Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Gennep De raad van de gemeente Gennep; Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gennep Gelet op artikel 36 van de Wet werk en bijstand; Gezien het advies van de cliëntenraad WWB; Besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening langdurigheidstoeslag Artikel 1 Begripsbepalingen 1 In deze verordening wordt verstaan onder:a. College: het college van burgemeester en wethouders.b. Wet: de Wet werk en bijstand.c. Referteperiode: een aaneengesloten periode van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum.d. Peildatum: de datum zoals die omschreven is in artikel 36 lid 4 van de Wet werk en bijstand (Wwb).e. Inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede 'een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan' moet worden gelezen 'de referteperiode'. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag als inkomen gezien.f. Gehuwdennorm: de norm van artikel 21 onderdeel c van de wet.g. WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.h. WSF 2000: Wet studiefinanciering. 2 Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand. Artikel 2 Langdurig, laag inkomen, uitzicht op inkomensverbetering 1 Aan de in artikel 36, eerste lid, van de wet gestelde voorwaarde van het hebben van een langdurig, laag inkomen is voldaan als gedurende referteperiode het inkomen niet uitkomt boven 105 procent van de toepasselijke bijstandsnorm. 2 Er bestaat in ieder geval geen recht op langdurigheidstoeslag voor de belanghebbende die op de peildatum een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.