← Nederland

Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Tubbergen 2026 (Tubbergen)

Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Tubbergen 2026Burgemeester en wethouders van Tubbergen; Gelet op de artikelen 4.9 derde lid, 4.11 tweede en achtste lid, 5.6 zesde lid, 5.7 zesde lid, 6.2 tweede lid, 6.3 tweede lid en 7.2 eerste lid van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Tubbergen 2026; gelet op artikel 6.5 vijfde lid van de Verordening jeugdhulp gemeente Tubbergen 2026; overwegende dat het gewenst is de bedragen die gelden en nadere regels vast te stellen ter uitvoering van deze verordeningen; Besluit vast te stellen: Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Tubbergen 2026 HOOFDSTUK1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1.1Begripsomschrijvingen 1.In dit Financieel besluit wordt verstaan onder: Verordening Wmo 2015: Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Tubbergen 2026; Verordening jeugdhulp: Verordening jeugdhulp gemeente Tubbergen 2026; Nadere regels: Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Tubbergen 2026; Reserveringstoeslag: een toeslag die de cliënt verschuldigd is voor een reservering van de maatwerkvoorziening collectief vervoer die ná 21.00 uur wordt gedaan voor de volgende dag, tenzij het een retourrit betreft die gereserveerd wordt in het ziekenhuis bij een taxipoint; Professional: een persoon die in dienst is van een professionele organisatie of die als Zzp’er werkzaam is als bedoeld in de begripsomschrijving van de verordening Wmo 2015 of de verordening jeugdhulp. 2.Alle begrippen die in dit Financieel besluit worden gebruikt en niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de daarop gebaseerde lagere regelgeving, de Verordeningen Wmo 2015 en Jeugdhulp, de Nadere regels en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). HOOFDSTUK2MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING Artikel2.1Rolstoel, vervoersvoorziening en woonvoorziening 1.Het persoonsgebonden budget voor een rolstoel, een vervoersvoorziening en/of een woonvoorziening wordt bekend gemaakt in het toekenningsbesluit, waaronder ook de eventuele instandhoudingskosten en/of de WA-verzekering. 2.Onder een rolstoel kan tevens zijn inbegrepen een orthese of een kinderduwwagen, niet zijnde een algemeen gebruikelijke buggy. 3.Onder een vervoersvoorziening als bedoeld in dit artikel valt niet de maatwerkvoorziening collectief vervoer. 4.Het college kan de hoogte van het persoonsgebonden budget vaststellen op basis van de afschrijvingstermijn door het maandbedrag te vermenigvuldigen met het aantal kalendermaanden. 5.Het college kan de hoogte van het persoonsgebonden budget vaststellen op basis van de duur van de indicatie door het maandbedrag te vermenigvuldigen met het aantal kalendermaanden. 6.Het college kan de hoogte van het persoonsgebonden budget voor de aanschaf van een traplift of een andere huislift vaststellen voor een periode van 10 jaar inclusief de instandhoudingskosten. Artikel2.2Huishoudelijke ondersteuning 1.Het persoonsgebonden budget dat wordt besteed aan een ondersteuner die in dienst is bij een professionele organisatie bedraagt € 33,74 per uur. 2.Het persoonsgebonden budget dat wordt besteed aan een ondersteuner anders dan genoemd in het eerste lid, wordt vastgesteld op basis van het uurloon van de hoogste periodiek behorend bij hulp bij het huishouden van de geldende cao VVT te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. Vanaf 1 januari 2026 bedraagt dit € 21,82 per uur en vanaf 1 juli 2026 € 22,58 per uur. 3.De cliënt die is aangewezen op huishoudelijke ondersteuning (wasverzorging) en gebruik maakt van de was- en strijkservice is aan de aanbieder een bedrag verschuldigd per waszak. De hoogte van de bijdrage voor de was- en strijkservice is €5,00 per waszak, met een maximum van twee waszakken per week en 104 waszakken op jaarbasis. Artikel2.3Begeleiding individueel 1.Het persoonsgebonden budget dat wordt besteed aan een professional bedraagt: voor