Beleidsregels geluid gemeente LeudalVaststellen beleidsregels geluid gemeente Leudal, onder gelijktijdige intrekking van de beleidsnota gebiedsgericht geluidbeleid gemeente Leudal Actualisatie-Evaluatie 2014. 1Inleiding Het gebiedsgerichte geluidbeleid (GGG) gemeente Leudal
(2014)wordt gemoderniseerd. Het GGG 2014 is in hoofdzaak bedoeld voor het afwegen van het thema geluid bij milieuvergunningverlening voor inrichtingen en bij ruimtelijke ontwikkelingen nabij bestaande inrichtingen. De werkingssfeer van het nieuwe beleid is breder, ook omdat verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving op gebied van geluid vermeld is in de vastgestelde omgevingsvisie Leudal, ‘natuurlijk 2025-2040’. Omgevingsvisie In de vastgestelde omgevingsvisie is met betrekking tot geluid het volgende opgenomen. 8.2 Gezonde leefomgeving Waar staan we nu? Milieufactoren hebben een grote invloed op de ruimtelijke kwaliteit van een gebied en vormen daarom ook een belangrijk onderwerp in de Omgevingswet. Het gaat om de milieufactoren luchtkwaliteit (fijnstof, geur en stikstof), geluid, straling en omgevingsveiligheid (voorheen externe veiligheid). Onder milieu vallen de kenmerken van onze omgeving, die belangrijk zijn om ergens gezond en veilig te kunnen leven. Een recente analyse van ingediende overlast meldingen en uitgevoerde milieuonderzoeken in de gemeente Leudal heeft aangetoond dat lucht, geur en geluid de meeste overlast en overbelasting veroorzaken. Op hoofdlijnen is de huidige milieukwaliteit in de gemeente Leudal goed en aanvaardbaar te noemen. Dit blijkt uit onder andere de Atlas Leefomgeving (luchtkwaliteit), de gemeentelijke bodemkwaliteits- en geurbelastingkaarten, referentiemetingen van het achtergrond omgevingsgeluid en het Register externe veiligheid. Desondanks heeft de gemeente Leudal relatief te maken met veel overlast meldingen. Zoals hierboven vermeld gaat het hierbij in hoofdzaak over lucht, geluid en geur. Dat is ook de reden dat voor geur en geluid momenteel al lokale gebiedsgerichte beleidsregels van kracht zijn. Wat willen we? We willen een goede balans tussen fijn en gezond wonen in Leudal en het bieden aan ruimte voor (agrarische) bedrijven om hun activiteiten te ontplooien, zich te vestigen of uit te breiden. We gaan uit van de vier milieubeginselen van de Omgevingswet. Dit zijn: het voorzorgsbeginsel, het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden moeten worden, het beginsel dat de vervuiler betaalt. Waar van toepassing nemen wij de algemene milieubeginselen op in (thematische én gebiedsgerichte) beleidsvoorstellen. Ook wordt uitgegaan van de algemene zorgplicht. Dit houdt in dat niet alleen wij (de overheid), maar ook onze ondernemers en inwoners gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en hiernaar handelen. We voorkomen of beperken risico’s door het treffen van maatregelen aan de bron, het beschermen van de omgeving (met nadruk op kwetsbare groepen) en het verhogen van de zelfredzaamheid. Indien nodig, stellen we algemene regels of maatwerkvoorschriften aan bedrijven. In dit thema is onderstaande doelstelling voor het gehele grondgebied gelijk, ongeacht het landschap of gebiedstype: We verbeteren de kwaliteit van onze leefomgeving op het gebied van geluid, geur en luchtkwaliteit: Met het moderniseren van het bestaande lokale gebiedsgericht geluidbeleid wordt hieraan een nadere uitwerking gegeven door per gebied geluidvoorschriften ‘op maat’ vast te leggen. In woonkernen is het uitgangspunt dat overal een gezond woon- en leefklimaat aanwezig is. Op het gebied van geluid is het gebiedsgericht geluidbeleid al toegespitst op een goed geluidniveau passend bij wonen. Reikwijdte gebiedsgericht geluidbeleid Het thema geluid speelt bij een groot aantal aspecten en ontwikkelingen een rol. De reikwijdte van het geluidbeleid is daarom breed. Het gebiedsgerichte geluidbeleid gaat, ter uitwerking van de doelen in de omgevingsvisie, over de volgende onderwerpen: Beleidsregel voor geluid door milieuhinderlijke activiteiten (voorheen ‘inrichtingen’1De Omgevingswet kent het begrip inrichting niet. Zie hoofdstuk 2.). Beleidskader geluid voor het door middel van een wijziging omgevingsplan of een BOPA2BOPA staat voor een buitenplanse omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit (eerder buitenplans afwijken van het bestemmingsplan). projecteren van