Natuurbeheerplan Zeeland 2026 (Zeeland)
Natuurbeheerplan Zeeland 2026 Vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 10 juni 2025 Op 10 juni 2025 (nr. 648749) hebben Gedeputeerde Staten de Planwijziging 2025 van het Natuurbeheerplan Zeeland vastgesteld. Het Natuurbeheerplan Zeeland bevat de begrenzing van natuurgebieden en agrarische beheergebieden van het Natuurnetwerk in Zeeland en dient onder andere voor de subsidiëring van het natuurbeheer via het Subsidiestelsel natuur en landschap (SNL). Zienswijzen De ontwerp-planwijziging 2025 van het Natuurbeheerplan Zeeland lag van 11 maart tot en met 22 april 2025 fysiek ter inzage voor het indienen van zienswijzen en kon verder digitaal worden ingezien op en gedownload van de provinciale website. De bijbehorende kaarten konden in deze periode in detail worden bekeken via de provinciale website op: https://kaarten.zeeland.nl/map/atlasvanzeeland. De zienswijzen zijn behandeld in een antwoordnota. Naar aanleiding van de zienswijzen en overige reacties is de planwijziging op enkele onderdelen aangepast. De planwijziging is verwerkt in het geconsolideerde Natuurbeheerplan Zeeland 2026, dat gelijktijdig met de planwijziging en de antwoordnota door Gedeputeerde Staten is vastgesteld en bekendgemaakt in het Provinciaal blad. De documenten zijn te raadplegen op https://www.zeeland.nl/natuur-en-landschap/natuurbeheer. Beroep instellen De Planwijziging 2025 van het Natuurbeheerplan Zeeland en de antwoordnota liggen van 1 september tot en met 13 oktober 2025 ter inzage op het provinciehuis, Abdij 6 te Middelburg en kunnen gedurende deze periode in de linker kolom onder ‘Bekijk documenten’ ingezien en/of gedownload worden. De bijbehorende kaarten kunnen in deze periode in detail worden bekeken via de provinciale website op: https://www.zeeland.nl/loket/kaarten-en-cijfers/kaarten/natuur-en-landschap-kaart. De documenten behorende bij het besluit zijn bovendien vanaf 1 september 2025 te raadplegen op https://www.zeeland.nl/natuur-en-landschap/natuurbeheer. Belanghebbenden die een zienswijze op de ontwerp-planwijziging hebben ingediend - en zij aan wie redelijkerwijs niet kan worden verweten geen zienswijze te hebben ingediend - kunnen beroep instellen tegen het besluit tot vaststelling van de Planwijziging 2025 van het Natuurbeheerplan Zeeland bij de rechtbank Zeeland-West Brabant, locatie Breda, team bestuursrecht, Postbus 90006, 4800 PA Breda. Voor de behandeling van een beroepschrift is griffierecht verschuldigd. In het beroepschrift neemt u ten minste op uw naam, uw adres, de datum, tegen welk besluit u beroep instelt (zo mogelijk een kopie meezenden) en waarom. Het beroepschrift dient te worden ondertekend. U moet het beroepschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop het besluit ter inzage is gelegd. Als u overweegt beroep in te stellen, kunt u een informatiefolder aanvragen op het telefoonnummer 0118-
- U kunt de informatie ook downloaden van: https://www.zeeland.nl/loket/klacht-bezwaar-melding-doorgeven/beroep-instellen. Wij wijzen u erop dat het beroep niet de werking van het besluit schorst. Indien u beroep hebt ingesteld, kunt u de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West Brabant, locatie Breda, team bestuursrecht, Postbus 90006, 4800 PA Breda, verzoeken een voorlopige voorziening te treffen, indien onverwijlde spoed dit, gelet op de betrokken belangen, vereist. Voor de behandeling van dit verzoek is eveneens griffierecht verschuldigd. 1.Wat is het Natuurbeheerplan? 1.1Inleiding Voor u ligt het Natuurbeheerplan Zeeland
- Dit plan beschrijft de beleidsdoelen en de subsidiemogelijkheden voor ontwikkeling en beheer van natuurgebieden, agrarische natuur en landschapselementen in de Provincie Zeeland. Het Natuurbeheerplan is verankerd in het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL)
- Dit stelsel bevat de ‘Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer 2016 (SVNL2016, kortweg SVNL) voor het beheer van natuurgebieden en agrarische leefgebieden en de ‘Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap (SKNL) voor investeringen in natuur en landschap (omvorming, inrichting en kwaliteitsontwikkeling). Met dit Natuurbeheerplan stelt de Provincie Zeeland de kaders vast voor de uitvoering van het natuur- en landschapsbeheer. Het Natuurbeheerplan geeft aan waar welke natuur aanwezig is en welke beheerdoelen voor deze begrensde gebieden gelden. De provincie vergoedt een aanzienlijk deel van de kosten voor de ontwikkeling en het beheer van natuur door middel van subsidies. Het Natuurbeheerplan vormt de basis voor het aanvragen van deze subsidies. Het Natuurbeheerplan is geen statisch document. Het plan wordt jaarlijks herzien. Verzoeken tot wijziging kunnen van 1 november tot en met 31 december worden ingediend en worden meegenomen in de daaropvolgende jaarlijkse Planwijziging. In verband met de jaarlijkse aanvraagperioden van de SNL-subsidies in oktober (SVNL agrarisch natuurbeheer), november-december (SVNL-natuurbeheer) en vanaf januari (SKNL (functieverandering en investeringen) stellen Gedeputeerde Staten de Planwijziging en het gewijzigde Natuurbeheerplan (geconsolideerde versie) uiterlijk in september vast. Voorgeschiedenis Op 6 november 2001 hebben Gedeputeerde Staten het Natuurgebiedsplan Zeeland 2001 vastgesteld. In dat Natuurgebiedsplan was de begrenzing van natuurgebieden en agrarische beheergebieden van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) voor het eerst voor de gehele provincie vastgelegd. De natuurdoelen werden per gebied beschreven en de subsidiemogelijkheden voor verwerving, inrichting en beheer via het toenmalige Programma Beheer werden globaal aangeduid. In het tweede Natuurgebiedsplan
- Op 22 september 2015 hebben Gedeputeerde Staten het Natuurbeheerplan Zeeland 2016 vastgesteld. Daarin zijn verwerkt de Herijking EHS, diverse wijziging van de zoekgebieden voor akkervogels en het nieuwe beleid voor het collectief agrarisch natuurbeheer. 1.2Doel en status Natuurbeheerplan 1.2.1Beleidskader natuur en landschap Het Natuurbeheerplan is een provinciaal beleidskader om het Europese, rijks- en provinciale natuur- en landschapsbeleid te realiseren. Het gaat daarbij om bestaande natuurgebieden, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden die worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer en de Natura 2000-gebieden. Het Natuurbeheerplan beschrijft bovendien op detailniveau welke natuur- en landschapsdoelen in de begrensde gebieden nagestreefd worden. De begrenzingen en beheertypen zijn toegespitst op de internationale biodiversiteitsdoelen en op de internationale natuurgerichte agromilieu-, water- en klimaatdoelen. Het plan is het beleidskader voor de uitvoering van het provinciale natuurbeleid en ook voor de implementatie van artikel 65 van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid- Nationaal Strategisch Plan (GLB-NSP). Het plan is verankerd in de SVNL en SKNL en daarmee kaderstellend voor de SNL-subsidies. Begrenzing van natuur en landschap In het Natuurbeheerplan zijn het Natuur Netwerk Nederland en de agrarische gebieden met natuurwaarden aangeduid (‘begrensd’). Het Natuurbeheerplan Zeeland is het provinciale beleidskader voor: ontwikkeling en beheer van natuurgebieden; bescherming en beheer van agrarisch gebied van ecologische betekenis van