begeleiding individueel basis € 65,43 per uur; voor begeleiding individueel plus € 79,72 per uur. 2.Het persoonsgebonden budget dat wordt besteed aan een niet-professional wordt vastgesteld op basis van het uurloon van de hoogste periodiek bij FWG30, volgens de geldende cao VVT te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. Vanaf 1 januari 2026 bedraagt dit € 26,02 en per 1 juli 2026 € 26,94 per uur. Artikel2.4Groepsgerichte ondersteuning en vervoer 1.Het persoonsgebonden budget dat wordt besteed aan een professional bedraagt: voor begeleiding groep basis € 41,45 per dagdeel; voor begeleiding groep plus € 57,85 per dagdeel. 2.Het persoonsgebonden budget dat wordt besteed aan een niet-professional bedraagt het bedrag zoals genoemd in artikel 5.22, eerste lid, van de Regeling langdurige zorg per dagdeel. Vanaf 1 januari 2026 bedraagt dit bruto € 26,98 per dagdeel. 3.Het persoonsgebonden budget dat wordt besteed aan een professional of niet-professional die groepsgerichte ondersteuning individueel biedt, bedraagt niet meer dan het bedrag genoemd in het eerste of tweede lid. In de pgb-overeenkomst staat een tijdsindicatie op grond waarvan een uurloon wordt betaald maar niet meer dan het bedoelde bedrag per (geïndiceerd) dagdeel. 4.De hoogte van het persoonsgebonden budget voor het noodzakelijk vervoer van en naar de locatie waar de groepsgerichte ondersteuning wordt geboden, wordt in het toekenningsbesluit bekend gemaakt. Artikel2.5Kortdurend verblijf 1.Het persoonsgebonden budget dat wordt besteed aan een ondersteuner die: als professional wordt aangemerkt bedraagt het bedrag volgens een door het college goedgekeurde offerte per etmaal, niet als professional wordt aangemerkt bedraagt het bedrag zoals genoemd in artikel 5.22, eerste lid, van de Regeling langdurige zorg per etmaal. Vanaf 1 januari 2026 bedraagt dit bruto € 26,98 per etmaal. 2.Het persoonsgebonden budget dat wordt besteed aan een professional of niet-professional die kortdurend verblijf individueel biedt, bedraagt niet meer dan het bedrag genoemd in eerste lid onder a of b. 3.Het persoonsgebonden budget dat wordt besteed aan een professional of niet-professional die het kortdurend verblijf individueel biedt, bedraagt niet meer dan het bedrag genoemd in het eerste lid onder a of b. In de pgb-overeenkomst staat een tijdsindicatie op grond waarvan een uurloon wordt betaald maar niet meer dan het bedoelde bedrag per (geïndiceerd) etmaal. Artikel2.6Financiële tegemoetkoming 1.De hoogte van de tegemoetkoming in de kosten bedraagt: € 0,23 per kilometer voor het gebruik van een (eigen) auto voor deelname aan het maatschappelijk verkeer als bedoeld in artikel 4.10 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Tubbergen 2026; niet meer dan de geldende maximumtarieven volgens de Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer voor het gebruik van individueel (rolstoel)taxivervoer (maatwerkvoorziening collectief vervoer); per 1 januari 2026 maximaal € 7.673 en per 28 februari 2026 maximaal € 7.926 gebaseerd op het bedrag van de Regeling minimumbijdrage verhuis- en inrichtingskosten bij renovatie. Het betreft de kosten in verband met het primaat van verhuizen als bedoeld in artikel 3.4, tweede lid, van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Tubbergen 2026. 2.Voor sanering van de woning komt slechts het niet afgeschreven deel van goederen voor een tegemoetkoming in de kosten in aanmerking. 3.De financiële tegemoetkoming voor huurderving als bedoeld in artikel 4.11 tweede lid van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Tubbergen 2026 bedraagt niet meer dan de werkelijke kosten tot een maximum van het huurbedrag waarvoor huurtoeslag kan worden toegekend. Daarbij geldt dat: over de eerste maand geen kosten worden vergoed; over de tweede en derde maand 100% van de kosten worden vergoed; over de vierde en vijfde maand 75% van de kosten worden vergoed; over de zesde maand 50% van de kosten worden vergoed; ná de zesde maand 100% van de kosten worden vergoed indien vaststaat dat binnen drie maanden de woning verhuurd kan worden aan een persoon die tot de doelgroep van de wet behoort. Artikel2.7Bezoekbaar maken van de woning De maximale tegemoetkoming voor het bezoekbaar maken van de woning bedraagt € 1.500,00. Artikel2.8Ritbijdrage en Reserveringstoeslag 1.Voor het gebruik van de maatwerkvoorziening collectief vervoer gelden de volgende ritbijdragen: opstaptarief (starttarief) € 1,16 en het tarief per afgelegde kilometer: € 0,24. 