een tijdstip van ten minste 24 uur na de oproep. Een dergelijke oproep kan ook via de digitale weg aan de commissieleden worden gedaan. 3.Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De raads-commissie kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de eerste vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, als meer dan de helft van het aantal fracties vertegenwoordig is. Artikel15Inspreken inwoners 1.Een inwoner of een andere belanghebbende, of zijn vertegenwoordiger, kan in een vergadering inspreken over een onderwerp dat is geagendeerd tijdens een oordeelsvormend agendapunt. 2.Het woord kan door een inspreker niet gevoerd worden over: zaken waar op dat moment een juridische procedure (civiele, bestuursrecht- en/of strafprocedure) tegen loopt; zaken waar de gemeente en/of de gemeenteraad niet over gaat; informatie waar geheimhouding als bedoeld in hoofdstuk Va van de wet op rust; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; hetzelfde onderwerp waarover de inspreker al eerder heeft ingesproken. 3.Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken meldt dit tot 24 uur voor aanvang van de vergadering bij de griffie, onder vermelding van naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover de inspreker het woord wenst te voeren. 4.De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering. 5.De inspreker voert het woord, nadat de voorzitter dit heeft verleend. De voorzitter kan een deelnemer aan de vergadering toestaan aan de inspreker een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en een deelnemer aan de vergadering. 6.De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker. Artikel16Vragenhalfuur 1.Voorafgaand aan een reguliere commissievergadering is er een vragenhalfuur, be¬doeld voor het stellen van vragen door een lid van de commissie aan een lid van het college als bedoeld in artikel 8, eerste lid of aan een ander lid. Dit vragenhalfuur vindt in gezamenlijkheid van alle commissies plaats. 2.Het lid dat tijdens het vragenhalfuur een vraag wil stellen, meldt dit uiterlijk 8.00 uur op de dag van de vergadering aan de griffie, onder vermelding van het onderwerp. Bij voorkeur wordt ook de vraag geformuleerd onder vermelding van het oogmerk of doel van de vraag. 3.De voorzitter kan een vraag niet toelaten indien er onvoldoende tijd is om alle vragen te behandelen of wanneer de vraag een technisch/informatief karakter heeft. 4.Na de beantwoording door het lid van het college of het bevraagde lid krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 5.Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de commissie het woord verlenen om, hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het lid van het college, vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. Artikel17Verslag Van een commissievergadering wordt een beeld- en/of geluidopname gemaakt. Deze opname wordt gearchiveerd en is via de website van de raad te raadplegen. Artikel18Advies; geen stemmingen 1.Als een raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt, beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud van het advies. 2.Tijdens een vergadering van de raadscommissie heeft elke aanwezige fractie 1 stem. 3.In het advies worden de standpunten opgenomen van alle fracties. 4.In een vergadering vindt geen stemming plaats, met uitzondering van een stemming over geheimhouding als bedoeld in artikel Va van de wet en met betrekking tot de orde. Artikel19Vergaderwijze 1.De raadscommissie is bedoeld om een voorstel dat voorgelegd wordt aan de raad te verduidelijken, waarbij: op eerder ingediende technische vragen een lid aanvullende vragen kan stellen; het lid van het college de gelegenheid heeft om onduidelijkheden weg te nemen; de fracties onderbouwd aangeven of er nog politieke pijnpunten in het voorstel zitten en welke dat zijn; een raadscommissie het college kan verzoeken het voorstel te verduidelijken; de leden van een commissie elkaar kunnen bevragen over politieke standpunten en eventuele discussiepunten voor het debat in de raad. Dit heeft een verkennend karakter, bijvoorbeeld over de aankondiging van raadsinstrumenten. het politieke debat en de besluitvorming vindt plaats in de gemeenteraad. 2.De beraadslaging vindt plaats volgens de structuur van het BOB-model. Dit houdt in dat agendapunten tijdens commissievergaderingen beeldvormend of oordeelsvormend van aard zijn. Beeldvorming is gericht op het inwinnen van technische informatie over een onderwerp op voorstel bij medewerkers of externen. Oordeelsvorming is gericht op politieke invloed en ruimte zoeken door middel van debat met het college en tussen fracties. 3.De agendacommissie kan een voorstel doen voor de wijze van behandeling. De beraadslaging vindt plaats in maximaal twee termijnen per onderwerp, tenzij op voorstel van de voorzitter of de commissie anders wordt besloten. 4.Technische vragen dienen uiterlijk 4 werkdagen voor de behandeling via de griffie te worden gesteld en worden bij voorkeur voor de commissievergadering beantwoord. 5.Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 6.Ter afsluiting van een termijn adviseert de commissie overeenkomstig één van de volgende mogelijkheden: als hamerstuk doorzenden naar de raad; als alle fracties dit adviseren als stemstuk doorzenden naar de raad; als een of enkele fracties dit adviseren; tijdens de raadsvergadering vindt slechts besluitvorming plaats over een dergelijk stuk als bespreekstuk doorzenden naar de raad; als één van de fracties dit adviseert en waarbij deze aangeeft wat daartoe de reden is het stuk niet doorzenden naar de raad als het voorstel niet rijp is voor behandeling in de gemeenteraad, de commissie adviseert dit voorstel niet te agenderen voor de raad. een stuk zonder raadsvoorstel en -besluit is afdoende besproken; dit is van toepassing indien geen raadsbehandeling volgt. 