het Natuurnetwerk in Zeeland; het agrarisch natuur- en landschapsbeheer van leefgebieden buiten het Natuurnetwerk in Zeeland. Het Natuurbeheerplan Zeeland is een nadere uitwerking van de Natuurvisie Zeeland 2017-2022 en gericht op de uitvoering van het provinciale beleid voor natuur en landschap. Begrenzingen in het Natuurbeheerplan Zeeland hebben geen directe planologische gevolgen. Het Natuurbeheerplan Zeeland is tevens een nadere uitwerking van het Omgevingsplan Zeeland. Het Natuurbeheerplan beschrijft de begrenzing en de wezenlijke kenmerken en waarden van het nationale Natuurnetwerk in Zeeland. De begrenzing van het Natuurnetwerk in Zeeland is vastgelegd in de Omgevingsverordening Zeeland. Het betreft de gebieden op het land zoals weergegeven in de volgende natuurkaarten: XII-1 Bestaande natuur; XII-2 Agrarisch gebied van ecologische betekenis; XII-3 Natuurontwikkelingsgebieden; XII-4 Afwegingszone natuurgebieden; XI Verdrogingsgevoelige natuurgebieden. Op grond van de artikelen 2.2 en 2.4 van het Delegatiebesluit Omgevingsverordening Zeeland zijn Gedeputeerde Staten bevoegd deze natuurkaarten te wijzigen. De gebieden die tot het Natuurnetwerk in Zeeland behoren zijn planologisch beschermd op grond van de Omgevingsverordening Zeeland. De natuurgebieden in rijkswater vallen onder het rijksplanologische kader van de Omgevingswet (voorheen SVIR, BARRO en Besluit water) en vallen dus niet onder de provinciale verordening. Het Natuurbeheerplan Zeeland wordt jaarlijks gewijzigd. Wijzigingen in de begrenzing van bestaande natuur, natuurontwikkelingsgebieden en agrarische gebieden van ecologische betekenis werken door naar de Omgevingsverordening Zeeland. De formele doorwerking komt tot stand door de gelijktijdige wijziging van de natuurkaarten in de bijlagen XII-1, XII-2, XII-3, XII-4 en XI van de Omgevingsverordening. Beide besluiten worden gelijktijdig genomen en op de daartoe voorgeschreven wijze bekend gemaakt. Het Natuurbeheerplan heeft geen directe planologische consequenties of consequenties voor bestemmingsplannen en heeft dus geen invloed op eigendomsrechten of bestaande gebruiksmogelijkheden. In het Natuurbeheerplan worden vooral de natuur- en beheerdoelen van het Natuurnetwerk in Zeeland vastgelegd en geactualiseerd. Daarmee wordt de uitvoering van het beleid via bescherming, ontwikkeling, herstel en beheer aangestuurd. Het Natuurbeheerplan heeft daarmee ook raakvlakken met ander provinciaal beleid, onder andere voor cultuurhistorie, landschap, water, milieu, ruimte, recreatie en beeldkwaliteit. Het Natuurbeheerplan is afgestemd op het groene beleid van de diverse andere overheden (provincies, Rijk, Europese Unie) en met het integrale omgevingsbeleid voor water, milieu en ruimtelijke ordening. Indien nieuwe ontwikkelingen een aanpassing noodzakelijk maken, zal het plan gewijzigd worden. Het Natuurbeheerplan Zeeland wordt vastgesteld door Gedeputeerde Staten van de Provincie Zeeland. Gedeputeerde Staten zijn hiertoe bevoegd op grond van de Omgevingsverordening Zeeland (artikelen 2.2 en 2.4 Delegatiebesluit Omgevingsverordening Zeeland), de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Zeeland 2016 (artikel 1.3) en de Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en landschap Zeeland (artikel 7). Het Natuurbeheerplan is een beleidsregel in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Aan dit plan kunnen geen rechten worden ontleend. Het plan heeft ook geen directe rechtsgevolgen en staat niet open voor bezwaar, wel voor beroep. Rechtsgevolgen kunnen wel verbonden zijn aan besluiten die op grond van dit plan worden genomen, zoals subsidiebeschikkingen. Deze subsidiebeschikkingen staan wel open voor bezwaar en beroep. Het Natuurbeheerplan bevat geen bindende regels of verplichtingen voor burgers. Opname van een terrein in het Natuurbeheerplan leidt dus niet vanzelfsprekend tot een positief besluit over subsidiëring van het beheer. Het zorgt er alleen voor dat natuurbeheerders en gecertificeerde agrarische collectieven van de gronden die zijn begrensd, de mogelijkheid krijgen om subsidie aan te vragen voor het beheer van deze gronden. Nieuw is dat er ook subsidie aangevraagd kan worden voor natuurgerichte doelen rond agromilieu, klimaat en water. Bepalen van huidige en gewenste beheerdoelen voor natuurgebieden In het Natuurbeheerplan zijn de huidige en de gewenste beheerdoelen voor de Natura 2000-gebieden, het Natuur Netwerk Nederland en agrarische gebieden met natuurwaarden opgenomen. In dit plan begrenst en beschrijft de Provincie de gebieden waar subsidiëring van beheer en ontwikkeling van natuur, agrarische natuur en landschapselementen plaats kan vinden. De begrenzing is aangeduid op twee kaarten: de beheertypenkaart en de ambitiekaart. Het natuurbeheerplan heeft geen planologische consequenties of consequenties voor beheerfuncties en heeft dus geen invloed op eigenomsrechten of bestaande gebruiksmogelijkheden. Het Natuurbeheerplan bevat geen bindende regels of verplichtingen voor burgers. Ook kunnen er geen rechten aan worden ontleend; opname van een terrein in het Natuurbeheerplan leidt dus niet vanzelfsprekend tot een positief besluit over subsidiëring van het beheer. Het zorgt er alleen voor dat beheerders en gecertificeerde agrarische collectieven van de gronden die zijn begrensd als natuurgebied, als agrarische natuur of als landschapselement de mogelijkheid krijgen om subsidie aan te vragen voor het beheer van deze gronden. Ook is het mogelijk om subsidie aan te vragen voor natuurgerichte agromilieu, klimaat en waterdoelen. 1.2.2Beleidskader agrarische leefgebieden Beheerdoelen voor agrarische leefgebieden Het beleidskader voor agrarische leefgebieden wordt in dit Natuurbeheerplan bepaald door begrenzing van agrarische leefgebieden en agrarische beheertypen, zoals weergegeven in kaartbijlage
- Door middel van agrarisch natuurbeheer kan in deze leefgebieden, met subsidie SVNL, een bijdrage worden geleverd aan het behoud van doelsoorten van internationale betekenis. Waterdoelen In het Natuurpact en de overeenkomst met de Manifestpartijen zijn afspraken gemaakt om naast internationale soortendoelen ook internationale Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen op te nemen. Als waterschappen voor waterbeheerdiensten (Blauwe diensten) gebruik willen maken van EU-cofinanciering, dan kan dit uitsluitend via gebiedsaanvragen van agrarische collectieven, op grond van het Natuurbeheerplan en de SVNL. De waterschappen geven daarvoor aan voor welke waterdoelen welke waterbeheerdiensten nodig zijn, inclusief randvoorwaarden en prioriteiten. Klimaatdoelen In het GLB-NSP (Nationaal Strategisch Plan in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid) is afgesproken om, naast de internationale soortendoelen en KRW-doelen, ook klimaatdoelen op te nemen. Het kader hiervoor wordt gevormd door het Klimaatakkoord, de nationale klimaatadaptatiestrategie en de bossenstrategie. Er wordt ingezet op klimaatadaptatie en mitigatie gericht op bijvoorbeeld het verminderen van effecten van extreme weersomstandigheden door water-, bodem- en teeltmanagement, en op reductie van de uitstoot van broeikasgassen. 1.3Wijzigingen Natuurbeheerplan Zeeland in 2025 Dit Natuurbeheerplan 2026 is op een aantal punten gewijzigd ten opzichte van het voorgaande Natuurbeheerplan. de tekst van het Natuurbeheerplan is geactualiseerd en aangepast aan recente beleidsontwikkelingen; de begrenzingen van het Natuurnetwerk in Zeeland, van de Agrarische leefgebieden en van de agrarische zoekgebieden zijn geactualiseerd naar aanleiding van beleidsontwikkelingen en ontwikkelingen in de uitvoering van het beleid; de beheertypenkaart en de ambitiekaart zijn geactualiseerd op grond van nieuwe informatie uit de gebieden. De wijzigingen zijn door Gedeputeerde Staten vastgesteld in een planwijziging. De Planwijzing 2025, de Antwoordnota en het Natuurbeheerplan Zeeland 2026 zijn door Gedeputeerde Staten vastgesteld bij besluit van 10 juni 2025 (nr. 648749). Bij de voorbereiding is de procedure afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht gevolgd. Er zijn 5 zienswijzen ingediend. Deze zijn behandeld in een antwoordnota en verwerkt in de planwijziging. De planwijziging op zijn beurt is verwerkt in het geconsolideerde Natuurbeheerplan Zeeland
