. Hoofdstuk 2 De commissie Artikel 2 Inleidende bepaling commissie De gemeente Beverwijk heeft een commissie voor de behandeling voor bezwaarschriften ingesteld. Dit is een adviescommissie in de zin van artikel 84 van de Gemeentewet. De commissie is niet onderverdeeld in verschillende kamers. Dit betekent dat de commissie alle bezwaarschriften behandelt die aan haar kunnen worden voorgelegd. Artikel 3 Samenstelling van de commissie Er worden door het college van burgemeester en wethouders een voorzitter, tevens lid, en leden benoemd. De leden worden ook benoemd als plaatsvervangend voorzitter. Dit is nodig om de commissieleden niet te zwaar te belasten. Bovendien bevordert het de continuïteit in het houden van hoorzittingen en dus de advisering. Een hoorzitting kan bijvoorbeeld worden overgenomen bij ziekte. Artikel 4 Onverenigbaarheid van functies voor leden De commissie is een adviescommissie in de zin van artikel 7:13 van de wet. Het is daarom belangrijk dat de commissie onafhankelijk van het bestuursorgaan, waaraan het adviseert, kan optreden. Om de onpartijdigheid van de commissie te borgen mogen de voorzitter en de leden geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder de verantwoordelijkheid van het college of de raad van de gemeente Beverwijk. Om de onafhankelijkheid verder te borgen mogen de voorzitter en de leden ook niet deel uitmaken van een plaatselijke belangenorganisatie, voor zover dit enige relatie kan hebben met het taakgebied van de commissie. Daarnaast mogen de leden niet optreden als advocaat, procureur of adviseur in geschillen voor de gemeente Beverwijk dan wel diens tegenpartij. Ook mogen zij niet optreden als gemachtigden in geschillen voor de wederpartij van de gemeente Beverwijk. Bovendien mogen zij niet woonachtig zijn in de gemeente Beverwijk. Tot slot regelt dit artikel dat ieder lid een verklaring omtrent gedrag moet overleggen. Hiermee kan worden aangetoond dat gedrag uit het verleden geen belemmering vormt voor het uitvoeren van de adviserende taak die aan de commissie is opgedragen. Artikel 5 Zittingsduur, schorsing en aftreden De benoemingsperiode van de voorzitter en de leden bedraagt vier jaar. Zij kunnen eenmaal voor een periode van vier jaar worden herbenoemd. Dit betekent dat de voorzitter en de leden maximaal acht jaar deel van de commissie kunnen uitmaken. Zo wordt tegemoetgekomen aan de voordelen van het binnenhalen van nieuwe kennis, inzicht en vernieuwing van de commissieleden. De aftredende voorzitter en leden blijven in functie totdat in de opvolging is voorzien. Het is niet wenselijk als er een bepaalde periode geen commissie is die tot advisering ten aanzien van de ingediende bezwaarschriften kan overgaan. Het feitelijk in functie blijven kan niet worden afgedwongen. In het vijfde lid is geregeld in welke gevallen de benoeming kan worden ingetrokken. De voorzitter en de leden moeten aan de voorwaarden van artikel 4 en artikel 6 blijven voldoen. Met name de onder 2 genoemde grond is ruim geformuleerd: er zal per geval moeten worden beoordeeld of sprake is van schending van het aanzien van de commissie. Er mag niet lichtvaardig tot toepassing van de intrekking van de benoeming worden overgegaan. Daarom moet een lid door het college worden gehoord. Artikel 6 Waarborgen voor privacy Het is van groot belang om zorgvuldig met privacygevoelige informatie (zoals onder andere persoonsgegevens) om te gaan. Met het inwerkingtreden van de Algemene verordening gegevensbescherming is dit belang alleen maar groter geworden. Het eerste lid verplicht de voorzitter en de leden tot geheimhouding met betrekking tot individuele zaken. Procespartijen mogen en moeten erop kunnen vertrouwen dat de commissie met de grootst mogelijke zorgvuldigheid omgaat met de informatie die bij de behandeling van een bezwaarschrift met