Besluit individuele voorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Amersfoort 2011 Besluit individuele voorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Amersfoort 2011 Dit Besluit is een uitwerking van onderdelen van de Verordening individuele voorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Amersfoort. In de tekst wordt deze verordening aangehaald als de Verordening. Het verstrekkingenbeleid bestaat uit de Verordening, dit Besluit en het Verstrekkingenboek individuele voorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Amersfoort. HOOFDSTUK 1 BIJZONDERE REGELS OVER HET PERSOONSGEBONDEN BUDGET Artikel1.1Verstrekking 1.Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager. 2.Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien: Een algemene voorziening zoals omschreven in de Verordening adequaat is. Een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt ten aanzien van individuele voorzieningen; op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget; de aanvrager eerder onverantwoord is omgegaan met een persoonsgebonden budget voor individuele WMO-voorzieningen. Een aanvrager als bedoeld onder b. of c. kan alsnog in aanmerking komen voor een persoonsgebonden budget, als na een herbeoordeling blijkt dat, door gewijzigde omstandigheden, de aanvrager vermoedelijk wel verantwoord met het persoonsgebonden budget kan omgaan. Het college kan voor de herbeoordeling advies inwinnen bij terzake deskundigen. 3.Het persoonsgebonden budget wordt bij beschikking bekendgemaakt aan de aanvrager. De beschikking vermeldt: de omvang van het persoonsgebonden budget; de termijn waarvoor het persoonsgebonden budget bestemd is; voor welke voorziening het persoonsgebonden budget is bestemd, met verwijzing naar het bijgevoegde programma van eisen waarin is aangegeven aan welke vereisten de voorziening dient te voldoen om adequaat te zijn; indien van toepassing: een aankondiging van de eigen bijdrage/het eigen aandeel in de kosten. De eigen bijdrage wordt vastgesteld en geïnd door het CAK. Een toelichting op de voorwaarden verbonden aan de inzet van het persoonsgebonden budget. Artikel1.2Betaling Na verzending van de beschikking wordt het persoonsgebonden budget ter beschikking gesteld door storting op de rekening van de aanvrager of een derde partij die als gemachtigde namens de aanvrager optreedt. Voor een persoonsgebonden budget voor hulp in het huishouden gelden de volgende bevoorschottingsritmes: tot € 2.500 op jaarbasis in een keer tussen € 2.500 en € 5.000 op jaarbasis per half jaar tussen € 5.000 en € 25.000 op jaarbasis per kwartaal boven € 25.000 op jaarbasis maandelijks 3.Voor een persoongebonden budget voor woonvoorzieningen geldt de volgende bevoorschotting: tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten in een keer bouwkundige of woontechnische woonvoorzieningen tot en met € 6807,-- in een keer bouwkundige of woontechnische woonvoorzieningen vanaf € 6807,-- geen bevoorschotting, uitbetaling na gereedmelding roerende woonvoorzieningen in een keer bij aanschaf, per maand bij huur onderhoud, keuring en reparatie per jaar tijdelijke huisvesting geen bevoorschotting, financiering achteraf per maand verwijdering van in bruikleen verstrekte voorzieningen in een keer Financiële tegemoetkomingen voor woonvoorzieningen die worden verstrekt aan woningeigenaren, die niet zelf de aanvrager zijn worden niet bevoorschot maar uitbetaald na gereedmelding. Ook huurderving wordt achteraf gefinancierd en per maand uitbetaald. 4.Voor vervoersvoorzieningen geldt de volgende bevoorschotting: PGB’s voor vervoer per kwartaal begeleidingskosten per kwartaal onderhoud, keuring en reparatie per jaar overige vervoersvoorzieningen in een keer bij aanschaf, per maand bij huur 5.Voor voorzieningen voor het verplaatsen in en rond de woning geldt de volgende bevoorschotting: onderhoud, keuring en reparatie per jaar overige voorzieningen in een keer bij aanschaf, per maand bij huur 6.Voor sportvoorzieningen geldt de volgende bevoorschotting: onderhoud keuring en reparatie per 3 jaar overige voorzieningen in een keer Artikel1.3Verantwoording De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college vindt steekproefsgewijs plaats, waarbij de steekproef minimaal een omvang heeft van 10 % van de verstrekte persoonsgebonden budgetten, na afloop van de