- De ontwerp-planwijziging, de antwoordnota en de definitieve planwijziging zijn te raadplegen op: https://www.zeeland.nl/natuur-en-landschap/natuurbeheer. Het Natuurbeheerplan Zeeland 2026 treedt na vaststelling in werking op de dag na publicatie in het Provinciaal blad en vervangt daarbij het tot dan geldende Natuurbeheerplan Zeeland
- 1.4Leeswijzer In dit Natuurbeheerplan wordt achtereenvolgens beschreven: Wat is het Natuurbeheerplan? de achtergronden en status van het Natuurbeheerplan Beleidskader het beleidskader voor ontwikkeling en beheer van natuurnetwerk en leefgebieden Subsidiestelsel Natuur en Landschap de inhoud van het Subsidiestelsel Natuur en Landschap Natuur- en Landschapsdoelen de natuur- en landschapsdoelen voor natuurnetwerk en leefgebieden Subsidiemogelijkheden de uitvoering van het Subsidiestelsel Natuur en Landschap Meer informatie relevante nadere informatie, met links naar websites Tekstuele bijlagen Nadere tekstuele detailinformatie Kaartbijlagen de plankaarten De kaartbijlagen zijn om praktische redenen op een laag schaalniveau in dit plan opgenomen en tonen niet alle detailinformatie. De kaarten zijn in detail te bekijken en te downloaden op https://kaarten.zeeland.nl/map/atlasvanzeeland. 2.Beleidskader 2.1Europees kader natuur en landschap Het Natuurbeheerplan is gebaseerd op het vigerend beleid voor het landelijk gebied voor water, milieu en ruimtelijke ordening van de Europese Unie, het Rijk en de provincies. In dit hoofdstuk lichten wij de belangrijkste onderdelen van het vigerend beleid en de recente ontwikkelingen toe. De lidstaten van de EU hebben gezamenlijk specifieke wetten en beleidsdoelen vastgesteld voor het instandhouden van bepaalde planten- en diersoorten en natuurlijke habitats van internationale betekenis. Dit gebeurt via de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) en Natura 2000, voor de instandhouding van gezonde watersystemen (Kaderrichtlijn water - KRW) en voor een schoon milieu (Nitraatrichtlijn). De Europese Commissie (EC) ziet erop toe dat de lidstaten deze afspraken nakomen. Naast de bovenstaande beleidskaders is zowel de Subsidieverordening Natuur- en Landschaps-beheer 2016 (SVNL2016) als de Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap 2016 (SKNL2016) getoetst op staatssteun. Op basis van de Richtsnoeren voor de land- en bosbouwsector heeft de Europese Commissie goedkeuring verleend aan de beide modelverordeningen en hebben de provincies zich daarmee gecommitteerd aan de bijbehorende vereisten. GLB-NSP 2023-2027 Voor het platteland zijn door de EC-beleidsdoelen en regels vastgesteld met betrekking tot de verduurzaming en vergroening van de landbouw. Dit wordt concreet geëffectueerd in de vorm van het GLB-NSP 2023-
- Het motto van het Nederlandse Strategisch Plan (NSP) is ‘Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) gaat toekomstbestendig boeren beter belonen. Alle 9 doelen moeten in samenhang aan de orde komen, afhankelijk van de behoeften van de lidstaat. Daarin is de lidstaat niet helemaal vrij, het GLB kent een aantal Europese vereisten. Daarnaast worden ook de nationale vereisten meegenomen in het uit te werken Nationaal Strategisch Plan. Het GLB-NSP staat in het teken van de noodzaak om een toekomstbestendige landbouw te realiseren, aan de hand van 9 Europese specifieke doelstellingen en een overkoepelende opgave tot innoveren, netwerken en digitaliseren. Het GLB-NSP moet ook ingezet worden voor de Green Deal, met in het bijzonder de strategieën Farm2Fork (Boer tot Bord) en Biodiversiteit. Met het GLB-NSP zetten Rijk, Provincies en waterschappen samen de beleidslijnen uit voor beide subsidiefondsen van het GLB, zowel het Plattelandsfonds (pijler 2), als het Garantiefonds (pijler 1). Het Garantiefonds wordt deels ingezet via het nieuwe instrument eco-regelingen en door budget over te hevelen naar het plattelandsfonds, waardoor meer ruimte ontstaat voor investeringen, innovatie, samenwerken en kennisoverdracht voor toekomstgerichte bedrijven en verbreding en optimalisatie van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb). Duidelijk is inmiddels dat eco-regelingen en conditionaliteiten uit pijler 1 van het GLB-NSP en het agrarisch natuur- en landschapsbeheer uit pijler 2 van het GLB-NSP, naast elkaar kunnen worden ingezet en elkaar kunnen versterken. Ook is het mogelijk om ze beide in te zetten, mits zogenaamde double funding voorkomen wordt. Dit betekent dat voor hetzelfde perceel niet twee keer subsidie mag worden verleend. De eco-regelingen en conditionaliteiten hebben een meer nationale generieke invulling (met regionale gebiedsgerichte accenten). Het herstel en instandhouding van habitats en landschappen vergt een integrale aanpak die past bij het gebied. Het ANLb richt zich op gebiedsgerichte activiteiten die boeren samen ondernemen om doelsoorten en doelen uit de opgaven Water en Klimaat te ondersteunen. De bijdrage die de Nederlandse lidstaat levert aan het agromilieu en klimaat is vastgelegd in het GLB-NSP-fiche (art. 65), waarin de ambitie van Nederland is aangeduid. Het agrarisch natuurbeleid, het ecologisch waterbeheer en klimaatdoelen worden gekoppeld aan het ANLb en worden deels gefinancierd met Europees geld. Daarmee moet de uitvoering van het agrarisch natuurbeheer inclusief natuurgerelateerde water- en klimaatdoelen voldoen aan het GLB-NSP-fiche. In het fiche (fiche voor goedkeuring van het ANLb in Brussel) zijn drie leefgebieden (Open grasland, Open akkerland, Dooradering) en de categorieën Water en Klimaat opgenomen. Natuurherstelverordening Op 18 augustus 2024 is de Europese natuurherstelverordening in werking getreden. Deze verordening verplicht lidstaten om doeltreffende maatregelen te treffen om de natuur te herstellen, continu te verbeteren en niet te laten verslechteren. Het bevat oplopende kwantitiatieve doelstellingen voor terrestrische, kust- en zoetwaterecosystemen en mariene ecosystemen die nu niet in goede conditie verkeren, voor 2030, 2040 en
