← Nederland

Gedragscode voor politieke ambtsdragers gemeente Ommen 2026 (Ommen)

Gedragscode voor politieke ambtsdragers gemeente Ommen 2026De raad van de gemeente Ommen; gelezen het voorstel van het presidium van 22 januari 2026; gelet op de artikelen 15, 41c en 69 Gemeentewet; B E S L U I T: Vast te stellen de Gedragscode voor politieke ambtsdragers gemeente Ommen 2026 Inleiding In Ommen streven we naar een bestuur, waar onze inwoners en bedrijven vertrouwen in mogen stellen. Dat betekent dat wij verantwoordelijkheid nemen en bereid zijn verantwoording af te leggen. De gedragscode bevat de gemaakte afspraken, richtlijnen en waarden die wij binnen onze gemeente belangrijk vinden. In Ommen vinden wij een integere overheid belangrijk, willen wij verantwoordelijkheid nemen en kijken wij om naar elkaar. Deze begrippen weerspiegelen onze kernwaarden. Deze kernwaarden vormen de algemene uitgangspunten voor de normen en afspraken in deze gedragscode. Onze democratie en de manier waarop wij in de gemeente besluiten nemen en beleid maken, kunnen niet zonder een integere organisatie en integere politici. De gedragscode heeft bestuurlijke en politieke relevantie. Politieke ambtsdragers zijn op de naleving van gedragscodes aanspreekbaar. Wanneer zij zich er niet aan houden kan dat gevolgen hebben voor hun functioneren en positie. Het rechtskarakter van een gedragscode is dat van een interne regeling in aanvulling op de wettelijke regels. De code is belangrijk als beoordelingskader voor politieke ambtsdragers bij vragen, twijfels en discussies. De code bevat zowel normen over hoe in een bepaalde situatie te handelen, als afspraken over procedures die moeten worden gevolgd. Integriteit gaat ook over de manier waarop wij ons werk doen en de onderlinge omgangsvormen. Wij vinden een respectvolle omgang met inwoners en organisaties, tussen politieke ambtsdragers onderling en tussen politieke ambtsdragers en medewerkers belangrijk, zonder dat dit ten koste gaat van ieders eigen politieke inhoud en stijl. Integer handelen is iets wat steeds opnieuw in de praktijk gebracht moet worden. Daarom moet reflectie op het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling. De gedragscode helpt om het gesprek tussen politieke ambtsdragers te ondersteunen. Deze gedragscode heeft betrekking op de politieke ambtsdragers van Ommen: de raadsleden, de wethouders en de burgemeester. In deze code worden ook de commissieleden daaronder begrepen. De bepalingen uit de Gemeentewet zijn via het Reglement van Orde ook van toepassing op de commissieleden. Waar het maken van onderscheid tussen de verschillende rollen nodig is wordt dit expliciet in de tekst van de code aangegeven. Politieke ambtsdragers moeten zich houden aan de wet en aan de gedragscode. Wanneer zij dat niet doen, kunnen zij daarop worden aangesproken. Om die reden heeft de gemeenteraad van Ommen ook een handhavingsprotocol opgesteld: Integriteitsprotocol voor politieke ambtsdragers gemeente Ommen. Dit is een protocol waarin staat hoe te handelen bij twijfel of vermoedens van integriteitsschendingen. Daarnaast geeft het veiligheids- en agressieprotocol richting aan hoe politieke ambtsdragers en de organisatie handelen bij (dreigende) onveiligheid of agressie. Kernwaarden In Ommen zien en benadrukken we het belang van een integere overheid. We zijn op de hoogte van de wettelijke integriteitsnormen. We gaan zorgvuldig om met de bevoegdheden en verantwoordelijkheden die wij als overheid hebben. We begrijpen dat we een voorbeeldfunctie hebben richting onze inwoners. We beseffen dat integriteitsdilemma’s horen bij het werk en dat we ruimte moeten bieden voor het bespreken