← Nederland

Nadere regels ter uitvoering van de verordening jeugdhulp gemeente Hoeksche Waard (Hoeksche Waard)

Nadere regels ter uitvoering van de verordening jeugdhulp gemeente Hoeksche WaardOp basis van artikel 11 lid 8, artikel 20 lid 5 en artikel 31 lid 4 van de verordening jeugdhulp gemeente Hoeksche Waard, besluit het college vast te stellen de navolgende Nadere regels ter uitvoering van de verordening jeugdhulp gemeente Hoeksche Waard. Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1.Begripsbepalingen In deze nadere regels wordt verstaan onder: verordening: de verordening jeugdhulp gemeente Hoeksche Waard. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoeksche Waard. pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de Jeugdwet. sociaal netwerk: personen zoals bedoeld in artikel 1 van de verordening. Hoofdstuk2.Nadere regels vervoer Artikel2.Voorwaarden vervoersvoorziening 1.Het toekennen van een vervoersvoorziening aan de jeugdige geschiedt alleen wanneer aantoonbaar is gemaakt dat er een medische noodzaak bestaat of beperkingen in de zelfredzaamheid zijn. Dit is aannemelijk als: aantoonbaar is gebleken dat zelf of met hulp van de ouder(

  1. s)of andere personen uit de naaste omgeving geen oplossing voor het vervoersprobleem kan worden gevonden; en geen oplossing gevonden kan worden voor het vervoersprobleem door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere wettelijke of algemene voorziening; en sprake is van een medische noodzaak, waardoor de jeugdige geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer of eigen vervoer; en door een deskundige de medische beperkingen of beperkende omstandigheden bij de jeugdige die individueel vervoer vereisen, zijn vastgesteld; en de jeugdige of de vertegenwoordiger van de jeugdige medewerking hebben verleend aan het college om aantoonbaar te maken dat er sprake is van een medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid; 2.Er is van beperkingen in de zelfredzaamheid als bedoeld in het eerste lid, onder c, indien: de leeftijd of het ontwikkelingsniveau van de jeugdige het niet toe laat zelfstandig te reizen met openbaar vervoer, nadat is aangetoond dat de ouder(
  2. s)of andere personen uit het sociaal netwerk niet in staat kunnen worden geacht om zorg te dragen voor begeleiding; of sprake is van ernstige gedragsproblemen welke reizen in het openbaar vervoer of eigen vervoer onmogelijk maken; of andere redenen van niet-medische aard, die het zelfstandig of onder begeleiding reizen in het openbaar vervoer of eigen vervoer onmogelijk maken. 3.Onder geen enkele omstandigheid wordt het ontbreken van financiële draagkracht van de ouder(
  3. s)ten behoeve van de vervoerskosten beschouwd als een beperking in de zelfredzaamheid. 4.De aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt ingediend bij het college door middel van een ondertekend aanvraagformulier vervoer. 5.De vaststelling van de noodzaak van een vervoersvoorziening, zoals gesteld in lid 1 van dit artikel, wordt uitgevoerd door de professionals van Stichting SamenWaard of de Gecertificeerde Instelling. 6.De beoordeling van de aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt opgenomen in het verslag waarin het onderzoek dat voor de aanvraag is uitgevoerd, is weergegeven. 7.De adressen en tijden, die door de jeugdige of de ouder(
  4. s)van de jeugdige worden aangegeven op het ondertekende aanvraagformulier vervoer, worden gebruikt voor de planning van het vervoer en kunnen niet worden gewijzigd. Bij incidentele wijzigingen zorgt de jeugdige of de ouder(
  5. s)van de jeugdige zelf voor een andere oplossing. Bij een structurele en/of wezenlijke wijziging dient een nieuw aanvraagformulier door de jeugdige of zijn ouder(
