Beleidsplan Civiele Kunstwerken 2026De gemeenteraad van Lingewaard heeft op 3 juni 2026 besloten om het beleidsplan civiele kunstwerken Lingewaard 2026 vast te stellen. Het minimale kwaliteitsniveau voor civiele kunstwerken is vastgesteld op beeldkwaliteit C op basis van de C.R.O.W. beeldkwaliteit systematiek. Hoofdstuk1Samenvatting De gemeente Lingewaard is eigenaar van diverse soorten civiele kunstwerken. Dit zijn objecten zoals bruggen, tunnels, maar ook kleinere kunstwerken als geluidschermen, beschoeiingen, trappartijen, vissteigers, schanskorven en keermuren. De civiele kunstwerken zijn uniek voor de specifieke locatie waarvoor ze gebouwd zijn. Ze vallen niet altijd direct op in de bebouwde omgeving of in het landschap. Ze zijn vaak een logisch onderdeel van wegen of watergangen. Deze objecten vergen een andere onderhoudsaanpak door de unieke, wisselende bouwwijze, lange levensduur, specifieke locatie en wisselende belasting. In onze gemeente hebben we inmiddels 310 civiele kunstwerken. In 2020 waren dit er nog 177 stuks. De vervangingswaarde van het areaal kunstwerken in de gemeente Lingewaard bedraagt ongeveer € 40 miljoen. De gemiddelde leeftijd van het areaal is 28 jaar. Dit plan civiele kunstwerken geeft inzicht in de aanpak van het meerjarig onderhoud van deze civiele kunstwerken. Een aanpak waarbij de gebruiker geen onaanvaardbare hinder en veiligheidsrisico’s loopt. We geven inzicht in de onderhouds- en vervangingskosten en sluiten aan op de huidige wet- en regelgeving. 1.1.1Wat willen we bereiken Met dit beleidsplan (hierna: plan) civiele kunstwerken draagt de gemeente op een doelmatige en duurzame manier zorg haar civiele kunstwerken. Het doel is het voorkomen van onaanvaardbare hinder en veiligheidsrisico’s. We zetten de financiële middelen op het meest verantwoorde moment in, binnen de vastgestelde kwalitatieve en financiële kaders en we behalen het maximale rendement tegen de laagst mogelijke kosten. Het effect is dat we deze kunstwerken veilig en duurzaam in stand houden met een onderhoudskwaliteit die voldoet aan het vastgestelde kwaliteitsbeeld. 1.1.2Wat gaan we daarvoor doen Met het oog op een duurzame samenleving kopen we in op basis van het aanbestedingsbeleid Lingewaard en sluiten aan op het duurzaamheidsbeleid. Dit door de milieuaspecten zoveel mogelijk in het inkoopproces mee te nemen. We gebruiken daarbij de duurzaamheidscriteria voor civiele constructies van Pianoo. De onderhoudsaanpak van de kunstwerken is in lijn gebracht met wettelijke kaders, zoals de zorgplicht en de gemeentelijke visie en plannen. Deze zijn verkort in het plan opgenomen. Het onderhoud sturen we op veiligheid, functioneren en gestelde kwaliteitscriteria. Bovendien is het beleid rond de wegen ook leidend voor de civiele kunstwerken. Bijna alle in dit plan opgenomen kunstwerken vormen een onderdeel van de wegen. We gaan uit van minimaal beeldkwaliteitsniveau C (laag) voor heel Lingewaard. Om de veiligheid, het gebruik en de instandhouding aantoonbaar te waarborgen is een inspectie regime opgezet. Dit regime bestaat uit vier onderdelen: de schouw, de functionele inspectie, de toestand inspecties en de maatregeltoets. Op deze manier is een duidelijke koppeling gemaakt tussen een doelmatige inzet en de gemeentelijke taken en verantwoordelijkheden. 1.1.3Wat gaat het kosten Om de objecten langdurig veilig te laten functioneren en de instandhouding ervan te waarborgen passen we drie soorten onderhoud toe, te weten: Klein onderhoud; Groot onderhoud; Vervangingen. De realisatie van het onderhoud op het minimale kwaliteitsniveau C vereist middelen. Het klein onderhoud is een vast bedrag dat jaarlijks in de begroting wordt opgenomen. De kosten van groot onderhoud komen ten laste van de voorziening civieltechnische kunstwerken. Dit is inclusief de eventuele externe VAT-kosten en exclusief kosten voor vandalisme en overige onvoorziene zaken. Voor de vervanging van civiele kunstwerken wordt jaarlijks een dotatie gedaan in de bestemmingsreserve Civieltechnische kunstwerken. Deze dotatie heeft als functie de afschrijvingslasten die voortvloeien uit een vervangingsinvestering te kunnen dekken. In hoofdstuk 8 wordt hier verder op ingegaan. In zowel de bestemmingsreserve als de voorziening groot onderhoud zijn voldoende financiële middelen beschikbaar. Hoofdstuk2Inleiding De gemeente Lingewaard is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van civiele kunstwerken. Hierna in dit plan te noemen: kunstwerken. We zorgen voor een aantoonbare veilige situatie rond het areaal of object. In het plan beschrijven we de actuele situatie en de wijze waarop we de komende jaren invulling geven aan de beheertaak en zorgplicht. In het plan beschrijven we zowel kwalitatieve- als financiële kaders waarbinnen het onderhoud plaats moet vinden. Civiele kunstwerken zijn objecten zoals bruggen, geluidschermen, grondkeringen, tunnels en dergelijke. Dit zijn geen artistieke of beeldende kunstwerken. Ze vormen vaak een logisch onderdeel van de weg of watergang en hebben een belangrijke en vaak kritische functie in de gemeentelijke infrastructuur en onze openbare ruimte. In vergelijking met het aantal kunstwerken in 2020 hebben we nu 310 objecten in beheer, een toename van ruim 70%. De toename van areaal komt doordat sommige kunstwerken niet eerder waren opgenomen. Dit is een direct gevolg van de in 2021 ingezette professionalisering van het beheer en het op orde brengen van het beheersysteem. De toename is vooral te zien bij het aantal keermuren en trappartijen. In zowel de bestemmingsreserve als de voorziening groot onderhoud zijn op dit moment voldoende financiële middelen beschikbaar om deze areaaluitbreiding te kunnen onderhouden. 2.1De gemeentelijke beheertaak Het geheel aan kunstwerken is een groot kapitaalgoed. De beheertaak pakken we doelmatig en efficiënt aan. Doen we dit niet dan kan dit grote gevolgen hebben voor de veiligheid, functionaliteit, toegankelijkheid en de financiën. Het wettelijke kader voor het beheer van kunstwerken is vastgelegd in de Wegenwet. De kunstwerken vallen onder de categorie grond- weg- en waterbouwkundige werken. Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn wij verplicht een actueel plan te hebben. Met dit plan voldoen we aan de BBV-vereisten. 2.2Het doel Met dit beleidsplan civiele kunstwerken, inclusief meerjarig kosten- en onderhoudsplan, draagt de gemeente op een doelmatige en duurzame manier zorg voor haar kunstwerken. De gebruiker ervaart volgens dit plan geen onaanvaardbare hinder of veiligheidsrisico’s. Voor dit plan zijn door externe specialisten inspecties uitgevoerd op de kunstwerken overeenkomstig de vigerende wetten en normeringen. Het resultaat is een plan met een reële meerjarige kostenraming om de kunstwerken veilig en duurzaam in stand te kunnen houden. 2.3Van beleidskader tot operationele plannen De gemeenteraad is verantwoordelijk voor het stellen van het beleidskader. Het college is vervolgens verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleidskader. Met dit plan wordt het kader voor de gemeentelijke beheertaak van civiele kunstwerken vastgesteld voor de komende jaren. De komende jaren kunnen planningen iets wijzigen, omdat de praktijk altijd een kleine afwijking kan hebben met de theorie. De maatregelen worden uitgevoerd, maar kunnen op basis van de maatregeltoets, de afgesproken beeldkwaliteit en conditie, een kleine afwijking hebben in het jaar van uitvoering. Dit gaat niet ten koste van de conditie en de veiligheid van het object. Deze ontwikkelingen nemen we mee in de operationele plannen. De gehanteerde planperiode geeft over een redelijke termijn zekerheid voor een gericht beleid op civiele kunstwerken en biedt voldoende flexibiliteit voor een tijdige bijsturing. 2.4Leeswijzer Dit beleidsplan civiele kunstwerken bevat naast het hoofddocument een aantal bijlagen met achtergrondinformatie. In het beleidsplan wordt waar nodig verwezen naar deze achtergrondinformatie. Hoofdstuk 3 beschrijft wat we willen bereiken; Hoofdstuk 4 bevat de kaders van wet- en regelgeving waar we rekening mee moeten houden; Hoofdstuk 5 beschrijft de huidige situatie; Hoofdstuk 6 gaat over de strategie en het proces dat we willen volgen om onze doelen te bereiken; Hoofdstuk 7 geeft inzicht in de wijze waarop we het willen doen; Hoofdstuk 8 bevat de financiële uitgangspunten en consequenties. Hoofdstuk3Wat willen we bereiken? 3.1Waarom een nieuw plan? Het huidige plan is van
- Dit wordt geactualiseerd omdat de minimaal vereiste beeldkwaliteit is verlaagd van niveau B naar C. Dat is een gevolg van de genomen bezuinigingsmaatregelen bij het vaststellen van de begroting
- De civiele kunstwerken hebben een belangrijke en soms zelfs kritische rol in de openbare ruimte. Om deze kritische rol te kunnen blijven vervullen en de veiligheid te kunnen blijven waarborgen, is tijdig onderhoud en vervangen noodzakelijk. Dit plan geeft een actueel inzicht in het areaal, de huidige staat van de objecten en de benodigde middelen voor het beheer en onderhoud ervan voor de komende jaren. 3.2Wat doen we? In dit plan beschrijven we de gemeentelijke ambities op het gebied van civiele kunstwerken. We geven inzicht in de huidige middelen en onderbouwen de middelen die nodig zijn om het beheer doelmatig en efficiënt uit te voeren. Dit plan geeft antwoord op de vraag hoe we de kunstwerken duurzaam in stand kunnen houden op het vastgestelde minimale beeldkwaliteitsniveau C. 3.3Wat levert het op? We leveren het plan civiele kunstwerken inclusief de meerjarige onderhoudsbegroting. Het plan voldoet aan de vereisten uit het BBV en de taakstelling vanuit de Wegenwet. We brengen hiervoor de bestaande situatie in kaart. We leveren een beheerstrategie voor de civiele kunstwerken. De visie en strategie sluit aan op de richtlijnen, landelijke wetgeving en de regionale en lokale regelgeving van de gemeente Lingewaard. Op basis hiervan leggen we de methodiek uit voor de aansturing van het onderhoud (zie bijlage 3). Bijna alle kunstwerken maken onderdeel uit van de wegen die worden onderhouden op beeldkwaliteit B. De kunstwerken zullen we onderhouden op beeldkwaliteitsniveau C. We geven een meerjarige financiële doorkijk voor het beheer, het onderhoud en de vervangingen van de kunstwerken bij voortzetting van deze beeldkwaliteit. Hoofdstuk4Wat zijn onze kaders? In dit hoofdstuk gaan we in op de voorwaarden en uitgangspunten om te komen tot het plan voor civiele kunstwerken. De wet- en regelgeving en het gemeentelijke beleid vormen het kader voor een goede en herleidbare onderhoudsaanpak. Daarnaast hebben ook het Waterschap Rivierenland, de provincie Gelderland en ProRail invloed op de onderhoudsstrategie van de kunstwerken. In de begrippenlijst is het overzicht van de gebruikte begrippen en de definities in het plan opgenomen. De volgende wet- en regelgeving is van belang bij het beheer- en onderhoud van kunstwerken: De Gemeentewet; Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeentes; Het Burgerlijk Wetboek Boek; De Wegenwet en Waterwet; De Omgevingswet en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl); De Wet milieubeheer. In bijlage 1 wordt bovenstaande wet- en regelgeving verder toegelicht. Hoofdstuk5Waar staan we nu? 5.1Omvang en eigendomsverhoudingen van het areaal Kunstwerken vormen meestal een integraal onderdeel van een weg en worden vaak door inwoners niet her- of gekend. Dit neemt niet weg dat er 310 civiele kunstwerken binnen de grenzen van de gemeente aanwezig zijn. Een lijst van deze kunstwerken is opgenomen in bijlage 2 van dit plan. Het areaal van 310 kunstwerken is als volgt verdeeld: 83 bruggen (verkeers-, voet- en fietsbruggen) 121 keerwanden 54 trappen 6 schanskorven 7 steigers 16 beschoeiingen 6 veeroosters 3 geluidschermen/-wanden 2 tunnels 12 overige objecten Tabel 1: Verdeling kunstwerken binnen areaal Figuur 2: Verdeling van de soorten kunstwerken in de gemeente Lingewaard 5.2Scope en beheergrenzen Hieronder gaan we in op de scope van dit plan en de beheergrenzen van de kunstwerken. 5.2.1Scope In paragraaf 5.1 is aangegeven welke objecten binnen de scope van dit plan vallen. Buiten de scope van het plan vallen de volgende soorten objecten: Duikers (vallen onder riolering); Alle bij particulieren in beheer zijnde civiele kunstwerken, zoals erftoegangsbruggen en grondkeringen; Alle civiele kunstwerken die in het beheer zijn van bedrijven en andere overheden (binnen park Lingezegen zijn wij eigenaar en bekostigen de vervanging. Het beheer en onderhoud, incl. het uitvoeren van kleine reparaties, ligt bij de parkorganisatie); Beeldende kunst. 5.2.2Beheergrenzen De beheergrens geeft aan welke onderdelen tot het object behoren en welke niet. Uitgangspunt is dat ‘alles wat zich binnen de dilatatievoegen van brug of landhoofden bevindt’, onderdeel van het kunstwerk is. Dus ook de verharding op de brug. Uitzondering hierop is de oeverbeschoeiing onder de brug als deze geen onderdeel uitmaakt van het landhoofd. 5.3Huidige staat areaal In 2022 is het gehele kunstwerkenareaal geïnspecteerd conform de NEN