- Ook zijn er aanvullende doelstellingen, bijvoorbeeld voor landbouwecosystemen. Daarnaast gelden er verplichtingen m.b.t. het opstellen van een nationaal natuurherstelplan, monitoring en verslaglegging. Alle artikelen van de verordening zijn direct van toepassing. Op dit moment wordt uitgewerkt welke aanpassingen van het Rijks- en provinciaal beleid noodzakelijk zijn. 2.2Rijksbeleid natuur en landschap Het Rijk stelt in het kader van de internationale verplichtingen op hoofdlijnen de ambities voor de agromilieu- en klimaatdiensten vast en geeft de kaders aan waarbinnen die ambities gerealiseerd kunnen worden. Het Rijksbeleid heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld langs twee lijnen: de eerste lijn betreft het versterken en verbeteren van het bestaande natuurbeleid. Dit richt zich op natuurgebieden en de directe omgeving daarvan. Denk hierbij aan de uitvoering van het Natuurpact
- Het natuurbeleid is gericht op de pijlers: natuurbescherming, natuurbeheer, natuurontwikkeling, natuurherstel, natuurverbreding en natuurbeleving. De natuurvisie is geïntegreerd in de Zeeuwse Omgevingsvisie
- Het Natuurbeheerplan Zeeland is het beleidskader voor de uitvoering van het beleid tot bescherming, ontwikkeling en beheer van het Nationaal Natuurnetwerk in Zeeland en van het agrarisch natuur- en landschapsbeheer buiten het Natuurnetwerk in Zeeland. Bescherming Natuurnwetwerk op grond van de Omgevingsverordening Zeeland De Provincie Zeeland is op grond van de Omgevingswet verantwoordelijk voor de bescherming van het Natuurnetwerk op het land. De beschermde gebieden en de geldende regels zijn bepaald in de Omgevingsverordening Zeeland. De bescherming van natuur in rijkswateren is de bevoegdheid van het Rijk. Ontwikkeling, herstel en beheer van natuurgebieden Ontwikkeling, herstel en beheer van het Natuurnetwerk in Zeeland is de bevoegdheid van de Provincie. De bevoegdheid is bij het Natuurakkoord 2013 gedecentraliseerd van rijk naar provincies. De bevoegdheid strekt zich uit tot alle natuurgebieden van het Natuurnetwerk in Zeeland, inclusief de Natura 2000-gebieden en de natuurgebieden in rijkswateren. Het provinciale beleid voor ontwikkeling, herstel en beheer van de natuurgebieden is bepaald in het Natuurbeheerplan Zeeland. De uitvoering van het beleid vindt plaats door middel van het provinciale Subsidiestelsel natuur- en landschap (SNL). Beheer van agrarische leefgebieden Buiten het Natuurnetwerk in Zeeland stimuleert de Provincie het beheer van agrarische leefgebieden door boeren op eigen grond. Het provinciale beleid is bepaald in het Natuurbeheerplan Zeeland. De uitvoering van het beleid vindt eveneens plaats door middel van het provinciale Subsidiestelsel natuur en landschap (SNL). Verbreding en beleving De Provincie stimuleert de betrokkenheid van grondeigenaren en burgers bij het beheren en beleven van natuur en landschap. Hiervoor zijn programma’s ingericht in het Uitvoeringsprogramma landelijk gebied. 2.3.2Provinciaal beleid natuurnetwerk 2.3.2.1Begrenzing Natuurnetwerk De begrenzing van het Natuurnetwerk in Zeeland wordt in dit Natuurbeheerplan op kaart weergegeven in kaartbijlage
- Het Natuurnetwerk in Zeeland omvat verschillende gebiedscategorieën. 1- Bestaande natuur 1a Bestaande natuur (BN) op het land (groene gebieden op kaart 1, statuscodes 10, 11, 12, 15, 51, 52, 91, 92, 93). Dit zijn de bekende traditionele natuurgebieden op het land, zoals de duinen, de binnendijkse moerassen en karrenvelden, de kreekrestanten en inlagen, de binnendijken, bossen en de oudlandgebieden. Deze gebieden hebben een hoge natuurwaarde en genieten wettelijke bescherming via de Omgevingswet. De natuurwaarde wordt in stand houden door middel van beheermaatregelen. In de meeste gevallen gebeurt dat door een terrein beherende organisatie. Ook zijn veel bestaande natuurgebieden in particulier beheer. De Provincie stimuleert het natuurbeheer in deze gebieden op basis van het SNL. Sommige natuurgebieden op het land zijn in eigendom en beheer bij (semi-) overheidsinstellingen zoals Rijkswaterstaat, waterschap of waterwinbedrijf. Deze instellingen komen niet in aanmerking voor subsidie via het SNL. Alle binnendijken zijn bestaand natuurgebied van het Natuurnetwerk in Zeeland en staan als zodanig vermeld op kaartbijlage 1 (statuscodes 11, 12, 51 en 52). Beheerders van binnendijken kunnen in aanmerking komen voor subsidie natuurbeheer (statuscode 11 of 12) of subsidie agrarisch natuurbeheer (statuscode 51 en 52) via het SNL. Bij zeewerende dijken (gelegen aan getijdewater) staat de waterstaatkundige functie centraal. In dat geval is gesubsidieerd natuurbeheer niet mogelijk. De dijken langs de getijdewateren (inclusief het Kanaal door Zuid-Beveland) maken dan ook geen deel uit van het Natuurnetwerk. Ook spoordijken maken geen deel uit van het Natuurnetwerk. Dijken langs de afgesloten zeearmen maken wel deel uit van het Natuurnetwerk en komen wel in aanmerking voor beheersubsidie via het SNL. Ook alle natuurbossen maken deel uit van het Natuurnetwerk in Zeeland. Dit betreft tevens de bossen die de laatste decennia zijn aangelegd in het kader van landinrichting en gebiedsontwikkeling. Dit met uitzondering van de echte productiebossen en recreatiebossen zonder aanwezig natuurbeheertype; die maken geen deel uit van het Natuurnetwerk in Zeeland en zijn dus ook niet op kaart 1 vermeld. Het Groenproject 't Sloe is een multifunctioneel bosgebied als buffer voor het Sloegebied. Het gebied heeft in dit Natuurbeheerplan de status bestaande natuur, waarbij de recreatiefunctie voorop staat. Het Natuurbeheerplan beschrijft de natuurdoelen voor het natuur- en landschapsbeheer voor deze bossen. Ook de eilanden en oeverlanden in de deltawateren (statuscodes 91, 92, 93) vallen als bestaande natuur onder het regime van de provinciale Omgevingsverordening. De natuurgebieden vergen hier een actief natuurbeheer. 1b Bestaande natuur Deltawater (BND) Schorren, slikken, platen en open water in de deltawateren (lichtblauwe gebieden op kaartbijlage 1, statuscodes 94, 95, 96) vallen niet onder het planologische regime van de provinciale Omgevingsverordening, maar zijn wel bestaande natuur onder het rijksplanologische kader van de Omgevingswet (voorheen SVIR, Barro en Besluit water). Deze gebieden staan daarom als aparte categorie Bestaande natuur Deltawater (lichtblauwe gebieden) vermeld op de statuskaart bijlage 1 van het Natuurbeheerplan. Met name de schorren vergen actief natuurbeheer. De platen, slikken en het ondiep water vergen actief toezicht. De provincie subsidieert dit beheer via het SNL. 2- Agrarisch gebied van ecologische betekenis (AGB) (donkerblauwe gebieden op kaart 1, statuscode 53): dat zijn landbouwgronden (meest oude, reliëfrijke graslanden) met bestaande natuurwaarden, zoals kreekgraslanden, weidevogelgraslanden, en oudland-graslanden, waar landbouw kan worden gecombineerd met natuurbeheer door middel van agrarisch natuurbeheer via het SNL. 3- Nieuwe natuur (NN) (gele gebieden op kaart 1, statuscode 80): dat zijn hoofdzakelijk landbouwgronden waar omvorming van landbouw naar natuurgebied gewenst is. De percelen zijn kansrijk voor ontwikkeling van natuurbeheertypen en voor afronding van reeds bestaande natuurgebieden. De provincie stimuleert de omvorming via de Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap (SKNL). 4- Natuurprojecten: dat zijn als zodanig begrensde gebieden waar besloten is tot ontwikkeling van natuur door middel van een natuurproject. Daarbij kan sprake zijn van een natuurcompensatieproject of een autonoom gebiedsgericht project. De gebieden behoren nog niet tot het Natuurnetwerk en kunnen pas na voltooiing als bestaande natuur worden toegevoegd. 