geluidgevoelige functies binnen een wettelijk geluidaandachtsgebied. Beleidskader geluid bij het aanleggen of wijzigen van een gemeentelijke weg. Beleidskader geluid voor het wijzigen van het omgevingsplan voor de volgende aspecten: geluid door milieuhinderlijke activiteiten op een bedrijventerrein; geluid door evenementen en festiviteiten; geluid vanaf terreinen voor traditioneel schieten. Beleidskader geluid voor een aantal specifieke aspecten: projecteren van geluidgevoelige functies binnen de 48 Lden contour van een helikopterhaven; gecumuleerd geluid; geluidproductieplafonds bestaande industrieterreinen; geluidluwe gevel; niet geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen; tijdelijke geluidgevoelige gebouwen (maximaal 10 jaar); stiltegebieden; huisvesting internationale werknemers; recreatieterreinen met nachtverblijf; gebruik geluid- en knalapparatuur bij fruittelers; toezicht en handhaving. Het geluidbeleid gaat NIET over: Bouwlawaai. Burengeluid en ander geluid door wonen (zoals blaffende honden). Trillingen Op basis van de interne en externe werkbijeenkomsten en de werkgroep overleggen is gekomen tot het volgende voorstel voor de hoofdlijnen van het te actualiseren geluidbeleid van de gemeente Leudal. De beleidskeuzes in dit document zijn in een groen gearceerd kader weergegeven. 2Beleidsregel voor geluid door activiteiten 2.1Inleiding Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht en staan de regels voor geluid door milieuhinderlijke activiteiten (voorheen inrichtingen, zie 2.2) als onderdeel van de zogenaamde Bruidsschat van rechtswege in het tijdelijke deel van het Omgevingsplan gemeente Leudal, verder omgevingsplan. Voor bedrijven met een milieuvergunning van voor 1 januari 2024 gelden de in de vergunning opgenomen geluidvoorschriften nog steeds als vergunningvoorschrift óf als maatwerkvoorschrift omgevingsplan3Dit zijn er veel. Een inventarisatie hiervan wordt bekend gemaakt aan vergunningverleners.. Ook bestaande maatwerkvoorschriften over geluid blijven van rechtswege van kracht. In beide gevallen hebben die voorschriften voorrang op de geluidwaarden in het omgevingsplan. De geluidvoorschriften kunnen met een maatwerkvoorschrift worden aangepast (ambtshalve of op verzoek)4Bij alle besluiten (vergunning of maatwerk) moet worden voldaan aan de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) over geluid door activiteiten. Onderdeel van het besluit is een belangenafweging en een motivering.. Zie artikel 22.45 van het omgevingsplan (en bijlage A3). Voor bedrijven die op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) vergunningplichtig zijn en nog geen vergunning hebben geldt dat bij het verlenen van de omgevingsvergunning rekening gehouden moet worden met het omgevingsplan. Zie afdeling 8.5 van het Bkl. Voor bedrijven die niet vergunningplichtig zijn op grond van het Bal zijn de geluidregels in het omgevingsplan rechtstreeks van toepassing. Zo lang de regels voor geluid in het tijdelijke deel van het omgevingsplan nog van toepassing zijn en niet zijn overgezet naar het definitieve deel, kunnen met een maatwerkvoorschrift de geluidwaarden uit het omgevingsplan op basis van deze beleidsregel gebiedsgericht voor een bedrijf worden aangepast. Ook dit kan ambtshalve of op verzoek (artikel 22.45 omgevingsplan). Bij het nemen van een besluit over geluidwaarden in een maatwerkvoorschrift op grond van het omgevingsplan wordt deze beleidsregel toegepast. De regels voor geluid in het tijdelijke deel van het omgevingsplan moeten voor 1 januari 2032 (of eventueel later als die datum van rechtswege wordt uitgesteld) naar het definitieve deel worden overgezet. Het is de bedoeling dat te doen op basis van deze beleidsregel. Deze beleidsregel zal daarbij worden ingetrokken of aangepast. De geluidwaarden uit de beleidsregel gaan dan als algemene regels rechtstreeks gelden voor milieuhinderlijke activiteiten in de zin van 2.2 (zie hierna). Voor de op dat moment bestaande milieuhinderlijke activiteiten (zonder in een besluit vastgelegde geluidvoorschriften) zal worden voorzien in overgangsrecht, op basis van hoofdstuk 9 van de VNG-handreiking Activiteiten en milieuzonering
