Subsidieregeling Invasieve Exoten provincie Groningen 2026College van Gedeputeerde Staten Overwegende dat: de Europese Unie in de verordening (EU) 1143/2014 de aanpak van invasieve exoten verplicht) aan de lidstaten en dat het rijk deze verplichting heeft uitgewerkt in de Omgevingswet en onder meer opgedragen heeft aan de provincie; de impact van invasieve exoten steeds zichtbaarder wordt en niet enkel meer de natuur, maar ook de inwoners treft van de provincie; als gevolg hiervan een plan van aanpak is opgesteld getiteld: ‘Exoten in Toom’, om invasieve exoten aan te pakken; er daarom ter uitvoering van het Plan van Aanpak – Exoten in Toom een subsidieregeling wordt vastgesteld op grond waarvan invasieve exoten effectief beheerd en bestreden kunnen worden binnen de provincie Groningen; Gelet op: artikel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht; artikel 3, derde lid van de Kaderverordening subsidies provincie Groningen 2017; De Procedureregeling subsidies provincie Groningen 2018; verordening (EU) 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014, betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten; het Plan van Aanpak – Exoten in Toom van de provincie Groningen; Besluiten vast te stellen: Subsidieregeling Invasieve Exoten provincie Groningen 2026 Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1.1Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: Awb: Algemene wet bestuursrecht; beheersing: passende maatregel in het geval een invasieve exoot wijdverspreid is en op grote oppervlakten voorkomt en uitroeiing niet meer mogelijk is. Passende maatregelen zijn: het terugdringen van de invasieve exoot. Indien de soort voor problemen of gevaren zorgt is ingrijpen gewenst; het in toom houden van de invasieve exoot. Wanneer omvang van de invasieve exoot onder controle is, dan is het zaak om deze situatie door zo te behouden; Bestrijding: passende maatregel gericht op volledige en permanente verwijdering van een populatie van de invasieve exoot in een vroeg stadium van invasie; Eliminatie: handelingen met als doel om een invasieve uitheemse soort volledig uit de Nederlandse natuur te verwijderen; EU-Exotenverordening: verordening (EU) 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014, betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten; Invasieve exoot: plant- of diersoort die van nature niet voorkomt op het grondgebied van de EU en is opgenomen op de Unielijst van de EU-exotenverordening of provinciale zorgsoort is genoemd in het Plan van Aanpak – Exoten in Toom; Natura 2000-gebied: Natura 2000-gebied als bedoeld in onderdeel A van de Bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet. NNN: Natuurnetwerk Nederland, zoals dat door de provincie Groningen is aangewezen in de Omgevingsverordening; Nulmeting: inventarisatie van de bestaande situatie, waarvan de resultaten het uitgangspunt vormen voor verdere monitoring; Procedureregeling: procedureregeling subsidies provincie Groningen 2018 Resultaatmeting: inventarisatie van de situatie achteraf (na het uitvoeren van de maatregelen) vergeleken met de situatie ten tijde van de nulmeting, waarbij dezelfde indicatoren als in de nulmeting in kaart worden gebracht; Terrein beherende organisatie: in een rechtspersoon ondergebrachte organisatie die grond in eigendom heeft en zich onder andere richt op natuurbeheer op die gronden; Vrijwilligersgroep: een groep van vrijwilligers die zich richt op beheersing en bestrijding van invasieve exoten op lokaal niveau en die zich heeft georganiseerd als rechtspersoon, of wordt gefaciliteerd onder de verantwoordelijkheid van een rechtspersoon. Artikel1.2Subsidieplafond en aanvraagperiode 1.Gedeputeerde Staten kunnen één of meer openstellingsbesluiten vaststellen. 2.In het openstellingsbesluit stellen Gedeputeerde Staten vast: één of meerdere subsidieplafonds; een periode waarbinnen een aanvraag om subsidie moet zijn ontvangen Artikel1.3Aanvraag Een aanvraag wordt ingediend met behulp van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld aanvraagformulier en gaat vergezeld van de daarin genoemde verplichte bijlagen. Artikel1.4Bevoorschotting 1.Subsidies tot € 25.000,- worden direct vastgesteld. 