hiervan. We organiseren ten minste bij aanvang van iedere raads- en bestuursperiode een moment om samen te reflecteren op de gedragscode en het Integriteitsprotocol voor politieke ambtsdragers gemeente Ommen en onderschrijven deze of stellen deze zo nodig bij. We organiseren ten minste tweejaarlijks een moment om samen te reflecteren op en stil te staan bij integriteitsnormen en de naleving van deze gedragscode. In Ommen zijn we bereid verantwoordelijkheid te nemen. We zijn open en transparant over onze keuzes en afwegingen. We tonen ons bereid verantwoording af te leggen als het om onze afwegingen in integriteitsdilemma’s gaat. We respecteren de rol en het samenspel van en tussen de democratische organen. In Ommen kijken we om naar elkaar. We benaderen integriteit als collectieve verantwoordelijkheid. We zijn scherp op de inhoud en houden oog voor elkaars welzijn. We proberen elkaar te waarschuwen voor een misstap, in plaats van achteraf te beschuldigen. 1. Afspraken over het voorkomen van belangenverstrengeling KERN Raadsleden hebben als gekozen politieke ambtsdragers het democratische mandaat en de democratische plicht om deel te nemen aan de besluitvorming in de gemeenteraad. Collegeleden vormen als benoemde politieke ambtsdragers het uitvoerend bestuur dat staat voor een vertrouwenwekkend bestuur. Voor alle politieke ambtsdragers geldt dat zij het algemeen belang voor ogen houden, belangenverstrengeling tegengaan en hun invloed niet gebruiken voor hun eigen belang of de belangen van andere mensen of bedrijven waarbij zij persoonlijk betrokken zijn. Artikel1.1Melden van functies naast het raadslidmaatschap 1.Politieke ambtsdragers maken de functies openbaar die zij naast hun politieke ambt vervullen. Ook functies die voortvloeien uit het politieke ambt (qualitate qua) worden gemeld. 2.Raads- en commissieleden informeren de griffier terstond over de functies die zij vervullen, na aanvaarding van nieuwe functies of als de omstandigheden met betrekking tot bestaande functies veranderen. Ook toekomstige functies worden gemeld, op het moment dat raads- of commissieleden weten dat zij deze functies gaan vervullen. De griffier draagt zorg voor directe openbaarmaking. 3.Collegeleden informeren de gemeentesecretaris terstond over de functies die zij vervullen of als de omstandigheden met betrekking tot bestaande functies veranderen. Ook toekomstige functies worden gemeld, op het moment dat collegeleden weten dat zij deze functies gaan vervullen. De gemeentesecretaris draagt zorg voor directe openbaarmaking. Als collegeleden voornemens zijn een nieuwe functie te aanvaarden dan melden zij dit aan de gemeenteraad. Het politieke oordeel over de (on)wenselijkheid is aan de gemeenteraad. 4.De informatie betreft in ieder geval: de omschrijving van de functie; de organisatie waarvoor de functie wordt verricht; of het al dan niet een functie betreft die voortvloeit uit het politieke ambt (qualitate qua); of de functie betaald of onbetaald is; en aanvullend, in geval van collegeleden: wat globaal het tijdsbeslag is dat met de nevenfunctie gepaard gaat; bij voltijdbestuurders: wat de inkomsten uit de functie zijn. Artikel1.2Afspraken over financiële belangen 1.Politieke ambtsdragers informeren de gemeenteraad respectievelijk het college over hun financiële belangen (zoals aandelen, opties en derivaten) in ondernemingen en over vastgoedposities voor zover die relevant zijn voor besluitvorming die in het gremium waar zij zelf onderdeel van zijn, aan de orde is. 2.De informatie betreft in ieder geval: een omschrijving van het belang (aard en omvang); indien aan de orde: de organisatie waarin het financiële belang bestaat; de aanvangsdatum van het financiële belang. 3.Collegeleden hebben geen financiële belangen, bezitten geen effecten en verrichten geen effectentransacties voor zover dit ongewenst is met het oog op een goede vervulling van hun positie als bestuurder. Het politieke oordeel over de (on)wenselijkheid is aan de gemeenteraad. Artikel1.3Afspraken bij verboden handelingen en verboden overeenkomsten 1.Politieke ambtsdragers die van plan zijn een handeling te verrichten of een overeenkomst aan te gaan zoals genoemd in (artikel 41c, 69

