Beleidsregel van de gemeenteraad van de gemeente Bergen op Zoom inhoudende Visie Buitengebied Bergen op Zoom Visie Buitengebied Bergen op Zoom 01 oktober 2024 Versie 8 POUDEROYEN TONKAER VISIE BUITENGEBIED BERGEN OP ZOOM VISIE DOCUMENT OPDRACHTGEVER: GEMEENTE BERGEN OP ZOOM AAN DEZE GEBIEDSVISIE WERKTEN MEE: Gemeente Bergen op Zoom (begeleiding) Renske van den Branden-van Eldik Wies Dam Ward Vansteelandt Johan van Beek Pouderoyen Tonnaer (Productie) Leander van Berkel Eva Louwerse Henk Ullenbroeck Willem Scheijen Geert Willems Ermin Jagurdzija BSB Advies (Projectmanagement) Mark van den Hoven Wessel van den Hoven Het PON & Telos (Social Design) Jolanda Luijten Britte van Dalen STATUS: Vastgesteld DATUM: 01 oktober 2024 1.Over de Visie Buitengebied Bergen op Zoom "Het heden als knikpunt tussen verleden en toekomst" Het buitengebied van Bergen op Zoom kent een rijke historie, waarvan wij ook vinden dat die in de toekomst verteld zou moeten worden. In het heden liggen de randvoorwaarden die belangrijk zijn voor toekomstige ontwikkelingen. De toekomst is hetgeen waar we heen willen, een voldoende realistisch wensbeeld voor Bergen op Zoom in
(1986)gescheiden van de Oosterschelde. Het verzoetingsproces in het meer duurde een paar maanden, waarna er gekozen werd voor een gefixeerd peil op NAP. Hierdoor viel ca. 220 ha van het voormalige intergetijdengebied permanent droog. De successie van vegetatie is op deze drooggelegen gebieden nog steeds gaande. Net zoals het Markiezaat kent het gebied vooral waarde als vogelbroedplaats. Door de successie van de vegetatie is er in de loop van de afgelopen decennia een sterke variatie geweest in de vogelsoorten die broeden in het gebied. Momenteel heeft het gebied vooral broedwaarde voor de fuut, krakeend, wintertaling en de pijlstaart. Het Zoommeer is overigens weliswaar als Natura-2000 gebied aangemeld, maar nog niet formeel als dusdanig aangewezen. Hiervoor dient onder meer nog besloten te worden of deze wateren zoet mogen blijven of zout moeten worden. Het Markiezaat en het Zoommeer maken samen met de Hogerwaardpolder en de voormalige kustgebieden, het landgoed Mattemburgh en de Molenplaat deel uit van een aaneengesloten natuurgebied van 1.955 ha, waarvan ongeveer 1.000 ha open water is. 3.4.4 Natuurnetwerk Brabant Naast de beschermde Natura 2000-gebieden is er ook veel grond in de gemeente beschermd in het kader van Natuur Netwerk Brabant. Ten noorden van de A58 zijn de veenontginning Halsters Laag en de overige gronden van de Brabantse Wal opgenomen als Natuur Netwerk Brabant. Ook is ten noorden van het Zoommeer de Schelde-Rijnverbinding opgenomen in het Natuur Netwerk Brabant. Het natuurgebied Lange Water loopt parallel aan de Schelde-Rijnverbinding. Dit betreft een kreekrestant, die uitmondde in de Schelde. Alle natuurgebieden binnen het Natuur Netwerk Brabant worden ook hydrologisch beschermd. Beschermde natuurgebieden (Natura 2000 en OV Noord-Brabant) Het heden | agrarische gebruiksruimte 3.5Agrarische gebruiksruimte Het buitengebied van Nederland is niet los te denken van landbouw. Ook in het buitengebied van Bergen op Zoom is er sprake van verschillende vormen van agrarische productie, waarbij grofweg onderscheid gemaakt kan worden tussen lager gelegen zeekleigronden die geschikt zijn voor akkerbouw, en hoger gelegen zandgronden die ook voor veehouderij gebruikt worden. Om een indicatie te krijgen van de agrarische gebruiksruimte in het buitengebied van Bergen op Zoom is gebruik gemaakt van de Basisregistratie Gewaspercelen (BRP). Deze dataset bestaat uit de locatie van landbouwpercelen in Nederland met daaraan gekoppeld het gebruik. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen bouwland, braakland, grasland, natuurterrein en overig terrein. Overig terrein omvat in de situatie van het buitengebied van Bergen op Zoom ook voornamelijk gebied voor natuurbeheer (met name de Brabantse Wal is aangeduid als 'Overige'). 