verstrekking dan wel na afloop van enig kalenderjaar. Met uitzondering van budgethouders voor verhuizen, gebruik van eigen auto, taxi of rolstoeltaxi, dient iedere budgethouder de volgende stukken te bewaren: de nota/factuur van de aangeschafte/gehuurde voorziening; een betalingsbewijs van aanschaf/huur van de voorziening; of: bescheiden en tekeningen, welke betrekking hebben op de woningaanpassing; betalingsbewijzen van de woningaanpassing; of: e.een overzicht van de salarisadministratie met bewijsmiddelen. Artikel1.4Terugvordering Na ontvangst van de in het vorige lid bedoelde bescheiden wordt door het college beoordeeld of er aanleiding bestaat het persoonsgebonden budget geheel of ten dele terug te vorderen of te verrekenen. Is het persoongebonden budget niet ingezet, of niet ingezet voor het doel waarvoor het bestemd is, dan overweegt het college het persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk terug te vorderen. In dat geval kan de voorziening alsnog in natura worden verstrekt. Artikel1.5Eigendom Met een persoonsgebonden budget aangeschafte roerende woonvoorzieningen, vervoermiddelen, verplaatsingsmiddelen of andere hulpmidden worden eigendom van de gemeente, als de voorziening niet meer adequaat is voor de aanvrager, of als het recht erop vervalt, bijvoorbeeld bij verhuizing naar een andere gemeente. HOOFDSTUK2EIGEN BIJDRAGEN EN INKOMENSGRENZEN Artikel2.1Omvang eigen bijdragen bij hulp in het huishouden Het bedrag dat ongehuwde personen jonger dan 65 dienen te betalen bedraagt € 17,80 per vier weken, terwijl het percentage van het inkomen boven € 22.636,- dat boven dit bedrag per vier weken betaald moet worden 15 % bedraagt. Het bedrag dat ongehuwde personen van 65 jaar of ouder dienen te betalen bedraagt € 17,80 per vier weken, terwijl het percentage van het inkomen boven € 15.838,-- dat boven dit bedrag per vier weken betaald moet worden 15 % bedraagt. Het bedrag per vier weken dat gehuwde personen indien een van beiden jonger is dan 65 jaar dienen te betalen bedraagt € 25,40 per vier weken, terwijl het percentage van het inkomen boven € 27.902,- dat boven dit bedrag per vier weken betaald moet worden 15 % bedraagt. Het bedrag per vier weken dat gehuwde personen die beiden 65 jaar of ouder zijn dienen te betalen bedraagt € 25,40 per vier weken, terwijl het percentage van het inkomen boven € 22.100,-- dat boven dit bedrag per vier weken betaald moet worden 15 % bedraagt. Artikel 2.2 Algemene gebruikelijkheid bij vervoersvoorzieningen De grens waarboven een auto, met een auto vergelijkbare voorzieningen en de daarmee samenhangende gebruiks- en onderhoudskosten als algemeen gebruikelijk worden beschouwd en niet voor verstrekking of vergoeding in aanmerking komen, zoals genoemd in artikel 26 van de Verordening individuele voorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Amersfoort, bedraagt 1,5 x het norminkomen. Het norminkomen is het rekeninkomen ten hoogte van de norm van de Wet werk en bijstand. Door de zogenaamde glijdende schaal komt een aanvrager wel voor een vervoerskostentegemoetkoming in aanmerking indien de inkomensgrens wordt overschreden met een bedrag dat lager is dan de vervoerskostentegemoetkoming. In dat geval zal het verschil tussen de vervoerskostentegemoetkoming en de overschrijding van de inkomensgrens als tegemoetkoming worden uitgekeerd. Het algemeen gebruikelijke deel zal door de aanvrager zelf betaald moeten worden. De glijdende schaal is niet van toepassing op de bruikleenauto. Speciale aanpassingen in verband met beperkingen aan algemeen gebruikelijke voorzieningen komen wel voor vergoeding in aanmerking. Dit geldt eveneens voor het verschil tussen de normbedragen voor individueel roltaxivervoer en gewoon individueel taxivervoer. Bij verplaatsingsmiddelen als genoemd in artikel 4.13 van het Verstrekkingenboek geldt dat het in veel gevallen zal het gaan om een algemeen gebruikelijk verplaatsingsmiddel, waarbij alleen de meerkosten in verband met de beperking voor vergoeding in aanmerking komen. HOOFDSTUK3HULP BIJ HET HUISHOUDEN. Artikel3.1Vaststelling bedrag persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden Het persoonsgebonden budget ten aanzien van hulp in de huishouding is als volgt vastgesteld: Er wordt een bedrag per uur beschikbaar gesteld van € 15,18 welk bedrag 75 % is van het bedrag zoals de