  1. en)artikel 15 lid 1 Gemeentewet, informeren hierover de griffier respectievelijk de gemeentesecretaris. 2.Als een politieke ambtsdrager de ontheffing wil vragen zoals genoemd in artikel 15 lid 2 Gemeentewet, dan ondersteunt de griffier respectievelijk de gemeentesecretaris bij het aanvragen van de ontheffing. 3.Artikel 15 lid 1 en lid 2 Gemeentewet zijn ook van toepassing op commissieleden, met dien verstande dat de ontheffing als bedoeld in lid 2 van artikel 15 wordt gevraagd aan de burgemeester, die daarover het presidium raadpleegt. Artikel1.4Onthouden van deelname aan beraadslaging en stemming 1.Politieke ambtsdragers nemen geen deel aan de beraadslaging en stemming over een onderwerp als er sprake is van een situatie die strijd met (artikel 58
  2. en)artikel 28 Gemeentewet oplevert. Politieke ambtsdragers beïnvloeden in dat geval de betreffende besluitvorming ook niet op andere manieren of momenten. 2.Als de situatie in lid 1 aan de orde is, melden politieke ambtsdragers dit aan de voorzitter voordat de vergadering begint of bij het vaststellen van de agenda. Politieke ambtsdragers verlaten de vergadering bij de behandeling van het betreffende agendapunt of nemen plaats op de publieke tribune in geval van een openbare vergadering. Dit wordt aangetekend in de notulen en/of de besluitenlijst. 3.Raadsleden die in de vergadering aanwezig zijn kunnen zich niet om een andere reden dan als bedoeld in artikel 28 Gemeentewet onthouden van stemming. 4.Collegeleden die in de vergadering aanwezig zijn en voor wie artikel 58 en artikel 28 Gemeentewet niet van toepassing zijn, kunnen zich in onderling overleg onthouden van beraadslaging en/of stemming, indien meedoen aan de beraadslaging of stemming nadelige effecten zou hebben of ongewenste beeldvorming zou oproepen. Artikel1.5Tegengaan van een draaideurconstructie 1.Voormalige collegeleden mogen gedurende twee jaar na het einde van hun positie als bestuurder geen betaalde werkzaamheden verrichten voor of namens de gemeente. Uitzondering hierop is het raadslidmaatschap. 2.Het college draagt voormalige collegeleden niet eerder dan twee jaar na aftreden voor als kandidaat voor benoeming tot commissaris dan wel bestuurslid van een verbonden partij. TOELICHTING Bij veel besluiten die de gemeenteraad en het college nemen, kan direct of indirect een persoonlijk belang van politieke ambtsdragers een rol spelen. Dat is inherent aan wonen, werken en recreëren in Ommen. Een persoonlijk belang hebben bij besluiten is op zichzelf niet altijd doorslaggevend bij de vraag of sprake is van belangenverstrengeling. Politieke ambtsdragers dienen zich volgens de wet alleen van beraadslaging en stemming te onthouden als de besluitvorming hen persoonlijk of hun directe familie en vrienden aangaat of wanneer zij als vertegenwoordiger betrokken zijn. Of daar sprake van is, hangt in de eerste plaats af van de aard van het te nemen besluit. Gaat het om iets algemeens, wat gevolgen heeft voor een grotere kring van betrokkenen, dan staat het politieke ambtsdragers doorgaans vrij om daarover mee te praten en te stemmen – zolang zij daarbij maar