Leegstandverordening LeeuwardenDe raad van de gemeente Leeuwarden, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2 van de Leegstandwet; overwegende dat het gewenst is een verordening vast te stellen ter bestrijding van leegstand van gebouwen niet zijnde woningen; b e s l u i t vast te stellen de volgende verordening: Leegstandverordening Leeuwarden Artikel1.Definities In deze verordening wordt verstaan onder: eigenaar: degene die bevoegd is tot het in gebruik geven van een gebouw; gebouw: gebouw of deel van een gebouw, niet zijnde woonruimte, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; gebruiker: een of meer natuurlijke personen of rechtspersonen, voorgedragen door burgemeester en wethouders als gebruiker van een daartoe aangewezen gebouw; leegstand: het niet of niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht in gebruik zijn, alsmede een gebruik dat de kennelijke strekking heeft afbreuk te doen aan de werking van deze verordening; werkingsgebied: een door de raad aangewezen gebied of delen daarvan, binnen de gemeente, met per categorie aangegeven gebouwen waarvan leegstand moet worden gemeld overeenkomstig de regels van deze verordening; Artikel2.Aanwijzing werkingsgebied Deze verordening geldt voor de aangewezen delen van de gemeente en de daarbinnen gelegen aangewezen categorieën van gebouwen, niet zijnde woonruimten, in de straten: Nieuwestad, Ruiterskwartier, Oude Doelesteeg, Prins Hendrikstraat, Zaailand(gebouw), Lombardplein, Wirdumerdijk, St. Jacobstraat, Nauw, Peperstraat, Kleine Kerkstraat, Voorstreek, Tuinen, Over de Kelders, Kelders, Oude Oosterstraat, Nieuwe Oosterstraat, Berlikumermarkt, Groentemarkt, Vijzelstraat, Groot Schavernek. Artikel3.Meldingsplicht 1.De eigenaar van een gebouw gelegen in het werkingsgebied binnen de gemeente is verplicht de leegstand van het gebouw te melden aan burgemeester en wethouders, zodra die leegstand langer duurt dan zes maanden. 2.Voor de leegmelding wordt gebruik gemaakt van een door burgemeester en wethouders vastgesteld papieren of digitaal formulier. 3.Bij de leegmelding worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: naam, adres en contactgegevens van de eigenaar; adres van het gebouw; aantal leegstaande vierkante meters van het gebouw; bouwjaar van het gebouw; feitelijk gebruik voor aanvang leegstand; ingangsdatum van de leegstand; 4.Burgemeester en wethouders kunnen aanvullende gegevens en bescheiden verlangen. 5.In afwijking van het eerste lid is de eigenaar verplicht de leegstand van het gebouw binnen vier weken te melden, wanneer het gebouw na een verplichtende voordracht als bedoeld in artikel 8 binnen één jaar weer leeg komt te staan. Artikel4.Leegstandlijst 1.Burgemeester en wethouders houden een leegstandlijst bij waarin de volgende gebouwen worden opgenomen: overeenkomstig artikel 3, eerste lid, gedane leegmeldingen door de eigenaar; gebouwen waarvan ambtshalve geconstateerd is dat deze leegstaan en waarvan de leegstand overeenkomstig artikel 3, eerste lid, gemeld had moeten worden door de eigenaar. 2.De leegstandlijst bevat de gegevens en bescheiden als bedoeld in artikel 3, derde lid, voor zover deze beschikbaar zijn en de datum van inschrijving van het gebouw in de leegstandlijst. 3.De opname van het gebouw in de leegstandlijst wordt aan de eigenaar bekendgemaakt. Artikel5.Actueel houden leegstandlijst en beëindiging inschrijving 1.Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve en op aanvraag van de eigenaar, de inschrijving doorhalen indien het gebouw niet langer leegstaat. De eigenaar wordt bekendgemaakt met doorhaling. 2.De inhoud en de datum van de doorhaling worden in de leegstandlijst aangetekend. 3.De inschrijving wordt geacht te zijn doorgehaald, indien het gebouw sinds de leegmelding meer dan één jaar in gebruik is geweest. Artikel6.Overleg met eigenaren Burgemeester en wethouders voeren binnen drie maanden na ontvangst van de leegmelding als bedoeld in artikel 3, eerste lid, dan wel een ambtshalve melding als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onder b, overleg met de eigenaar over het gebruik van het gebouw. Artikel7.Leegstandbeschikking 1.Burgemeester en wethouders kunnen na het overleg als bedoeld in artikel 6, of indien de eigenaar geen medewerking verleent aan dit overleg, een leegstandbeschikking vaststellen. 