4.1Natuurcompensatieproject (NCP) (oranje gebieden op de kaart 1, statuscode 85): verwerving en inrichting ten behoeve van natuur vinden plaats op grond van een compensatieopgave - na uitvoering wordt het gebied toegevoegd aan het Natuurnetwerk. Het betreft onder andere de door Gedeputeerde Staten vastgestelde projecten ter compensatie van natuurverlies door wegenbouw of uitbreiding van woon- of industriegebied. Het is de bedoeling dat ter plaatse natuur wordt hersteld die elders verloren is gegaan. De verwerving en inrichting van deze gebieden vinden plaats door de compensatie-plichtige. Zodra de projecten zijn uitgevoerd vallen deze gebieden onder de categorie bestaande natuur en komen deze in aanmerking voor beheersubsidie via het SNL. 4.2Gebiedsgericht project (GGP) (roze gebieden op kaart 1, statuscode 86): verwerving, omvorming, inrichting en beheer zijn onderdeel van een gebiedsgericht project. De gebieden worden toegevoegd aan het Natuurnetwerk in Zeeland, nadat de omvorming en inrichting hebben plaatsgevonden. 5- Ecologische verbindingszones: tot het Natuurnetwerk in Zeeland behoren ook de ecologische verbindingszones. Dat zijn lijnvormige landschapselementen zoals bermen en kreekoevers, die een belangrijke rol spelen voor de verbreiding van dieren van het ene naar het andere natuurgebied. De natte ecologische verbindingszones zijn afzonderlijk begrensd in de nota Natte Ecologische Verbindingszones (Provincie Zeeland, 2010). Het Natuurnetwerk in Zeeland omvat daarmee alle wezenlijke Zeeuwse natuurwaarden, zowel buitendijks als binnendijks. Voorgeschiedenis De begrenzing van het Natuurnetwerk (voorheen EHS) in Zeeland is begin jaren negentig tot stand gekomen in reactie op het grootschalige verlies aan natuur en biodiversiteit. Het Nationaal Natuurbeleidsplan uit 1990 was het startsein voor een omvangrijk herstelplan voor de natuur in Nederland dat in nauwe samenwerking tussen Rijk, Provincies en natuurorganisaties tot stand is gekomen, en nog steeds in uitvoering is. De kern van dit herstelplan was de zogenaamde Ecologische Hoofdstructuur, een landelijk netwerk van natuurgebieden, natuurontwikkelingsgebieden, beheergebieden en verbindingszones dat voldoende rust en ruimte moet kunnen bieden voor instandhouding van de natuur in Nederland. Daarbij worden de bestaande natuurgebieden, als kerngebieden voor flora en fauna, veiliggesteld via bescherming en beheer, worden hiaten in het netwerk opgevuld met nieuwe natuur en worden barrières voor de migratie van planten en dieren geslecht door middel van passages en verbindingszones. Deze beleidsvisie is midden jaren negentig ontwikkeld en wordt sindsdien in praktijk gebracht. Veel gebieden zijn sindsdien al opgeknapt of ontwikkeld en veel verbindingszones zijn aangelegd. De aanleg van het Natuurnetwerk in Zeeland vordert gestaag. Daarbij verschuift het accent de laatste jaren van het verwerven en inrichten van nieuwe natuurgebieden naar het beheren en opknappen van bestaande natuurgebieden en naar het natuurbeheer op landbouwgrond. De begrenzing van de bestaande natuurgebieden in Zeeland is voor het eerst vastgesteld in 1990 in de Nota Veiligstelling Natuurgebieden. De begrenzing van de nieuwe natuurgebieden is voor het eerst vastgelegd in de Zeeuwse uitwerking van het Natuurbeleidsplan (1991-1994). In de periode 1991-1994 is de begrenzing van de Zeeuwse Ecologische Hoofdstructuur door Gedeputeerde Staten verder vastgesteld in de vorm van de beleidsnota Zeeuwse uitwerking van het Natuurbeleidsplan. Vertrekpunt was het landelijke Natuurbeleidsplan (Ministerie van LNV, 1990) met daarbij een globale landelijke kaart van het Natuurnetwerk en een oppervlakte te begrenzen hectares. Door het ministerie van LNV is aan Zeeland toegekend 3009 ha beheergebied en 5372 ha nieuwe natuur. Na een uitgebreide voorlichtings- en inspraakronde in heel Zeeland heeft de Provincie deze opgave vertaald in beheer- en begrenzingenplannen voor Noord-Zeeland
- Provincies dienen een eigen afweging te maken bij het begrenzen, definiëren en subsidiëren van landschapsbeheertypen. Naar aanleiding hiervan worden de provinciale beleidsregels voor het begrenzen van landschapsbeheertypen in Zeeland hierbij nader beschreven. De volgende landschapsbeheertypen komen in aanmerking voor begrenzing in het Natuurbeheerplan Zeeland, voor zover deze voldoen aan de onderstaande kenmerken en intekening. Het betreft landschapsbeheertypen die karakteristiek zijn voor Zeeland en een grote betekenis hebben voor natuur, landschap, ecologie en biodiversiteit van het Natuurnetwerk in Zeeland: L01.01 Poel en klein historisch water Kenmerken: veedrinkput met geïsoleerd water Intekening: vlak met werkelijke afmetingen 50-5000 m2 L01.02 Houtwal en houtsingel Kenmerken: vrijliggende, lijnvormige begroeiing van oude, inheemse bomen en struiken Intekening: lijnvormig vlak met vaste breedte 3m en minimale lengte 25m L01.03 Elzensingel Kenmerken: vrijliggende, enkelvoudige rij oude zwarte elzen op natte bodem Intekening: lijnvormig vlak met vaste breedte 3m en minimale lengte 25m L01.05 Knip- of scheerheg Kenmerken: vrijliggende, lijnvormige oude, lage meidoornhaag in weidegebied Intekening: lijnvormig vlak met vaste breedte 3m en minimale lengte 25m L01.06 Struweelhaag Kenmerken: vrijliggende, lijnvormige, oude, hoge meidoornhaag in weidegebied Intekening: lijnvormig vlak met vaste breedte 3m en minimale lengte 25m L01.07 Laan Kenmerken: historische oprijlaan op oude boerderijen en landgoederen bestaande uit een onverharde oprit met aan weerszijden een rij oude, lijnvormige en vrijstaande laanbomen Intekening: twee parallelle lijnvormige vlakken met vaste breedte 5m en minimale lengte 50m, van elkaar gescheiden door een onverharde oprit L01.08 Knotboom Kenmerken: vrijstaande, lijnvormige rij knotwilgen in weide- of krekengebied Intekening: lijnvormig vlak met een vaste breedte van 3m en minimale lengte 50m L01.09 Hoogstamboomgaard Kenmerken: oude boomgaard met hoogstamfruitbomen op historische boerderijen of landgoederen; Intekening: vlak met werkelijke oppervlakte en dichtheid 50-150 bomen per ha. N.B.: de vaste breedtes gelden bij intekening met ingang van 2024 bij planwijzigingen, areaaluitbreidingen en bij continuering van subsidies natuurbeheer SVNL. Beheer Natura 2000-gebieden De beheertypenkaart van het Natuurbeheerplan is tevens het beleidskader voor de subsidiëring van het beheer van Natura 2000-gebieden. De beheertypen voor de Natura 2000-gebieden zijn afgestemd op de habitatkaarten van de betreffende gebieden. Zie daarvoor ook de vertaaltabel beheertypen-habitattypen van bijlage 7.
- 3.2.2Ambitiekaart De ambitiekaart geeft weer welke nieuw natuurgebieden moeten worden ingericht, welke bestaande natuurgebieden moeten worden opgeknapt en welk ambitietype daarbij per gebied wordt nagestreefd. De ambitiekaart vormt het toetsingskader voor het verstrekken van subsidies functieverandering en investeringen via de SKNL. De SKNL is niet van toepassing op agrarisch leefgebied. Investeringen ten behoeve van het ANLb zijn nader uitgewerkt in het GLB-NSP. Indien nog niet bekend is welk ambitietype de voorkeur heeft, dan kan de Provincie besluiten om tijdelijk het beheertype N00.01 ambitietype "nog niet bekend" toe te kennen. Op grond van dit ambitietype kan geen SNL-subsidie worden verleend. De ambitiekaart is weergegeven in kaartbijlage 8.