het algemeen belang voor ogen blijven houden. Naast de juridische kaders, waarbinnen niet snel sprake is van belangenverstrengeling, speelt ook de buitenwereld een rol. Die kijkt vaak kritisch mee. Het is belangrijk dat politieke ambtsdragers aan inwoners en media kunnen uitleggen dat hun persoonlijk belang geen invloed heeft op de besluitvorming. Publieke discussie hierover kan immers afbreuk doen aan het vertrouwen in (de besluitvorming van) de gemeente. Waar voor collegeleden geldt dat zij zich soms beter afzijdig kunnen houden van besluiten als zij de schijn tegen hebben, geldt voor raadsleden dat zij bij uitstek midden in de maatschappij worden geacht te staan. Bij raadsleden gaat het om een juiste balans tussen hun democratische mandaat en voorzichtigheid. Uiteindelijk maakt de politieke ambtsdragers zelf altijd de afweging of het zich dient te onthouden van een stemming of beraadslaging. Is er twijfel dan kunnen politieke ambtsdragers advies inwinnen. WETTELIJK KADER Voor raads- en commissieleden Artikel 12 Gemeentewet (functies naast het raadslidmaatschap) Artikel 13 Gemeentewet (onverenigbare functies) Artikel 15 Gemeentewet (verboden handelingen en overeenkomsten) Artikel 28 Gemeentewet (onthouden deelname aan beraadslaging en stemming) Voor collegeleden Artikel 41b en 67 Gemeentewet (nevenfuncties) Artikel 36b en 68 Gemeentewet (onverenigbare functies) Artikel 41c, 69 en 15 Gemeentewet (verboden handelingen en overeenkomsten) Artikel 58 en 28 Gemeentewet (onthouden deelname aan beraadslaging en stemming) 2. Afspraken over de omgang met geschenken en uitnodigingen KERN Politieke ambtsdragers mogen geen geschenken aannemen of geven, of beloften doen in ruil voor een tegenprestatie. In de ambtseed of belofte verklaart een politieke ambtsdrager aan niemand iets te hebben gegeven of beloofd om te worden benoemd en ook in de toekomst geen geschenken aan te nemen of beloften te doen in ruil voor een tegenprestatie. Artikel2.1Omgang met geschenken, faciliteiten en diensten 1.Politieke ambtsdragers nemen van derden geen geschenken aan en accepteren geen faciliteiten of diensten waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat die hen uit hoofde van of vanwege hun functie als raadslid worden aangeboden, tenzij het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een bloemetje of een fles wijn) met een geschatte waarde van maximaal € 50. 2.Geschenken, faciliteiten of diensten die politieke ambtsdragers uit hoofde van hun functie ontvangen en die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen, zijn eigendom van de gemeente. Er wordt een gemeentelijke bestemming voor gezocht. 3.Geschenken, faciliteiten en diensten worden niet op het huisadres ontvangen. Aanbiedingen voor privé-werkzaamheden of kortingen op privé-goederen worden niet geaccepteerd. Indien dit toch is gebeurd, melden politieke ambtsdragers dit in het bestuursorgaan waarvan zij deel uitmaken. 4.Bij twijfel over de intentie van de gever, of anderszins bij een onvoorziene situatie, overleggen politieke ambtsdragers met de burgemeester. Zo nodig kan het onderwerp worden besproken in het bestuursorgaan waarvan zij deel uitmaken. Artikel2.2Uitnodigingen 1.Politieke ambtsdragers accepteren lunches/diners, excursies, evenementen, recepties en andere uitnodigingen die hun worden aangeboden vanwege hun politieke ambt alleen als dat redelijkerwijs ook behoort tot de uitoefening van het politieke ambt en de aard ervan niet overmatig is. 2.Bij twijfel over doelmatigheid of overmatigheid van de uitnodiging, of anderszins, overleggen politieke ambtsdragers met de burgemeester. Zo nodig kan het onderwerp worden besproken in het