de commissie wordt gedeeld. De verplichting tot geheimhouding geldt ook na beëindiging van het lidmaatschap van de commissie. Uit het tweede lid volgt dat de commissie handelt overeenkomstig het privacybeleid van de gemeente Beverwijk. Het privacybeleid is op de website van de gemeente gepubliceerd. In het privacyreglement van de commissie staat verder uitgewerkt hoe de commissie bij uitoefening van haar werkzaamheden omgaat met het verwerken van persoonsgegevens. In veel van de stukken die aan de commissie worden overgelegd zijn namelijk persoonsgegevens opgenomen. Op deze manier wordt zo veel mogelijk geborgd dat er geen stukken of gegevens in handen van onbevoegden vallen. Artikel 7 Secretariaat Dit
Uitoefening bevoegdheden Voor het bezwaarproces is in de gemeente Beverwijk het “Werkproces behandeling bezwaarschriften” opgesteld. Op grond van dit werkproces wordt bij de gemeente Beverwijk het bezwaarschrift door het team ontvangen, wordt door het team de ontvangst van het bezwaarschrift bevestigd en wordt door het team beoordeeld of sprake is van verzuimen die moeten worden hersteld voordat het bezwaarschrift inhoudelijk in behandeling kan worden genomen. Een bezwaarschrift wordt pas aan de commissie overgedragen als al deze handelingen zijn verricht. Alleen als na het overdragen van het dossier aan de commissie toch blijkt dat niet alle verzuimen zijn hersteld, is de bevoegdheid tot het laten herstellen van verzuimen als bedoeld in artikel 2:1 en 6:6 van de wet aan de secretaris van de commissie gemandateerd. Hoofdstuk 3 Voorbereiding op de hoorzitting Artikel 9 Aanleveren stukken Nadat een bezwaarschrift is ontvangen, wordt deze samen met het dossier zo spoedig als mogelijk aan het secretariaat overgelegd. Hier is geen termijn aan verbonden. Wel vormt het werkproces hiervoor de leidraad. Na ontvangst van het bezwaarschrift zal het team eerst beoordelen of er een verzuim aan het ingediende bezwaarschrift kleeft dat moet worden hersteld. Bovendien kan het team bij ontvangst van het bezwaarschrift de informele aanpak toepassen. Overlegging van de stukken aan het secretariaat voordat de informele aanpak is afgerond heeft niet altijd meerwaarde. Wel houden de secretaris en het team de wettelijke beslistermijn waarbinnen op het bezwaarschrift moet worden beslist in de gaten. Het plannen van een hoorzitting en de advisering nemen immers ook tijd in beslag. Een hoorzitting wordt gepland nadat het dossier aan het secretariaat is overgedragen. Artikel 10 Vooronderzoek Dit
. Hoofdstuk 4 De hoorzitting Artikel 11 Vaststelling hoorzitting en uitnodiging Tijdens de hoorzitting worden de procespartijen in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. Dit is de zogenaamde hoorplicht die in de wet is vastgelegd. De schriftelijke uitnodiging voor de hoorzitting wordt uiterlijk 14 dagen voorafgaand aan de hoorzitting aan partijen gestuurd. Zo hebben alle partijen de gelegenheid om zich op de hoorzitting voor te bereiden. Als de bezwaarde of een belanghebbende geen gebruik van de hoorzitting wenst te maken kan dat aan de secretaris worden meegedeeld. De stukken worden door het secretariaat aan procespartijen toegezonden voor zover dat niet al door het team op grond van het werkproces is gebeurd. Als de commissie nog niet de beschikking over de stukken heeft of al advies aan het college heeft uitgebracht en er worden (alsnog) stukken bij de commissie opgevraagd dan wordt de verzoeker hiervoor verwezen naar het team. De hoorzitting kan worden verplaatst naar een nader te bepalen moment als een procespartij hier gemotiveerd om verzoekt. Daarbij zij wel aangetekend dat een verzoek van een belanghebbende van minder gewicht is dan dat van de bezwaarde of het verwerend orgaan. Een belanghebbende heeft in de bezwaarprocedure geen eigen belang wat ter beoordeling voorligt. Een