Beleidsregels sociale kredietverlening en incasso Gemeentelijke Kredietbank Emmen 2026Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen; gelet op artikel 21, Reglement Gemeentelijke Kredietbank Emmen 2026 overwegende het door de gemeenteraad vastgestelde beleidskader sociaal domein ‘Erbij horen en meedoen in Emmen!’ en in het bijzonder de daarbij behorende bijlage Rondkomen. besluit: de beleidsregels sociale kredietverlening en incasso Gemeentelijke Kredietbank Emmen vast te stellen. Artikel1:Begripsbepaling 1.In deze beleidsregels wordt verstaan onder: aflopend krediet: kredietvorm waarbij het bedrag van de lening in zijn geheel ter beschikking komt van de inwoner en, vermeerderd met de kredietvergoeding (rente en kosten), in een vast aantal termijnen moet worden afgelost terwijl de afgeloste bedragen niet opnieuw kunnen worden opgenomen; BKR: Stichting Bureau Krediet Registratie; de gemeente: de gemeente Emmen; het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen GKB: Gemeentelijke Kredietbank Emmen; inwoner: de niet in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf handelende natuurlijke persoon waaraan de kredietbank een financiële dienst verleent of aan wie hij voornemens is een financiële dienst te verlenen; krediet: het aan de inwoner ter beschikking stellen van een geldsom, waarbij de inwoner gehouden is ter zake één of meer betalingen te verrichten; kredietbank: Gemeentelijke Kredietbank Emmen, gemeentelijke instelling die onderdeel is van het team Schulddienstverlening, en die gespecialiseerd is in het verstrekken van sociale leningen en indien noodzakelijk het begeleiden van mensen met financiële problemen; natuurlijk persoon: een mens (individu) die in het recht als rechtssubject is erkend en daarmee drager is van wettelijke rechten en plichten; NVVK: Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet; pensioengerechtigde leeftijd: leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet (AOW), waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat of had kunnen ontstaan, wanneer de inwoner recht op een uitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet zou hebben gehad; saneringskrediet: vorm van schuldregeling waarbij in een geval van problematische schuldsituatie alle schuldeisers in één keer aan het begin van het traject worden afgelost en waarbij hulpvragers via hun gemeente een krediet afsluiten dat ze in de daarvoor gestelde termijn moeten aflossen SBN: Sociale Banken Nederland; sociaal krediet: een krediet dat verstrekt wordt in het kader van sociale kredietverlening waarbij de inwoner bewust wordt gemaakt van de risico’s van het krediet, een individueel advies wordt gegeven en waarbij niet de omzet van de GKB prevaleert, en niet zijnde een saneringskrediet; Vroegsignalering: Het voorkomen en verminderen van problematische schulden; Wck: Wet op het consumentenkrediet; Wet Fido: Wet financiering decentrale overheden; Wft: Wet op het financieel toezicht; Wsnp: Wet schuldsanering natuurlijke personen (Faillissementswet, Titel III). Artikel2:Doel 1.Het verstrekken van een sociaal krediet heeft als doel de inwoner in staat te stellen om mee te doen en te werken aan behoud of verbetering van hun positie bij zaken als werk, inkomen, zorg en welzijn; 2.Het verstrekken van een sociaal krediet kan ook als doel hebben de schuldpositie van de inwoner op te lossen, bijvoorbeeld als resultaat van vroegsignalering. Artikel3:Doelgroep kredietverlening 1.Inwoners van de gemeenten Borger-Odoorn, Coevorden en Emmen kunnen gebruik maken van de kredietverlening, mits zij aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 4 van deze beleidsregels voldoen. Artikel4:Voorwaarden voor kredietverlening: 1.Alleen natuurlijke personen die ouder zijn dan 18 jaar kunnen onder de volgende voorwaarden in aanmerking komen voor een lening: het inkomen bedraagt minimaal de van toepassing zijn bijstandsnorm en is niet hoger dan 130% van het voor de aanvrager geldende brutominimumloon inclusief vakantietoeslag; de aanvrager is inwoner van de gemeente Borger-Odoorn, de gemeente Coevorden of de gemeente Emmen; er sprake is van een beschadigd/negatief BKR; de aanvrager vanwege zijn leeftijd geen lening kan krijgen bij een commerciële bank; de aanvrager een schriftelijke afwijzing heeft