2.Bij subsidies van meer dan €25.000,- wordt 100% bevoorschot. Artikel1.5Subsidievaststelling Subsidies uit deze subsidieregeling worden, ongeacht de subsidiehoogte en in afwijking van art. 3.2 Procedureregeling, direct zonder voorafgaande verleningsbeschikking vastgesteld. Hoofdstuk2.Het olpstellen van een gebiedsplan Artikel2.1Doel gebiedsplan Deze subsidie heeft tot doel het bevorderen van samenwerking in de gezamenlijke aanpak van de bestrijding van invasieve exoten in een gezamenlijk afgestemd gebied binnen de provincie Groningen. Artikel2.2Doelgroep Een subsidie voor deze activiteit, kan alleen worden verstrekt aan gemeenten, waterschappen Artikel2.3Subsidiabele activiteit Subsidie kan worden verstrekt voor het opstellen of actualiseren van een gebiedsplan. Dit houdt in het opstellen van een gebiedsplan voor de beheersing en bestrijding van een of meer invasieve exoten binnen en buiten het Natura-2000 gebied en NNN voor de duur van minimaal zes jaren; Artikel2.4Weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 Awb en de artikelen 2.5 en 2.6 van de Procedureregeling wordt de subsidie geweigerd als: voor dezelfde activiteit waarvoor een subsidie wordt aangevraagd, of een deel daarvan, reeds een andere subsidie is verstrekt door de provincie Groningen; het gebiedsplan zich richt op een of meerdere soorten die onder de verantwoordelijkheid van het rijk vallen. de aanvrager niet behoort tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 2.2; niet is voldaan aan de bepalingen, verplichtingen en vereisten zoals die zijn gesteld in deze regeling. Artikel2.5Subsidievereisten Om voor een subsidie in aanmerking te komen, dient het gebiedsplan te voorzien in een aanpak van invasieve exoten die zijn benoemd in het Plan van Aanpak Exoten in Toom van de provincie Groningen. Artikel2.6Subsidiabele kosten Alle kosten die een directe relatie hebben met de subsidiabele activiteit, komen voor subsidie in aanmerking. Artikel2.7Indieningsvereisten 1.Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend door middel van een vastgesteld aanvraagformulier. 2.Onverminderd artikel 2.1, lid 1 en 2 van de Procedureregeling bevat een aanvraag: de wijze waarop nulmeting en resultaatmeting plaatsvindt en inzicht in de sturing op kosten en effectiviteit van deze metingen; een compleet overzicht van alle, op dit moment bekende invasieve exoten in het plangebied; een overzicht waarin uitgelegd staat hoe aan monitoring en nazorg gedaan zal worden na de uitvoering van de activiteiten. Artikel2.8Subsidiehoogte De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van: In het geval dat een aanvraag door een gemeente wordt gedaan: € 10.000,-. In het geval dat een aanvraag door een waterschap wordt gedaan: € 30.000,- Artikel2.9Verdeelsystematiek 1.Het beschikbare bedrag van het subsidie-deelplafond wordt verdeeld op volgorde van ontvangst van de volledige aanvragen. 2.Indien een aanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de aanvraag volledig is als datum van binnenkomst. 3.Indien er meer aanvragen zijn ontvangen op één dag, waarbij toekenning van al deze aanvragen zou leiden tot overschrijding van het subsidie-deelplafond wordt, in afwijking van het tweede lid, de onderlinge rangorde van die aanvragen door loting vastgesteld. Artikel2.10Verplichtingen Onverminderd de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 2.10 van de Procedureregeling, is de subsidieontvanger verplicht om: de gesubsidieerde activiteit uiterlijk binnen een jaar na de start hiervan te realiseren; in het gebiedsplan in beeld te brengen: de invasieve exoten die worden aangepakt; de specifieke locaties van de aan te pakken invasieve exoten; de te nemen maatregelen (bestrijding of beheersing), inclusief nabehandeling, en een prioritering daarvan binnen de beheerperiode van zes jaar; met welke partijen binnen het grondgebied of beheergebied kan worden samengewerkt om tot een effectieve bestrijding te komen; het gebiedsplan na afronding zo spoedig mogelijk ter kennisname aan Gedeputeerde Staten te zenden; te starten met de uitvoering van de maatregelen in het gebiedsplan binnen de in het gebiedsplan genoemde termijn en als geen termijn wordt genoemd binnen een jaar na oplevering van het gebiedsplan aan Gedeputeerde Staten. Hoofdstuk3.De bestrijding van invasieve exoten Artikel3.1Doel Deze subsidie heeft tot doel de invasieve exoten in de provincie Groningen te bestrijden. Artikel3.2Doelgroep Een subsidie voor deze activiteit, kan alleen worden verstrekt aan gemeenten, waterschappen en natuur- en terrein beherende organisaties. Artikel3.3Subsidiabele activiteit