2.De hoogte van de reserveringstoeslag bedraagt € 3,00. Artikel2.9Tegemoetkoming meerkosten sportvoorziening De hoogte van de tegemoetkoming voor de aanschaf van een sportvoorziening bedraagt niet meer dan € 2.700,00 per 3 jaar. HOOFDSTUK3JEUGDHULP Artikel3.1Individuele jeugdhulp 1.De hoogte van het persoonsgebonden budget dat wordt besteed aan een professional is opgenomen in de bijlage bij dit besluit. 2.Het persoonsgebonden budget dat wordt besteed aan een niet-professional bedraagt het bedrag zoals genoemd in artikel 5.22, eerste lid, van de Regeling langdurige zorg per uur dan wel naar rato hiervan (minuten). Vanaf 1 januari 2026 bedraagt dit bruto € 26,98. Artikel3.2Groepsgerichte jeugdhulp en vervoer 1.De hoogte van het persoonsgebonden budget (excl. vervoer) dat wordt besteed aan een professional is opgenomen in de bijlage bij dit besluit. 2.Het persoonsgebonden budget dat wordt besteed aan een niet-professional bedraagt het bedrag zoals genoemd in artikel 5.22, eerste lid, van de Regeling langdurige zorg per dagdeel. Vanaf 1 januari 2026 is dit bruto €26,98 per dagdeel. 3.Het persoonsgebonden budget dat wordt besteed aan een professional of niet-professional die groepsgerichte jeugdhulp individueel biedt, bedraagt niet meer dan het bedrag genoemd in de bijlage bij dit besluit of het bedrag bedoeld in het vorige lid. In de pgb-overeenkomst staat een tijdsindicatie op grond waarvan een uurloon wordt betaald maar niet meer dan het bedoelde bedrag per (geïndiceerd) dagdeel. 4.De hoogte van het persoonsgebonden budget voor het noodzakelijk vervoer van en naar de locatie waar de groepsgewijze jeugdhulp wordt geboden, wordt in het toekenningsbesluit bekend gemaakt. Artikel3.3Wonen en verblijf 1.De hoogte van het persoonsgebonden budget dat wordt besteed aan een professional is opgenomen in de bijlage bij dit besluit. 2.Het persoonsgebonden budget dat wordt besteed aan een niet-professional die wonen en verblijf biedt aan meer dan één jeugdige tegelijk, bedraagt het bedrag per etmaal zoals genoemd in artikel 5.22, eerste lid, van de Regeling langdurige zorg. Vanaf 1 januari 2026 bedraagt dit bruto € 26,98 per etmaal. 3.Het persoonsgebonden budget dat wordt besteed aan een professional of niet professional die het wonen en verblijf individueel biedt, bedraagt niet meer dan het bedrag genoemd in de bijlage bij dit besluit of het bedrag bedoeld in het vorige lid. In de pgb-overeenkomst staat een tijdsindicatie op grond waarvan een uurloon wordt betaald maar niet meer dan het bedoelde bedrag per (geïndiceerd) etmaal. 4.Indien er naar oordeel van het college sprake is van een noodzaak tot vervoer als bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, van de Jeugdwet, dan wordt de hoogte van het persoonsgebonden budget vastgesteld op basis van een offerte en in het toekenningsbesluit bekend gemaakt. Artikel3.4Vervoer groepsgerichte jeugdhulp en wonen en verblijf door ouders Indien naar oordeel van het college het vervoer van de jeugdige niet binnen de eigen mogelijkheden en het probleem oplossend vermogen van de ouders valt en er sprake is van een noodzaak tot vervoer als bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, van de Jeugdwet, dan kan het college aan de ouders een tegemoetkoming verstrekken voor het gebruik van: een (eigen) auto ter hoogte van € 0,23 per kilometer; het verschuldigde OV-tarief voor de ouder(