andere mogelijkheid is dat de voorzitter of de secretaris bijvoorbeeld vanuit proceseconomisch oogpunt aanleiding zien voor het verplaatsen van de hoorzitting. Artikel 12 Het horen door de commissie Een hoorzitting kan op het stadhuis of digitaal plaatsvinden. De secretaris en de bezwaarde gaan hierover met elkaar in overleg. In overleg tussen secretaris en voorzitter wordt bepaald of een hoorzitting digitaal kan plaatsvinden. Een hoorzitting hoeft niet in alle gevallen gehouden te worden. Op grond van artikel 7:3 van de wet kan in een limitatief aantal gevallen van het horen worden afgezien. Bijvoorbeeld omdat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is (het is te laat ingediend) of omdat het bezwaar kennelijk ongegrond is (de wet laat geen enkele ruimte zodat de bezwaren tot niets kunnen leiden). De voorzitter beslist of een hoorzitting moet plaatsvinden. Artikel 13 Openbaarheid hoorzitting In beginsel zijn de hoorzittingen openbaar en voor publiek toegankelijk. De commissie kan besluiten dat de hoorzitting wegens gewichtige redenen achter gesloten deuren plaatsvindt. Het besluit om de hoorzitting achter gesloten deuren te laten plaatsvinden, mag niet lichtvaardig worden genomen. Uit het derde lid volgt dat hoorzittingen voor de behandeling van bezwaarschriften met betrekking tot jeugdigen, persoonlijke (strafrechtelijke), medische en/of financiële aspecten achter gesloten deuren worden besproken. Dit ter bescherming van de betrokken partijen. Artikel 14 Afzonderlijk horen Bij bezwaar tegen een jeugdhulpbesluit moeten ook minderjarige kinderen worden gehoord. Het Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK) regelt expliciet het hoorrecht van kinderen. Dit betekent dat de jeugdige dus moet worden uitgenodigd voor de hoorzitting. Dit geldt niet voor alle kinderen. Het horen van een kind van 3 jaar is niet wenselijk. In de wet worden geen uitdrukkelijke leeftijdsgrenzen genoemd. Het IVRK geeft hier wel handvatten voor. Artikel 12 van het IVRK luidt als volgt: De Staten die partij zijn, verzekeren het kind dat in staat is zijn of haar eigen mening te vormen, het recht die mening vrijelijk te uiten in alle aangelegenheden die het kind betreffen, waarbij aan de mening van het kind passend belang wordt gehecht in overeenstemming met zijn of haar leeftijd en rijpheid. Hiertoe wordt het kind met name in de gelegenheid gesteld te worden gehoord in iedere gerechtelijke en bestuurlijke procedure die het kind betreft, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van een vertegenwoordiger of een daarvoor geschikte instelling, op een wijze die verenigbaar is met de procedureregels van het nationale recht. De achterliggende gedachte van artikel 12 IVRK is onder andere dat kinderen, door te participeren in procedures die hen betreffen, meer begrip zullen hebben voor beslissingen die over hen genomen worden. In artikel 12 IVRK wordt voor het horen van kinderen geen leeftijdsgrens genoemd. Dat betekent dus dat ook heel jonge kinderen in principe het recht hebben om gehoord te worden. In artikel 12 IVRK wordt echter wel als voorwaarde gesteld dat een kind alleen in de gelegenheid gesteld moet worden om gehoord te worden als hij in staat is om zijn eigen mening te vormen. Als het kind daartoe niet in staat is, geldt het hoorrecht dus niet. Een soortgelijke bepaling is ook opgenomen in artikel 8:21 van de wet. Daarin is namelijk voor de beroepsprocedures bepaald dat minderjarigen zelf in een geding mogen optreden voor zover zij in staat zijn tot een redelijke waardering van hun belangen. Aan deze bepaling wordt in de jurisprudentie ook betekenis toegekend ten aanzien van de bezwaarprocedure. In de praktijk wordt ervan uitgegaan dat kinderen van 12 jaar of ouder in staat zijn om een eigen mening te vormen. Van belang blijft wel dat per individueel