  6. s)te worden ingediend bij het college. Artikel3.Afwegingskader vervoersvoorziening 1.Eerst geldt het uitgangspunt uit artikel 11 lid 5 verordening: als naar het oordeel van het college een passende voorziening beschikbaar is waarvoor geen vervoer geïndiceerd hoeft te worden, is deze voorziening voorliggend op een indicatie waarvoor wel vervoer geïndiceerd moet worden. 2.Wanneer de noodzaak van het inzetten van een vervoersvoorziening is aangetoond, is de onderstaande rangorde van toepassing, waarbij eerst optie a in aanmerking komt, dan pas optie b en zo verder, tot in het uiterste geval optie d. zelfstandig reizen met het openbaar vervoer, fiets of ander vervoermiddel, mits er geen sprake is van: beperking in de zelfredzaamheid van de jeugdige; het ontbreken van openbaar vervoer; zelfstandig leren reizen met het openbaar vervoer, fiets of ander vervoermiddel, onder begeleiding van een ouder/netwerk/vrijwilliger/hulpverlener; onder begeleiding van een ouder/netwerk/vrijwilliger/hulpverlener met het openbaar vervoer reizen, mits er geen sprake is van: beperkingen waardoor jeugdige niet onder begeleiding met het openbaar vervoer kan reizen; het ontbreken van openbaar vervoer; of ernstige overbelasting van de ouder(
  7. s)vanwege het begeleiden van de jeugdige door henzelf of anderen. de inzet van een vergoeding per kilometer als bedoeld in artikel 11, lid 6, of een vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 11, lid 7, van de verordening jeugdhulp. 3.Indien de inzet bestaat uit een vergoeding per kilometer, dan geldt aanvullend de volgende voorwaarde: enkel de beladen kilometers worden berekend en vergoed zoals bepaald in artikel 11 lid 6 van de verordening jeugdhulp; Artikel4.Begeleiding in het vervoer 1.De begeleiding in het vervoer is primair de verantwoordelijkheid van de ouder(
  8. s)of wettelijke vertegenwoordiger(s). 2.Behoudens uitzondering wordt begeleiding in het vervoer van de jeugdige van meer dan 4 uur per dag niet als redelijk beschouwd. 3.Het werkzaam zijn van de (beide) ouder(
  9. s)ontheft hen niet van de primaire verantwoordelijkheid, als bedoeld in lid 1. Hoofdstuk3.Tarieven persoonsgebonden budget (pgb) Artikel5.Tarieven Het college stelt jaarlijks de tarieven voor pgb vast, conform artikel 20 van de verordening. Deze tarieven worden jaarlijks gepubliceerd op www.jeugdzhz.nl. Hoofdstuk4.Nadere regels inspraak en medezeggenschap Artikel6.Overleg en informatievoorziening 1.Ingezetenen, in het bijzonder jeugdigen en ouder(s), kunnen gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen ten aanzien van (de besluitvorming over) de verordening en het beleid betreffende de uitvoering van de Jeugdwet. Het college streeft ernaar binnen 8 weken te reageren. Indien noodzakelijk vindt een toelichtend gesprek plaats. 2.Het college organiseert in beginsel viermaal per jaar een overleg met de Adviesraad Sociaal Domein, werkgroep Jeugd van de gemeente Hoeksche Waard en een ambtelijke afvaardiging. De Adviesraad kan gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen tijdens dit overleg ten aanzien van beleid betreffende de uitvoering van de Jeugdwet, waarbij de Adviesraad Wmo & Jeugd voorafgaand aan het overleg wordt gevraagd onderwerpen voor de agenda aan te melden. de Adviesraad Wmo & Jeugd uiterlijk 3 weken voor het overleg de benodigde informatie ontvangt voor een adequate deelname. Hoofdstuk5.Slotbepalingen Artikel7.Intrekking oude nadere regels De Nadere regels Jeugdhulp Hoeksche Waard, laatst vastgesteld op 6 december 2022, worden ingetrokken. Artikel8.Overgangsbepaling Aanvragen die zijn ingediend onder de nadere regels als genoemd in artikel 7 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze nadere regels, worden afgehandeld krachtens deze nadere regels. Artikel9.Afwijking Het college kan bij de toepassing van deze nadere regels gebruikmaken van de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 33 van de verordening. Artikel10.Inwerkingtreding Deze nadere regels treden in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking, met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026. Artikel11.Citeertitel Deze nadere regels worden aangehaald als: Nadere regels Jeugdhulp gemeente Hoeksche Waard. Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoeksche Waard in de vergadering van 9 juni 2026.de secretaris,de burgemeester

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.