- 2.2Milieuhinderlijke activiteiten In navolging van de VNG Handreiking Activiteiten en milieuzonering 2024 worden de activiteiten in de zin van dit hoofdstuk aangeduid als milieuhinderlijke activiteiten. Het bereik daarvan komt voor een belangrijk deel overeen met het bereik van de Bruidsschat (inclusief de milieubelastende activiteiten in de zin van het Bal) en van (voorheen) inrichtingen onder de Wet milieubeheer. Op grond van artikel 5.58 Bkl worden meerdere activiteiten op een locatie als één activiteit beschouwd. De werking is op hoofdlijnen vergelijkbaar met hoe dat eerder het geval was bij een inrichting. De beleidsregel in dit hoofdstuk is van toepassing op activiteiten die op grond van het omgevingsplan of een BOPA op een locatie zijn toegelaten, met uitzondering van: activiteiten die plaatsvinden op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds vastgesteld zijn of moeten worden; activiteiten die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte worden verricht; evenementen, tenzij die festiviteiten zijn als bedoeld in artikel 5.68 Bkl, zie toelichting hieronder. windturbines en windparken; civiele buitenschietbanen; doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen; de inzet van motorvoertuigen of helikopters voor spoedeisende medische hulpverlening, ongevallen-bestrijding, brandbestrijding, gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval; en wonen. Dit toepassingsbereik is afgeleid van artikel 5.55 in combinatie met artikel 5.63 Bkl. Beroep en bedrijf aan huis zijn bedrijfsmatige activiteiten en zijn daardoor geen onderdeel van het wonen. Daardoor vallen beroep en bedrijf aan huis binnen het toepassingsbereik van deze beleidsregel. Toelichting evenementen Evenementenlocaties in Leudal liggen in de openbare buitenruimte. Op grond van punt b. vallen deze locaties daarom buiten de regels voor milieuhinderlijke activiteiten (voorheen inrichtingen). Dit geldt ook voor evenementen in de openbare buitenruimte buiten de evenementenlocaties in Leudal. In paragraaf 5.2 wordt nader ingegaan op geluid door evenementen en festiviteiten. 2.3Gebiedsindeling De geluidwaarden voor milieuhinderlijke activiteiten zijn gebiedsgericht opgesteld. De huidige gebiedsindeling blijft grotendeels gehandhaafd. De volgende gebieden worden onderscheiden: Centrumgebied (inclusief andere gemengde gebieden met woonfuncties). Woongebied (ook in dorpskernen die geen centrumgebied hebben) Buitengebied Bos en natuur inclusief stiltegebieden Bedrijventerrein Binnen de volgende locaties wordt afgeweken van de geluidwaarden die bij het onderliggende gebiedstype horen. Binnen geluidaandachtsgebieden rond rijkswegen, provinciale wegen en industrieterreinen (zie bijlagen A.4 en A.
- Binnen een overgangszone van 50 meter rond een locatie met een functieaanduiding ‘Sport’. Dit betreft 12 locaties (zie bijlagen A.4 en A.5). Binnen een overgangszone van 50 meter rond een terrein voor verblijfsrecreatie, aangeduid met een functieaanduiding recreatie- en verblijfsrecreatie, met tenminste 40 standplaatsen voor nachtverblijf. Dit betreft 7 locaties (zie bijlagen A.4 en A.5). Bij de eerstelijns geluidgevoelige gebouwen aan gemeentelijke hoofdinfrastructuur (zie bijlage A.5). Deze gebiedsindeling is verfijnder dan de gebiedsindeling in de omgevingsvisie en heeft ook een ander doel, namelijk het leggen van de basis voor de geluidwaarden zoals die voor de in 2.2 benoemde milieuhinderlijke activiteiten gaan gelden. Voor een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds vastgesteld moeten worden (voorheen industrieterreinen in de zin van de Wet geluidhinder) gaan eigen geluidregels gelden. Dit valt buiten het bereik van deze beleidsregel. Voor bepaalde activiteiten binnen stiltegebieden gelden direct werkende regels op grond van de provinciale omgevingsverordening, inclusief een vergunningstelsel om daarvan af te wijken. Daarnaast gelden er provinciale instructieregels voor het met een wijziging van het omgevingsplan of een BOPA toelaten van nieuwe activiteiten of uitbreiden van bestaande activiteiten. Die regels zijn erop gericht de kernkwaliteiten van het stiltegebied in stand te houden. 