geval beoordeeld wordt of het betreffende kind in staat is om zijn eigen mening te vormen. Deze beoordeling kan er dus toe leiden dat een kind dat nog geen 12 jaar is, moet worden uitgenodigd om gehoord te worden. Aan de andere kant kan die beoordeling ook betekenen dat een kind dat 12 jaar of ouder is, niet wordt uitgenodigd, omdat hij (bijvoorbeeld als gevolg van een psychische stoornis) niet in staat is om een eigen mening te vormen. Het horen van kinderen vraagt extra gesprekstechnieken en vaardigheden van degene die hoort. Het is niet vanzelfsprekend dat de jeugdige weet waar hij zijn mening over moet geven of wat daarvan de consequenties zijn. Het is dus belangrijk dat de commissie hier extra aandacht voor heeft. Als de jeugdige niet in bijzijn van andere partijen wordt gehoord dan dient in het kader van hoor en wederhoor de commissie de overige partijen op de hoogte te stellen van hetgeen de jeugdige heeft verklaard. Een korte en zakelijke weergave volstaat in die situatie. Geen verslag wordt gedaan van hetgeen de jeugdige heeft verklaard indien geheimhouding om zwaarwegende redenen dit vereist. De commissie kan ook besluiten dat de voorzitter andere procespartijen alleen hoort zolang dit geen strijd met de rechtsbeginselen, zoals hoor en wederhoor, oplevert. Artikel 15 Quorum Uitgangspunt is dat tijdens de hoorzitting de commissie wordt gevormd door drie leden, waaronder de voorzitter. Het kan voorkomen dat niet iedereen op de hoorzitting aanwezig kan zijn, bijvoorbeeld door ziekte. Om te voorkomen dat de zitting moet worden geannuleerd en verplaatst naar een andere datum, wordt in het eerste lid niet de eis gesteld dat bij iedere zitting ten minste drie leden, waaronder de voorzitter, aanwezig moeten zijn. Voor het houden van een hoorzitting moeten wel ten minste twee leden, waaronder de voorzitter aanwezig zijn. Dit is het vergaderquorum. In het tweede lid is vastgelegd dat de advisering wel door ten minste drie leden, waaronder de voorzitter, moet plaatsvinden. In het advies moet melding worden gemaakt van het feit dat het derde lid aan de beraadslaging heeft deelgenomen. Dit is het besluitquorum. Artikel 16 Niet-deelneming aan de behandeling Dit
Verslaglegging Dit
. Artikel 18 Nader onderzoek door de voorzitter In veruit de meeste gevallen kan de commissie voor de advisering over een bezwaarschrift volstaan met het bezwaarschrift, het bezwaardossier en hetgeen tijdens de hoorzitting aan de orde is gekomen. Hier wordt opgemerkt dat de behandeling van het bezwaar tijdens de hoorzitting kan worden aangehouden om partijen op verzoek van de commissie in de gelegenheid te stellen het standpunt nader te onderbouwen dan wel partijen anderszins nader te laten reageren. De beslistermijn wordt in deze gevallen uitgesteld met de termijn die nodig is om partijen te laten reageren. Op de hoorzitting worden hier afspraken over gemaakt. Soms zal door de voorzitter een beroep op de aanvullende bevoegdheden uit dit artikel worden gedaan, als op of na de hoorzitting blijkt dat bepaalde cruciale vraagpunten open blijven staan waarvan de commissie wenst dat deze hierin wordt geadviseerd door een derde. De termijn waarbinnen op het bezwaarschrift moet zijn beslist wordt aangehouden met de tijd die gepaard gaat met het opvragen van de nadere inlichtingen bij een derde en met de tijd die partijen krijgen op de nadere inlichtingen te reageren. Zo wordt voorkomen dat als gevolg van het inwinnen van nadere inlichtingen de bezwaartermijn wordt overschreden. Hoofdstuk 5 Het advies en natraject Artikel 19 Raadkamer en advies Dit
Het Advies Dit
. Artikel 21 Beslissing op bezwaar Dit
. Hoofdstuk 6 Overige bepalingen Artikel 22 Jaarverslag Dit
. Artikel 23 Inwerkingtreding en intrekking Dit
. Artikel 24 Citeertitel Dit
.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.