van gelijke kredietaanvraag die is gedaan bij een financiële instelling met een vergunning op grond van de Wft. 2.Ook aanvragers met een tijdelijke verblijfsvergunning, kunnen in aanmerking komen voor een lening als aan de voorwaarden uit lid 1 wordt voldaan. Artikel5:Klachten: 1.Als de inwoner van mening is dat het proces rondom zijn aanvraag niet goed is doorlopen, kan hij een klacht indienen bij de klachtenfunctionaris van de gemeente Emmen. Dit kan gaan over de bejegening, behandeltermijn of informatieverstrekking. Artikel6:Niet eens met het besluit op een verzoek om kredietverlening: 1.Als de inwoner het niet eens is met een genomen besluit, wordt de reactie van de inwoner voorgelegd aan teamleider voor heroverweging of verdere afstemming. 2.Wanneer de inwoner het inhoudelijk het niet eens is met het besluit kan de inwoner een klacht indienen bij de commissie Kwaliteitszorg van de NVVK. 3.De Gedragscode Sociale Kredietverlening is bindend voor de gemeente Emmen als lid van de NVVK. Artikel7:Sociale kredietverlening: 1.Sociale kredietverlening is het uitgangspunt bij de kredietverstrekking van het college en door lidmaatschap van de NVVK is de GKB gebonden aan de Gedragscode Sociale Kredietverlening. Artikel8:Algemene uitgangspunten: 1.Een krediet wordt verstrekt in de vorm van een aflopend krediet. 2.Kredieten worden niet op basis van onderpand verstrekt. 3.Als het doel van de gevraagde lening betaling van schulden is, kan de aanvraag worden afgewezen en wordt de inwoner naar het traject schulddienstverlening van team Schulddienstverlening verwezen (als een krediet onderdeel is van het schulddienstverleningsplan, kan alsnog een aanvraag in behandeling worden genomen). 4.Uitsluiting van de dienstverlening van team Schulddienstverlening is niet van toepassing op kredietverlening (dit betekent dat, in het geval het doel van de gevraagde lening betaling van schulden is, alsnog een aanvraag in behandeling kan worden genomen). Artikel9:Uitgangspunten bij het beoordelen of een krediet al dan niet verstrekt kan worden: 1.Het krediet moet binnen 3 jaar (dat wil zeggen: 36 maandelijkse termijnen) afgelost kunnen worden. 2.In afwijking van artikel 9, lid 1, kan het college afwijken, als daarvoor gegronde redenen zijn. 3.Als het college afwijkt van artikel 9, lid 1, is de maximale looptijd van het krediet uiterlijk 5 jaar (dat wil zeggen: 60 maandelijkse termijnen). 4.De minimale looptijd van een krediet is 3 maanden (dat wil zeggen: 3 maandelijkse termijnen). 5.Bij inwoners die een algemene bijstandsuitkering of een inkomen op bijstandsniveau ontvangen zijn de door de NVVK vastgestelde normen voor kredietverlening het uitgangspunt bij de beoordeling of het gevraagde krediet kan worden verstrekt.1 Deze normen worden elk half jaar aangepast en zijn voor leden van de NVVK te vinden in het ledendomein op de website van de NVVK onder “normoverzichten.” 6.Het college kan afwijken van artikel 9, lid 4, als daarvoor gegronde redenen zijn. 7.Uitgangspunt is dat de inwoner de gevraagde lening terug kan betalen en zodoende hanteert het college geen maximumbedrag met betrekking tot een te verstrekken krediet. 8.In beginsel vraagt het college geen borg voor te verstrekken kredieten, het uitgangspunt is dat de inwoner het verstrekte krediet terug kan betalen. 9.Als het college een borg, bedoeld in artikel 9 lid 8, vraagt, dan wordt de inwoner door de kredietverstrekker gevraagd om zelf met een aanvaardbare borg te komen, waarbij als dat nodig is de kredietverstrekker de inwoner advies kan geven. 10.Bij inwoners waarbij het doel van het krediet het aanvragen van verblijfsvergunning is, is de looptijd maximaal 1 jaar (dat wil zeggen: 12 maandelijkse termijnen). 11.Bij inwoners met een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, moet het krediet binnen de termijn van de verblijfsvergunning afgelost kunnen worden. 12.Bij inwoners met een tijdelijk arbeidscontract wordt bij het vaststellen van de looptijd van de aflossing van het krediet gekeken naar de situatie van de inwoner en de aard van het contract. 13.Het college boordeelt of de inwoner in staat is de lening binnen de gestelde termijnen af te lossen, gelet op de hoogte van het inkomen en andere (langdurige) aflossingsverplichtingen. 