- Tijdens de inspectie hebben inspecteurs de aangetroffen schades geregistreerd en geclassificeerd. Het kwaliteitsniveau in 2022 kwam overeen met rapportcijfer 6,8 en kwaliteitsniveau B. Dit betekent dat de kwaliteit overeenkwam met het vastgestelde minimale kwaliteitsniveau. De kunstwerken in Lingewaard zijn gemiddeld 28 jaar oud. Landelijk gezien is dit vrij jong. Dit komt mede door de forse uitbreidingswijken. Leeftijd kunstwerken Aandeel Jonger dan 5 jaar 5% 5 - 10 jaar 6% 10 - 20 jaar 25% 20 - 30 jaar 30% 30 – 40 jaar 24% Ouder dan 50 jaar 10% Tabel 2: Kunstwerken naar leeftijd 5.3.1Conditieverval De conditie van het areaal neemt met de tijd af. Dit door invloeden van buitenaf, zoals vocht en andere aantastingen. Maar ook door de toenemende belastingen van de objecten. Vooral de toegenomen aslasten van landbouw- en vrachtverkeer hebben een negatieve invloed op de technische conditie en levensduur van objecten. Het type materiaal van de opbouw van de bruggen is medebepalend voor de mate van invloed op het verval van de conditie. Houten delen gaan doorgaans zo’n 30 jaar mee en hebben vooral last van houtrot. Stalen, betonnen, kunststof en/of kunststof versterkte onderdelen hebben veel minder snel last van conditieverval en gaan meestal minimaal 60 tot 80 jaar mee. Door nieuwe ontwikkelingen wordt ook veel composiet toegepast als materiaal voor kunstwerken. Dit materiaal heeft een lange levensduur, weinig last van conditieverval en is eenvoudig in onderhoud. 5.3.2Nader onderzoek Naar aanleiding van inspectierondes werden sommige kunstwerken nader onderzocht. Er is een technische inspectie uitgevoerd waarmee we inzicht kregen in: De exacte omvang, oorzaak en ernst van de aangetroffen schade; De verborgen gebreken en de technische staat van het object; De restlevensduur en De uit te voeren maatregelen. De maatregelen zijn verwerkt in de objectpaspoorten en de meerjarige onderhoudsbegroting en -planning. De betonnen bruggen over de Linge zijn al eerder gecontroleerd op vooral de draagkracht. De metingen gaven geen aanleiding tot het treffen van maatregelen. 5.3.3Vervanging objecten In de gemeente Lingewaard zijn veel objecten van hout. Dit zijn vooral fiets-voetgangersbruggen in parken en verbindingen tussen wijken. De houten bouwdelen zijn erg gevoelig voor schimmels en hebben daarmee een beperkte levensduur. Zeker de delen op scheiding van lucht en water/bodem zijn extra gevoelig. Van de houten bruggen in de gemeente Lingewaard is 60% 20 jaar of ouder. Veel bruggen zijn volledig van hout met een houten bovenbouw (hoofddraagconstructie, dek en leuningen) en een houten onderbouw (fundatie, landhoofd, pijlers). Primair worden vooral de pijlers het meest aangetast. Maar ook dekplanken, leuningen en zelfs de hoofd draagconstructie gaan na 30 jaar sterke verouderingsverschijnselen vertonen, zoals houtrot, scheurvorming en sterke vervuiling. Scheurvorming en vervuiling vergroot het langdurig vochtig blijven van het hout (mosgroei en gladheid), waarmee het houtrotproces wordt versneld en de sterkte en de draagkracht van het object verloren gaat. Figuur 4: Een houten brug (levensduur ca. 30 jaar) Bij vervanging van onderdelen van deze houten bruggen kiezen we bijvoorbeeld voor composiet onderdelen. Ook steeds meer bruggen worden volledig van dit materiaal gemaakt. Op het moment van vervanging maken we de keuze of een houten brug nog de juiste is. Door andere materialen te gebruiken zijn de totale onderhoudskosten (total cost of ownership) waarschijnlijk lager. Mogelijk is ook een ‘tweedehands’ brug in te passen. Vaak is hierbij de overspanningslengte bepalend of deze mogelijkheid er is. 5.3.4Invloed van groen op de instandhouding van civiele kunstwerken Het beheer en onderhoud van de civiele kunstwerken heeft diverse raakvlakken met groen en ecologie waar rekening mee moet worden gehouden. De ecologische waarde is verbonden aan de Omgevingswet. Onderhoud dient waar mogelijk op ecologisch verantwoorde wijze uitgevoerd te worden. Bij een dreigende calamiteit heeft de veiligheid van het object, de omgeving en personen de hoogste prioriteit. Hoofdstuk6Hoe gaan we het doen? Dit hoofdstuk gaat in op de gekozen beheerstrategie voor kunstwerken. We gaan in op de relatie van het beheer en de maatschappelijke doelstellingen, de beheervisie, de beheerstrategie en het beheerproces. 6.1Beheer en maatschappelijke doelstellingen De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van haar kunstwerken. Vanuit deze algemene verantwoordelijkheid als beheerder komt een zorgplicht voor een veilige en duurzaam ingerichte openbare ruimte. Beheer wordt gedefinieerd als het rationeel plannen van kosten en activiteiten. De kosten en activiteiten die voortvloeien uit de doelstelling. We houden duurzame middelen in conditie of brengen ze weer in een conditie, die voor vervulling van hun functie nodig is. De functie van het object is dus van cruciaal belang voor de invulling van het beheer en het borgen van de veiligheid. De primaire functies van civiele kunstwerken zijn op hoofdlijnen dragen, kruisen en/of keren. Grote kunstwerken bevinden zich veelal op kruisingen van de infrastructuur en vormen daarmee een onmisbare schakel. Veel civiele kunstwerken zijn nodig voor de afwikkeling van het verkeer. Het gaat hierbij om meer of minder ingewikkelde constructies waarbij eisen aan de techniek worden gesteld. Als een kunstwerk niet meer functioneert en/of veilig is, levert dit verkeershinder op. Bij kleine kunstwerken is vooral de utilitaire functie van belang. Te denken valt hierbij aan het verbinden van fietspaden over water in parken of het aanbrengen van een vissteiger. De kunstwerken moeten functioneel intact worden gehouden vanuit de volgende maatschappelijke doel-stellingen: De voorzieningen moeten veilig en voldoende bedrijfszeker zijn. Veiligheid spreekt voor zich: bij het gebruik van een brug moet men zich veilig voelen en veilig zijn, een brug mag niet doorzakken en ook de brugleuning moet intact zijn; De voorzieningen moeten naar behoren functioneren: een brug moet bijvoorbeeld het verkeer laten passeren; Een duurzame benadering van de beheerprocessen om op lange termijn een leefbare samenleving in stand te houden; De voorzieningen moeten voldoen aan bepaalde esthetische eisen: het kunstwerk moet qua uitstraling en netheid binnen de gestelde eisen van de omgeving passen. 6.2Beheervisie Uitgangspunten voor het beheer van de kunstwerken van gemeente Lingewaard zijn in volgorde van belang: Het voldoen aan wettelijke kaders; Het borgen van de veiligheid en daarmee de aansprakelijkheid; Het voldoen aan het gemeentelijke beleid; Het borgen van het functioneren. Van de bovenstaande punten is het alleen mogelijk bij punt 3 ‘gemeentelijk beleid’ om afwijkend te sturen zoals verwoord in de volgende paragrafen. 6.2.1Kunstwerken in de openbare ruimte – beeldkwaliteit Civiele kunstwerken vormen een onderdeel van de openbare ruimte. Traditioneel is beheer gebaseerd op het in standhouden van kunstwerken tegen aanvaardbare kosten en met inachtneming van de wettelijke aansprakelijkheid van de beheerder in het kader van artikel 6:174 van het Burgerlijk Wetboek. De inwoner is gebruiker van deze openbare ruimte en het beheer van kunstwerken moet ook een bijdrage leveren aan de tevredenheid van de inwoner. Een aanpak die uitsluitend gericht is op de technische staat en veiligheid is niet meer voldoende. Ook de belevingswaarde is bepalend voor de algemene kwaliteit van een kunstwerk. Deze belevingswaarde kan worden uitgedrukt in beeldkwaliteit. Dit wordt mede bepaald door politieke ambities in relatie tot de beschikbare middelen. Dit leidt tot het stellen van prioriteiten ten aanzien van de kunstwerken. 6.2.2Kwaliteitsniveaus Voor kunstwerken in de gemeente Lingewaard dient de minimale beeldkwaliteit C te zijn. De kwaliteit van kunstwerken kan volgens verschillende methoden worden uitgedrukt. Een van die methoden is publicatie 288 “Kwaliteitscatalogus openbare ruimte 2018” van het CROW, die loopt van kwaliteit A+ (uitstekend) tot en met D (zeer slecht). Tijdens inspecties van kunstwerken is het gebruikelijk het kwaliteitsniveau uit te drukken volgens de NEN
- Deze norm drukt de kwaliteit van een kunstwerk uit in een conditiescore op een schaal van 1 (uitstekend) tot en met 6 (zeer slecht). Een derde mogelijkheid is het hanteren van een rapportcijfer. Een vergelijking tussen deze methoden is opgenomen in tabel
- Tabel 3: Kwaliteitsbenamingen openbare ruimte In alle gevallen is de bedrijfszekerheid voldoende en is er beperkte sprake van gevaar. In standhouden op kwaliteitsniveau C betekent op de lange termijn verval en daarmee kapitaalvernietiging. 6.3Beheerstrategie De vastgestelde beeldkwaliteit voor wegen is leidend voor de beeldkwaliteit voor de kunstwerken. Vaak maken de kunstwerken onderdeel uit van de weg en dan is het logisch om dan een gelijk kwaliteitsniveau te hanteren. Dit was niet overal het geval omdat bijvoorbeeld de wijk Loovelden in Huissen ooit een beeldkwaliteitsniveau van A kende. Bij de vaststelling van het vorige plan in 2021 is overal gekozen voor een minimale beeldkwaliteit op niveau B. 6.3.1Beeldkwaliteit In 2022 is het gehele kunstwerkenareaal geïnspecteerd conform de NEN
- Tijdens de inspectie hebben inspecteurs de aangetroffen schades geregistreerd en geclassificeerd. Op basis van de geconstateerde schades zijn de conditiescores per kunstwerk en voor de onderdelen van de kunstwerken bepaald. Het kwaliteitsniveau in 2022 kwam overeen met rapportcijfer 6,8 en kwaliteitsniveau B. Dit betekent dat de kwaliteit overeenkwam met het vastgestelde minimale kwaliteitsniveau. Indachtig deze resultaten is bij het voorstellen van bezuinigingsmaatregelen kritisch gekeken naar het kwaliteitsniveau van kunstwerken. Conclusie was dat het mogelijk is om een stapje terug te gaan in minimaal vereist kwaliteitsniveau naar C. Het bedrag dat daaraan gekoppeld is komt overeen met het bedrag dat in 2021 nodig was om het klein onderhoud van kwaliteit C naar B te brengen. De daling van het minimale kwaliteitsniveau betekent alleen een verlaging van het budget voor klein onderhoud. De storting in de voorziening voor groot onderhoud blijft ongewijzigd. In de volgende tabel is de relatie aangegeven tussen de gekozen kwaliteitsniveaus, de kwaliteit catalogus CROW en de NEN