2.4Geluidwaarden Aan de hand van de hiervoor gegeven gebiedsindeling worden voor de in 2.2 benoemde milieuhinderlijke activiteiten de standaardwaarden uit artikel 5.65 van het Bkl of daarvan afwijkende geluidwaarden aangehouden. De gebiedsindeling zal nog op regels op de kaart met gebiedsaanduidingen worden weergegeven. De standaardwaarden zijn passend voor geluidgevoelige gebouwen in een centrumgebied. In afwijking van artikel 5.65 Bkl blijft de waarde van 70 dB(A) voor piekgeluiden overdag, behalve door het laden en lossen, gehandhaafd. Hetzelfde geldt voor de waarde van 75 dB(A) op een bedrijventerrein. Deze waarden staan al in het omgevingsplan (onderdeel van de Bruidsschat). De waarde van 75 dB(A) voor piekgeluiden in de avond en de nacht op bedrijventerreinen uit het huidige GGG wordt vervangen door een waarde van 70 dB(A), tenzij het gaat om het aandrijfgeluid door transportmiddelen. Daarvoor blijft de waarde van 75 dB(A) gehandhaafd. Voor centrumgebieden worden de standaardwaarden uit artikel 5.65 van het Bkl aangehouden. Voor andere gebiedstypen dan centrumgebied wordt van de standaardwaarden afgeweken. De geluidwaarden zijn uitgewerkt in de artikelen 1 tot en met
- In afwijking van artikel 5.65 Bkl blijft de waarde van 70 dB(A) voor piekgeluiden overdag, behalve door het laden en lossen, gehandhaafd. Hetzelfde geldt voor de waarde van 75 dB(A) op een bedrijventerrein. Geluidregels voor milieuhinderlijke activiteiten Bij het verrichten van een activiteit is het geluid op een geluidgevoelig gebouw niet meer dan de waarden in tabel 1.6a., tenzij in dit artikel anders is bepaald. Tabel 1.6 a Ligging geluidgevoelig gebouw langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT in dB(A) 07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-07.00 uur Centrumgebied of vergelijkbaar 50 45 40 Woongebied 45 40 35 Buitengebied 45 40 35 Bos en natuur en stiltegebied 40 35 30 Bedrijventerrein 55 50 45 Bij het verrichten van een activiteit zijn de maximale geluidniveaus LAmax op een geluidgevoelig gebouw niet hoger dan de waarden in tabel 1.6b. Tabel 1.6 b 07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-07.00 uur Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen -- 70 dB(A) 70 dB(A) Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden, muv piekgeluiden door laden en lossen overdag 70 65 dB(A) 65 dB(A) Bij het verrichten van een activiteit op een bedrijventerrein worden de waarden in tabel 1.6 b voor het geluid op een geluidgevoelig gebouw, gelegen op het bedrijventerrein, met 5 dB verhoogd. Voor zover er binnen 50 meter van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht geen geluidgevoelige gebouwen zijn gelegen, gelden de genoemde waarden voor het LAr,LT in tabel 1.6a op een afstand van 50 meter van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht, tenzij het een activiteit op een bedrijventerrein betreft (zie paragraaf 5.1). Voor geluidgevoelige gebouwen die zijn gelegen binnen een geluidaandachtsgebied van rijkswegen of provinciale wegen gelden de waarden voor het gebiedstype centrumgebied. Voor geluidgevoelige gebouwen die zijn gelegen binnen 50 meter van een locatie met functieaanduiding Sport gelden de waarden voor het gebiedstype centrumgebied. Voor gevels van geluidgevoelige gebouwen binnen 50 meter van gemeentelijke hoofdinfrastructuur gelden de waarden voor het gebiedstype centrumgebied, tenzij het gevels betreft die door andere bebouwing van het geluid van de weg worden afgeschermd. Voor geluidgevoelige gebouwen die zijn gelegen binnen 50 meter van een terrein voor verblijfsrecreatie met tenminste 40 standplaatsen voor nachtverblijf zijn de langtijdgemiddelde geluidwaarden 5 dB hoger dan voor het onderliggende gebied is aangegeven. In afwijking van het gestelde onder 1 en 2 geldt dat het geluid door het verrichten van een bedrijf of beroep aan huis (buiten een bedrijventerrein): op een geluidgevoelig gebouw; en In een geluidgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw; niet duidelijk hoorbaar is, als bedoeld in de omgevingsregeling. In afwijking van het gestelde onder 1 en 2 gelden voor op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning tijdelijk (maximaal 10 jaar) toegelaten geluidgevoelige gebouwen, de waarden voor het gebiedstype bedrijventerrein. Aanvullend op 1 en 2 gelden voor een recreatieterrein met meer dan 40 plaatsen voor nachtverblijf de locaties voor nachtverblijf als geluidgevoelig terrein overeenkomstig gebiedstype centrumgebied. Aanvullend op 1 en 2 gelden gebouwen met een logiesfunctie voor internationale werknemers als geluidgevoelig gebouw overeenkomstig gebiedstype bedrijventerrein, tenzij de toegelaten verblijfsduur is beperkt tot maximaal 3 aaneengesloten weken. De geluidwaarden zijn van