2.In de leegstandbeschikking wordt bepaald of het gebouw geschikt is voor gebruik. 3.Burgemeester en wethouders kunnen, indien het gebouw noodzakelijke voorzieningen behoeft om weer op redelijke wijze tot gebruik te kunnen dienen, de eigenaar verplichten om binnen een door hen te bepalen termijn de door hen aan te geven voorzieningen te treffen. 4.Burgemeester en wethouders kunnen andere voorwaarden stellen aan de uitvoering van het bepaalde in de leegstandbeschikking. Artikel8.Voordracht gebruiker 1.Burgemeester en wethouders kunnen een gebruiker voordragen aan de eigenaar indien het gebouw in een leegstandbeschikking is aangewezen als geschikt voor gebruik en als de leegstand langer duurt dan twaalf maanden. 2.De eigenaar is verplicht de gebruiker als bedoeld in het eerste lid binnen drie maanden na de voordracht, een overeenkomst aan te bieden tot ingebruikname van het gebouw. 3.Het tweede lid is niet van toepassing indien de eigenaar binnen drie maanden na de voordracht een overeenkomst is aangegaan met een andere gebruiker, die het gebouw binnen een redelijke termijn in gebruik neemt. Artikel9.Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de door burgemeester en wethouders aangewezen personen. Artikel10.Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op haar bekendmaking. 2.Deze verordening wordt aangehaald als: Leegstandverordening Leeuwarden. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 27 mei 2026.De voorzitter, De griffier,Toelichting Op 1 oktober 2010 is de Wet Kraken en leegstand in werking getreden. Het doel van deze wet is het terugdringen van kraken en structurele leegstand. Gemeenten kunnen een leegstandverordening vaststellen om eigenaren te verplichten leegstand te melden en, indien nodig, een gebruiker te accepteren. Deze verordening geldt voor alle gebouwen, uitgezonderd woonruimten, in de genoemde straten in de historische binnenstad van Leeuwarden. Deze verordening strekt tot doel om (langdurige) leegstand in de binnenstad tegen te gaan. De gemeente Leeuwarden wil een levendige binnenstad waarin het goed wonen, werken en recreëren is. De binnenstad is het visiteplaatje voor onze bewoners en de vele toeristen die de stad bezoeken. Van belang is daarom dat gemeente en eigenaren en gebruikers van gebouwen er met elkaar voor zorgen dat de stad ook werkelijk een visiteplaatje zijn. Soms laten eigenaren echter panden willens en wetens leeg staan. Voor die gevallen maakt deze verordening mogelijk dat de gemeente ingebruikname van gebouwen kan afdwingen. Van de wettelijke mogelijkheid om op het niet naleven van de meldingsplichten een boete te stellen wordt in deze verordening geen gebruik gemaakt. Het nakomen van de meldingsplicht kan voldoende worden verzekerd door het opleggen van een last onder dwangsom. Op het niet-tijdig in gebruik geven na een voordracht van het college, de belangrijkste verplichting in het kader van de bestrijding van de leegstand, heeft de wet geen sanctie gezet. Ook hiertegen kan worden opgetreden door het opleggen van een last onder bestuursdwang, en, meer voor de hand liggend, een last onder dwangsom. Indien de eigenaar onredelijke voorwaarden stelt en de voorgedragen gebruiker deze niet accepteert, kan het college de eigenaar een last onder dwangsom opleggen om alsnog een redelijke overeenkomst aan te bieden. Het meeste van het in de verordening bepaalde volgt uit de wet zelf. De verordening regelt verder nog vier zaken: bepalen voor welke categorieën gebouwen of delen van gebouwen leegstand moet worden gemeld en binnen welke termijn de melding bij de gemeente moet worden gedaan (artikel 3, eerste lid, Leegstandswet); de wijze van melden en de daarbij te vermelden gegevens regelen (artikel 3, derde lid 3, Leegstandwet); regelen na welke duur van de leegstand een gebruiker kan worden voorgedragen (artikel 5, eerste lid, Leegstandwet), en; indien gewenst kan de verordening bepalen dat een bestuurlijke boete kan worden opgelegd. Zoals aangegeven wordt van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader behandeld. Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.