7.Een lid mag in één spreektermijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 8.Bij de bepaling hoeveel maal een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een ordevoorstel of de interrupties. 9.Een fractie heeft per agendapunt maximaal 1 woordvoerder. Artikel20Schriftelijke vragen 1.Een commissielid dat geen raadslid is dient schriftelijke politieke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier, waarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat. 2.De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raads- en commissieleden en het college of de burgemeester. 3.Schriftelijke beantwoording gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen tien werkdagen nadat de vragen zijn ingediend. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijke lid van het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 4.Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffier aan de raads- en commissieleden toegezonden. Tenzij vragensteller tevoren aangeeft dit niet wenselijk te vinden. 5.De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende commissievergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde commissievergadering nadere inlichtingen vragen over het door het college of de burgemeester gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist. Artikel21Voorstellen van orde 1.De voorzitter en ieder lid kan tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2.Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3.Over een voorstel van orde beslist een raadscommissie terstond. Artikel22Handhaving orde; schorsing 1.De voorzitter handhaaft de orde in de vergadering. 2.De voorzitter roept een spreker tot de orde die zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort. Een spreker die hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter het woord ontnemen over het aanhangige onderwerp. 3.De voorzitter kan ter handhaving van de orde een vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten. 4.De voorzitter kan aan een raadscommissie voorstellen aan een lid dat door zijn gedraging de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddel¬lijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid boven¬dien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. HOOFDSTUK5BESLOTEN VERGADERING Artikel23Algemeen Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van overeenkomstige toepas-sing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel24Verslag besloten vergadering 1.In afwijking op artikel 18 van deze verordening wordt van een besloten vergadering geen geluid- of beeldopname openbaar gemaakt. Van een besloten vergadering wordt een schriftelijk kort verslag gemaakt en indien dat gewenst is, wordt een woordelijk verslag gemaakt. 2.Voor een verslag, daaronder een concept mede begrepen, geldt een verplichting tot geheimhouding. De verplichting duurt voort totdat die verplichting opgeheven wordt door de raadscommissie die de geheimhouding opgelegd heeft of de gemeenteraad. 3.Een verslag van een besloten vergadering dat nog niet vastgesteld is, wordt achter inlog beschikbaar gesteld voor raads- en commissieleden. 4.Een verslag en besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een zo nodig besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet opheffen van de verplichting tot geheimhouding. 5.Een vastgesteld verslag wordt door de voorzitter en de commissiegriffier ondertekend. Artikel25Geheimhouding Voor de afloop van een besloten vergadering beslist een raadscommissie overeenkomstig artikel 87 van de wet of een verplichting tot geheimhouding zal gelden omtrent schriftelijke informatie die voor of tijdens die vergadering overgelegd is of nadien nog overgelegd zal worden. De raadscommissie die de geheimhouding heeft opgelegd kan besluiten de geheimhouding op te heffen. HOOFDSTUK6:TOEHOORDERS EN PERS Artikel26Toehoorders en pers; geluid- en beeldregistraties 1.Een toehoorder of vertegenwoordiger van de pers woont een openbare vergadering uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2.Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. 3.Degene die in de vergaderzaal tijdens een vergadering geluid- of beeldregistraties wil maken doet hiervan mededeling aan de voorzitter en gedraagt zich naar diens aanwijzingen. 4.De voorzitter is bevoegd wanneer de orde in een vergadering op enigerlei wijze door een toehoorder wordt verstoord, deze te doen vertrekken. 5.De voorzitter is bevoegd een toehoorder die bij herhaling de orde in een vergadering verstoort voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen. HOOFDSTUK7SLOTBEPALINGEN Artikel27Uitleg verordening In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van de verordening, beslist een raadscommissie op voorstel van de voorzitter. Artikel28Intrekking oude verordening De ‘Verordening op de raadscommissies 2021’ wordt ingetrokken. Artikel29Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking op de dag na de bekendmaking en werkt terug tot en met 1 juni
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.