toepassing op de representatieve bedrijfssituatie als bedoeld in bijlage IVh van de omgevingsregeling. Deze geluidwaarden gelden niet op geluidgevoelige gebouwen met een functionele binding met de betreffende milieuhinderlijke activiteit. De geluidwaarden gelden evenmin op geluidgevoelige gebouwen met een voormalige functionele binding met de betreffende milieuhinderlijke activiteit, voor zover het gaat: om een activiteit in de zin van artikel 5.62 Bkl (agrarische sector, horeca of een activiteit op een bedrijventerrein); en het gebruik als geluidgevoelig gebouw met een voormalige functionele binding op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning is toegelaten. De geluidwaarden zijn niet van toepassing op onversterkt menselijk stemgeluid, tenzij het muziekgeluid is of daarmee vermengd is. Met een maatwerkvoorschrift kan van de gestelde geluidwaarden worden afgeweken tot maximaal: 5 dB hoger op een geluidgevoelig gebouw; 10 dB hoger op 50 meter afstand van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht. De onder a. en b. vermelde maximale toenames zijn niet van toepassing op geluid in een bijzondere bedrijfssituatie, die afwijkt van de representatieve bedrijfssituatie. Het maatwerkvoorschrift kan worden vastgesteld als: onevenredig ingrijpende maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de waarden; andere maatregelen die de geluidbelasting verminderen zo veel mogelijk worden getroffen; de geluidbelasting op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over activiteiten waarbij door het laden en lossen regelmatig maximale geluidniveaus LAmax van meer dan 75 dB(A) in de dagperiode optreden, die tot hinder leiden. Bedrijf en beroep aan huis Door het in de regels opleggen van maximaal toelaatbare waarden voor het geluid door bedrijf en beroep aan huis zou, ondanks de beperking, toch ook ruimte worden gegeven om goed hoorbaar geluid te produceren. Echter een bedrijf aan huis mag niet leiden tot verstoring van de woon- en leefomgeving. Die verstoring doet zich niet voor als het geluid niet duidelijk hoorbaar is. Bij een bedrijf of beroep aan huis in de woonomgeving past het daarom beter een open norm te stellen, die meer bescherming biedt: het geluid mag niet duidelijk hoorbaar zijn. Deze open norm is vergelijkbaar met de situatie of er al dan niet een toeslag van 10 dB moet worden toegepast bij muziekgeluid. In paragraaf 4.3 van bijlage IVh van de Omgevingsregeling is dit uitgewerkt. Daarin staat dat bij het beoordelen van geluid van activiteiten rekening moet worden gehouden met bijzondere geluiden die vanwege hun karakter als extra hinderlijk worden beschouwd. Als criterium voor het toekennen van een toeslag voor muziekgeluid geldt dat het muziekkarakter duidelijk hoorbaar moet zijn op het beoordelingspunt. Bij een bedrijf aan huis gaat het niet om het karakter van het geluid maar om het geluid zelf. Dat geluid mag niet duidelijk hoorbaar zijn. Het is uiteindelijk aan de handhaver om te bepalen of het geluid duidelijk hoorbaar is, in de situatie dat over dat geluid wordt geklaagd. Wel geldt dat als het geluid alleen incidenteel of vluchtig optreedt (bijvoorbeeld als er af en toe een deur wordt geopend waardoor geluid duidelijk hoorbaar wordt of het dichtslaan van een autodeur) dat geluid niet als duidelijk hoorbaar in de zin van de regel geldt. Bij het uitwerken van de geluidregels in het omgevingsplan zal deze open norm nog nader worden toegelicht. Menselijk stemgeluid In de VNG Handreiking activiteiten en milieuzonering 2024 is de volgende passage opgenomen over menselijk stemgeluid. De waarden in het omgevingsplan voor geluid zijn niet van toepassing op onversterkt menselijk stemgeluid. Artikel 5.73 van het Bkl verbiedt immers het stellen van geluidwaarden daarvoor (tenzij het muziekgeluid is of daarmee is vermengd). Uiteraard is het wel mogelijk om het te verwachten volume van het stemgeluid (in dB(A)) te onderzoeken. Voor de inpassing en regulering van activiteiten waarbij juist dat menselijk stemgeluid medebepalend is en op grond van een evenwichtige toedeling moet worden meegewogen – zoals sportterreinen binnen het gemengd gebied met wonen, terrassen, buitenzwembaden e.d. – is de systematiek aan de hand van beschikbare geluidruimte per activiteit (zie paragraaf 5.1) niet dekkend. Er kan niet worden teruggevallen op de bescherming die uitgaat van de standaard (gebiedsgerichte) geluidwaarden in het omgevingsplan. De inpassing van dat soort activiteiten moet daarom specifiek worden afgewogen en zo nodig (anders dan met geluidwaarden) worden gereguleerd. Hierbij kan worden gedacht aan het toepassen van afstandseisen, gedragsregels, venstertijden, oppervlaktebeperkingen etc. Dit wordt bij het opstellen van de geluidregels in het omgevingsplan verder uitgewerkt. 