  1. s)en de jeugdige. HOOFDSTUK4SLOTBEPALINGEN Artikel4.1Citeertitel en inwerkingtreding 1.Deze regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2026. Het Financieel Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Tubbergen 2025 wordt per genoemde datum ingetrokken. 2.Deze regeling wordt aangehaald als: Financieel Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Tubbergen 2026. Vastgesteld in het college van burgemeester en wethouders van Tubbergen van 9 juni 2026.De secretaris, Ing. J.L.M. Scholten De burgemeester,drs. A.H. Postma BijlagetarievenZIN en persoonsgebonden budget (jeugdhulp) Productcode Product Voorziening (naam perceel) Eenheid Tarief ZIN Tarief PGB ABGII Begeleiding Individueel Intensief Begeleiding individueel minuut 1,44 1,15 AVAKT Vaktherapie Vaktherapie minuut 1,57 1,26 ABHIR Behandeling Individueel Regulier Behandeling individueel A minuut 1,64 1,31 ABHIR Behandeling individueel B minuut 2,01 1, 61 ABHIR Behandeling individueel C minuut 2,14 1,71 ABHIR Behandeling individueel D minuut 2,29 1,83 ABHIR Behandeling individueel E minuut 2,54 2,03 ABHIR Behandeling individueel F minuut 2,63 2,10 ABHIA Behandeling Individueel Ambulant Alternatief Behandeling individueel A minuut 1,64 1,31 ABHIA Behandeling individueel B minuut 2,01 1,61 ABHIA Behandeling individueel C minuut 2,14 1,71 ABHIA Behandeling individueel D minuut 2,29 1,83 ABHIA Behandeling individueel E minuut 2,54 2,03 ABHIA Behandeling individueel F minuut 2,63 2,10 ABHFR Forensische Behandeling Forensische Behandeling minuut 2,54 2,03 AMCEX Medicatiecontrole (exclusief medische comorbiditeit) Medicatiecontrole (exclusief medische comorbiditeit) minuut 3,51 2,81 ABGGB Begeleiding Groep Basis Begeleiding groep basis uur 17,66 14,13 ABGGI Begeleiding Groep Intensief Begeleiding groep intensief uur 30,95 24,76 ABHGB Behandeling Groep Basis Behandeling groep basis uur 33,66 26,93 ABHGI Behandeling Groep Intensief Behandeling groep intensief uur 53,05 42,44 AKDCB KDC/ODC groep Basis ODC/KDC basis uur 39,98 31,98 AKDCI KDC/ODC groep Intensief ODC/KDC intensief uur 61,04 48,83 ADYSD Ernstige dyslexie diagnostiek Ernstige dyslexie minuut 2,13 1,17 ADYSB Ernstige dyslexie behandeling Ernstige dyslexie minuut 2,13 1,17 AAFAC Ambulant Alternatief - Flexible Assertive Community treatment (FACT) Ambulant alternatief FACT minuut 2,45 1,96 AAZIT Ambulant Alternatief - Zeer Intensieve TraumaBehandeling (ZIT) Ambulant alternatief ZIT stuks 14.143,00 11.314,47 AAMST Ambulant Alternatief - MultiSysteem Therapie (MST) Ambulant alternatief MST stuks 25.221,10 20.176,88 AACSI Ambulant Alternatief - Crisis Systeem Interventie (CSI) (gezinsopname) Ambulant alternatief CSI etmaal 1.582,26 1.265,81 SCREN Screening Screening minuut 2,44 1,95 WGZHD Gezinshuis intensiteit D Gezinshuis etmaal 193,96 155,17 WGZHE Gezinshuis intensiteit E Gezinshuis etmaal 215,82 172,66 WGZHF Gezinshuis intensiteit F Gezinshuis etmaal 248,61 198,89 WGZHG Gezinshuis intensiteit G Gezinshuis etmaal 306,63 245,30 WWNGD Woongroep intensiteit D Woongroep etmaal 193,96 155,17 WWNGE Woongroep intensiteit E Woongroep etmaal 215,82 172,66 WWNGF Woongroep intensiteit F Woongroep etmaal 248,61 198,89 WWNGG Woongroep intensiteit G Woongroep etmaal 306,63 245,30 WWNGH Woongroep intensiteit H Woongroep etmaal 363,43 290,74 WWNGI Woongroep intensiteit I Woongroep etmaal 414,83 331,86 WWNGJ Woongroep intensiteit J Woongroep etmaal 463,46 370,77 WWNGK Woongroep intensiteit K Woongroep etmaal 513,64 410,91 WHKWG Hoogspecialistische (Kleinschalige) Woonvoorziening intensiteit G Hoogspecialistische kleinschalige woonvoorziening etmaal 306,63 245,30 WHKWH Hoogspecialistische (Kleinschalige) Woonvoorziening intensiteit H Hoogspecialistische kleinschalige woonvoorziening etmaal 363,43 290,74 WHKWI Hoogspecialistische (Kleinschalige) Woonvoorziening intensiteit I Hoogspecialistische kleinschalige woonvoorziening etmaal 414,83 331,86 WHKWJ Hoogspecialistische (Kleinschalige) Woonvoorziening intensiteit J Hoogspecialistische kleinschalige woonvoorziening etmaal 463,46 370,77 WHKWK Hoogspecialistische (Kleinschalige) Woonvoorziening intensiteit K Hoogspecialistische kleinschalige