- Kwaliteit A is luxer, duurder en Kwaliteit C genereert op termijn waardeverlies door verval. Kwaliteit B is economisch het meest verantwoord. Tabel 4: Relatie verschillende kwaliteitsniveaus In het ontwerpproces wordt bij de materiaalkeuze naast het aspect duurzaamheid ook gekeken naar materialen met lage onderhoudskosten. Hierdoor blijven de onderhoudskosten op de langere termijn lager en ook betaalbaar. 6.3.2Beheerproces Het beheerproces is erop gericht dat de kunstwerken voldoen aan de gestelde eisen. Dit geldt voor zowel de veiligheid, het functioneren als de langdurige instandhouding daarvan binnen de gestelde gemeentelijke (financiële) kaders. Op basis van dit plan onderscheiden we diverse jaarlijks terugkerende activiteiten. In bijlage 3 ‘Beheerproces en onderhoud’ beschrijven we in detail op welke manier het beheerproces verloopt. 6.4Ontwikkelingen In deze paragraaf worden enkele ontwikkelingen beschreven die in de (nabije) toekomst invloed zullen hebben op het kunstwerkbeheer. 6.4.1Klimaatadaptatie Klimaatverandering heeft op verschillende manieren invloed op het kunstwerkbeheer. Weersomstandigheden hebben altijd al effect op de veiligheid en bereikbaarheid van verkeersinfrastructuur. Door klimaatverandering nemen de gevolgen in hevigheid en frequentie toe. Een gevolg is het vaker voorkomen van hevige neerslag. Systemen voor hemelwaterafvoer moeten hierop worden aangepast. Wanneer deze systemen niet of niet voldoende functioneren zullen plassen op de weg ontstaan en kunnen bij taluds bij landhoofden eroderen. Aandachtspunten voor het kunstwerkbeheer zijn bijvoorbeeld het verlagen van trottoirbanden, het omvormen van verhard oppervlak naar groen en het vaker reinigen van hemelwaterafvoeren. 6.4.2Circulariteit Nederland wil in 2050 een circulaire economie zijn. Dit betekent zoveel en zo hoogwaardig mogelijk hergebruik van producten en materialen. Met het oog op een duurzame samenleving koopt de gemeente in op basis van het aanbestedingsbeleid Lingewaard. Hierdoor worden de milieuaspecten zoveel mogelijk meegenomen in het inkoopproces. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de duurzaamheidscriteria voor civiele constructies van Pianoo. Zo kan worden gekozen om de houten bruggen te vervangen door composiet bruggen. Ook is het mogelijk om onderdelen te hergebruiken, zoals houten dekdelen en houten liggers. In het ontwerpproces wordt bij de materiaalkeuze naast het aspect duurzaamheid ook gekeken naar materialen met lage onderhoudskosten. Hierdoor blijft het onderhoud op de langere termijn ook betaalbaar. 6.4.3Mobiliteit en toegankelijkheid Het weggebruik verandert. Denk aan een steeds groter aantal elektrische fietsen en auto’s en meer openbaar vervoer. Maar ook de wens om de openbare ruimte toegankelijker te maken voor ouderen. Deze ontwikkelingen vragen aanpassingen van de openbare ruimte. Voor het beheer betekent dit enerzijds het voorkomen of wegnemen van obstakels en het toegankelijk houden van de openbare ruimte. Voorbeeld hiervan is behouden van een goede aansluiting tussen kunstwerk en aanliggende weg. Zetting en boomwortelopdruk zijn oorzaken die zorgen voor een minder goede aansluiting. Daarnaast dienen de hellingen van de kunstwerken ten minste geschikt te zijn voor rolstoelgebruik. 6.4.4Ontwikkelingen in het wegverkeer De laatste jaren is de intensiteit en het gewicht van het vrachtverkeer toegenomen. Voor de belasting op de bruggen, eventueel in combinatie met een duiker, zijn geen aslasten-/gewichtsbeperkingen ingesteld. Op basis van keuzes, onverwachte deformaties, enzovoorts, is het mogelijk dat voor een object een (tijdelijke) gewichtsbeperking ingesteld moet worden. Een dergelijke beperking verloopt altijd in overleg tussen de verkeerskundige en de beheerder van de kunstwerken. Hoofdstuk7Wat doen we daarvoor? In dit hoofdstuk wordt beknopt ingegaan op: de programmering van het onderhoud, de bewaking van de instandhouding van de civiele kunstwerken, In bijlage 3 ‘Beheerproces en onderhoud’ vindt u de meer gedetailleerde toelichting over het beheerproces en het onderhoud van kunstwerken. 7.1Beheerprogramma’s Op grond van inspecties, een inschatting van de instandhoudingsrisico’s en de aan objecten te stellen eisen wordt de programmering, planning en prioriteit van het onderhoud opgesteld. De daaruit voortvloeiende onderhoudsmaatregelen zijn in het beheersysteem opgenomen. Per object wordt een pakket met onderhoudsmaatregelen opgesteld. Met dit pakket van onderhoudsmaatregelen worden werkzaamheden van gelijke aard uitgevoerd. 7.1.1Constructieve veiligheid De constructieve veiligheid is bepalend of de primaire functie van objecten kan worden vervuld. Uit landelijk onderzoek is al langer bekend dat veel oudere (betonnen) kunstwerken een hoog risico hebben op onvoldoende constructieve veiligheid. Dit door de bouwwijze van toen, zoals in het werk gestort beton, maar ook door de toegenomen verkeersintensiteit en hogere aslasten (grotere vrachtwagens). Om inzicht te hebben in dit risico worden de kritische kunstwerken in het areaal gecontroleerd. Het onderzoek naar de constructieve veiligheid is in drie stappen te verdelen:
- Bureau studie ➝ bestuderen van ontwerpdocumenten, bestekken en tekeningen etc.
- Inspectie ➝ bepalen van de onderhoudstoestand van de draagconstructie, eventueel aanvullend boorkernonderzoek;
- Analyse gegevens ➝ bepalen risico’s ten aanzien van de constructieve veiligheid. 7.1.2Inspecties en maatregeltoets Jaarlijks wordt door de gemeente het areaal geschouwd op veiligheid en functioneren. Daarnaast wordt beoordeeld of de objecten nog voldoen aan de gestelde eisen met betrekking tot beeldkwaliteit. Deze schouwrondes worden uitgevoerd door team Technisch Wijkbeheer. Verder worden toestandsinspecties uitgevoerd naar de staat van de houten, stalen en betonnen objecten. Dit geschiedt gefaseerd, de houten objecten om de 3-5 jaar en de stalen en betonnen objecten om de 5 jaar. De toestand inspecties worden door externe specialisten uitgevoerd. Deze inspectiekosten dekken we uit het budget voor klein onderhoud. De kosten voor onderhoud en vervangingen baseren we op de resultaten uit de inspecties. Op dit moment zijn de maatregelen theoretisch ingedeeld naar planjaar op basis van de bouwdeelscore (NEN2767 Conditiemeting) waar de maatregel betrekking op heeft. Een gedetailleerde planning of operationeel programma wordt gemaakt op basis van een maatregeltoets. Dit heeft echter zeer weinig invloed op de totale kosten zoals deze nu zijn opgenomen. Feit blijft dat de opgenomen maatregelen binnen de planperiode moet worden uitgevoerd. De maatregeltoets is bedoeld om binnen de planperiode te schuiven met maatregelen om werkzaamheden te kunnen bundelen en prioriteiten bij te stellen. Bij de maatregeltoets wordt voor de komende jaren tevens afstemming gezocht met de andere domeinen om integraal werk mogelijk te maken. 7.1.3Nader onderzoek Nader onderzoek voeren we uit bij kritische objecten waarbij de conditie onvoldoende is vast te stellen bij een reguliere inspectie. Vaak is dit specialistisch onderzoek naar beton schade, corrosie en het opnieuw bepalen van de draagkracht/ sterkte van het object. Hoofdstuk8Wat betekent dit financieel? Onderstaand zijn de onderhoudskosten van de civiele kunstwerken opgenomen. Deze kosten zijn exclusief onvoorziene zaken (vandalisme e.d.) en op basis van prijspeil oktober
- 8.1Inleiding Voor de kunstwerken wordt een meerjarige onderhoudsbegroting (MJOB) en een meerjarige planning opgesteld. Deze heeft als doel om voor een langere termijn inzicht te geven in de vereiste financiële middelen en activiteiten, zodat een doelmatige financiële planning kan worden opgezet. De MJOB is onderbouwd door het inplannen van onderhoudswerkzaamheden, inclusief de kosten hiervan. Dit geschiedt grotendeels op basis van theoretische onderhoudscyclus. Hierbij moet worden opgemerkt dat deze planning geen operationele of taakstellende programmering is, maar richtinggevend. Deze planning dient ter onderbouwing van de financiële raming. De werkelijke condities van het object en het geldende beleid zijn leidend voor het operationeel plan. De gemiddelde leeftijd van de kunstwerken is 28 jaar. De totale vervangingswaarde van deze kunstwerken is ongeveer € 40 miljoen. Bij het schrijven van dit plan is gerekend met de eerste vier jaar. Wel zijn de te verwachte kosten na 2029 in beeld gebleven, maar deze maken nog geen onderdeel uit van de financiële paragraaf. De bedragen kunnen om diverse redenen afwijken, zoals de degradatiesnelheid van bouwdelen, de toename van de verkeersbelasting en de toestandsinspectie die we in 2027 weer uitvoeren. De huidige beschikbare middelen in de programmabegroting 2026 zijn toereikend om het onderhoud en de vervangingen uit te voeren. Dit ondanks het feit dat de gemiddelde leeftijd van de kunstwerken en daarmee de onderhoudskosten stijgen. Verlaging van het gemiddelde beeldkwaliteitsniveau naar C leidt op de langere termijn (>tien jaar) tot verval en daarmee kapitaalvernietiging. De kunstwerken moeten hierdoor eerder worden vervangen. Bij kwaliteitsniveau C gaan we uit van vervanging op basis van de technische levensduur. Hierbij schuift het vervangingstijdstip naar voren (tussen de economisch en technische levensduur). In de meest nadelige situatie is vervanging op basis van de economische levensduur noodzakelijk. We egaliseren de onderhoudskosten omdat de praktijk altijd een kleine afwijking kan hebben met de theorie. De maatregelen worden uitgevoerd, maar kunnen op basis van de maatregeltoets, de afgesproken beeldkwaliteit en conditie, een kleine afwijking hebben in het jaar van uitvoering. Dat geeft enige financiële flexibiliteit en gaat niet ten koste van de conditie van het object. Binnen onderhoud en vervanging zijn drie financiële stromen te onderscheiden: Egalisatievoorziening voor groot onderhoud; Bestemmingsreserve voor vervangingen; Exploitatiebudget voor klein onderhoud. Deze afzonderlijke stromen en de eventuele verandering die hierin nodig is, worden hieronder toegelicht. 8.2Egalisatie voorziening voor groot onderhoud Er is een voorziening voor het groot onderhoud van de civiele kunstwerken. Op grond van de meerjarige planning van het onderhoud en de reguliere inspecties worden jaarlijks benodigde middelen aan de voorziening onttrokken. Het voordeel van een voorziening is dat dit financiële stabiliteit geeft en een optimale inzet van middelen mogelijk maakt over een langere periode. Bij de voorziening wordt jaarlijks een vaste som gedoteerd en worden de gemaakte kosten onttrokken. Jaarlijks rapporteren we in het jaarverslag over het saldo in de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen. Op basis van inspecties en de maatregeltoets heeft de praktijk altijd een kleine afwijking met de theoretische planning. De maatregelen worden uitgevoerd, maar kunnen op basis van deze toets de afgesproken beeldkwaliteit en conditie een kleine afwijking hebben in het jaar van uitvoering. Het egaliseren van de onderhoudskosten is hierdoor de meest voor de hand liggende inrichting van de financiën voor onderhoud. De dekking van pieken voor groot onderhoud kunnen in de voorziening groot onderhoud worden opgevangen gelet op het saldo en de ontwikkeling hiervan. Op dit moment kunnen we een raming maken van de kosten voor de komende jaren, na de inspectie van 2027 zal deze worden bijgesteld. Onvoorziene kosten veroorzaakt door vandalisme zijn niet in dit plan meegenomen. Kostenplaats 9220020 – 60205: 2025 2026 2027 2028 2029 Saldo voorziening CT kunstwerken (op 1 januari): € 334.730 € 308.940 € 308.940 € 285.550 € 263.160 60205: Storting groot onderhoud: € 122.610 € 122.610 € 122.610 € 122.610 € 122.610 Lasten planmatig groot onderhoud: € -148.400 € -122.610 € -146.000 € -145.000 € -90.000 Tabel 6 Verloop van de egalisatievoorziening groot onderhoud 8.3Bestemmingsreserve voor vervangingen Conform de nota activabeleid worden de investeringen geactiveerd op basis van de economische levensduur. De kunstwerken gaan doorgaans langer mee dan de economische levensduur. Na uitvoering van de inspecties en de maatregeltoetsen wordt bepaald of vervanging noodzakelijk is. Indien dit niet het geval is kunnen we de investering uitstellen. Dit is gunstig voor de begroting. Bij vervanging kiezen we voor duurzame materialen. Op termijn zijn er dan lagere onderhoudskosten en een langere levensduur van het object zelf. Het nieuwe moment van investeren schuift hierdoor ook op. De storting in de bestemmingsreserve civiele kunstwerken wordt gebruikt als dekking van de kosten voor vervanging van de kunstwerken. Investeringen boven de € 25.000 worden geactiveerd. Voor de vervanging van de kunstwerken houden we rekening met een rente van 1%. Kostenplaats 60205 2025 2026 2027 2028 2029 Saldo bestemmingsreserve CT kunstwerken(op 1 januari): € 145.059 € 162.559 € 178.467 € 194.360 € 210.237 Storting reserve → Kapitaallasten € 17.500 € 17.500 € 17.500 € 17.500 € 17.500 Lasten vervangingen (< €25.000) € 130.000 Kapitaallasten vervangingen* € 0 € - 1.592 € - 1.607 € - 1.623 € - 1.640 Tabel 7 Verloop van de bestemmingsreserve civiele kunstwerken *Dit betreft alleen de afschrijvingslast. Rentelasten worden hier niet in meegenomen. De afschrijving start op 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin het actief gereed komt of verworven wordt. 8.4Exploitatie klein onderhoud civiele kunstwerken Het budget voor klein onderhoud aan de civiele kunstenwerken is verlaagd met € 45.