presidium respectievelijk het college. Artikel2.3Buitenlandse dienstreizen 1.Een politieke ambtsdrager die het voornemen heeft uit hoofde van zijn functie een buitenlandse reis (daaronder valt ook een reis naar de landen van het Koninkrijk in de Caraïben en de BES eilanden) te maken of is uitgenodigd voor een buitenlandse reis of werkbezoek op kosten van derden, heeft vooraf toestemming nodig van het bestuursorgaan waar hij deel van uit maakt. Hij verschaft voor de besluitvorming informatie over het doel van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan. De burgemeester, als bestuursorgaan, behoeft toestemming van het college. Het gemeentelijk belang van de reis is doorslaggevend voor de besluitvorming. 2.Lid 1 is niet van toepassing op werkbezoeken aan Brussel of binnen de Euregio. 3.Een politieke ambtsdrager meldt het voornemen tot een buitenlandse reis of een uitnodiging daartoe uit hoofde van zijn nevenfunctie in het bestuursorgaan waar hij deel van uit maakt en verschaft daarbij informatie over het doel van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap en de geraamde kosten. De burgemeester, als bestuursorgaan meldt het voornemen in het college. 4.Het ten laste van de gemeente meereizen van de partner van een politieke ambtsdrager naar en in het buitenland is uitsluitend toegestaan wanneer dit gebeurt op uitnodiging van de ontvangende partij en het belang van de gemeente daarmee gediend is. Het meereizen van de partner wordt bij de besluitvorming betrokken. 5.Het anderszins meereizen naar en in het buitenland van derden op kosten van de gemeente is niet toegestaan. 6.Het verlengen van een buitenlandse dienstreis voor privédoeleinden is slechts beperkt toegestaan en moet betrokken worden bij de besluitvorming. De extra reis- en verblijfkosten komen volledig voor rekening van de politieke ambtsdrager. 7.Collegeleden verstrekken de gemeenteraad jaarlijks een overzicht van gemaakte meerdaagse buitenlandse dienstreizen, alsmede van meerdaagse buitenlandse reizen uit hoofde van nevenfuncties. TOELICHTING Geschenken en uitnodigingen kunnen een sluiproute naar oneigenlijke beïnvloeding zijn. Uitgangspunt bij de afspraken over geschenken, faciliteiten, diensten en uitnodigingen is dat kleine attenties en attenties die een functioneel doel hebben mogen worden aangenomen. Het is belangrijk dat geschenken en uitnodigingen transparant zijn, niet bovenmatig zijn en dat er geen (schijn van) afhankelijkheid ontstaat. Geschenken en uitnodigingen in ruil voor tegenprestatie is nooit toegestaan. In de ambtseed of belofte verklaart een politieke ambtsdrager aan niemand iets te hebben gegeven of beloofd om te worden benoemd en ook in de toekomst geen geschenken aan te nemen of beloften te doen in ruil voor een tegenprestatie. Bij buitenlandse dienstreizen kan snel het beeld ontstaan van een snoepreisje. Om deze beeldvorming te vermijden en politieke ambtsdragers houvast te bieden over het kader waarbinnen de dienstreizen kunnen worden gemaakt, zijn in deze gedragscode afspraken opgenomen. WETTELIJK KADER Voor raads- en commissieleden Artikel 14 Gemeentewet (eed of belofte) Voor collegeleden Artikel 41a en 65 Gemeentewet (eed of belofte) 3. Afspraken over de omgang met gemeentelijke voorzieningen KERN De gemeente werkt met belastinggeld. Politieke ambtsdragers gaan daarom zorgvuldig om met gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen en gebruiken die alleen waar ze voor zijn bedoeld. Politieke ambtsdragers maken gebruik van voorzieningen die de gemeente hun ter beschikking stelt en zij maken kosten bij de uitoefening van hun ambt. Voor dat laatste krijgen zij een vergoeding. In de Gemeentewet staat dat geen andere vergoedingen zijn toegestaan dan waarin deze wet voorziet. Artikel3.1Gemeenschappelijke ruimtes Politieke ambtsdragers houden zich aan de regels voor het gebruik van algemene interne voorzieningen, zoals vergaderruimtes. Artikel3.2Onkostenvergoedingen en declaraties 1.Uitgaven worden uitsluitend vergoed als de hoogte en de functionaliteit ervan kunnen worden aangetoond. Politieke ambtsdragers zijn terughoudend bij het in rekening brengen van uitgaven die zich op het grensvlak van privé en publiek bevinden. 