woonvoorziening etmaal 513,64 410,91 WHKWL Hoogspecialistische (Kleinschalige) Woonvoorziening intensiteit L Hoogspecialistische kleinschalige woonvoorziening etmaal 560,86 448,69 WHKWM Hoogspecialistische (Kleinschalige) Woonvoorziening intensiteit M Hoogspecialistische kleinschalige woonvoorziening etmaal 626,27 501,02 WHKWN Hoogspecialistische (Kleinschalige) Woonvoorziening intensiteit N Hoogspecialistische kleinschalige woonvoorziening etmaal 672,29 537,83 WHKWO Hoogspecialistische (Kleinschalige) Woonvoorziening intensiteit O Hoogspecialistische kleinschalige woonvoorziening etmaal 718,30 574,64 WHKWP Hoogspecialistische (Kleinschalige) Woonvoorziening intensiteit P Hoogspecialistische kleinschalige woonvoorziening etmaal 764,32 611,46 WHKWQ Hoogspecialistische (Kleinschalige) Woonvoorziening intensiteit Q Hoogspecialistische kleinschalige woonvoorziening etmaal 810,33 648,26 WHKWR Hoogspecialistische (Kleinschalige) Woonvoorziening intensiteit R Hoogspecialistische kleinschalige woonvoorziening etmaal 856,35 685,08 WHKWS Hoogspecialistische (Kleinschalige) Woonvoorziening intensiteit S Hoogspecialistische kleinschalige woonvoorziening etmaal 900,07 720,06 VKAMC Kamertraining intensiteit C Kamertraining etmaal 138,29 110,63 VKAMD Kamertraining intensiteit D Kamertraining etmaal 193,96 155,17 VKAME Kamertraining intensiteit E Kamertraining etmaal 215,82 172,66 VKAMF Kamertraining intensiteit F Kamertraining etmaal 248,61 198,89 VOKGG Ouder-Kind-Groep intensiteit G Ouder-kind groep etmaal 306,63 245,30 VOKGH Ouder-Kind-Groep intensiteit H Ouder-kind groep etmaal 363,43 290,74 VOKGI Ouder-Kind-Groep intensiteit I Ouder-kind groep etmaal 414,83 331,86 VOKGJ Ouder-Kind-Groep intensiteit J Ouder-kind groep etmaal 463,46 370,77 VOKGK Ouder-Kind-Groep intensiteit K Ouder-kind groep etmaal 513,64 410,91 VOKGL Ouder-Kind-Groep intensiteit L Ouder-kind groep etmaal 560,86 448,69 VBHGF Behandelgroep intensiteit F Behandelgroep etmaal 248,61 198,89 VBHGG Behandelgroep intensiteit G Behandelgroep etmaal 306,63 245,30 VBHGH Behandelgroep intensiteit H Behandelgroep etmaal 363,43 290,74 VBHGI Behandelgroep intensiteit I Behandelgroep etmaal 414,83 331,86 VBHGJ Behandelgroep intensiteit J Behandelgroep etmaal 463,46 370,77 VBHGK Behandelgroep intensiteit K Behandelgroep etmaal 513,64 410,91 VBHGL Behandelgroep intensiteit L Behandelgroep etmaal 560,86 448,69 V3MVL DrieMilieuVoorziening intensiteit L Driemilieuvoorziening etmaal 560,86 448,69 V3MVM DrieMilieuVoorziening intensiteit M Driemilieuvoorziening etmaal 626,27 501,02 V3MVN DrieMilieuVoorziening intensiteit N Driemilieuvoorziening etmaal 672,29 537,83 V3MVO DrieMilieuVoorziening intensiteit O Driemilieuvoorziening etmaal 718,30 574,64 V3MVP DrieMilieuVoorziening intensiteit P Driemilieuvoorziening etmaal 764,32 611,45 V3MVQ DrieMilieuVoorziening intensiteit Q Driemilieuvoorziening etmaal 810,33 648,26 V3MVR DrieMilieuVoorziening intensiteit R Driemilieuvoorziening etmaal 856,35 685,08 V3MVS DrieMilieuVoorziening intensiteit S Driemilieuvoorziening etmaal 900,07 720,06 V3MVT DrieMilieuVoorziening intensiteit T Driemilieuvoorziening etmaal 995,68 796,54 V3MTL DrieMilieuvoorziening op Terrein intensiteit L Driemilieuvoorziening etmaal 599,45 479,56 V3MTM DrieMilieuvoorziening op Terrein intensiteit M Driemilieuvoorziening etmaal 657,14 525,71 V3MTN DrieMilieuvoorziening op Terrein intensiteit N Driemilieuvoorziening etmaal 703,37 562,70 V3MTO DrieMilieuvoorziening op Terrein intensiteit O Driemilieuvoorziening etmaal 749,61 599,69 V3MTP DrieMilieuvoorziening op Terrein intensiteit P Driemilieuvoorziening etmaal 795,84 636,67 V3MTQ DrieMilieuvoorziening op Terrein intensiteit Q Driemilieuvoorziening etmaal 842,07 673,66 V3MTR DrieMilieuvoorziening op Terrein intensiteit R Driemilieuvoorziening etmaal 888,32 710,66 V3MTS DrieMilieuvoorziening op Terrein intensiteit S Driemilieuvoorziening etmaal 932,25 745,80 V3MTT DrieMilieuvoorziening op Terrein intensiteit T Driemilieuvoorziening etmaal 1007,70 806,16 54011 