- Voor het klein onderhoud aan de kunstwerken is nu jaarlijks € 70.586 beschikbaar om het minimale kwaliteitsniveau C te behouden. Dit kan betekenen dat we middelen in een bepaald jaar tekort komen terwijl het volgende jaar wel voldoende beschikbaar is. We zullen dan schuiven met het klein onderhoud binnen de jaarschijven. Kostenplaats 60205 2025 2026 2027 2028 2029 Budget klein onderhoud plus inspecties, maatregeltoetsen € 110.186 € 70.586 € 70.586 € 70.586 € 70.586 Tabel 8 Budget klein onderhoud Begrippenlijst De volgende begrippen en definities zijn relevant binnen het kader van dit Beleidsplan. Beheergrens De grens waarbij het beheer van de ene naar de andere beheerder overgaat Bouwdeelscore Dat is de mate van degradatie ten opzichte van nieuwbouw kwaliteit. Een bouwdeelscore 1 van een bouwdeel voor nieuwbouw kwaliteit is 1 en conditiescore 6 is technisch rijp voor sloop. Dit overeenkomstig de norm NEN 2767 voor conditiemetingen. Conditieopname NEN 2767 Een norm om op een objectieve methode de conditie van bouwwerken en installaties vast te stellen, met als doel de prioriteit van het onderhoud inzichtelijk en meetbaar te maken. CROW beeldkwaliteit systematiek Een door de CROW ontwikkelde en gepubliceerde landelijke standaard/ waarderingsmethode (Kwaliteitscatalogus openbare ruimte) om de beeldkwaliteit voor onderhoudsniveaus van de openbare ruimte vast te stellen in 5 klassen van A+ tot D. Functionele inspectie Een visuele inspectie die gericht is op het vaststellen of het object nog (veilig) functioneert in relatie tot de daaraan gestelde eisen. Gebiedskwaliteit De door de gemeente gedefinieerde classificatie om de minimale beeldkwaliteit eisen per gebied vast te stellen. Deze kent 3 niveaus, te weten Top, Normaal en Sober. Gemiddelde beeldkwaliteit Civiele kunstwerken kunnen uit verschillende onderdelen bestaan. Bij bijvoorbeeld de bruggen kennen we de onderdelen; het landhoofd, de pijlers, de dwarsliggers, de leuning, het dek. Ieder onderdeel kan in de loop van de jaren een andere beeldkwaliteit hebben. De totale beeldkwaliteit is het gemiddelde van alle onderdelen tezamen. Jaarplan Een plan waarin alle uit te voeren onderhoudsmaatregelen voor een bepaald jaar zijn opgenomen en gebudgetteerd. Klein onderhoud Dit betreft het repareren van schades van geringe omvang. De intensiteit van het klein onderhoud bepaalt voor een groot deel de beeldkwaliteit van de openbare ruimte. Het werk bestaat hoofdzakelijk uit het reinigen, het bijwerken van de conservering en onkruidbestrijding op en rondom het kunstwerk. Het heeft een directe relatie heeft met de technische kwaliteit. Bijvoorbeeld door vervuiling vermindert de levensduur van houten bruggen. Groot onderhoud Dit onderhoud is gericht op het behalen van de technische levensduur van het kunstwerk rekening houdend met de vereiste minimale beeldkwaliteit. Voorbeelden zijn het vervangen van leuningen of het herstellen van betonschades. Vervanging Is gericht op het verhogen van het langdurig en veilig borgen van de functie van het object of het aanpassen van de functie van een object. Bij het einde van de technische levensduur van het kunstwerk is totale vervanging noodzakelijk. Het gehele object wordt vervangen. Het resultaat na vervanging is de gemiddelde beeldkwaliteit A+ / als nieuw. Minimale kwaliteit – interventieniveau Dat is de minimaal vereiste kwaliteit aan eigenschappen die een object moet hebben. Bij onderschrijding wordt overgegaan tot onderhoudsmaatregelen, de interventie. MJOB Meerjarige onderhoudsbegroting. Dit is een plan waarin de verwachte kosten voor de uit te voeren onderhoudsmaatregelen (en vervangingen) zijn opgenomen en uitgezet in een bepaalde tijd, meestal 5, 10 of 15 jaar. MVI: Maatschappelijk verantwoord inkopen / Duurzaam inkopen Pianoo Expertisecentrum voor inkopen Schouwen Een visuele inspectie die in deze situatie gericht is op de veiligheid en het vaststellen in welke mate het object nog voldoet aan de gebied kwaliteitseisen. Toestandsinspectie De toestandsinspectie is een opname die gericht is op het vaststellen van de toestand, de conditie van het object. Deze inspectie bestaat uit gedetailleerde visuele opnames maar daar waar mogelijk ook uit metingen en bepalingen. Utilitaire route Hoofdverbinding tussen wijken of kernen Vervangingswaarde De boekhoudkundige waarde waarvoor een civieltechnisch kunstwerk vervangen kan worden. Voorziening Een grootboekrekening waarop (periodiek) bedragen worden gestort met als oogmerk het saldo op enig moment in de toekomst aan te wenden voor het doel waar de voorziening oorspronkelijk voor is gevormd. Zorgplicht Zie hoofdstuk 3.
- Burgerlijk Wetboek 6 Artikel 174:
- De bezitter van een opstal die niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, en daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert, is, wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt, aansprakelijk, tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken indien hij dit gevaar op het tijdstip van het ontstaan ervan zou hebben gekend.
- Onder opstal in dit artikel worden verstaan gebouwen en werken, die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken.
- Voor de toepassing van dit artikel wordt onder openbare weg mede begrepen het weglichaam, evenals de weguitrusting. Bijlage1Wat zijn onze kaders? In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de voorwaarden en uitgangspunten om te komen tot het plan voor civiele kunstwerken. De wet- en regelgeving en het gemeentelijke beleid vormen het kader voor een goede en herleidbare onderhoudsaanpak. Daarnaast hebben ook het Waterschap Rivierenland, de provincie Gelderland en ProRail invloed op de onderhoudsstrategie van de civiele kunstwerken. In de begrippenlijst is het overzicht van de gebruikte begrippen en de definities in het plan opgenomen. De volgende wet- en regelgeving is van belang bij het beheer- en onderhoud van kunstwerken: De Gemeentewet; Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeentes; Het Burgerlijk Wetboek; De Wegenwet en Waterwet; De Omgevingswet en Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl); De Wet milieubeheer. 1.1Gemeentewet en Besluit Begroting en Verantwoording Gemeentewet Met betrekking tot het onderhoud levert de Gemeentewet vereisten rond: De samenwerking met andere overheden; Het toezicht door de rijksoverheid en de provincie; De begroting, financiële administratie en rapportages aan de Gemeenteraad en jaarrekening. Besluit Begroting en Verantwoording In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is vastgelegd dat de begroting van de gemeente een paragraaf 'onderhoud kapitaalgoederen' moet bevatten. In deze paragraaf moeten het beleidskader, de financiële consequenties van dit beleidskader en de vertaling in de begroting zijn opgenomen. Als de gemeente gebruik maakt van een voorziening voor groot onderhoud, moet deze zijn onderbouwd met een actueel beheerplan. Dit betekent voor het beheer van kunstwerken: De gemeente moet inzicht hebben in de benodigde financiële middelen voor het onderhouden van de kunstwerken. Hiervoor moet een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) worden opgesteld. De gemeente moet het inzicht in de benodigde financiële middelen vertalen naar de begroting. Hiervoor moet het MJOP worden vertaald naar de paragraaf ‘onderhoud kapitaalgoederen’, bijvoorbeeld in een beheerplan kunstwerken. Als de gemeente een voorziening groot onderhoud heeft, moet deze voorziening zijn onderbouwd met een actueel beheerplan. Burgerlijk Wetboek In het Burgerlijk Wetboek zijn algemeen geldende eisen ten aanzien van de veiligheid en aansprakelijkheid opgenomen. Voor het beheer van kunstwerken zijn vooral artikelen 6:162 en 6:174 relevant: Artikel 6:162 geeft aan dat men aansprakelijk is als een wettelijke plicht niet wordt nagekomen. Artikel 6:174 geeft aan dat de eigenaar van een weg of kunstwerk aansprakelijk is als deze weg of het kunstwerk niet voldoet aan de eisen die men daaraan redelijkerwijs mag stellen, tenzij dit gevaar bekend wordt gemaakt aan de gebruiker. Dit betekent voor het beheer van kunstwerken: De gemeente moet inzicht hebben in de technische staat van de kunstwerken en in de risico’s voor het gebruik. Hiervoor moeten inspecties en nader onderzoek worden uitgevoerd. De gemeente moet zorgen dat risico’s bekend zijn bij de gebruikers van de kunstwerken. Hiervoor moet de gemeente communiceren met gebruikers, bijvoorbeeld door het plaatsen van waarschuwingsborden bij gladheid. De gemeente is aansprakelijk als deze en verplichtingen uit andere wetgeving niet wordt nagekomen. Wegenwet en Waterwet Vanuit de Wegenwet (artikelen 15 en 16) is de gemeente verplicht de wegen in haar beheer te onderhouden en te zorgen dat deze wegen in goede staat verkeren. Deze verplichting geldt ook voor de kunstwerken in die wegen. De Waterwet (artikel 5.3) verplicht de gemeente voor de beheerde waterstaatswerken maatregelen te nemen om deze veilig en doelmatig te kunnen gebruiken. Dit betekent voor het beheer van kunstwerken: De gemeente moet een onderhoudsprogramma hebben en zorgen dat dit onderhoud wordt uitgevoerd. Hiervoor moet een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) worden opgesteld. De gemeente moet zorgen dat het onderhoud zodanig is dat de kunstwerken in goede staat blijven. Hiervoor moet de gemeente het onderhoud specificeren in een onderhoudscontract en dit uit laten voeren. Omgevingswet en Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) De Omgevingswet bevat de regels voor de fysieke leefomgeving. Ingeval van sloop en nieuwbouw van een kunstwerk kan een omgevingsvergunning vereist zijn. In het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn voorschriften opgenomen met betrekking tot de constructieve veiligheid en gebruiksveiligheid. Kunstwerken vallen daarbij in de categorie ‘overige bouwwerken (niet zijnde gebouwen)’. Het Besluit bouwwerken leefomgeving geeft aan dat de constructieve veiligheid onder alle genormeerde omstandigheden gewaarborgd dient te zijn. Niet alleen het ontwerp moet aan de eisen voldoen, maar ook in de actuele toestand moet het kunstwerk hieraan voldoen. Ook als het ontwerp voldoet, kan de actuele toestand zo zijn dat het kunstwerk niet aan de veiligheidseisen voldoet. Verder geeft het Bouwbesluit aan dat een kunstwerk veilig en doelmatig gebruikt moet kunnen worden. Eisen aan de gebruiksveiligheid hebben bijvoorbeeld betrekking op de hoogte van leuningen, de stroefheid van brugdekken en verlichting. Dit betekent voor het beheer van kunstwerken: De gemeente moet risico’s met betrekking tot de constructieve veiligheid kennen en maatregelen nemen om deze risico’s te beheersen. Hiervoor moeten inspecties en nader onderzoek worden uitgevoerd. De gemeente moet risico’s met betrekking tot de gebruiksveiligheid kennen en maatregelen nemen om deze risico’s te beheersen. Hiervoor moeten inspecties en nader onderzoek worden uitgevoerd. Wet Milieubeheer De Wet Milieubeheer is de basis voor het afgeven van milieuvergunningen. Dit is relevant voor het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden, bijvoorbeeld bij het vrijkomen en afvoeren van afvalstoffen. 