Subsidie kan worden verstrekt voor de bestrijding van invasieve exoten. Dit houdt in een project om een of meer invasieve exoten op een of meer locaties in de provincie Groningen, te bestrijden; Artikel3.4Weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 Awb en de artikelen 2.5 en 2.6 van de Procedureregeling wordt de subsidie geweigerd als: de bestrijding van exoten plaatsvindt met chemische bestrijdingsmiddelen; er een even verantwoorde en effectieve bestrijdingsmethode beschikbaar is die goedkoper is; de aanvrager niet behoort tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 3.2; niet is voldaan aan de bepalingen, verplichtingen en vereisten zoals die zijn gesteld in deze regeling. Artikel3.5Subsidievereisten Om voor een subsidie in aanmerking te komen, dient de bestrijding te zien op een invasieve exoot welke voorkomt op de Unielijst van de EU-exotenverordening of in het Plan van Aanpak – Exoten in Toom genoemde soorten in hoofdstuk 6.2 deel A, B en C. Artikel3.6Subsidiabele kosten Alle uitvoerings- en monitoringskosten die een directe relatie hebben met de subsidiabele activiteiten komen voor subsidie in aanmerking. Artikel3.7Niet subsidiabele kosten Niet subsidiabel zijn: kosten voor planvorming; kosten voor grondverwerving of afwaardering van gronden; vrijwilligersbijdragen; de bestrijding van de muskusrat en beverrat. Artikel3.8Indieningsvereisten 1.Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend door middel van een vastgesteld aanvraagformulier. 2.Onverminderd artikel 2.1, lid 1 en 2 van de Procedureregeling bevat een aanvraag: Een projectplan met sluitende begroting opgesteld voor de bestrijdingsmaatregelen; een recente nulmeting van de invasieve exoten die aanwezig zijn in het gebied waar de bestrijdingsmaatregelen zich op richten; Artikel3.9Subsidiehoogte De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 24.999,-. Artikel3.10Verdeelsystematiek 1.Gedeputeerde staten verdelen het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen op basis van de volgende selectiecriteria waarbij per criterium punten worden toegekend.: Indien de aanvraag is gericht op het bestrijden dicht bij een NNN of N2000 gebied, of indien aangetoond kan worden dat het ten goede komt van deze gebieden en de biodiversiteit, wordt dit gewaardeerd op maximaal 25 punten; indien de bestrijding is gericht op soorten welke vermeld zijn in artikel 17 en 19a of andere soorten die nog beperkt in onze provincie voorkomen, wordt dit gewaardeerd op maximaal 20 punten; indien in het bestrijdingsplan staat beschreven hoe de monitoring en nazorg van de exoot uitgevoerd gaat worden (monitoringsprotocol), wordt dit gewaardeerd op maximaal 15 punten; indien in het bestrijdingsplan een succesvolle lokale eliminatie van de exoot nastreeft, wordt dit gewaardeerd op maximaal 15 punten; indien een samenwerkingsplan wordt ingediend waarin beschreven is hoe wordt samengewerkt met gebiedspartners om de impact van de exoot tegen te gaan, wordt dit gewaardeerd op maximaal 15 punten; indien de bestrijdingsactie leidt tot een innovatie of verandering in de effectieve aanpak van de exoot, wordt dit gewaardeerd op maximaal 10 punten. 2.Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting. Artikel3.11Verplichtingen Onverminderd de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 2.10 van de Procedureregeling, is de subsidieontvanger verplicht om: de bestrijdingsmaatregelen te richten op invasieve exoten welke genoemd zijn op de Unielijst van de EU-exotenverordening of invasieve exoten die zijn genoemd in hoofdstuk 6.2 deel A, B en C van het Plan van Aanpak – Exoten in Toom; de gesubsidieerde activiteit uiterlijk binnen zes maanden na subsidieverstrekking te starten; ter afsluiting van het project een resultaatmeting uit te voeren van de invasieve exoten die nog aanwezig zijn in het gebied waar de bestrijdingsmaatregelen zich op gericht hebben en deze te overleggen aan Gedeputeerde Staten. De verplichtingen ten aanzien van beschermde soorten na te leven bij de bestrijdingsactiviteiten. Hoofdstuk4.Het faciliteren van een vrijwilligersgroep (artikel 3 onder c) Artikel4.1Doel Deze subsidie heeft tot doel de burgerparticipatie in beheersing en bestrijding van invasieve exoten op lokaal niveau te bevorderen. Artikel4.2Doelgroep Een subsidie kan alleen worden verstrekt aan particulieren, stichtingen of verenigingen zonder winstoogmerk Artikel4.3Subsidiabele