Jeugd-ggz verblijf tariefklasse C Jeugd GGZ verblijf etmaal 374,13 299,30 54012 Jeugd-ggz verblijf tariefklasse D Jeugd GGZ verblijf etmaal 418,91 335,13 54013 Jeugd-ggz verblijf tariefklasse E Jeugd GGZ verblijf etmaal 480,94 384,75 54014 Jeugd-ggz verblijf tariefklasse F Jeugd GGZ verblijf etmaal 594,97 475,98 54015 Jeugd-ggz verblijf tariefklasse G Jeugd GGZ verblijf etmaal 748,52 598,82 5401H Jeugd-ggz verblijf tariefklasse H Jeugd GGZ verblijf etmaal 712,23 569,78 VJZPO JeugdZorgPlus intensiteit O JeugdzorgPlus etmaal 823,89 659,11 VJZPR JeugdZorgPlus intensiteit R JeugdzorgPlus etmaal 957,64 766,11 VJZPS JeugdZorgPlus intensiteit S JeugdzorgPlus etmaal 1004,16 803,33 VJZPT JeugdZorgPlus intensiteit T JeugdzorgPlus etmaal 1050,67 840,54 VLOGC Deeltijdverblijf/logeren intensiteit C Deeltijd verblijf/logeren etmaal 138,29 110,63 VLOGD Deeltijdverblijf/logeren intensiteit D Deeltijd verblijf/logeren etmaal 177,51 142,01 VLOGE Deeltijdverblijf/logeren intensiteit E Deeltijd verblijf/logeren etmaal 215,82 172,66 VLOGF Deeltijdverblijf/logeren intensiteit F Deeltijd verblijf/logeren etmaal 248,61 198,89 VLOGG Deeltijdverblijf/logeren intensiteit G Deeltijd verblijf/logeren etmaal 306,63 245,30 VLOGH Deeltijdverblijf/logeren intensiteit H Deeltijd verblijf/logeren etmaal 363,43 290,74 VLOGI Deeltijdverblijf/logeren intensiteit I Deeltijd verblijf/logeren etmaal 414,83 331,86 VLOGJ Deeltijdverblijf/logeren intensiteit J Deeltijd verblijf/logeren etmaal 463,46 370,77 VLOGK Deeltijdverblijf/logeren intensiteit K Deeltijd verblijf/logeren etmaal 513,64 410,91 VLOGL Deeltijdverblijf/logeren intensiteit L Deeltijd verblijf/logeren etmaal 560,86 448,69 VLOGM Deeltijdverblijf/logeren intensiteit M Deeltijd verblijf/logeren etmaal 626,27 501,02 VBGGX Extra verblijfsbegeleiding Groep Extra VerblijfsBegeleiding minuut 1,27 1,02 54008 Beschikbaarheidscomponent 24-uurs crisisdient (bcc) ggz-jeugd Crisisdienst GGZ-Jeugd stuks 1031,61 825,33 54016 Behandeling crisis ggz-jeugd Crisisdienst GGZ-Jeugd minuut 3,33 2,66 46A01 Ambulante crisiszorg Ambulante Crisiszorg minuut 2,01 1,61 Toelichting Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Algemene toelichting Dit besluit geeft invulling aan de delegatiebepalingen zoals opgenomen in de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Tubbergen 2026 en de Verordening jeugdhulp gemeente Tubbergen 2026. Het gaat voornamelijk om de bedragen die gelden in het geval de cliënt, ouders/jeugdige de geïndiceerde ondersteuning in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) ontvangen. Bij diensten (Jeugdwet en Wmo 2015) gelden gedifferentieerde tarieven. Die zijn afhankelijk aan wie het pgb wordt besteed; een professional of niet-professional. Dit besluit bepaalt tevens in welke gevallen de hoogte van het pgb in het toekenningsbesluit bekend wordt gemaakt. Artikelsgewijze toelichting Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Geen toelichting nodig. Hoofdstuk 2 Maatschappelijke ondersteuning In hoofdstuk 2 zijn de bepalingen neergelegd die betrekking hebben op besluiten die in het kader van de Wmo 2015 zijn genomen. Artikel 2.1 Rolstoel, vervoersvoorziening en woonvoorziening In dit artikel staan de regels over de hoogte van het pgb bij de genoemde hulpmiddelen. De hoogte van het pgb wordt in het toekenningsbesluit bekend gemaakt. Vaak gaat het om maandbedragen, namelijk wanneer de genoemde hulpmiddelen bij gecontracteerde aanbieders worden betrokken. Dit artikel regelt ook hoe het (maandelijkse) pgb afwijkend wordt vastgesteld in situaties waarin de cliënt het hulpmiddel aan wil schaffen of binnen de grenzen van de bestedingsvrijheid een ánder hulpmiddel wil aanschaffen. Bij aanschaf zal een maandelijks bedrag vaak niet toereikend zijn. Daarom kan worden voorzien in een éénmalig bedrag. Artikel 2.2 Huishoudelijke ondersteuning In dit artikel staan de pgb-bedragen genoemd voor huishoudelijke ondersteuning. Welk bedrag voor de vaststelling van de hoogte van het pgb van toepassing is, is afhankelijk van de