- Functieverandering op grond van de SKNL Landbouwgronden met de begrenzing Nieuwe natuur kunnen worden omgezet in natuur met een bepaald ambitietype, waarbij de waardevermindering van de grond wordt vergoed. Ook particuliere grondeigenaren kunnen voor deze subsidie in aanmerking komen. De particuliere grondeigenaar blijft in dat geval eigenaar van de grond en blijft verantwoordelijk voor de instandhouding van het natuurgebied en van het begrensde ambitietype respectievelijk beheertype. Voor deze functieverandering bestaat sinds 2005 een fiscale vrijstelling. De omvorming kan worden gesubsidieerd op grond van de Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap (SKNL). Meer informatie op: https://www.zeeland.nl/subsidie-aanvragen/natuursubsidie. Investeringen nieuwe natuur Op de ambitiekaart is aangegeven welk ambitietype in een nieuw natuurgebied gewenst is. Bij nieuwe natuur worden de functieverandering en de inrichting op dat beheertype gericht. Na het toekennen van de subsidie (vanuit SKNL) en het uitvoeren van de inrichtingsmaatregelen, zal de beheertypenkaart van het Natuurbeheerplan moeten worden aangepast, zodat er voor het aanwezige beheertype beheersubsidie kan worden verkregen op basis van de SVNL. Kwaliteitsverbetering bestaande natuur Voor sommige bestaande natuurgebieden kan er een ambitie ontstaan om de natuurkwaliteit te verhogen. Dat kan betrekking hebben op verhoging van de kwaliteit van een aanwezige beheertype of verhoging van de kwaliteit voor realisatie van een ander beheertype. De kwaliteitsverbetering wordt in alle gevallen getoetst aan het ambitietype zoals vermeld op de ambitiekaart van het Natuurbeheerplan. Voor de specifieke voorwaarden met betrekking tot de verlening van een investeringssubsidie wordt verwezen naar www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap. 3.2.3Beheertypen ANLb en categorieën Water en Klimaat Voor het agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb) onderscheiden de provincies de volgende drie leefgebieden: Open grasland, Open akkerland en Dooradering. Deze drie leefgebieden zijn de drie agrarische natuurtypen van de Index Natuur en Landschap. Daarnaast wordt gewerkt met een categorie Water en een categorie Klimaat. In het Natuurbeheerplan worden de drie agrarische natuurtypen en de categorieën Water en Klimaat als zoekgebieden op de beheertypenkaart aangeduid. Alleen binnen de begrenzing van de zoekgebieden is ANLb-subsidie mogelijk (zie de kaartbijlagen 8.5 a-e). Voor de drie agrarische natuurtypen gelden subsidiecriteria. Deze criteria beschrijven de instapeisen voor een ecologisch effectieve subsidieaanvraag. Er wordt naar gestreefd om het agrarisch natuur- en landschapsbeheer in te zetten in de meest kansrijke gebieden voor stabiele populaties van vogelsoorten van internationale betekenis. Hierbij is de versterking van en/of verbinding voor het Natuur Netwerk Nederland (NNN) een belangrijk uitgangspunt. Tevens is het gericht op bevorderen van soorten die afhankelijk zijn van het agrarische cultuurlandschap. Op de beheertypenkaarten ANLb, Water en Klimaat worden geen specifieke doelsoorten of soortengroepen binnen de agrarische beheertypen aangeduid. Welke specifieke doelstellingen de Provincie heeft m.b.t. soorten of soortengroepen wordt beschreven in hoofdstuk
- Bij de begrenzing van de zoekgebieden in het Natuurbeheerplan en de keuze op welke soorten wordt ingezet, houdt de Provincie rekening met de naastgelegen provincies. Dit om een goed afgestemd soortenbeleid over de provincies te garanderen. 3.3Het subsidiekader SVNL en SKNL Voor de uitvoering van het provinciale natuurbeleid heeft de provincie de beschikking over een eigen Subsidiestelsel Natuur en landschap (SNL). Het subsidiestelsel bestaat uit twee regelingen, de SVNL2016 (Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer, kortweg SVNL) voor de subsidiëring van natuurbeheer en natuurmonitoring, en de SKNL (Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap) voor de subsidiëring van functieverandering en investeringen in natuur. De SVNL en SKNL bevatten het juridische kader, de spelregels en de werkwijze voor de subsidiëring van maatregelen door eigenaren en beheerders van natuur en landschap. Het Natuurbeheerplan is het provinciale beleidskader waaraan de subsidieaanvragen getoetst worden. De Index Natuur en Landschap is de landelijke beheertype-taal waarmee afspraken kunnen worden gemaakt over doelen en maatregelen voor verschillende soorten natuur. 3.3.1Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Zeeland (SVNL) 2016 De SVNL is de provinciale subsidieverordening voor de subsidiëring van beheer en monitoring van natuurgebieden van het Natuurnetwerk in Zeeland en van het agrarisch natuurbeheer in de agrarische leefgebieden. De verordening is laatst gewijzigd vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 13 december 2022 Pb 2022 nr.
- De Subsidieverordening bevat regels met betrekking tot onder andere: hoe subsidie wordt opengesteld, inhoud en functie van het Natuurbeheerplan, hoe men subsidie kan aanvragen, beslistermijnen, toezicht, wie subsidie kan aanvragen, waarvoor men subsidie kan aanvragen, weigeringsgronden, subsidievereisten, subsidiabele kosten, subsidiehoogte, hoe subsidieaanvragen worden beoordeeld, verplichtingen van de subsidieontvanger, hoe subsidie wordt betaald, en hoe subsidie wordt vastgesteld. De SVNL is te raadplegen op https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR364848 Zie verder ook paragraaf 5.
- SVNL Natuurbeheer De SVNL bevat een apart hoofdstuk met subsidiebepalingen voor het beheer van natuurgebieden. De subsidie kan worden aangevraagd door eigenaren en/of erfpachters van natuurgebied. Het Natuurbeheerplan is het inhoudelijke toetsingskader voor de subsidieverlening. De beheersubsidie is gericht op natuurbeheertypen en landschapsbeheertypen. Deze staan beschreven in het Natuurbeheerplan. Op de natuurbeheertypenkaart staat aangegeven welke beheertypen voor welke gebieden van toepassing zijn. Dit is voor alle bestaande natuur van het Natuurnetwerk in Zeeland weergegeven. Per beheereenheid (kaartvlak) is één beheertype toegekend. Er is alleen subsidie SVNL-natuurbeheer mogelijk voor gebieden die op de beheertypenkaart zijn vermeld en voor het beheertype dat daarbij is vastgesteld. De beheertypenkaart wordt nader beschreven in hoofdstuk
- Voor natuurgebieden kan ook subsidie voor landschapsbeheertypen worden verstrekt. Op de beheertypenkaart is aangegeven welke landschapselementen aanwezig zijn. Ook hierbij geldt dat alleen subsidie kan worden aangevraagd voor het landschapstype dat op de beheertypenkaart staat vermeld. Naast subsidie voor het natuur- en landschapsbeheer kent de SVNL ook aanvullende subsidiemogelijkheden (bijdragen) voor toegangsvoorzieningen, toezicht, vaarkosten, beheer met gescheperde schaapskudde en uitvoering natuurmonitoring. Zie paragraaf 5.
- SVNL agrarische natuurbeheer De SVNL bevat een apart hoofdstuk met regels voor het agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Deze subsidie kan alleen worden aangevraagd door een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid bestaande uit landbouwers en andere grondgebruikers van landbouwgrond. De subsidie is bedoeld voor het verrichten van beheeractiviteiten in leefgebieden die vermeld staan in het Natuurbeheerplan. De leefgebieden voor Zeeland staan beschreven in hoofdstuk
- 3.3.2Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap De SKNL bevat de spelregels van de Provincie voor het verstrekken van subsidie voor functieverandering, inrichting nieuwe natuur en kwaliteitsverbetering bestaande natuur. De regeling is laatst gewijzigd bij besluit van Gedeputeerde Staten op 27 september 2022 (Pb 2022, 11601). De SKNL-regels hebben betrekking op: openstelling subsidie, wijze van subsidie aanvragen, behandeling van aanvragen en beslistermijnen, uitsluitingen van subsidie, ambitiekaart, wie kan aanvragen, subsidieverplichtingen, subsidiabele kosten, en hoogte subsidie. Functieverandering SKNL Landbouwgronden die in het Natuurbeheerplan zijn aangeduid als nieuwe natuur kunnen met subsidie van de Provincie definitief worden omgezet in natuurgebied. De Provincie subsidieert de waardevermindering van de grond via de SKNL. Op de subsidie functieverandering is het provinciale beleid voor omvorming nieuwe natuur (eenheid van beheer) van toepassing zoals beschreven in paragraaf 2.3.
