Verordening vestiging alleenrecht participatievoorzieningen 2010Artikel1Begripsomschrijving In deze verordening wordt verstaan onder: a. Aanwijzingsbesluit :een besluit tot aanwijzing van instellingen, die belast worden met het uitvoeren van een of meer specifieke publiekrechtelijke taken. b. Aanwijzingsbevoegdheid :de bevoegdheid tot aanwijzing van instellingen die belast worden met de uitvoering van een of meer specifieke publiekrechtelijke taken. c. Alleenrecht: de bij publiekrechtelijk besluit aan instellingen verleende bevoegdheid een of meer specifieke publiekrechtelijke taken uit te voeren. d. College: College van Burgemeester en wethouders. e. DAEB: Dienst van Algemeen Economisch Belang in de zin van artikel 86 EG-Verdrag. f. De wet: de Wet Participatiebudget. g. Doelgroep: de groep personen zoals bedoeld in artikel 1 Wet participatiebudget. i. Voorziening(en): participatievoorziening(en) zoals benoemd in artikel 1 van de Wet participatiebudget. Artikel2Kwalificatie Voorzieningen ten behoeve van tot de doelgroep behorende personen op grond van de wet worden aangemerkt als diensten van algemeen economisch belang (DAEB) in de zin van de Vrijstellingsbeschikking 2005/842/EG van de Europese Commissie, waarvoor een alleenrecht kan worden gevestigd. Artikel3Aanwijzingsbevoegdheid Het college is bevoegd om op basis van deze verordening instellingen aan te wijzen, die belast worden met de uitvoering van voorzieningen op grond van de wet ten behoeve van tot de doelgroep behorende personen. Artikel4Aanwijzingsbesluit 1.Het college oefent de aanwijzingsbevoegdheid uit door het per voorziening nemen van een aanwijzingsbesluit. 2.Het aanwijzingsbesluit bevat, overeenkomstig met de vrijstellingsverordening 2005/842/EG: de naam van de instelling de aard en de duur van de openbare dienstverplichtingen; de betrokken ondernemingen en het betrokken grondgebied; de aard van alle uitsluitende of bijzondere rechten die de ondernemingen zijn toegekend; een vastgestelde kostentoerekeningssystematiek met objectieve parameters; een beleidsregel met betrekking tot reservevorming, die overcompensatie uitsluit. 3.Het aanwijzingsbesluit bevat, overeenkomstig de artikelen 25a t/m 25e van de Mededingingswet: voorschriften aangaande een te voeren gescheiden registratie van lasten en baten van de verschillende activiteiten. 4.Het in een aanwijzingsbesluit vermelde alleenrecht heeft een werkingsduur van 24 maanden. Artikel5Overeenkomst Het college sluit met inachtneming van het aanwijzingsbesluit een overeenkomst met de instelling die belast wordt met de uitvoering van de voorziening. Artikel6Inwerkingtreding Deze verordening treedt na publicatie in werking op 1 januari 2010. Artikel7Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als de Verordening vestiging alleenrecht participatievoorzieningen 2010. Aldus besloten in de raadsvergadering van 14 december 2009.ir. C.J. Vriesman, voorzittermr. drs. M. Huisman, griffier
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.