1.2Veiligheid en zorgplicht Alle eigendommen van de gemeente moeten veilig zijn voor de gebruikers daarvan. De gemeente kan aansprakelijk worden gesteld voor schade die iemand lijdt als gevolg van gebreken aan het areaal of het object. De eigenaar/ beheerder heeft de plicht zorg te dragen voor een aantoonbaar veilige situatie rond zijn areaal. Dit betekent voor het beheer van een areaal, zoals kunstwerken, dat rekening moet worden gehouden met de volgende aspecten: een preventief onderhoudsbeleid; een systematische en eenduidige klachtenregistratie; periodieke inspecties volgens een (landelijk geaccepteerde) uniforme methode; een goed werkend beheersysteem. 1.3Overige wet- en regelgeving Bestaande situatie en nieuwbouw In de bestaande situatie is doorgaans geen expliciete wetgeving voor het beheer en onderhoud aan kunstwerken van toepassing. Naast de algemeen geldende vereisten voor het beheren van objecten en het uitvoeren van werken daaraan (Arbo, lozingen e.d.). Anders is dit bij nieuw te bouwen kunstwerken; daarop is onder meer het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing. Daar waar bewegingswerken worden aangebracht, zullen deze moeten voldoen aan NEN 3410 en beschikken over een CE-markering. De gemeente Lingewaard heeft geen beweegbare bruggen. Leuningen Specifiek voor kunstwerken is de situatie rond leuningen. Hierover is vaak onduidelijkheid. In het nieuwe Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) worden eisen aan de positionering van het relingwerk gesteld met betrekking tot de overklauterbaarheid en het onder doorglijden. Dit is niet van toepassing op kunstwerken omdat dit ‘niet gebouw zijnde’ objecten zijn. Relevant in dit kader is wel de hoogte van leuningen en de afstand tussen de staanders en tussenregels. De afmetingen van de leuningen moeten volgens het Bbl voldoen aan de eisen voor vloer afscheiding, waarbij de kunstwerken worden ingedeeld in de volgende gebruiksfuncties: Overige gebruiksfuncties. Dit betreft ten minste leuningen langs fiets- en voetpaden die voor het publiek toegankelijk zijn; Bouwwerken ‘Geen gebouw zijnde’. Dit betreft leuningen langs paden, trappartijen en dergelijke. Bij alle leuningen dient de hoogte volgens het Bouwbesluit ten minste 1,10 meter te zijn bij een hoogteverschil van ≤ 13 meter, en 1,20 meter bij een hoogteverschil van > 13 meter. In geval van de paden en trappartijen vormen de gestelde Arbo-eisen (Koninkrijk der Nederlanden, 1-1-2020) het uitgangspunt. Hierin wordt vereist dat bij het werken boven de 2,5 meter een leuning van minimaal 1 meter hoogte aanwezig moet zijn. Voor reeds gebouwde objecten gelden de regels van het Bouwbesluit en Arbowet niet. NEN8700 en CUR124 De NEN8700 is de Nederlandse invulling van de Eurocode en wordt gebruikt om de constructieve veiligheid van een kunstwerk te beoordelen. De CUR124 kan, in aanvulling op de NEN8700, worden gebruikt voor het beoordelen van de constructieve veiligheid van bestaande bruggen en viaducten van decentrale overheden. Deze richtlijn maakt het mogelijk om rekening te houden met de vaak minder zware belasting op deze kunstwerken, binnen de kaders van NEN8700 en het Bbl. Met de NEN8700, aangevuld met de CUR124, kan de beheerder invulling geven aan de verplichtingen om inzicht te hebben in risico’s met betrekking tot de constructieve veiligheid die voortkomen uit het Burgerlijk wetboek en het Bbl. CUR117 en NEN2767 De CUR117 beschrijft verschillende vormen van inspectie en advies van kunstwerken. Deze richtlijn maakt het mogelijk om eenduidige afspraken te maken tussen opdrachtgever en opdrachtnemer over de vorm en inhoud van inspectie en onderzoek van kunstwerken. De NEN2767 kan worden gebruikt om door middel van een conditiemeting de technische staat van een kunstwerk op uniforme wijze te bepalen. Een conditiemeting is een invulling van een specifieke soort inspectie (toestandsinspectie) uit de CUR
- Met de CUR117, eventueel aangevuld met de NEN2767, kan de beheerder invulling geven aan de verplichtingen om inzicht te hebben in de technische staat en de risico’s van de kunstwerken. NEN-ISO-55000 en iAMPro systematiek De NEN-ISO-55000 is een internationale norm die een overzicht geeft van de assetmanagement methodiek. Deze methodiek kan worden gebruikt om het beheer van assets, zoals kunstwerken, te professionaliseren. De iAMPro systematiek is een praktische vertaling, specifiek gericht op het beheer van infrastructuur. Met de NEN-ISO-55000 en de iAMPro systematiek kan de beheerder het beheer van de kunstwerken op een gestructureerde en professionele manier inrichten. Hierbij kan worden gekozen om deze methoden volledig te implementeren, maar ook voor het ondernemen van onderdelen hiervan. 1.4Gemeentelijk beleid We voeren het beheer van de kunstwerken uit conform het gemeentelijk beleid. Voor het beheer van kunstwerken is het meest relevante gemeentelijk beleid: Beheervisie; Omgevingsvisie Lingewaard; Mobiliteitsvisie Gemeente Lingewaard; Samenwerking Groene Metropool Regio Arnhem-Nijmegen; Beleidsplan wegverhardingen; Duurzaamheid Beheervisie Met het vaststellen van het beheerplan civieltechnische kunstwerken 2021 is gekozen voor: Onderhoud van de kunstwerken op niveau beeldkwaliteit B. Beeldkwaliteit B komt neer op: het kunstwerk is veilig, functioneert goed, is heel en voldoende schoon, heeft een voldoende uitstraling en veroudering is zichtbaar. De vastgestelde beeldkwaliteit voor wegen is leidend voor de beeldkwaliteit voor de kunstwerken. Vaak maken de kunstwerken onderdeel uit van de weg en dan is het logisch om dan een gelijk kwaliteitsniveau te hanteren. Hanteren van de volgende volgorde van uitgangspunten voor het beheer: het voldoen aan wettelijke kaders; het borgen van de veiligheid en daarmee de aansprakelijkheid; het voldoen aan het gemeentelijke beleid; het borgen van het functioneren Omgevingsvisie Lingewaard De visie schetst een algemeen beeld van de gewenste fysieke leefomgeving voor het jaar
- We omschrijven de waarden van de gemeente Lingewaard en de ambities voor de lange termijn, richting
- Een aantal van deze ambities hebben ook invloed op het wegenbeheer: Een duurzame, groene en klimaat adaptieve inrichting van de openbare ruimte in de kernen: dit stelt eisen aan het ontwerp en het materiaalgebruik van kunstwerken; Kernen en bedrijven (blijven) goed bereikbaar per (elektrische) auto: aanpassing of aanleg van wegen kan leiden tot aanpassing of uitbreiding van het areaal kunstwerken; Meer focus op langzaam verkeer (fiets, wandelen etc.): uitbreiden van het netwerk voor langzaam verkeer kan leiden tot uitbreiding van het areaal fiets- en voetbruggen; Een completer en aaneengesloten fietsnetwerk (incl. snelfietsroutes): uitbreiden van het fietsnetwerk kan leiden tot uitbreiding van het areaal fiets- en voetbruggen. Mobiliteitsvisie Gemeente Lingewaard Mede vanwege de toenemende drukte op het hoofd- en onderliggend wegennet in Lingewaard en de regio is een mobiliteitsvisie opgesteld. Dit document geeft richting voor de inzet voor mobiliteit voor de lange termijn. In de mobiliteitsvisie zijn zes strategische mobiliteitsopgaven geïdentificeerd: Verkeerveiligheid heeft prioriteit, o.a. door een lagere maximum snelheid en herinrichting. Voor kunstwerken betekent dit dat nieuwe bruggen mogelijk smaller kunnen ontworpen, doordat wegen bij een lagere maximumsnelheid smaller kunnen zijn; Leefbaarheid voor inwoners centraal, o.a. door meer ruimte voor de fiets, voetganger en groen. Als deze opgave leidt tot aanpassingen aan het netwerk voor fiets- en voetgangers kan dit leiden tot uitbreiding van het areaal fiets- en voetbruggen; Toekomstbestendige hoofdstructuur, o.a. door een betere aansluiting A325/N325 en nieuwe hoofdroutes. Aanpassingen van aan de infrastructuur kunnen leiden tot verandering van het gebruik en hierdoor tot zowel een langere (bij afname verkeer) als een kortere levensduur (bij toename verkeer) van kunstwerken; Inzet op de fiets, o.a. verbeteren van het bestaande fietsnetwerk en hoogwaardige fietsroutes naar Arnhem, Elst, Nijmegen en de Liemers. Mogelijk uitbreiding van het areaal voor fietsers, bijvoorbeeld nieuwe fietsbruggen; Snel aantrekkelijk OV, o.a. door een HOV-lijn en direct OV Huissen – Arnhem Zuid. Indien voor de HOV-lijn nieuwe infrastructuur wordt aangelegd, zorgt dit voor uitbreiding van het kunstwerken areaal; Inspelen op innovaties, slimme mobiliteit en logistiek, o.a. door mobiliteitsoplossingen te koppelen aan energietransitie, slim en duurzaam reizen en circulair aanbesteden nieuwe infrastructuur. Niet direct van toepassing op het kunstwerkbeheer. Groene Metropool Regio Arnhem-Nijmegen De gemeente Lingewaard is onderdeel van de metropoolregio Arnhem-Nijmegen. Binnen deze regio zijn er ambities en een bijbehorende meerjarige agenda vastgesteld. Deze regionale ambities sluiten aan bij de Omgevingsvisie en de Mobiliteitsvisie van Lingewaard. Ambities die een sterk raakvlak hebben met het wegbeheer in Lingewaard zijn: Een verbonden regio: Inzet op een robuust, veilig wegennetwerk en een aantrekkelijk fietsnetwerk; Een circulaire regio: Inzet op Circulaire Grond-, Weg- en Waterbouw. Bij de uitvoering van projecten in Lingewaard wordt nadrukkelijk gekeken hoe we hieraan kunnen bijdragen. Waar mogelijk wordt aansluiting gezocht bij de regionale speerpunten en beschikbare subsidies. Wegen Bijna alle in dit plan opgenomen kunstwerken vormen een onderdeel van de wegen. Ze maken de kruising met andere wegen of met water mogelijk. De functie en aanpak rond deze kunstwerken moeten dan ook in zijn geheel aansluiten op dat van de betreffende wegen. Het gemeentelijke beleid rond het beheer van wegen is vastgelegd in het beleidsplan Wegverhardingen