derde aan wie het pgb wordt besteed. Het eerste lid gaat over professionals die in dienst zijn van een instelling. Het opgenomen bedrag is berekend volgens het percentage in de verordening. Het tweede lid regelt waar het pgb, dat wordt besteed aan anderen dan bedoeld in het eerste lid, op wordt gebaseerd. Dit conform de verordening. Artikel 2.3 Begeleiding individueel In dit artikel staan de gedifferentieerde bedragen genoemd voor begeleiding individueel. Welk bedrag voor de vaststelling van de hoogte van het pgb van toepassing is, is afhankelijk van de derde aan wie het pgb wordt besteed. In de begripsomschrijvingen staat wat onder een professional wordt verstaan. Personen uit het sociaal netwerk worden niet als professional aangemerkt. Artikel 2.4 Groepsgerichte ondersteuning en vervoer Eerste en tweede lid In dit artikel staan de gedifferentieerde pgb-bedragen genoemd voor groepsgerichte ondersteuning. Welk bedrag voor de vaststelling van de hoogte van het pgb van toepassing is, is afhankelijk van de derde aan wie het pgb wordt besteed. In de begripsomschrijvingen staat wat onder een professional wordt verstaan. Personen uit het sociaal netwerk worden niet als professional aangemerkt. Derde lid Het kan voorkomen dat de cliënt het pgb voor een groepsgerichte indicatie gaat besteden aan een professional of niet-professional) die de groepsgerichte ondersteuning individueel biedt. De SVB beoordeelt de overeenkomst tussen de cliënt en de derde op de geldende arbeidsrechtelijke aspecten staat de omvang van de uren genoemd én het uurloon. Dat zou betekenen dat de hoogte van het pgb in die gevallen per uur moet worden vastgesteld. Dat is niet in overeenstemming met de hoofdregel dat het college niet meer verstrekt dan de goedkoopst passende bijdrage als genoemd in de verordening; de hoogte van het pgb is daar een afgeleide van. Voor groepsgerichte indicaties in natura ontvangt het college een factuur voor die specifieke dienst en niet op basis van een tijdsindicatie per cliënt zoals dat bij individuele begeleiding en huishoudelijke ondersteuning het geval is. In de praktijk zou dat betekenen dat de cliënt tegen het afkeuren van de hiervoor bedoelde overeenkomst door de SVB in bezwaar moet gaan. Immers, het afkeuren van overeenkomst is een besluit (RBROT:2018:5866). Het college wil de cliënt echter niet opzadelen met het voeren van dergelijke juridische procedures. Daarom is in dit lid bepaald dat ook het college (actief) goedkeuring moet geven aan de pgb-overeenkomst die de cliënt aangaat met de derde. Daarin moet -eenvoudig gezegd- een tijdsindicatie en een uurtarief zijn opgenomen welke overeenstemt met maximaal het toepasselijke bedrag in dit lid. Vierde lid Stelt het college de noodzaak van het vervoer vast, dan wordt de hoogte van het pgb bekend gemaakt in het toekenningsbesluit. Artikel 2.5 Kortdurend verblijf In het eerste lid onder a staat dat de hoogte van het pgb dat wordt besteed aan een professional wordt gebaseerd op de door het college goedgekeurde offerte. Het eerste lid onder b bepaalt het bedrag voor (kort gezegd) de niet-professionals. In het tweede lid bepaalt de dat als het kortdurend verblijf individueel wordt geboden, het pgb niet meer bedraagt dat wat is bepaald in het eerste lid. Het derde lid stelt daarom eisen aan de pgb-overeenkomst. Zie verder de toelichting bij artikel 2.4 derde lid van dit Besluit. Artikel 2.6 Financiële tegemoetkoming Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting. Artikel 2.7 Bezoekbaar maken van de woning Het betreft een bijdrage in de kosten die vanuit de Wmo niet verplicht is, maar waartoe het college heeft besloten die toch mogelijk te maken. Artikel 2.8 Ritbijdrage en Reserveringstoeslag De genoemde ritbijdragen zijn afgeleid van de reguliere kosten die eenieder maakt voor het gebruik van Openbaar Vervoer. Ook staat in dit artikel de hoogte van de reserveringstoeslag. Artikel 2.9 Tegemoetkoming meerkosten sportvoorziening Het betreft een bijdrage in de kosten die vanuit de Wmo niet verplicht