2.Ter bepaling van de functionaliteit van uitgaven worden als criteria gehanteerd dat met de uitgave het belang van de gemeente is gediend en dat de uitgave voortvloeit uit de functie van politieke ambtsdrager. 3.Politieke ambtsdragers declareren geen zaken die door de onkostenvergoedingen worden gedekt. 4.In geval van twijfel over een declaratie van raadsleden wordt dit voorgelegd aan de voorzitter van de gemeenteraad en zo nodig ter besluitvorming aan de gemeenteraad. De wethouders leggen dit voor aan de voorzitter van het college en zo nodig ter besluitvorming aan het college. De burgemeester, als bestuursorgaan, legt dit voor aan het college en zo nodig ter besluitvorming voor aan de gemeenteraad. Artikel3.3Gebruik ICT- middelen Politieke ambtsdragers houden zich bij gebruik van de ICT-middelen van de gemeente aan de voor hen geldende afspraken. Daarbij is van belang dat: usb sticks met informatie niet onbeveiligd en onbewaakt worden achtergelaten; inloggegevens niet worden gedeeld; laptops en/of tablets niet worden uitgeleend aan anderen, ook niet tijdelijk. Artikel3.4Gebruik dienstauto Het college bepaalt in hoeverre collegeleden voor hun dienstreizen gebruik maken van een dienstauto (met of zonder chauffeur) en of van de dienstauto gebruik kan worden gemaakt voor woon-werkverkeer of voor de uitoefening van q.q.-nevenfuncties. TOELICHTING Politieke ambtsdragers bevinden zich onder een vergrootglas als het gaat over het vergoeden van gemaakte kosten of het gebruikmaken van voorzieningen. Van politieke ambtsdragers mag een zekere soberheid worden verwacht en zij hebben een voorbeeldfunctie. Politieke ambtsdragers dragen immers vaak zelf de eindverantwoordelijkheid voor het kostenniveau van een bepaalde voorziening of verstrekking. Uitgaven die ogenschijnlijk van ondergeschikt belang zijn, kunnen in de publiciteit breed worden uitgemeten en de reputatie van een politieke ambtsdrager aantasten. WETTELIJK KADER Voor raads- en commissieleden Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers Voor collegeleden Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Ommen 4. Afspraken over de omgang met informatie KERN Politieke ambtsdragers gaan zorgvuldig en correct om met de informatie die zij hebben. Daar hoort ook bij dat zij niet met opzet een feitelijk onjuiste voorstelling van zaken geven over gebeurtenissen in en rond de gemeente. Zij willen met elkaar een open en controleerbare overheid zijn. Artikel4.1Open en controleerbaar Politieke ambtsdragers handelen in overeenstemming met letter en de geest van de Gemeentewet en met de Wet open overheid. Zij willen open en transparant zijn over het gevoerde beleid en de beweegredenen daarvoor. Artikel4.2Omgang met geheime informatie 1.Politieke ambtsdragers die informatie ontvangen onder oplegging van geheimhouding mogen deze informatie delen met (collega-)raads- en commissieleden. Tegenover anderen zijn zij conform de wettelijke regeling tot geheimhouding verplicht. Geheime informatie wordt door politieke ambtsdragers veilig gebruikt en bewaard. 