- De doelstelling vanuit het beheer en onderhoud van de openbare ruimte is dat maatregelen en de beleidsmatige aanpak vanuit het wegbeheer leidend zijn voor het plan civiele kunstwerken. Duurzaamheid Duurzaamheid is een tweeledig thema. Enerzijds heeft het een sterk milieu aspect, anderzijds een economisch aspect. Met het gebruik van duurzame materialen kunnen beide aspecten verenigd worden. Dit is te verenigen door enerzijds de meest milieuvriendelijke materialen te gebruiken en anderzijds de meest duurzame materialen. Door slimme materiaalkeuzen zijn beide aspecten te verenigen en resulteert dit in de meest milieuvriendelijke oplossing die economisch gezien ook de voordeligste optie is. Het uitgangspunt voor het inkoopbeleid van de gemeente Lingewaard blijft duurzaamheid. Dit geldt uiteraard ook op het gebied van wegonderhoud en kunstwerken. Daarnaast heeft gemeente Lingewaard zelf de beleidsnotitie Aanbestedingen Lingewaard vastgesteld. Op basis van dit beleid wordt gestreefd naar duurzame inkoop van producten en diensten. Met het oog op een duurzame samenleving kopen we in op basis van het Beleid aanbestedingen Lingewaard. Dit door de milieuaspecten zoveel mogelijk in het inkoopproces mee te nemen. We maken daarbij gebruik van de duurzaamheidscriteria voor civiele constructies van Pianoo. Tijdens de inkooptrajecten wordt hier op toegezien door de inkoper van de gemeente Lingewaard. Zo heeft de gemeente het voornemen om de houten bruggen op termijn te vervangen door composiet bruggen (31% van alle bruggen is nu nog van hout). Het gaat om bruggen die hun technische levensduur bereikt hebben en waarvan delen van de bruggen vervangen moeten worden. Duurzaamheid kunstwerken De onderhoudsaanpak van de kunstwerken zal met het oog op de duurzaamheid zijn gericht op het zo optimaal mogelijk beheren van de objecten. Dit houdt in dat de levensduur zo veel mogelijk verlengd wordt d.m.v. een strategisch gekozen en gemonitorde onderhoudscyclus. Op deze wijze worden zoveel mogelijk grondstoffen en energie bespaard en wordt uitputting voorkomen. Dit houdt ook in dat er bij het ontwerp gekozen wordt voor materialen en bouwtechnieken die een lange levensduur mogelijk maken. Zo kan bijvoorbeeld hout vervangen worden door composiet. Uitgangspunt hierbij is ‘weinig maar goed onderhoud’ in plaats van ‘matig maar vaak onderhoud’. Verder wordt er bij het ontwerp en onderhoud gekozen voor stoffen die niet toxisch zijn in verband met milieuverontreiniging of gezondheidsrisico’s. Dit geldt voor bouwmaterialen maar ook voor materiaal die gebruikt wordt voor het schoonmaken, het conservering e.d. Duurzaamheid - hout Vooral kunstwerken in recreatiegebieden en parken zijn van hout, denk hierbij aan bruggetjes, beschoeiing, steigers e.d. Bij herstel- en/of vervangingswerkzaamheden worden houten delen vervangen door duurzamere materialen. Voor de overige toepassing van hout heeft de gemeente gekozen voor FSC-goedgekeurd hout. 1.5Samenwerking met derden De gemeente Lingewaard heeft diverse kunstwerken op haar gemeentelijk grondgebied die van derden zijn. Met een deel daarvan heeft zij raakvlakken of samenwerkingsverbanden, zoals: Waterschap Rivierenland: bruggen over de Linge. Het onderhoud daaraan wordt gezamenlijk afgestemd; ProRail: bruggen over spoorlijnen. De gemeente heeft onderhoudsplicht voor het wegdek en de leuningen; Provincie Gelderland; bruggen over provinciale wegen. De gemeente heeft een onderhoudsplicht voor het wegdek en de leuningen. Rijkswaterstaat: bruggen over rijkswegen. De gemeente heeft een onderhoudsplicht voor het wegdek en de leuningen. Park Lingezegen: gemeente is eigenaar maar de parkorganisatie zorgt voor beheer en onderhoud. De gemeente zorgt voor vervanging van de kunstwerken bij einde levensduur. In separate overeenkomsten staat de omvang van het onderhoud voor partijen en de verdeling van de kosten. De gemeente heeft geen bruggen of dergelijke in gedeeld eigendom met andere gemeentes. Bijlage2Overzicht kunstwerken NEN2767 Object Kunstwerknummer Kunstwerktype Hoofdmateriaal Woonplaats Openbare ruimte 513 KW508 Keermuur Beton Angeren Achterzijde Zuster van Wijngaardenstraat 20 514 KW506 Keermuur Beton Angeren Viswei 36 4 KW004 Fiets-voetbrug Staal Angeren Baalsepad 10 KW012 Verkeersbrug Beton Angeren Broeksestraat/Gouds-bloempad 34 KW037 Tunnel Beton Angeren Kampsestraat 35 KW038 Fiets-voetbrug Staal Angeren Kampsestraat/bij Goudsbloempad 39 KW042 Keermuur Metselwerk Angeren Nije Hof-Viswei 41 KW044 Keermuur Metselwerk Angeren Viswei 30 42 KW045 Keermuur Metselwerk Angeren Duimeling-Paddepoel 353 KW225 Keermuur Metselwerk Angeren Duimeling-Jan Joostenstraat 1 360 KW230 Keermuur Metselwerk Angeren Duimeling-Lookhof 48 356 KW235 Keermuur Metselwerk Angeren Duimeling 17 351 KW246 Keermuur Metselwerk Angeren Duimeling-Jan Joostenstraat 1 354 KW250 Keermuur Metselwerk Angeren Duimeling 21 355 KW251 Keermuur Metselwerk Angeren Duimeling 19 358 KW253 Keermuur Metselwerk Angeren Duimeling 15 359 KW257 Keermuur Metselwerk Angeren Duimeling 13 362 KW275 Keermuur Metselwerk Angeren Duimeling 11 363 KW346 Keermuur Metselwerk Angeren Duimeling 11 316 KW349 Trap Steen Angeren Viswei-Nije Wei 364 KW354 Keermuur Metselwerk Angeren Duimeling 9-11 365 KW356 Keermuur Metselwerk Angeren Duimeling 9-11 366 KW358 Keermuur Metselwerk Angeren Duimeling 9 367 KW365 Keermuur Metselwerk Angeren Duimeling 9 368 KW377 Keermuur Metselwerk Angeren Duimeling-Lookhof 14 369 KW378 Keermuur Metselwerk Angeren Duimeling-Lookhof 14 370 KW379 Keermuur Metselwerk Angeren Duimeling 7 371 KW385 Keermuur Metselwerk Angeren Duimeling 7 372 KW388 Keermuur Metselwerk Angeren Duimeling 3 373 KW390 Keermuur Metselwerk Angeren Duimeling 5 374 KW397 Keermuur Metselwerk Angeren Duimeling 1 375 KW402 Keermuur Metselwerk Angeren Duimeling 1 349 KW437 Stuw Hout Angeren Nije Wei 74 445 KW464 Keermuur Beton Angeren Viswei 3-35 tegenover 44 KW047 Fiets-voetbrug Beton Bemmel Diana 92 nabij 45 KW048 Fiets-voetbrug Hout Bemmel Diana 44 nabij 46 KW049 Verkeersbrug Beton Bemmel Diana 52 47 KW050 Verkeersbrug Beton Bemmel Diana 72 NEN2767 Object Kunstwerknummer Kunstwerktype Hoofdmateriaal Woonplaats Openbare ruimte 48 KW051 Fiets-voetbrug Beton Bemmel Diana-Saturnushof 49 KW052 Keermuur Beton Bemmel Diana 42-44 50 KW053 Verkeersbrug Beton Bemmel Diana 1 51 KW054 Verkeersbrug Beton Bemmel Saturnushof 1 52 KW055 Fiets-voetbrug Beton Bemmel Faunuslaan 57 53 KW056 Verkeersbrug Beton Bemmel Junoplein-Faunuslaan 55 KW058 Verkeersbrug Beton Bemmel t Rietland 21-30 56 KW059 Fiets-voetbrug Staal Bemmel t Rietland 51 57 KW060 Steiger Hout Bemmel t Rietland 52 58 KW061 Keermuur Beton Bemmel Perenhof 59 KW062 Steiger Hout Bemmel Plakselaan 11 194 KW068 Fiets-voetbrug Hout Bemmel de Enk 2 63 KW073 Fiets-voetbrug Staal Bemmel Zwitserspad 64 KW075 Keermuur Metselwerk Bemmel Herckenrathweg- Loostraat 65 KW076 Keermuur Beton Bemmel Lidwinastraat-Polsehof 66 KW077 Fiets-voetbrug Staal Bemmel Herckenrathweg-Kuiplaan 69 KW080 Keermuur Metselwerk Bemmel Dorpsstraat-Kloosterplaats 29h 70 KW081 Geluidsmuur Staal Bemmel Papenstraat 71 KW082 Trap Beton Bemmel Waaldijk 2 72 KW083 Fiets-voetbrug Staal Bemmel Hoefslag 39 73 KW084 Fiets-voetbrug Staal Bemmel Hoefslag 39 74 KW085 Fiets-voetbrug Hout Bemmel Meander-Poeldrik 75 KW086 Keermuur Hout Bemmel Hoefslag 8 76 KW087 Fiets-voetbrug Staal Bemmel Oude Kasteellaan-Dwarsdijk 1 77 KW088 Fiets-voetbrug Staal Bemmel Bolder 20 78 KW089 Verkeersbrug Beton Bemmel Hoefslag 28 79 KW090 Fiets-voetbrug Staal Bemmel OudeRingdijk 90 81 KW093 Verkeersbrug Beton Bemmel Heuvelsestraat-de Broekakkers 82 KW094 Keermuur Beton Bemmel Ringdijk 32 83 KW095 Fiets-voetbrug Hout Bemmel Wardstraat-de Ward 84 KW096 Fiets-voetbrug Hout Bemmel Leidijk 14 85 KW097 Beschoeiing Hout Bemmel Hoefslag 28 86 KW099 Overige Staal Bemmel Bolder 35 88 KW102 Beschoeiing Hout Bemmel Kinkelenburglaan 1 91 KW105 Keermuur Metselwerk Bemmel Kloosterplaats 1 92 KW106 Trap Beton Bemmel Kloosterplaats 1 93 KW107 Trap Beton Bemmel Klappenburgstraat 1a 422 KW108 Keermuur Metselwerk Bemmel Klappenburgstraat 11 95 KW109 Keermuur Metselwerk Bemmel Buitengracht 2 96 KW111 Keermuur Beton Bemmel Herckenrathweg NEN2767 Object Kunstwerknummer Kunstwerktype Hoofdmateriaal Woonplaats Openbare ruimte 315 KW113 Trap Beton Bemmel Faunuslaan 55/57 100 KW116 Keermuur Metselwerk Bemmel Hoplaan 34 tegenover 101 KW117 Keermuur Metselwerk Bemmel Deellaan 2 102 KW118 Fiets-voetbrug Staal Bemmel Tuinlaan 20 103 KW119 Beschoeiing Hout Bemmel Bonenkamp-Plakselaan 104 KW120 Geluidsmuur Staal Bemmel Papenstraat 105 KW121 Keermuur Metselwerk Bemmel Ds Israëlstraat 101 106 KW125 Fiets-voetbrug Staal Bemmel Bonenkamp 50 108 KW127 Fiets-voetbrug Hout Bemmel Bouwhof 7 112 KW131 Stuw Hout Bemmel Rosa 188 KW213 Keermuur Metselwerk Bemmel Groenestraat 29 193 KW220 Fiets-voetbrug Metselwerk Bemmel Kinkelenburglaan 4 94 KW222 Keermuur Metselwerk Bemmel Kloosterplaats 48c 394 KW232 Beschoeiing Hout Bemmel Zwitserspad-Groene Hart 393 KW259 Beschoeiing Hout Bemmel Hoefslag rondom kasteelterrein 199 KW270 Trap Steen Bemmel Faunuslaan 55-57 200 KW273 Trap Steen Bemmel Diana 44 nabij 294 KW276 Fiets-voetbrug Hout Bemmel Wardstraat-de Ward 295 KW277 Keermuur Beton Bemmel Ringdijk 34 296 KW278 Keermuur Beton Bemmel Ringdijk 34 297 KW279 Keermuur Beton Bemmel Ringdijk 30 280 KW331 Keermuur Hout Bemmel Veronica 5 281 KW332 Keermuur Hout Bemmel Veronica 5 290 KW341 Verkeersbrug Staal Bemmel Plakse Veld 26 357 KW352 Beschoeiing Hout Bemmel Vijverpartij Deellaan-Tuinlaan 434 KW353 Keermuur Beton Bemmel Bloemenstraat 12 nabij 433 KW362 Keermuur Beton Bemmel Bloemenstraat 12 nabij 361 KW366 Beschoeiing Hout Bemmel Kinkelenburglaan 1 Vijver 455 KW394 Keermuur Hout Bemmel Veronica 7 456 KW405 Keermuur Hout Bemmel Veronica 7 376 KW412 Beschoeiing Hout Bemmel Kinkelenburglaan 2-6 426 KW444 Beschoeiing Hout Bemmel Vijver Plakse Wei Bonenkamp-Oeverkamp 327 KW453 Keermuur Beton Bemmel Perenhof 325 KW455 Keermuur Beton Bemmel Herckenrathweg tegenover nr. 4 326 KW456 