kosten van hulp bij de huishouding in natura bedragen daar waar het alleen schoonmaakwerkzaamheden betreft; Er wordt een bedrag per uur beschikbaar gesteld van € 17,71 welk bedrag 75 % is van het bedrag zoals de kosten van hulp bij de huishouding in natura bedragen daar waar het schoonmaakwerkzaamheden met lichte ondersteuning in de huishouding betreft; Er wordt een bedrag per uur beschikbaar gesteld van € 20,02 welk bedrag 75 % is van het bedrag zoals de kosten van hulp bij de huishouding in natura bedragen daar waar het schoonmaakwerkzaamheden met ondersteuning in een ontregelde huishouding betreft. HOOFDSTUK4WOONVOORZIENINGEN Artikel4.1Berekening persoonsgebonden budget Een persoonsgebonden budget wordt altijd verstrekt aan de aanvrager. Soms is de aanvrager niet zelf de woningeigenaar. Als er in dat geval bouwkundige of woontechnische aanpassingen nodig zijn, wordt geen persoonsgebonden budget verstrekt, maar wordt een financiële tegemoetkoming verstrekt aan de woningeigenaar. Zie ook artikel 1.6 van de Verordening. Het persoonsgebonden budget voor woonvoorzieningen wordt als volgt vastgesteld: Het budget voor verhuiskosten als genoemd in artikel 15 onder a van de Verordening individuele voorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Amersfoort bedraagt € 3.427,- Bouwkundige of woontechnische voorzieningen tot en met € 6.807,-- die voorkomen op de Standaard voorzieningen Lijst op basis van standaardbedragen. Indien van toepassing verhoogd met een bedrag voor onderhoud en reparatie. Bouwkundige of woontechnische voorzieningen die niet voorkomen op de Standaard voorzieningen Lijst en voorzieningen vanaf € 6807,-- op basis van minimaal drie offertes. De hoogte van het persoonsgebonden budget is het bedrag van de goedkoopste door het college geaccepteerde offerte. Indien van toepassing verhoogd met een bedrag voor onderhoud en reparatie. Daarbij gelden voor bouwkundige of woontechnische voorzieningen de volgende maxima: € 949,-- in een woonwagen die binnen 5 jaar is afgeschreven of waarvan de standplaats binnen 5 jaar wordt opgeheven; € 949-- in een woonschip dat binnen 5 jaar is afgeschreven of waarvan binnen 5 jaar de ligplaats weg moet; € 6.807,-- voor het bezoekbaar maken van een woning. Roerende woonvoorzieningen op basis van de kostprijs bij de door de gemeente gecontracteerde leveranciers, met aftrek van tussen de gemeente en de leverancier overeengekomen kortingspercentages. Indien van toepassing verhoogd met een bedrag voor onderhoud en reparatie. Voor roerende woonvoorzieningen die niet kunnen worden geleverd door de gecontracteerde leveranciers, berekening kostprijs op basis van de door het college geaccepteerde offerte. Voor vervanging vloerbedekking niet ouder dan 7 jaar bedraagt het persoonsgebonden budget € 35,00/m2 (inclusief arbeid, noodzakelijke materialen en BTW). Onderhoud, keuring en reparatie: het gemiddelde bedrag voor onderhoud en reparatie gebaseerd op het contract tussen gemeente en leveranciers van het lopende jaar. Tijdelijke huisvesting op basis van de werkelijke kosten, met een maximum van: € 685,-- per maand bij zelfstandige woonruimte; € 342,-- per maand bij niet-zelfstandige woonruimte Artikel4.2Berekening financiële tegemoetkomingen Een financiële tegemoetkoming voor bouwkundige of woontechnische woonvoorzieningen wordt als volgt vastgesteld: Op basis van de door het college geaccepteerde offerte. Voor voorzieningen vanaf € 6807,-- worden minimaal drie offertes aangevraagd, waarbij wordt gefinancierd op basis van de goedkoopste adequate offerte. Daarbij gelden voor bouwkundige of woontechnische voorzieningen de volgende maxima: € 949,-- in een woonwagen die binnen 5 jaar is afgeschreven of waarvan de standplaats binnen 5 jaar wordt opgeheven; € 949-- in een woonschip dat binnen 5 jaar is afgeschreven of waarvan binnen 5 jaar de ligplaats weg moet; € 6.807,-- voor het bezoekbaar maken van een woning. Voor roerende woonvoorzieningen die niet kunnen worden geleverd door de gecontracteerde leveranciers, berekening kostprijs op basis van de door het college geaccepteerde offerte. Voor vervanging vloerbedekking niet ouder dan 7 jaar bedraagt het persoonsgebonden budget € 35,00/m2 (inclusief arbeid, noodzakelijke materialen en BTW). Onderhoud, keuring en reparatie: indien van toepassing op basis van de werkelijke kosten. Huurderving