2.Ambtelijke adviezen en ambtelijke voorstellen waarover bestuurlijke besluitvorming nog moet plaatsvinden, kunnen alleen worden gedeeld met derden voor zover dit transparant gebeurt en het delen ervan een gerechtvaardigd doel dient. TOELICHTING Geheime informatie is informatie waar formeel geheimhouding is opgelegd (op grond van de artikelen 87, 88 en 89 Gemeentewet). Politieke ambtsdragers zijn dan wettelijk verplicht tot geheimhouding. Daarnaast zijn er situaties waarin politieke ambtsdragers redelijkerwijs moeten begrijpen dat informatie waarover zij beschikken, (nog) niet bestemd is voor de openbaarheid of voor het delen met derden wanneer daardoor een ongelijk speelveld ontstaat. Het gaat dan bijvoorbeeld om informatie waarover het college nog tot geheimhouding kan besluiten. Of informatie die politieke ambtsdragers onder embargo hebben ontvangen en die de volgende dag openbaar wordt gemaakt. Een respectvolle omgang met elkaar en met informatie is een vereiste om met elkaar tot een werkelijk debat te komen op basis van feiten. Van politieke ambtsdragers mag worden verwacht dat zij daarom niet bewust onjuiste informatie verspreiden en hun bronnen controleren. WETTELIJK KADER Voor raads- en commissieleden Artikel 23 en 24 Gemeentewet (beslotenheid) Artikel 87, 88, 89 en 292 Gemeentewet (geheimhouding) Artikel 169 Gemeentewet (informatieplicht) Voor collegeleden Artikel 54 Gemeentewet (beslotenheid) Artikel 87, 88, 89 en 292 Gemeentewet (geheimhouding) Artikel 169 Gemeentewet (informatieplicht) 5. Afspraken over omgangsvormen KERN Politieke ambtsdragers gaan op respectvolle wijze om met elkaar, medewerkers en inwoners. Zij gedragen zich als een goede ambassadeur van de gemeente en houden de eer en het aanzien van de gemeente hoog. Politieke ambtsdragers zorgen met elkaar voor een veilige werksfeer. Artikel5.1Omgangsvormen algemeen 1.Binnen en buiten het gemeentehuis behandelen politieke ambtsdragers zowel elkaar, de griffie, de gemeentesecretaris en andere medewerkers als de bestuursorganen op correcte wijze zowel mondeling, schriftelijk als in de (sociale) media. 2.Politieke ambtsdragers maken zich niet schuldig aan pestgedrag, (seksuele) intimidatie, discriminatie, agressie en geweld. Ook bewust ongefundeerde beschuldigingen van strafbaar of anderszins niet-integer gedrag worden niet geaccepteerd. 3.Vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid bewaken politieke ambtsdragers actief elkaars sociale veiligheid. Dat doen politieke ambtsdragers door zelf het goede voorbeeld te geven en elkaar aan te spreken op ongewenst gedrag. Artikel5.2Omgangsvormen in vergadering 1.Politieke ambtsdragers houden zich tijdens vergaderingen aan het Reglement van Orde en volgen de aanwijzingen van de voorzitter op. Politieke ambtsdragers spreken in het debat via de voorzitter. 2.Optreden tegen ongewenste omgangsvormen tijdens raadsvergaderingen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de in de vergadering aanwezige personen. De voorzitter kan een politieke ambtsdrager tot de orde roepen en de politieke ambtsdrager bij belemmering van de vergadering, het verdere verblijf in de vergadering ontzeggen. TOELICHTING Iedereen heeft recht op een sociaal veilige werkomgeving, ook politieke ambtsdragers. Los van de gevolgen van grensoverschrijdend gedrag op individueel niveau, zijn correcte omgangsvormen van politieke ambtsdragers van belang voor het goed functioneren van de democratie. Een respectvolle omgang met elkaar is een vereiste om met elkaar tot een zorgvuldig debat te komen op basis van feiten. Bovendien zijn onderlinge omgangsvormen in de gemeenteraad en in het college van betekenis voor de vraag hoe inwoners en bedrijven naar de gemeente kijken. De manier