- Ook particulieren (of samenwerkingsverbanden van particulieren) komen voor subsidie functieverandering in aanmerking. De particulieren zijn en blijven in dat geval eigenaar van de gronden. De subsidie functieverandering werd tot 2021 bepaald op een vast percentage van 85% van de waarde van de grond in het economische verkeer. Er werd uitgegaan van een vaste restwaarde van 15%. Met ingang van 2022 wordt de afwaardering bepaald op het verschil tussen de marktwaarde vóór en de marktwaarde ná de omvorming naar natuur. Voor deze functieverandering bestaat sinds 2005 een fiscale vrijstelling. Investering nieuwe natuur (inrichting) SKNL Landbouwgronden die in het Natuurbeheerplan zijn aangeduid als nieuwe natuur en waarop functieverandering heeft plaatsgevonden, dienen te worden ingericht ten behoeve van natuur. Op de ambitiekaart is aangegeven welk beheertype wordt nagestreefd. Voor elk te ontwikkelen nieuw natuurgebied via de SKNL dient een investeringsplan opgesteld te worden. Voor het opstellen en uitvoeren van het investeringsplan kan subsidie worden aangevraagd. Daarbij wordt overlegd met de provincie over onder andere activiteiten, uitvoering, interim beheer, inrichtingskosten, financiering en planning. De Provincie is ook betrokken bij de uitvoering van het project. Bij het opstellen van een investeringsplan behoort ook het overleg met de desbetreffende natuurverenigingen en voorlichting in de streek. Hierbij wordt ook de gemeente betrokken. Dit biedt de direct omwonenden de gelegenheid om op basis van informatie zelf te komen met ideeën en suggesties voor de nieuwe natuur, die in de toekomst immers hun eigen omgeving wordt. De initiatiefnemer, hetzij Provincie of beheerder, is ook eerste verantwoordelijke voor de communicatie rond het opstellen van het plan. De inrichting kan starten nadat de SKNL-beschikking door de provincie is afgegeven. Bij particulier natuurbeheer ligt het voortouw bij de inrichting bij de particuliere eigenaar. Deze kan voor advisering een beroep doen op de provincie (begrenzing, beheertypen, subsidie), en betrokken organisaties zoals Natuurcollectief Zeeland, Unie van Bosgroepen, Zeeuws particulier Grondbezit en Stichting Landschapsbeheer Zeeland. De eigenaar overlegt met de Provincie bij het uitwerken van natuurdoelen en maatregelen voor het desbetreffende gebied. De particuliere natuurbeheerder is verantwoordelijk voor afspraken met de betrokken organisaties, gemeente en voorlichting in de streek. Ook hierbij geldt dat de inrichting kan starten nadat de SKNL-beschikking door de Provincie is afgegeven. Investering bestaande natuur (kwaliteitsverbetering) SKNL Bestaande natuurgebieden waar het natuurbeheertype, als gevolg van ongunstige terreincondities, niet wordt gehaald en waar een kwaliteitsimpuls noodzakelijk is, kunnen door de beheerder worden opgeknapt. Deze kan hierbij advies of ondersteuning inroepen bij de provincie. Voor de maatregelen kan subsidie kwaliteitsverbetering bij de provincie worden aangevraagd via de SKNL. De subsidie is ook mogelijk voor kwaliteitsverbetering van een bestaand natuurbeheertype. De subsidie kan betrekking hebben op natuurgebieden van het Natuurnetwerk in Zeeland, zowel binnen als buiten de Natura 2000-begrenzing. Zie hiervoor ook paragraaf 5.
- Grondverwerving Voor het realiseren van de ontwikkelopgave nieuwe natuur kan de provincie gebruik maken van de provinciale grondbank. Begrensde percelen Nieuwe natuur die niet op particulier initiatief via de SKNL-functieverandering worden omgevormd, kunnen door de provincie worden aangekocht, omgevormd en ingericht. Een door de provincie omgevormd en ingericht natuurgebied wordt op basis van openbare belangstellingsregistratie overgedragen aan een natuurbeheerder. 3.4Monitoring, controle en certificering Monitoring Monitoring is een essentieel onderdeel van de beheercyclus van de (zesjarige) SVNL. De effecten van het beheer dienen gemeten te worden om te kunnen bepalen of de gestelde doelen gehaald worden. De uitvoering van het natuurbeleid dient gevolgd te worden om te weten of de afgesproken doelen ook gehaald worden. Behalve informatie over de gerealiseerde hectares en het daarvoor benodigde geld (output), is ook informatie nodig over de resultaten in termen van bijv. aantallen dieren en planten (outcome). Gegevens moeten beschikbaar zijn en mogen niet ouder dan 6 jaar zijn op het moment dat wordt gerapporteerd. Op basis van dit meerjarenprogramma wordt jaarlijks de monitoring voor zowel natuur in de natuurgebieden als natuur in de agrarische gebieden uitgevoerd. Gecertificeerde beheerders kunnen zelf de monitoring uitvoeren. De Provincie is verantwoordelijk voor de overige gebieden. Indien uit de evaluatie blijkt dat een beheertype niet wordt gerealiseerd, kan besloten worden tot herstelmaatregelen of tot het aanwijzen van een meer passend beheertype. Monitoring natuurbeheer Voor de monitoring van het natuurbeheer is door de gezamenlijke provincies in overleg met de natuurbeheerders een methodiek vastgesteld, die is beschreven in de “Werkwijze Monitoring en Beoordeling Natuurnetwerk en Natura 2000/PAS”, die te vinden is op de website van BIJ12 (www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/productencatalogus/methodieken/werkwijze-monitoring/). Hierin wordt per beheertype beschreven welke monitoring noodzakelijk is en hoe deze moet worden uitgevoerd. Op de website van BIJ12 zijn ook bijlagen en achtergronddocumenten te downloaden. Gecertificeerde natuurbeheerders kunnen de monitoring zelf uit (laten) voeren en daarvoor de monitoringtoeslag SVNL aanvragen. Voor de overige natuurbeheerders voert de Provincie de monitoring uit. Monitoring agrarisch natuur- en landschapsbeheer, Water en Klimaat Voor de monitoring van het agrarisch natuurbeheer is in 2016 een systematiek ontwikkeld. Daarin wordt onderscheid gemaakt tussen beheermonitoring (het verzamelen van natuurgegevens die nodig zijn om het beheer (beter) uit te voeren) en beleidsmonitoring (het verzamelen van gegevens om de realisatie van de beleidsdoelen op provinciaal, landelijk en Europees niveau te evalueren). De verantwoordelijkheid voor de beheermonitoring bij het agrarisch natuurbeheer ligt bij de agrarische collectieven - de Provincies zijn verantwoordelijk voor de beleidsmonitoring. De blauwe diensten worden ingezet op een bijdrage aan de waterkwaliteit van de KRW-watergangen en het verhogen van het waterbergend vermogen. Hiervoor is een bestaand monitoringsprogramma van waterschappen en provincies (kwaliteit en kwantiteit) beschikbaar, waarbij alle relevante parameters worden gemonitord. Dit betekent dat voor blauwe diensten niet een apart monitoringsprogramma ontwikkeld hoeft te worden. Klimaatmaatregelen worden ingezet om een bijdrage te leveren aan CO2 vastlegging en het reduceren van broeikasgassen. Daarnaast wordt er ingezet op klimaatadaptatie door middelen van vernatten, het opvangen van waterpieken en droogte en omgaan met verzilting. Er is voor klimaatmaatregelen (ANLb) momenteel nog geen specifiek beleidsmonitoringsprogramma ontwikkeld. Monitoringplan De natuurmonitoring wordt door de Provincie Zeeland gecoördineerd via het SNL en door middel van het Provinciaal monitoringprogramma
- 4.Natuur- en Landschapsdoelen Dit Natuurbeheerplan is gericht op de uitvoering van het in hoofstuk 2 beschreven natuur- en landschapsbeleid van de Europese Unie, het Rijk, de provincies en de waterschappen. In dit hoofdstuk worden de beleidsdoelen en criteria beschreven ten aanzien van onze natuur-, landschaps- en waterdoelen. Hieraan zullen de subsidieaanvragen van natuurbeheerders en de gebiedsaanvragen van de agrarische collectieven worden getoetst. 4.1Visie op behoud en ontwikkeling natuur en landschap Dit Natuurbeheerplan is gericht op het gehele buitengebied van de Provincie Zeeland. Het plan geldt zowel voor natuurgebieden van het Natuurnetwerk in Zeeland als voor de Natura 2000-gebieden en voor het agrarisch gebied buiten het natuurnetwerk. Tussen deze gebieden bestaat een nauwe samenhang. De natuurgebieden fungeren veelal als de natuurkernen, maar liggen vaak geïsoleerd. Belangrijk is daarom dat ook in het landbouwgebied kleine leefgebieden en verbindingszones (dooradering) aanwezig zijn, zodat planten en dieren zich van gebied tot gebied kunnen verplaatsen. Als droge verbindingen fungeren in Zeeland de binnendijken en wegbermen. Als natte verbindingen fungeren met name de kreken en watergangen. Samen vormen deze een netwerk, dat in samenhang moet worden ontwikkeld en beheerd. De overwegingen van de Provincie Zeeland bij het beschermen, ontwikkelen en beheren van natuur en landschap staan beschreven in paragraaf 2.3.