op basis van de werkelijke kosten, met een maximum van 100% van de maximale huur, waarbij Huurtoeslag wordt verstrekt. Artikel4.3Meerwaarde bij verkoop De meerwaarde als bedoeld in artikel 21 van de Verordening individuele voorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Amersfoort dient te worden teruggestort volgens het volgende schema: voor het eerste jaar 100 % van de meerwaarde; voor het tweede jaar 80 % van de meerwaarde; voor het derde jaar 70 % van de meerwaarde; voor het vierde jaar 60 % van de meerwaarde; voor het vijfde jaar 40% van de meerwaarde; voor het zesde jaar 20 % van de meerwaarde; HOOFDSTUK 5 HET ZICH LOKAAL VERPLAATSEN PER VERVOERMIDDEL Artikel 5.1 Berekening persoonsgebonden budget voor vervoer 1.Voor gebruik van eigen auto, taxi en rolstoeltaxi zijn normbedragen op jaarbasis vastgesteld. Op de norm wordt op basis van artikel 4.4 van het Verstrekkingenboek een korting toegepast op grond van verblijf in een AWBZ-instelling, een samenvallende vervoersbehoefte, een beperkte vervoersbehoefte of andere aanwezige vervoersvoorzieningen. De normbedragen zijn: a.voor 12-jarigen en ouder (100%) individueel taxivervoer 2000 x € 1.72 p.km p.jaar € 3.483,-- individueel rolstoeltaxivervoer 2000 x 1.97 p.km p.jaar € 4.001,-- bruikleenautobudget Uwv kilometerprijs 2000 x 0.34 per km (UWV) p.jaar € 683,-- b.voor 4 tot 12-jarigen (75%) individueel taxivervoer p.jaar € 2.613,-- individueel rolstoeltaxivervoer p.jaar € 3.001,-- bruikleenautobudget p.jaar € 512,-- c.voor echtparen beiden geïndiceerd (2x 75%) individueel taxivervoer p.jaar € 5.226,-- individueel rolstoeltaxivervoer p.jaar € 6.002,-- bruikleenautobudget p.jaar € 1.024,-- d.aanvullend op collectief vervoer (25%) Als wordt voldaan aan de voorwaarden in artikel 4.7 van het Verstrekkingenboek. individueel taxivervoer p.jaar € 871,-- individueel rolstoeltaxivervoer p.jaar € 1.000,-- e.bewoners van AWBZ-instellingen (50%) individueel taxivervoer p.jaar € 1.742,-- individueel rolstoeltaxivervoer p.jaar € 2.001,-- bruikleenautobudget Uwv kilometerprijs p.jaar € 341,-- f.toeslag bewoners AWBZ-instellingen Afhankelijk van de individuele situatie. g.Tegemoetkoming in het gebruik van een collectief vervoerssysteem van een AWBZ-instelling De tegemoetkoming bedraagt niet meer dan de werkelijke kosten van het vervoer, en maximaal 50% van de kosten die de gemeente bijdraagt voor het gebruik van de Regiotaxi door zelfstandig wonende mensen met een beperking. Dit bedrag is afhankelijk van prijsafspraken met de vervoerder van de Regiotaxi en de vastgestelde reizigerstarieven. Begeleidingskosten Het persoonsgebonden budget bestaat uit twee maal de enkele reisafstand van de begeleider naar de aanvrager. Bij de vaststelling van de hoogte van het budget voor de kosten van begeleiding wordt rekening gehouden met het feit dat de aanvrager ook bezoek kan ontvangen. Als de aanvrager met het OV of met de Regiotaxi kan reizen, is de hoogte van de kosten van begeleiding gebaseerd op het tarief van OV. Als de aanvrager met een (rolstoel)taxi, eigen auto of auto van derden kan reizen, wordt het persoonsgebonden budget voor de begeleidingskosten gebaseerd op het aantal kilometers gelegen tussen de woning van de begeleider en de woning van de aanvrager, tegen het kilometertarief, dat jaarlijks door de Uitvoering Werknemersverzekeringen (Uwv) wordt vastgesteld. Reiskosten in verband met de rij-, gewenningslessen voor vervoersvoorzieningen: een vergoeding van € 0,34 per kilometer. Overige individuele vervoersvoorzieningen Op basis van de kostprijs bij de door de gemeente gecontracteerde leveranciers, met aftrek van tussen de gemeente en de leverancier overeengekomen kortingspercentages. Voorzieningen die niet geleverd worden door de gecontracteerde leveranciers op basis van een door het college geaccepteerde offerte. Indien van toepassing verhoogd met een bedrag voor onderhoud en reparatie. Voor voorzieningen die vallen onder artikel 4.13 van het Verstrekkingenboek geldt de bepaling in artikel 2.2 van dit Besluit. 5.Onderhoud, keuring en reparatie: het gemiddelde bedrag voor onderhoud en reparatie gebaseerd op het contract tussen gemeente en leveranciers van het lopende jaar. HOOFDSTUK6VERPLAATSEN IN EN ROND DE WONING Artikel6.1Berekening persoonsgebonden budget
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.