waarop de gemeenteraad en het college onderling en met elkaar omgaan is van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek. Het goede voorbeeld geven, ook in de privésfeer, is daarbij in de praktijk de norm. Politiek is debatteren, en kan daarbij ook een arena van strijd en emotie zijn. Daar mogen verschillen worden uitvergroot. Daarbij geldt wel: we houden oog voor elkaars welzijn. Als politieke ambtsdragers zichtbaar over elkaars grenzen gaan ligt de verantwoordelijkheid niet alleen bij de persoon die de ongewenste gedraging ervaart, maar ook bij overige politieke ambtsdragers die op dat moment getuige zijn. WETTELIJK KADER Voor raads- en commissieleden Artikel 16 Gemeentewet (reglement van orde) Artikel 26 Gemeentewet (handhaving van de orde) Voor collegeleden Artikel 52 Gemeentewet (reglement van orde) 6. Overige afspraken Artikel6.1Eenduidige interpretatie De gemeenteraad bevordert de eenduidige interpretatie van deze gedragscode. Bij niet-geregelde onderwerpen of onduidelijkheden in de gedragscode voorziet de gemeenteraad daarin op voorstel van de voorzitter. Artikel6.2Toezicht op naleving 1.De gemeenteraad en in het bijzonder de burgemeester en de fractievoorzitters, zien erop toe dat de politieke ambtsdragers de gedragscode naleven. De griffier (voor de gemeenteraad) en de gemeentesecretaris (voor het college) ondersteunen hierbij. 2.De burgemeester stelt de gedragscode en de naleving ervan eenmaal per jaar aan de orde in het presidium respectievelijk het college. 3.Bij vermoedens van niet-naleving van de gedragscode of anderszins een vermoeden van een integriteitsschending wordt gewerkt volgens het ‘Integriteitsprotocol voor politieke ambtsdragers gemeente Ommen’. Artikel6.3Evaluatie De gemeenteraad evalueert de gedragscode voor politieke ambtsdragers ten minste één keer per raadsperiode om te beoordelen of de inhoud actueel, duidelijk en toepasbaar is. TOELICHTING Een gedragscode kan onmogelijk in alle situaties voorzien. Het is daarom van belang om regelmatig te reflecteren op de kernwaarden en afspraken uit de gedragscode en op eventuele leemtes of onduidelijkheden. Daarbij kunnen ook de behoefte voor het bespreken van praktijkvoorbeelden of het volgen van trainingsbijeenkomsten worden gepeild. Op die manier blijft de gedragscode een levend document. Het toezien op naleving van de gedragscode ligt ultimo bij de gemeenteraad als orgaan dat de gedragscodes vaststelt. Bijzondere rollen zijn weggelegd voor de burgemeester als bevorderaar van bestuurlijke integriteit (artikel 170 lid 2 Gemeentewet) en voor de fractievoorzitters, als primus inter pares binnen hun fracties. De griffier en de gemeentesecretaris zijn als eerste adviseurs van de gemeenteraad respectievelijk het college beschikbaar voor ondersteuning en advies. Wanneer sprake is van een concreet vermoeden van niet-integer handelen, dan geldt het ‘Integriteitsprotocol voor politieke ambtsdragers gemeente Ommen’. Dit protocol biedt een met waarborgen omklede procedure om zorgvuldig om te gaan met meldingen en signalen en recht te doen aan zowel de melder als de betrokken politieke ambtsdrager. 7. Inwerkingtreding en citeertitel De ‘Gedragscode politiek ambtsdragers gemeente Ommen 2014’ vastgesteld op 27 maart 2014 wordt ingetrokken. De gedragscode treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. Deze gedragscode wordt aangehaald als: Gedragscode voor politieke ambtsdragers gemeente Ommen 2026. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Ommen van 12 maart 2026.De raad voornoemd, de griffier, S.G.M. Dijk-Horenberg de voorzitter,mr. drs. J.M. Vroomen

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.