14.De inwoner overlegt de bankafschriften van de laatste 3 maanden voor de aanvraag van het krediet, zodat het college (in aanvulling op artikel 9, lid 13), kan beoordelen wat het uitgavenpatroon is. 15.Er wordt geen krediet verstrekt als: aan de aanvrager al een krediet is verstrekt ter hoogte van de maximale kredietsom, of anders kredietlimiet van de aanvrager, of; de aanvrager een aanvraag voor een minnelijke schuldregeling heeft ingediend, of; een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen heeft ingediend, of; of een verzoek tot faillietverklaring heeft ingediend, of; ten aanzien van de aanvrager een verzoek tot faillietverklaring door een derde is ingediend. 16.Een door het college in het verleden afgeboekt krediet van de aanvrager kan een weigeringsgrond zijn. Artikel10:Debiteurenbewaking 1.Als het aflossingsbedrag niet zoals overeengekomen is ontvangen en de inwoner heeft zelf geen contact gezocht met de GKB, zal de GKB de volgende procedure van herinneren volgen: voordat de eerste herinnering wordt verzonden, wordt telefonisch of door bezoek, contact gezocht met de inwoner om te achterhalen wat de oorzaak is van het niet nakomen van de gemaakte afspraken. eerste herinnering: deze herinnering wordt 14 dagen na vervaldatum en deze wordt ook naar de eventuele borgsteller verzonden; Als de inwoner of de borgsteller ondanks de herinneringen, zoals beschreven in artikel 1, lid a en b, niet betaalt, wordt (wanneer van toepassing: aan beiden) een formele sommatie, ook wel laatste herinnering of ingebrekestelling genoemd, verzonden. 2.Het college kan rekening houden met de persoonlijke situatie van iemand die een betalingsachterstand heeft door maatwerk te leveren in de aflossingsafspraken nadat er contact is geweest met de inwoner als bedoeld in artikel 10, lid 1, en: de aflossingsbedragen lager vaststellen; een langere looptijd bieden als dat nodig is; een pauze in de aflossing inlassen bij crisissituaties (bijvoorbeeld bij langdurige ziekte, scheiding, of baanverlies) in overleg met betrokken hulpverlenende instanties indien van toepassing. 3.Het college kan een krediet voor een periode van uiterlijk 3 maanden tijdelijk buiten invordering stellen als de inwoner (en eventuele borgsteller) met onbekende bestemming is vertrokken en het college zal dan onderzoek doen naar de feitelijke woon- of verblijfplaats van de inwoner (en eventuele borgsteller), zodat het aanmaantraject kan worden opgestart of voortgezet. 4.Nadat het college een krediet 3 maanden tijdelijk buiten invordering heeft gesteld, als bedoeld in artikel 10, lid 3, kan het college het krediet buiten invordering stellen en het college zal dan gedurende de resterende looptijd van het krediet periodiek onderzoek doen naar de feitelijke woon- of verblijfplaats van de inwoner (en eventuele borgsteller), zodat het aanmaantraject kan worden opgestart of voortgezet. 5.Na het verstrijken van de looptijd, als bedoeld in artikel 10, lid, 4, vindt het onderzoek door het college naar de woon- of verblijfplaats van de inwoner (en eventuele borgsteller) nog minimaal tweemaal plaats, waarna het college het krediet kan afschrijven. 6.Als de inwoner (of de borgsteller) de met het college naar aanleiding van artikel 10 gemaakte aflossingsafspraken niet nakomt dan kan het college de vordering in handen geven van de gerechtsdeurwaarder, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: het woonadres van de inwoner is bekend, en; de inwoner heeft een inkomen waarop voldoende beslag mogelijk is, en; de inwoner niet is opgenomen in de Wsnp en niet failliet is, en; het totaalbedrag van het openstaande krediet hoger is dan € 250, en; de betalingsachterstand is groter dan 2 maandelijkse termijnen. 7.Het college schrijft een krediet af als: de inwoner de Wsnp met een schone lei heeft beëindigd, of; er voor het krediet een schuldbemiddeling tot stand is gekomen en deze geheel doorlopen is (dat betekent: finale kwijting), of; er voor het krediet een saneringskrediet tot stand is gekomen (dat betekent: finale kwijting), of; alle contractanten zijn overleden, dit met uitzondering van de vervallen termijnen, of; het krediet buiten is invordering gesteld en periodiek onderzoek heeft niets opgeleverd, als bedoeld in artikel 10, lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.