Keermuur Beton Bemmel Perenhof 328 KW459 Trap Beton Bemmel Kloosterplaats 32c 322 KW460 Trap Steen Bemmel ‘t Rietland 52 24 KW026 Verkeersbrug Beton Doornenburg Rijnstraat NEN2767 Object Kunstwerknummer Kunstwerktype Hoofdmateriaal Woonplaats Openbare ruimte 25 KW027 Verkeersbrug Beton Doornenburg Kerkstraat 26 KW028 Verkeersbrug Beton Doornenburg de Pas 27 KW029 Steiger Staal Doornenburg Sterreschans 9 28 KW030 Keermuur Metselwerk Doornenburg De Meulenberg 30 KW033 Trap Staal Doornenburg Sterreschans 2 31 KW034 Trap Staal Doornenburg Sterreschans tegenover 21 32 KW035 Keermuur Metselwerk Doornenburg Hortenbergh 48 292 KW342 Trap Steen Doornenburg Sterreschans 6 293 KW348 Trap Steen Doornenburg Sterreschans 6 476 KW395 Keermuur Beton Doornenburg Kerkstraat-Sint Maartenstraat 477 KW408 Keermuur Beton Doornenburg Kerkstraat-Sint Maartenstraat 350 KW446 Beschoeiing Hout Doornenburg Mulderswei 21-35 352 KW466 Keermuur Metselwerk Doornenburg Mulderswei 21-35 5 KW005 Keermuur Metselwerk Gendt Langstraat 119 6 KW006 Keermuur Metselwerk Gendt Langstraat 61 7 KW008 Keermuur Metselwerk Gendt Langstraat 41 11 KW013 Veerooster Staal Gendt Polder/Kaaksedam 12 KW014 Veerooster Staal Gendt Polder/Kaaksedam 14 KW016 Keermuur Metselwerk Gendt Distelakker 39 15 KW017 Keermuur Metselwerk Gendt Eshof 13 16 KW018 Keermuur Metselwerk Gendt Wilgenhof 25 17 KW019 Keermuur Metselwerk Gendt Peppelhof 26 18 KW020 Keermuur Metselwerk Gendt Essenpassage 11 19 KW021 Overige Staal Gendt De Strang 20 22 KW024 Fiets-voetbrug Staal Gendt Polder 30 (achter woning in uiterwaarden) 23 KW025 Veerooster Staal Gendt Polder 30 (achter woning in uiterwaarden) 33 KW036 Keermuur Metselwerk Gendt Krakkedel 2 470 KW241 Keermuur Beton Gendt Langstraat 61 197 KW268 Keermuur Beton Gendt Wilgenhof 10 291 KW347 Keermuur Metselwerk Gendt Essenpassage 472 KW364 Stuw Hout Gendt Imbrexstraat 5-7 337 KW369 Fiets-voetbrug Hout Gendt de Bonkelaar 52-54 473 KW373 Fiets-voetbrug Beton Gendt Nijmeegsestraat 63 tegenover 474 KW382 Keermuur Beton Gendt Tegulastraat-Nijmeegsestraat 198 KW386 Keermuur Beton Gendt Eshof 20 475 KW387 Keermuur Beton Gendt Amforastraat 18-28 (achterzijde) NEN2767 Object Kunstwerknummer Kunstwerktype Hoofdmateriaal Woonplaats Openbare ruimte 467 KW445 Keermuur Metselwerk Gendt Langstraat 85 471 KW450 Keermuur Metselwerk Gendt Langstraat 55 517 KW502 Fiets-voetbrug Hout Gendt Kapelstraat Ecopark 1 KW001 Keermuur Metselwerk Haalderen Kleine Geer 3 KW003 Keermuur Metselwerk Haalderen Baalsepad 318 KW247 Veerooster Staal Haalderen Buitenpolder 319 KW248 Veerooster Staal Haalderen Buitenpolder 320 KW249 Veerooster Staal Haalderen Buitenpolder 317 KW345 Trap Steen Haalderen Kleine Geer/speeltuin 438 KW401 Keermuur Metselwerk Haalderen de Halden/speeltuin 439 KW409 Keermuur Metselwerk Haalderen Kleine Geer/de Halden 519 KW504 Trap Beton Huissen Noordeinde 5-6 114 KW133 Fiets-voetbrug Staal Huissen Binnenwater 96 115 KW134 Verkeersbrug Metselwerk Huissen Looveer (kruising Badweg) 116 KW135 Fiets-voetbrug Composiet Huissen Looveer (kruising Badweg) 117 KW137 Keermuur Metselwerk Huissen Vierakkerstraat 2a 118 KW138 Fiets-voetbrug Staal Huissen Kloosterlaan 1a 119 KW139 Verkeersbrug Beton Huissen Laurenburg 1 120 KW140 Verkeersbrug Beton Huissen Brandenburg 2 195 KW141 Verkeersbrug Beton Huissen Dillenburg 2 444 KW142 Keermuur Beton Huissen Beatrixstraat 4 122 KW143 Keermuur Beton Huissen Rijnstraat 1-3 123 KW144 Keermuur Beton Huissen Raadhuisplein 27 124 KW145 Tunnel Beton Huissen Arnhemsepoort 75 128 KW149 Fiets-voetbrug Staal Huissen Blokland 19 129 KW150 Fiets-voetbrug Beton Huissen Akker 6 491 KW151 Keermuur Metselwerk Huissen Brink (school/P-terrein) 131 KW153 Trap Elementen Huissen Zuideinde 5 132 KW154 Trap Beton Huissen Noordeinde 10 134 KW156 Beschoeiing Hout Huissen Dorsmolen 7-18 135 KW157 Fiets-voetbrug Staal Huissen Kolk 77 136 KW158 Fiets-voetbrug Staal Huissen Endepoel 34 137 KW159 Fiets-voetbrug Staal Huissen Endepoel 31 138 KW160 Fiets-voetbrug Beton Huissen Biezen/Endepoel 1 140 KW162 Keermuur Staal Huissen Waterkant 24 141 KW163 Keermuur Staal Huissen Endepoel 5-21 142 KW164 Keermuur Metselwerk Huissen angeren 34 143 KW165 Keermuur Metselwerk Huissen Bastion 3 298 KW166 Steiger Hout Huissen Bessenmaat 8-34 145 KW167 Trap Elementen Huissen Bessenmaat 6a 147 KW169 Steiger Hout Huissen Waterkant 2 (achterzijde) NEN2767 Object Kunstwerknummer Kunstwerktype Hoofdmateriaal Woonplaats Openbare ruimte 148 KW171 Fiets-voetbrug Staal Huissen Blauwenburcht (achter Hofmeesterij 87) 149 KW172 Fiets-voetbrug Staal Huissen Blauwenburcht (achter Hofmeesterij 117) 152 KW175 Fiets-voetbrug Beton Huissen Koningsboulevard 1-2 153 KW176 Verkeersbrug Beton Huissen Vendeliersweide 148 154 KW177 Fiets-voetbrug Beton Huissen Vendeliersweide 170 156 KW179 Fiets-voetbrug Staal Huissen Koningsboulevard 196 157 KW180 Fiets-voetbrug Staal Huissen Luitenantstraat 30 achterzijde 158 KW181 Fiets-voetbrug Staal Huissen Luitenantstraat 16 achterzijde 159 KW183 Fiets-voetbrug Staal Huissen Kapiteinstraat 160 KW184 Overige Hout Huissen Kapiteinstraat 60 161 KW185 Fiets-voetbrug Staal Huissen Kapiteinstraat 58 162 KW186 Fiets-voetbrug Hout Huissen Kapiteinstraat 24 163 KW187 Fiets-voetbrug Hout Huissen Lanshof 164 KW188 Fiets-voetbrug Hout Huissen Wapenschouw 14 165 KW189 Keermuur Hout Huissen Wapenschouw 14 166 KW190 Fiets-voetbrug Staal Huissen Wegenschouw 7 167 KW191 Verkeersbrug Beton Huissen Batua 16 168 KW192 Fiets-voetbrug Staal Huissen Batua 33 169 KW193 Verkeersbrug Beton Huissen Batua 16 170 KW194 Fiets-voetbrug Staal Huissen Batua 194 171 KW195 Verkeersbrug Beton Huissen Koerierstraat- de Steeg 18 172 KW196 Keermuur Steen Huissen Binnenwater 98 173 KW197 Keermuur Steen Huissen Binnenwater 2 174 KW198 Fiets-voetbrug Staal Huissen Hazekamp (achter Zwaardhof 4) 175 KW199 Fiets-voetbrug Staal Huissen Zwaardhof 177 KW201 Keermuur Steen Huissen Binnenwater 62 178 KW202 Keermuur Steen Huissen Binnenwater 80 179 KW203 Keermuur Steen Huissen Binnenwater 90 180 KW204 Keermuur Hout Huissen Grevenveld (speelveld Landouwen-Griend) 181 KW205 Trap Beton Huissen Plaza 127 182 KW206 Keermuur Beton Huissen Dorsmolen 1 196 KW207 Keermuur Metselwerk Huissen Kampstuk 32 183 KW208 Keermuur Beton Huissen Brandenburg 6 184 KW209 Keermuur Steen Huissen Baron Van Spittaellaan 1a/2 185 KW210 Steiger Kunststof Huissen Bij Baron Van Spittaellaan 4 186 KW211 Overige Hout Huissen Brink 20 189 KW214 Fiets-voetbrug Staal Huissen Frankentaler 59 NEN2767 Object Kunstwerknummer Kunstwerktype Hoofdmateriaal Woonplaats Openbare ruimte 190 KW215 Steiger Hout Huissen Frankentaler 30 (achterzijde) 191 KW216 Trap Beton Huissen Looveer 448 KW234 Trap Steen Huissen Kloosterlaan 8 226 KW244 Leuning Staal Huissen Koningsboulevard 1 446 KW254 Trap Steen Huissen Kloosterlaan 8 447 KW260 Trap Steen Huissen Kloosterlaan 8 449 KW266 Trap Steen Huissen Kloosterlaan 6 203 KW274 Trap Steen Huissen Zuideinde 1 309 KW280 Trap Steen Huissen Binnendijk 36 310 KW281 Trap Beton Huissen Binnendijk 54 311 KW282 Trap Beton Huissen Binnendijk 74 312 KW283 Trap Beton Huissen Binnendijk 96 313 KW284 Trap Beton Huissen Binnendijk 118 314 KW285 Trap Beton Huissen Binnendijk 130 217 KW287 Trap Steen Huissen Koerierstraat 21 218 KW288 Trap Steen Huissen Koerierstraat 1 220 KW290 Trap Steen Huissen Kapiteinstraat 80 221 KW291 Trap Steen Huissen Kapiteinstraat 60 222 KW292 Trap Steen Huissen Kapiteinstraat 24 223 KW293 Trap Steen Huissen Lanshof 15 224 KW294 Trap Steen Huissen Warmoezerij 34 225 KW295 Leuning Staal Huissen Koningsboulevard 1 235 KW299 Fiets-voetbrug Hout Huissen Kapiteinstraat-Blauwe Wig 236 KW300 Fiets-voetbrug Staal Huissen Kapiteinstraat-Blauwe Wig 242 KW301 Trap Steen Huissen Arnhemsepoort-Damstraat 243 KW302 Trap Beton Huissen Arnhemsepoort 108 (tegenover) 245 KW303 Keermuur Metselwerk Huissen Markt 16a 246 KW304 Trap Steen Huissen Markt 16a 247 KW305 Keermuur Metselwerk Huissen Raadhuisplein 250 KW306 Trap Steen Huissen Raadhuisplein 248 KW307 Trap Steen Huissen Raadhuisplein 249 KW308 Keermuur Metselwerk Huissen Raadhuisplein 251 KW309 Keermuur Beton Huissen Raadhuisplein 252 KW310 Trap Steen Huissen Raadhuisplein 253 KW311 Keermuur Beton Huissen Raadhuisplein 254 KW312 Trap Steen Huissen Raadhuisplein 255 KW313 Keermuur Beton Huissen Raadhuisplein 256 KW314 Keermuur Metselwerk Huissen Raadhuisplein 258 KW316 Keermuur Beton Huissen Raadhuisplein 259 KW317 Keermuur Metselwerk Huissen Raadhuisplein NEN2767 Object Kunstwerknummer Kunstwerktype Hoofdmateriaal Woonplaats Openbare ruimte 267 KW319 Keermuur Metselwerk Huissen Laakstraat 2 268 KW320 Keermuur Metselwerk Huissen Huismanstraat 15 269 KW321 Fiets-voetbrug Staal Huissen Huismanstraat 15 270 KW322 Verkeersbrug Metselwerk Huissen Huismanstraat 13 271 KW323 Verkeersbrug Beton Huissen Huismanstraat 11 272 KW324 Duikerbrug Beton Huissen Huismanstraat 9 273 KW325 Duikerbrug Beton Huissen Huismanstraat 7 274 KW326 Duikerbrug Metselwerk Huissen Huismanstraat 5 275 KW327 Duikerbrug Metselwerk Huissen Huismanstraat 3 276 KW328 Keermuur Steen Huissen Binnenwater 96 202 KW329 Trap Steen Huissen Nielant- Holthuizerdreef 97 279 KW330 Keermuur Steen Huissen Binnenwater-Schalkshofstraat 201 KW343 Trap Steen Huissen Kolk 77-79 211 KW344 Trap Steen Huissen Winterdijk 9 tegenover 451 KW355 Trap Steen Huissen Kloosterlaan-Helmichstraat 1 336 KW359 Geluidsmuur Metselwerk Huissen Stadswal Noord 338 KW360 Trap Beton Huissen Sportdreef 19e 450 KW371 Trap Steen Huissen Kloosterlaan 4 490 KW375 Keermuur Metselwerk Huissen achter Brink 4 397 KW381 Art kunstwerk Beton Huissen Bunker Nielant 419 KW383 Keermuur Metselwerk Huissen Rijnstraat 11 492 KW392 Keermuur Metselwerk Huissen Brink 33 343 KW396 Beschoeiing Hout Huissen Vijverpartij Endepoel-Zwanenveld 493 KW399 Keermuur Metselwerk Huissen Waterkant (achter Bessenmaat 34) 344 KW406 Beschoeiing Hout Huissen Holthuizerdreef-Endepoel 494 KW407 Keermuur Metselwerk Huissen Waterkant 22 345 KW411 Beschoeiing Hout Huissen Park Zilverkamp 495 KW414 Keermuur Staal Huissen Biezen 34 423 KW419 Trap Steen Huissen Stadsdam 346 KW422 Beschoeiing Hout Huissen Langs Loostraat 496 KW423 Keermuur Hout Huissen Zomerdijk 424 KW424 Glooiing Steen Huissen Stadsdam 347 KW427 Beschoeiing Hout Huissen Kloosterlaan 442 KW433 Keermuur Beton