activiteit Een subsidie kan alleen worden verstrekt voor het faciliteren van een vrijwilligersgroep. Dit houdt in het faciliteren en uitrusten van vrijwilligersgroepen die zich richten op de beheersing en bestrijding van invasieve exoten binnen en buiten Natura-2000 gebieden en het NNN. Artikel4.4Weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 Awb en de artikelen 2.5 en 2.6 van de Procedureregeling wordt de subsidie geweigerd als: de activiteit plaats zal vinden op gronden, wateren of terreinen zonder dat hier voorafgaand schriftelijk toestemming voor is verleend door de eigenaar of beheerder; de aanvrager niet behoort tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 4.2; niet is voldaan aan de bepalingen, verplichtingen en vereisten zoals die zijn gesteld in deze regeling. Artikel4.5Subsidievereisten Om voor een subsidie in aanmerking te komen, wordt in elk geval voldaan aan de volgende criteria: de kernwerkzaamheden van de vrijwilligersgroep betreffen de beheersing of bestrijding van invasieve exoten die zijn benoemd in de Unielijst van de EU-exotenverordening of; het Plan van Aanpak – Exoten in Toom, hoofdstuk 6.2 deel A, B en C de aanvrager verklaart de vrijwilligersgroep ten minste voor de duur van 3 jaar in stand te houden en tenminste meerdere keren per jaar beheers- of bestrijdingsactiviteiten voor de vrijwilligersgroep te faciliteren; Artikel4.6Subsidiabele kosten 1.Alle kosten, met uitzondering van de in artikel 4.7 genoemde kosten, die een directe relatie hebben met de subsidiabele activiteit, komen voor subsidie in aanmerking. 2.Kosten met een directe relatie tot de subsidiabele activiteit zijn in ieder geval: de kosten voor de inhuur van deskundigen op het gebied van beheersing of bestrijding van invasieve exoten; de kosten die samenhangen met het afvoeren en verwerken van exotisch plantmateriaal; de kosten voor de aanschaf van beschermingsmaterialen en gereedschappen die nodig zijn om op een verantwoorde manier invasieve exoten te bestrijden. Artikel4.7niet subsidiabele kosten Niet subsidiabele kosten zijn: oprichtingskosten van een rechtspersoon; kosten die betrekking hebben op een vrijwilligersvergoeding. Artikel4.8Indieningsvereisten 1.Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend door middel van een vastgesteld aanvraagformulier. 2.Onverminderd artikel 2.1, lid 1 en 2 van de Procedureregeling bevat een aanvraag: Informatie over welke invasieve exoten bestreden gaan worden, op welk gebied de vrijwilligersgroep zich richt en wat de beoogde maatregelen zijn; dat wordt gewerkt met de benodigde en voorgeschreven beschermingsmiddelen; een werkplan waarin de wijze van uitvoering van de bestrijdingswerkzaamheden is beschreven, waaronder in ieder geval: de methoden voor het verwijderen van de invasieve uitheemse plantensoorten; de maatregelen voor het veilig en doelmatig verzamelen, opslaan en afvoeren van het vrijkomende plantaardige materiaal; en de monitoring en voorzorgsmaatregelen ter voorkoming van verdere verspreiding of heropleving van de soort.” een uiteenzetting van wat de verwachte kosten zijn. Artikel4.9Subsidiehoogte De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 1000,-. Artikel4.10Verdeelcriteria 1.Het beschikbare bedrag van het subsidie-deelplafond wordt verdeeld op volgorde van ontvangst van de volledige aanvragen. 2.Indien een aanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de aanvraag volledig is als datum van binnenkomst. 3.Indien er meer aanvragen zijn ontvangen op één dag, waarbij toekenning van al deze aanvragen zou leiden tot overschrijding van het subsidie-deelplafond wordt, in afwijking van het tweede lid, de onderlinge rangorde van die aanvragen door loting vastgesteld. Artikel4.11Verplichtingen Onverminderd de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 2.10 van de Procedureregeling, is de subsidieontvanger verplicht om: de vrijwilligersgroep tenminste voor de duur van drie jaar in stand te houden; de vrijwilligersgroep meerdere keren per jaar te faciliteren bij beheers- of bestrijdingsactiviteiten; de, in het kader van deze activiteit, uitgevoerde handelingen te communiceren aan de Gedeputeerde Staten. Hoofdstuk5.Slotbepalingen Artikel5.1Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst. Artikel5.2Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Invasieve Exoten Groningen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.