3Geluidgevoelige functies binnen een geluidaandachtsgebied Deze paragraaf is van toepassing op het met een wijziging van het omgevingsplan of met een BOPA aan een locatie toedelen van een geluidgevoelige functie binnen een geluidaandachtsgebied. Rond wegen, spoorwegen en industrieterreinen liggen geluidaandachtsgebieden (voorheen geluidzones). In het Bkl is aangegeven welke standaard- en grenswaarden op geluidgevoelige gebouwen daarvoor gelden. In dit beleidskader wordt de wettelijke ruimte tot de grenswaarde niet volledig benut. Bovendien worden er voorwaarden gesteld aan het afwijken van de standaardwaarden. Dit is uitgewerkt in de punten 1 tot en met
- Uitwerking beleidskader Het aan een locatie toedelen (projecteren) van geluidgevoelige functies binnen een geluidaandachtsgebied is mogelijk als wordt voldaan aan de standaardwaarden in het Bkl voor geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Lid 1 geldt ook voor de wijziging van het omgevingsplan die betrekking heeft op het (al dan niet vergunningvrij) toelaten van mantelzorgwoningen bij een woonfunctie. Afwijken van de standaardwaarden kan tot onderstaande maximale waarden: Bronsoort Maximale waarde grenswaarde Bkl Provinciale of -rijkswegen 55 Lden 60 Lden Spoorwegen (hoofd en lokaal) 60 Lden 65 Lden Gemeentelijke wegen en waterschapswegen Geluidgevoelig gebouw buiten de bebouwde kom 60 Lden 70 Lden Gemeentelijke wegen en waterschapswegen Geluidgevoelig gebouw binnen de bebouwde kom 65 Lden 70 Lden Industrieterrein met verplichting tot GPP’s 55 Lden 45 Lnight 55 Lden 45 Lnight Daarbij gelden de volgende voorwaarden: Bij ligging binnen meer dan één geluidaandachtsgebied is het cumulatieve geluid (zie 6.1) niet meer dan: 60 dB Lden buiten de bebouwde kom; of 65 dB Lden binnen de bebouwde kom. Bij de stedenbouwkundige opzet wordt het overschrijden van een standaardwaarde zo veel mogelijk voorkomen, in het bijzonder bij gebouwen met een woonfunctie. Het overschrijden van een standaardwaarde wordt daarnaast zo veel mogelijk door bron- of overdrachtsmaatregelen voorkomen of beperkt. Geluidbeperkende maatregelen als bedoeld onder c. worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouw¬kundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan. Daarbij geldt het volgende: Bij het bepalen van de doelmatigheid wordt géén gebruik gemaakt van § 3.5.4.4 ‘Financiële doelmatigheid geluidbeperkende maatregelen’ van het Bkl, zoals geldend voor (spoor)wegen met geluidproductieplafonds. Onderzoek naar financiële doelmatigheid van maatregelen kan achterwege blijven als het om maximaal 5 geluidgevoelige gebouwen gaat. Een geluidgevoelig gebouw met een woonfunctie beschikt, naast de geluidbelaste gevel(s) over een geluidluwe zijde of geluidluw geveldeel (zie paragraaf 6.3). Bij vervangende nieuwbouw van geluidgevoelige gebouwen kunnen de in lid 3 en 4 genoemde waarden met 5 dB worden verhoogd. Bij een woningsplitsing kunnen de in lid 3 en 4 genoemde waarden met 5 dB worden verhoogd. De grenswaarden uit het Bkl mogen niet worden overschreden. Er moet worden aangetoond dat wordt voldaan aan de eisen uit het Bbl. Bij functiewijziging van een niet geluidgevoelig bestaand gebouw naar een geluidgevoelig gebouw kunnen de in lid 3 en 4 genoemde waarden met 5 dB worden verhoogd. De grenswaarden uit het Bkl mogen niet worden overschreden. Er moet worden aangetoond dat wordt voldaan aan de eisen uit het Bbl. Aanvullend op lid 6 en 7: als in het bestaande gebouw door de splitsing of functiewijziging meer dan één woning of wooneenheid aanwezig is moet voor wat betreft de geluideisen tussen de woningen worden aangetoond dat wordt voldaan aan de eisen voor nieuwbouw in paragraaf 4.3.4 van het Bbl “Geluidwering tussen ruimten”. Dit is een bovenwettelijke eis, die nodig is met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Als niet aan die eisen voldaan kan worden kan worden verzocht om 5 dB minder strenge waarden. Door toepassing