is, maar waartoe het college heeft besloten die toch mogelijk te maken. Hoofdstuk 3 Jeugdhulp In hoofdstuk 3 zijn de bepalingen neergelegd die betrekking hebben op besluiten die in het kader van de Jeugdwet zijn genomen. Artikel 3.1 Individuele jeugdhulp In dit artikel staan de gedifferentieerde bedragen genoemd voor individuele jeugdhulp. Welk bedrag voor de vaststelling van de hoogte van het pgb van toepassing is, is wel afhankelijk van de derde aan wie het pgb wordt besteed. In de begripsomschrijvingen staat wat onder een professional wordt verstaan. De bedragen die voor hen gelden staan in de bijlage bij dit besluit. Personen uit het sociaal netwerk, waaronder de ouders, worden niet als professional aangemerkt. Artikel 3.2 Groepsgerichte jeugdhulp en vervoer Eerste en tweede lid In deze leden staan de gedifferentieerde bedragen genoemd voor groepsgerichte jeugdhulp. Welk bedrag voor de vaststelling van de hoogte van het pgb van toepassing is, is afhankelijk van de derde aan wie het pgb wordt besteed. In de begripsomschrijvingen staat wat onder een professional wordt verstaan. De bedragen die voor hen gelden staan in de bijlage bij dit besluit. Personen uit het sociaal netwerk, waaronder de ouders, worden niet als professional aangemerkt. Derde lid Ook hier kan het voor komen dat de jeugdige/ouder(
  2. s)het pgb voor een groepsgerichte indicatie gaat besteden aan een professional of niet-professional die de ondersteuning individueel biedt. De hoogte van het pgb bedraagt niet meer dan het bedrag genoemd in het eerste en tweede lid. Het derde lid stelt regels aan de pgb-overeenkomst tussen de jeugdige/ouder(
  3. s)en de derde. Vergelijk verder uitgebreide toelichting bij artikel 2.4 derde lid van dit besluit. Vierde lid Stelt het college de noodzaak van het vervoer vast, dan wordt de hoogte van het pgb bekend gemaakt in het toekenningsbesluit. Artikel 3.3 Wonen en verblijf Eerste en tweede lid In deze leden staan de gedifferentieerde pgb-bedragen genoemd voor wonen en verblijf. Welk bedrag voor de vaststelling van de hoogte van het pgb van toepassing is, is afhankelijk van de derde aan wie het pgb wordt besteed. In de begripsomschrijvingen staat wat onder een professional wordt verstaan. De bedragen die voor hen gelden staan in de bijlage bij dit besluit. Personen uit het sociaal netwerk, waaronder de ouders, worden niet als professional aangemerkt. Derde lid Ook bij deze indicatie kan het voorkomen dat de jeugdige/ouder(
  4. s)het pgb gaat besteden aan een professional of niet-professional die het wonen en verblijf (logeren) individueel biedt. Het derde bepaalt dat het pgb ook dan niet meer bedraagt dan is bepaald in het eerste of tweede lid. Verder stelt het regels aan de pgb-overeenkomst tussen de jeugdige/ouder(
  5. s)en de derde. Vergelijk verder de uitgebreide toelichting bij artikel 2.4 derde lid van dit besluit. Vierde lid Stelt het college de noodzaak van het vervoer vast, dan wordt de hoogte van het pgb bekend gemaakt in het toekenningsbesluit. De hoogte wordt vastgesteld op basis van ten minste één offerte bij de gecontracteerde vervoerders voor maatwerkvervoer. Artikel 3.4 Vervoer groepsgerichte ondersteuning en wonen en verblijf door ouders Afhankelijk van de individuele situatie kan het college zich op het standpunt stellen dat het vervoer van de jeugdige van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden onder de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen valt als bedoeld in de wet en de verordening. Dat wil zeggen de ouders kunnen hun kind zelf brengen en halen. Is daar geen sprake van én stelt het college vast dat er een noodzaak is tot vervoer, dan kan aan ouders een tegemoetkoming in de kosten worden toegekend. De tegemoetkoming voor het gebruik van een (eigen) auto wordt daarbij gebaseerd op het belastingvrije tarief dat de Belastingdienst hanteert voor de vergoeding van reiskosten (woon-werkverkeer). Hoofdstuk 4 Slotbepalingen Geen toelichting nodig.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.