- 4.2Beleidsdoelen en criteria natuur- en landschapsbeheer 4.2.1Beheertypenkaart Het doelenkader voor het beheer van het Natuurnetwerk in Zeeland is vervat in de beheertypenkaart (kaartbijlage 8.2). Deze toont de actuele natuurtypen waarop het huidige natuurbeheer gericht is. De beheertypenkaart omvat alle karakteristieke natuurtypen van Zeeland. Voor een uitgebreide beschrijving van de natuurbeheertypen zie de Index natuur op https://www.bij12.nl/onderwerp/natuursubsidies/index-natuur-en-landschap/. De beheertypenkaart geeft alle bestaande, beheerwaardige (agrarische) natuur en landschap weer met de benamingen volgens de landelijke, uniforme systematiek van de Index Natuur en Landschap. Met de beheertypenkaart stimuleert de Provincie de instandhouding van de op die kaart aangegeven beheertypen. Deze kaart vormt ook de basis voor het verlenen van beheersubsidies op grond van de SVNL. De beheertypenkaart vermeldt het beheertype dat daadwerkelijk in een bestaand natuurgebied aanwezig is. Bij het bepalen welk beheertype aanwezig is, worden de kenmerken van het terrein getoetst aan de beschrijving van het beheertype in de Index Natuur en Landschap, zoals weergegeven op het Portaal Natuur en landschap. De toetsing heeft betrekking op: algemene kenmerken (terreintype), kwalificerende planten- en diersoorten, structuur, ruimtelijke- en milieucondities en kwaliteitsbepaling. Een beheertype kan worden toegekend indien het terrein voldoet aan de minimale vereisten volgens de index. Aan nieuwe natuur wordt geen natuurbeheertype toegekend. Ten eerste omdat er doorgaans geen beheertype aanwezig is. Ten tweede omdat nieuwe natuur na omvorming zo snel mogelijk moet worden ingericht. Een beheertype kan pas worden toegekend nadat de inrichting is afgerond en het beheertype in aanleg aanwezig is. Tabel 4.2 Oppervlakte natuurbeheertypen Natuurnetwerk in Zeeland beheertpe opp. (ha) N01.01 Zee en wad 98273,3 N01.02 Duin- en kwelderlandschap 773,9 N01.03 Rivier- en moeraslandschap 905,9 N04.02 Zoete plas 605,8 N04.03 Brak water 1145,5 N04.04 Afgesloten zeearm 9784,5 N05.02 Gemaaid rietland 0,3 N05.04 Dynamisch Moeras 558,5 N06.01 Veenmosrietland en moerasheide 20,8 N06.05 Zwakgebufferd ven 1,2 N08.01 Strand en embryonaal duin 145,7 N08.02 Open duin 1475,1 N08.03 Vochtige duinvallei 483,4 N08.04 Duinheide 11,8 N09.01 Schor of kwelder 4303,7 N10.02 Vochtig hooiland 961,6 N11.01 Droog schraalland 341,7 N12.01 Bloemdijk 473,2 N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland 4901,4 N12.03 Glanshaverhooiland 17,1 N12.04 Zilt- en overstromingsgrasland 2752,8 N12.05 Kruiden- en faunarijke akker 47,8 N12.06 Ruigteveld 458,6 N13.01 Vochtig weidevogelgrasland 364,5 N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos 16,4 N14.03 Haagbeuken- en essenbos 1045,1 N15.01 Duinbos 414,4 N15.02 Dennen-, eiken-, en beukenbos 214,4 N16.03 Droog bos met productie 224 N16.04 Vochtig bos met productie 1216,9 N17.03 Park- en stinzenbos 186,5 N17.04 Eendenkooi 18,1 N17.06 Vochtig en hellinghakhout 30,3 A01.01 Weidevogelgebied 190,2 A02.01 Botanisch waardevol grasland 2245,1 A01.01 Weidevogelgebied 190,2 A02.01 Botanisch waardevol grasland 2245,1 Totaal 137044,8 4.2.2Ambitiekaart De ambitiekaart (kaartbijlage 8.3) vormt de basis voor de (subsidiering van) functieverandering en kwaliteitsimpulsen op grond van de SKNL. Voor nieuwe natuur is het ambitietype het streefbeeld voor omvorming en investering. De natuurbeheertypen en ambitie in nieuwe natuur dienen te worden afgestemd op de optimale terreincondities die kunnen worden gerealiseerd door inrichting. Als bekend is dat de optimale milieucondities niet kunnen worden bereikt, wordt een realistisch natuurbeheertype en ambitie vastgesteld. Voor nog te ontwikkelen natuurterreinen is het niet altijd mogelijk om vooraf al een nauwkeurige prognose te doen over de begrenzing van de gewenste beheertypen. In dat geval is soms het beheertype N00.01 opgenomen (nog om te vormen naar natuur). Soms is wel globaal bekend welke natuurbeheertypen binnen een terrein kunnen worden gerealiseerd, maar kan de exacte ligging nog niet worden bepaald. In dat geval kunnen Gedeputeerde Staten besluiten om de ambities van een terrein te wijzigingen of te verfijnen. Dat laatste gebeurt vaak bij grote natuurontwikkelingsprojecten. Voor bestaande natuur is het ambitietype het streefbeeld voor kwaliteitsverbetering van een lager naar een hoger beheertype. Het verschil tussen de beheertypenkaart en de ambitiekaart laat de opgave zien. Voor bestaande natuur kan het ook nodig zijn om de kwaliteit van een bestaand beheertype te verhogen van laag naar hoog. Dit wordt niet aangestuurd door de ambitiekaart, maar door de kwaliteitsbeoordelingen op grond van de natuurmonitoring. Voor grote, bestaande natuurgebieden zoals de getijdewateren, de afgesloten zeearmen, de duinen en sommige krekengebieden, blijft op de langere termijn een grootschalig en extensief natuurbeheer gewenst op grond van de beheertype N01.01 Zee en wad, N01.02 Duin- en kwelderlandschap en N01.03 Rivier- en moeraslandschap. Dit biedt de beste waarborgen voor een effectief en efficiënt beheer en op duurzaam behoud van de kwaliteit van deze gebieden. Vanwege de nog aanwezige versnippering en de ontoereikende milieucondities wordt hier thans, op grond van de natuurbeheertypenkaart, nog een intensief en kleinschalig beheer gevoerd en zijn soms kwaliteitsverbeteringen noodzakelijk. Het is de bedoeling dit kleinschalige, intensieve beheer in deze grote natuurgebieden geleidelijk aan te extensiveren tot grootschalig beheer. Voor die bestaande natuurgebieden waar nu al duidelijk is dat de gewenste milieucondities voor grootschalige natuur onmogelijk op korte tot middellange termijn kunnen worden behaald, wordt het grootschalige beheertype vervangen door meer kleinschalige natuurbeheertypen. Dee ambitie voor weidevogelbeheer N13.01 Vochtig weidevogelgrasland blijft van toepassing binnen de reeds begrensde weidevogelkerngebieden. De ambitie voor bosgebieden blijft gericht op natuurlijke bostypen N14, N15 en N
- Bostypen met productie N16 worden omgevormd naar natuurlijke bostypen. 4.3Beleidsdoelen en criteria agrarisch natuur- en landschapsbeheer In deze paragraaf wordt beschreven welke beleidsdoelen de Provincie heeft, hoe de leefgebieden en categorieën begrensd zijn, hoe tot de begrenzing is gekomen en waar het gebied aan moet voldoen. Beleidsdoelen Voor het agrarisch natuur- en landschapsbeheer streeft de Provincie naar het behoud van een aantal soorten die van internationaal belang zijn. Op de website van BIJ12 is per agrarische beheertype een aantal soorten genoemd. Duiding van de soorten is eveneens te vinden via het rapport www.bij12.nl/wp-content/uploads/2024/02/Rap_2013-65_kansrijke_gebieden_voor_agrarisch_natuurbeheer.pdf. Naast de bekende soorten streeft de Provincie ook naar het behoud van soorten die tot nu toe weinig aandacht hebben gehad. De agrarische natuurtypen c.q. leefgebieden zijn gebieden die bijdragen aan de instandhouding en/of verbetering van een aantal soorten of soortengroepen uit de Vogel- en Habitat Richtlijn (VHR), aangevuld met provinciale soorten en/of bijdragen aan de versterking van het NNN, de kwaliteit van het landschap