van een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen (voorheen een dove gevel) kan van de waarden in lid 3 en lid 4 onder a. worden afgeweken. Aanvullend op lid 9 kunnen ook vanwege zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen de waarden in dit artikel worden overschreden. Deze overschrijding moet per geval op maat worden afgewogen en gemotiveerd. Als het gaat om overschrijding van grenswaarden in de zin van het Bkl dan kan dat alleen met een wijziging van het Omgevingsplan (raadsbesluit). Gemeentewegen tot 2500 motorvoertuigen per etmaal Verharde gemeentewegen met een intensiteit van maximaal 2500 motorvoertuigen per etmaal vallen buiten de reikwijdte van de specifieke geluidregels in paragraaf 5.1.4.2a van het Bkl (Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen). Op korte afstand van deze wegen kan het geluid hoger zijn dan de standaardwaarde van 53 dB. Voor het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in de nabijheid van verharde gemeentewegen met een intensiteit van maximaal 2500 motorvoertuigen per etmaal worden daarom de volgende stappen doorlopen, aan de hand van de afstanden in onderstaand schema. Dit geldt aanvullend op de toepassing van het beleidskader in deze paragraaf. Stap 1 Wordt aan de afstanden bij 2500 mvt/etm in de kolom onder 53 dB voldaan? Zo ja, dan is het geluid door deze gemeenteweg aanvaardbaar te achten. Zo niet, ga naar stap
- Stap 2 Kan gemotiveerd worden dat de intensiteit minder is dan 1000 mvt/etm en wordt voldaan aan de daarbij horende afstanden in de kolom onder 53 dB? Zo ja, dan is het geluid door deze gemeenteweg aanvaardbaar te achten. Zo niet, ga naar stap
- Stap 3 Wordt aan de afstanden bij 2500 mvt/etm in de kolom onder 58 dB voldaan en beschikt de woning over een geluidluwe gevel? Zo ja, dan is het geluid door deze gemeenteweg aanvaardbaar te achten. Wel moet bij het bij het bepalen en toetsen van cumulatie van geluid en het bepalen en vastleggen van het gezamenlijke geluid worden uitgegaan van een bijdrage van 58 dB op de geluidbelaste gevel. Als niet aan deze stap 3 wordt voldaan, ga naar stap
- Stap 4 Kan gemotiveerd worden dat de intensiteit minder is dan 1000 mvt/etm en wordt voldaan aan de daarbij horende afstanden in de kolom onder 58 dB? En beschikt de woning over een geluidluwe gevel? Zo ja, dan is het geluid door deze gemeenteweg aanvaardbaar te achten. Wel moet bij het bij het bepalen en toetsen van cumulatie van geluid en het bepalen en vastleggen van het gezamenlijke geluid worden uitgegaan van een bijdrage van 58 dB op de geluidbelaste gevel. Als niet aan deze stap 4 wordt voldaan, ga naar stap
- Stap 5 Wordt aan de afstanden bij 2500 mvt/etm in de kolom onder 63 dB voldaan, ligt de woning binnen de bebouwde kom en beschikt de woning over een geluidluwe gevel? Zo ja, dan is het geluid door deze gemeenteweg aanvaardbaar te achten. Wel moet bij het bij het bepalen en toetsen van cumulatie van geluid en het bepalen en vastleggen van het gezamenlijke geluid worden uitgegaan van een bijdrage van 63 dB op de geluidbelaste gevel. Als niet aan deze stap 5 wordt voldaan, ga naar stap
- Stap 6 Kan gemotiveerd worden dat de intensiteit minder is dan 1000 mvt/etm en wordt voldaan aan de daarbij horende afstanden in de kolom onder 63 dB? En ligt de woning binnen de bebouwde kom en beschikt de woning over een geluidluwe gevel? Zo ja, dan is het geluid door deze gemeenteweg aanvaardbaar te achten. Wel moet bij het bij het bepalen en toetsen van cumulatie van geluid en het bepalen en vastleggen van het gezamenlijke geluid worden uitgegaan van een bijdrage van 63 dB op de geluidbelaste gevel. Als niet aan deze stap 6 wordt voldaan, ga naar stap
- Stap 7 Bereken het geluid door de weg met een geluidonderzoek. Pas verder het beleidskader in deze paragraaf overeenkomstig toe. Gezamenlijk geluid Vanaf stap 2 geldt dat het geluid door de gemeenteweg wordt betrokken bij het bepalen en vastleggen van het gezamenlijk geluid als bedoeld in artikel 4.103 van het Bbl, ook als de woning buiten een wettelijk geluidaandachtsgebied is gelegen. 4Het aanleggen of wijzigen van een gemeentelijke weg Op het aanleggen of wijzigen van een gemeentelijke weg in de zin van artikel 5.78 i Bkl is artikel 5.78 m Bkl van toepassing. Het betreft de directe verkeersgeluideffecten door de aanleg of wijziging van de weg5Paragraaf 5.1.4.2a.