Huissen Arnhemsepoort 106 (tegenover) 443 KW438 Keermuur Metselwerk Huissen Beatrixstraat 10 (tegenover) 511 KW492 Trap Beton Huissen Winterdijk 21 tegenover 515 KW501 Trap Beton Huissen Schoof 7-9 NEN2767 Object Kunstwerknummer Kunstwerktype Hoofdmateriaal Woonplaats Openbare ruimte 98 KW114 Keermuur Beton Ressen Hoeksehofstraat 16 (tegenover) 432 KW267 Keermuur Beton Ressen Ressensestraat 30b 430 KW269 Keermuur Beton Ressen Ressensestraat 30b Bijlage3Beheerproces en onderhoud 3.1Actualiseren en meerjarenplanning Het actualiseren houdt in dat de beheergegevensbestanden jaarlijks worden bijgewerkt en aangevuld. De beheerder inspecteert hiervoor jaarlijks zijn kunstwerken en stelt de planning voor het komende jaar op. De beheerder stemt de planning en begroting van de kunstwerken af met de planningen van andere activiteiten, zoals planningen voortkomende uit het wegen- en rioolbeheer. Door de gewenste planning en het beschikbare budget helder te hebben kunnen onderbouwde keuzes worden gemaakt over de prioritering van de werkzaamheden. Hieruit volgt uiteindelijk een definitieve planning waarin staat wat het noodzakelijke onderhoud is voor het betreffende jaar. Deze methode leidt tot de meest efficiënte maatregelen op het juiste moment. De aanpak van onderhoudswerken is integraal, multidisciplinair en projectmatig te zijn; Als bij een houten brug de hoofddraagconstructie (de liggers) vervangen moet worden, dan worden deze liggers uitgevoerd in staal of kunststof; Bij vervanging van het landhoofd van een houten brug wordt het nieuwe landhoofd in beton uitgevoerd; Tegelijk met herstel of vervanging van het landhoofd van een brug wordt de beschoeiing onder de brug vervangen; Conserveringswerkzaamheden voeren we alleen uit als de bescherming van het basismateriaal in het geding is en/of als de signaleringsfunctie ten behoeve van de verkeersveiligheid in het geding is. We conserveren niet om esthetische redenen. 3.2Opstellen operationeel programma Zodra de meerjarige planning definitief is, maakt de beheerder het onderhoudsprogramma voor het komende jaar. Het onderhoudsplan geeft aan welke onderdelen in aanmerking komen voor klein en groot onderhoud of vervanging. De onderhoudsmaatregelen geven een indicatie van de feitelijk uit te voeren maatregelen. De onderdelen die voortkomen uit het onderhoudsplan worden onderworpen aan een maatregeltoets. Door deze inspectie op de maatregel worden de aanwezige gebreken nauwkeurig in beeld gebracht. Na de inspectie wordt het onderhoudsprogramma bijgesteld en zijn de activiteiten voor het komend jaar in beeld gebracht. 3.3Voorbereiden en uitvoeren klein en groot onderhoud Klein onderhoud wordt uitgevoerd door medewerkers van de eigen dienst of externen en volgt direct uit de inspectie of meldingen. Bij groter onderhoud wordt eerst een werkomschrijving gemaakt van de uit te voeren werkzaamheden. Uitvoering van deze werkzaamheden vindt plaats door een marktpartij. Een en ander conform het aanbestedingsbeleid van de gemeente Lingwaard. Na uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden wordt de relevante informatie weer teruggekoppeld naar de beheerder zodat dit in het beheersysteem verwerkt kan worden. 3.4Onderhoudsstrategie De onderhoudsstrategie beschrijft de manier waarop vastgesteld wordt wanneer welke onderhouds- en vervangingsmaatregelen getroffen moeten worden. Het planmatig onderhoud wordt uitgevoerd als een bepaalde minimale toestand (het interventieniveau) wordt onderschreden. Dit wordt in figuur 1 geïllustreerd. Om te kunnen beoordelen of onderhoud noodzakelijk is, moet de werkelijke toestand meetbaar zijn en de minimale vereiste kwaliteit zijn vastgelegd. De toestand van een objectonderdeel wordt vastgelegd door middel van een visuele inspectie. Het onderhoud wordt in principe uitgevoerd op het moment dat dit gepland is. Uit visuele inspectie blijkt of dit onderhoud naar voren of naar achteren bijgesteld moet worden. Figuur 1: Principe van toestand afhankelijk onderhoud 3.5Toestandsafhankelijk onderhoud en meerjarenonderhoudsbegroting Veel onderdelen hebben een redelijk te voorspellen levensduur of onderhoudscyclus. Dit is het uitgangspunt bij het opstellen van het meerjarenonderhoudsbegroting (MJOB). De geplande onderhoudsmaatregelen in het MJOB zijn richtinggevend. Tijdens toestand inspecties en de maatregeltoets wordt de MJOB bijgesteld. Is de toestand beter dan de vereiste kwaliteitsnorm, dan zal het onderhoud worden doorgeschoven. Is de toestand slechter dan verwacht, dan zal het onderhoudsmoment in de tijd naar voren geschoven worden en/ of opgenomen worden in het jaarplan. 3.6Inspectieproces Om de noodzaak tot het uitvoeren van onderhoud te bepalen, voeren we visuele inspecties uit. We leggen In de inspecties schadebeelden en de plaatsen c.q. omstandigheden waar de schade voorkomt vast. Met behulp van de inspectieresultaten bepalen we het type onderhoudsmaatregel en het tijdstip van uitvoering. Monitoring en bewaking Om de veiligheid, het functioneren en de instandhouding samen met de beleving te waarborgen, wordt het onderstaande inspectieschema gehanteerd. Type Monitoren Doel Frequentie Door Schouwen Borgen veiligheid en aansluiting met vereiste gebiedskwaliteit 1 x per jaar Gemeente Functionele inspectie Borgen dagelijks functioneren Vaste bruggen 1 x per jaar, Overige kunstwerken 1 x per twee jaar. Gemeente Toestandsinspectie Borgen van de instandhouding Houten bruggen: om de 3/5 jaar Stalen kunstwerken: om de 5 jaar Betonnen kunstwerken: om de 5 jaar Kunststof kunstwerken: om de 5 jaar Derden – uitbesteden Tabel 9: Inspectieschema Schouwen: Het schouwen heeft tot doel om op systematische wijze kleine gebreken die direct moeten worden gerepareerd op te sporen en vast te leggen in het beheersysteem. De belangrijkste aspecten van deze inspectie zijn de verkeersveiligheid en het minimaliseren van risico’s bij aansprakelijkstellingen. Veelal vormt het schouwen de basis voor het klein onderhoud. Functionele inspectie: De functionele inspectie bestaat uit een opname van de gebruikssituatie van het kunstwerk. Bij deze inspectie worden de hoofdonderdelen in algemene zin geïnspecteerd op het primaire functioneren; ‘werkt het’ of ‘werkt het niet’ en de veiligheid. Deze inspectie geeft informatie voor klein onderhoud. Een voorbeeld is bijvoorbeeld ondeugdelijke verlichting in een tunnel of een constatering dat te zwaar landbouwverkeer over een houten brug gaat. In dit laatste geval moet het object dan vervangen worden. Toestandsinspectie: Het doel van de toestandsinspectie is inzicht krijgen in de technische toestand van de constructieonderdelen. Deze inspectie heeft een hoog detailniveau en wordt uitgevoerd op alle onderdelen. Het resultaat is inzicht in de staat van en de gebreken van de onderdelen van het object. Deze technische inspectie is de basis voor het opstellen van een onderhoudsplan voor het groot onderhoud. 3.7 Onderhoudsmaatregelen Klein onderhoud Klein onderhoud is gericht op het borgen van de risicoaansprakelijkheid en de aansluiting op de vereiste beeldkwaliteit (Gebiedskwaliteit). Het bevat naast het vaste onderhoud (reinigingsactiviteiten) het kleine variabele onderhoud zoals eenvoudige (handmatige) herstelmaatregelen. Bij klein onderhoud hoeven geen ingewikkelde hulpconstructies te worden gebouwd en wordt de stremming van het object tot een minimum beperkt. Bij klein onderhoud wordt met betrekkelijk eenvoudige en goedkope handelingen de toestand van het object weer in goede staat gebracht. Klein onderhoud bestaat bij grote objectonderdelen uit circa 1 tot 10% van het oppervlak en wordt plaatselijk toegepast. Door het regelmatig uitvoeren van klein onderhoud kan het groot onderhoud worden uitgesteld en kunnen kosten en stremming worden beperkt. Voorbeelden van klein onderhoud: Reinigen van de objecten; Leuningen schilderen voor meer zichtbaarheid; Vastzetten van losse dekplanken /-delen; Egaliseren aansluiting weg met het dek bij paden; Elementenverharding herstellen. Groot onderhoud Groot onderhoud is gericht op het (langdurig) borgen van de functionaliteiten en de instandhouding van het kunstwerk. Groot onderhoud betreft het variabele onderhoud waarbij het object weer in optimale staat gebracht wordt door relatief zware onderhoudsmaatregelen. Met betrekking tot de ernst en de omvang van de defecten moet bij groot onderhoud worden afgewogen of herstel zinvol is en/ of tot vervanging van de onderdelen moet worden overgegaan. Deze werkzaamheden worden uitbesteed. Voorbeelden van groot onderhoud zijn: Betonherstelwerkzaamheden; Conserveringswerkzaamheden; Voeg- en metselwerkherstelwerkzaamheden; Herstellen of vernieuwen van onderdelen zoals delen van het dek of leuningen. Investeringen/ vervangingen Investeringen/vervangingen zijn gericht op noodzakelijke of wenselijke aanpassing aan het kunstwerk. Dit kan zijn omdat het object haar functie niet meer naar behoren uitvoert (te klein, te licht). Of dat het gehele object onvoldoende is (te slecht) om een veilig gebruik te waarborgen. Vervangingen worden uitgevoerd als het kunstwerk niet meer door groot onderhoud in de gewenste conditie is te brengen. Vervangingen hebben dan ook geen betrekking op losse onderdelen, maar op complete functionele delen. Te denken valt dan aan het dek of het gehele kunstwerk. Investeringen/ vervangingen worden in deze zin gezien als investeringen volgens het BBV. 3.8 Beheerprogramma Om meer inzicht te krijgen in de kosten maakt de gemeente Lingewaard gebruik van een beheerprogramma. Op grond van inspectie- en meetresultaten, onderhoudsrichtlijnen en kennis van historische achtergronden van de kunstwerken wordt met behulp van dit programma een planning gegenereerd voor de komende tijd (MJOB). Bij het opstellen van de plannen wordt daarbij gebruik gemaakt van standaardmaatregelen met vaste onderhouds- en vervangingsintervallen en eenheidsprijzen. De eenheidsprijzen in het systeem zijn markt conform, waarbij wel enige omvang van een werk vereist is. Uitgangspunten van de opgestelde kostenmatrix zijn: Toepassing voor meerjarige onderhoudskostenraming voor projectmatige toepassing met een redelijke schaal/omvang; Exclusief btw; Prijspeil 2025; Inclusief bereikbaarheidstoeslagen en algemene kosten aannemer; Voorbereidings-, administratieve en toezicht kosten.