- Bkl gaat over de indirecte effecten van veranderend verkeer. Het geluidbeleid gaat niet over de toepassing van deze paragraaf. Het geluidbeleid stelt dus geen nadere kaders over de indirecte effecten. Dit wordt per geval beoordeeld.. In artikel 5.78j Bkl is aangegeven wat in relatie tot (onder meer) artikel 5.78m Bkl onder een wijziging van een weg wordt verstaan. Als het aanleggen van een gemeentelijke weg leidt tot overschrijding van de standaardwaarde voor geluid van 53 dB Lden op een geluidgevoelig gebouw, dan is voor de aanleg een wijziging van het omgevingsplan nodig of een OPA indien het omgevingsplan al in de aanleg van die weg voorziet. Als het wijzigen van een gemeentelijke weg leidt tot verhoging van het geluid op geluidgevoelig gebouwen zoals dat was op het tijdstip van de wijziging van het omgevingsplan, dan is voor die wijziging van een gemeentelijke weg een wijziging van het omgevingsplan nodig, of een OPA indien het omgevingsplan al in de wijziging van die gemeentelijke weg voorziet. Zo lang het omgevingsplan van rechtswege op een locatie van toepassing is en de aanleg of wijziging van de weg past binnen dat plan van rechtswege, is afdeling 22.4 van het omgevingsplan van toepassing. Ook dan geldt er een OPA plicht voor geluidrelevante aanleg of wijziging van een gemeentelijke weg. De wijziging van het omgevingsplan kan worden vastgesteld of de omgevingsvergunning kan worden verleend binnen de onderstaande voorwaarden 1 tot en met
- Voorwaarden Het aanleggen of wijzigen van een gemeentelijke weg is mogelijk als: de standaardwaarden voor geluid niet worden overschreden, of de wijziging niet leidt tot een toename van het geluid, als bedoeld in artikel 5.78m Bkl. Afwijken van de standaardwaarden of een toename van het geluid kan tot maximaal 65 dB Lden, onder de volgende voorwaarden: Het overschrijden van de standaardwaarde wordt zo veel mogelijk door bron- of overdrachtsmaatregelen voorkomen of beperkt. Geluidbeperkende maatregelen als bedoeld onder a. worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan. Daarbij geldt het volgende: Bij het bepalen van de doelmatigheid wordt géén gebruik gemaakt van § 3.5.4.4 ‘Financiële doelmatigheid geluidbeperkende maatregelen’ van het Bkl, zoals geldend voor (spoor)wegen met geluidproductieplafonds. Onderzoek naar financiële doelmatigheid van maatregelen kan achterwege blijven als het om maximaal 5 geluidgevoelige gebouwen gaat. Bij ligging van een geluidgevoelig gebouw binnen meer dan één geluidaandachtsgebied is het cumulatieve geluid (zie 6.1) niet meer dan 65 dB Lden. Vanwege zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen kunnen de waarden in dit artikel worden overschreden. Deze overschrijding moet per geval op maat worden afgewogen en gemotiveerd. Als het gaat om overschrijding van grenswaarden in de zin van het Bkl dan kan dat alleen met een wijziging van het Omgevingsplan (raadsbesluit). 5Beleidskader voor het wijzigen van het omgevingsplan 5.1Geluid door milieuhinderlijke activiteiten op een bedrijventerrein GELUID BINNEN EEN ZONE VOOR GELUID De gemeente kiest in navolging van de VNG voor het loslaten van de systematiek met milieucategorieën en een aan de planregels gekoppelde lijst van activiteiten (zoals opgenomen in de ingetrokken VNG uitgave Bedrijven en milieuzonering 2009). In plaats daarvan worden in het definitieve omgevingsplan op een bedrijventerrein zones voor geluid opgenomen met aan die zones gekoppelde regels voor geluid door milieuhinderlijke activiteiten (zie 2.2), als opgenomen in de VNG Handreiking Activiteiten en milieuzonering