3.5.1 Akkerbouw Op de percelen in het polderlandschap en in het noordoostelijke buitengebied is voornamelijk sprake van grondgebonden teelt. De soorten gewassen die geteeld worden in Bergen op Zoom lopen sterk uiteen, maar er is voornamelijk sprake van aardappelteelt en graanteelt, met daarnaast ook suikerbieten en uien. In het noordwestelijke poldergebied zijn de zeekleigronden zeer voedingsrijk, waardoor er hier voornamelijk akkerbouw voorkomt. Door het grote areaal van deze zeekleigronden is het percentage grondgebruik dat voor akkerbouw bestemd is in het buitengebied van Bergen op Zoom (44%) relatief hoog in vergelijking met de provincie Noord-Brabant (27%) en Nederland als geheel (28%). Hiermee is Bergen op Zoom, en met name het poldergebied aan de oostzijde op het gebied van landbouw in vergelijking met Noord-Brabant een uniek agrarisch gebied. Dit geldt overigens ook voor de direct omliggende gemeenten, zoals Tholen, Steenbergen en Woensdrecht, waar in verhouding nog meer akkerbouw aanwezig is. 3.5.2 Veehouderijen Het veehouderijbestand van de gemeente Bergen op Zoom is vergeleken met andere gemeenten relatief gering. De grotere clusters van veehouderijen zijn voornamelijk te vinden ten westen van de kernen Lepelstraat en Halsteren. Hier zijn veel van de Wnb-vergunningen uitgegeven voor paarden, maar er zijn ook melkveehouderijen en incidenteel een varkenshouderij gevestigd. De rest van de veehouderijen in het buitengebied is bijna uitsluitend in het noordoosten en in enkele agrarische enclaves op de Brabantse Wal te vinden. De gronden in het Markiezaat die ook als grasland aangemerkt worden zijn niet bestemd voor veehouderij, maar bijna uitsluitend als natuurgrond. Wel worden in deze gebieden grote grazers ingezet ten behoeve van natuurbeheer. Het kleine bestand aan veehouderij is een aspect waarin het buitengebied van Bergen op Zoom zich sterk onderscheid. Voor veehouderij is de agrarische gebruiksruimte in de huidige situatie ook gering, mede door de aanwezigheid van veel natuurgebied en stedelijk gebied in de gemeente. Ontwikkelingsmogelijkheden voor veehouderij worden hiermee sterk bemoeilijkt. Met het oog op ontwikkeling naar een meer circulaire landbouw kunnen veehouderijen een belangrijke schakel vormen, vanwege mest en mineralen voor de akkerbouw. BRP Gewaspercelen en veehouderijen Het heden | recreatieve gebruiksruimte 3.6Recreatieve gebruiksruimte Bergen op Zoom is een gemeente met een bovenlokale recreatieve aantrekkingskracht. De verscheidenheid aan natuurwaarden en gunstige ligging ten opzichte van grote steden zoals Rotterdam en Antwerpen maken het buitengebied van Bergen op Zoom tot een druk bezocht gebied, zowel voor dagtripjes als langere verblijven. Toch zijn er grote verschillen aan te wijzen tussen de mate en manier van recreëren in verschillende uithoeken van het buitengebied. 3.6.1 Verblijfs- en dagrecreatie in het oostelijk buitengebied Recreatievoorzieningen zijn er voornamelijk te vinden in de oostflank van het buitengebied. De Brabantse Wal is een natuurgebied met een bovenlokale aantrekkingskracht, en dit is terug te zien in het aantal verblijfsrecreatieve bedrijven in het gebied. Verblijfsrecreatie is verspreid aanwezig over het gehele grondgebied van de Brabantse Wal, maar er zijn wel clusters te onderscheiden. In het zuiden is er sprake van veel verblijfsrecreatie rondom de lintbebouwing van Heimolen, met een grote camping en verschillende B&B-locaties. Een andere sterke concentratie van verblijfsrecreatie is gelegen ten noordoosten van het knooppunt Zoomland. Hier is een mix van campings en recreatieparken gevestigd rondom het recreatiegebied De Bergse Heide. Andere grote campings zijn te vinden aan de oostrand van het buitengebied, wat gezien de ruime percelering en het open landschap geschikte locaties zijn voor campingbedrijven. Ook het dagrecreatieve voorzieningenniveau op de Brabantse Wal is hoog en divers. Een paar van deze voorzieningen dragen bij aan de bovenlokale aantrekkingskracht van het buitengebied. Dit zijn onder andere het recreatiegebied de Bergse Heide en de goed bewaarde forten van de Zuidelijke Waterlinie (Fort Pinssen en Fort de Roovere). Rondom de Bergse Heide zijn er ook verschillende horecavoorzieningen te vinden die deze bovenlokale dagrecreatieve functie ondersteunen. Naast de bovenlokale dagrecreatieve voorzieningen kent de Brabantse Wal ook uitloopmogelijkheden voor lokale en extensieve dagrecreatie. Dit zijn naast wandel- en fietsroutes verschillende ruiterpaden en mountainbike-routes. Op het voormalige stortterrein de Kragge is een mountainbikeroute aangelegd waarvan veel gebruik gemaakt wordt. De enorm grote recreatieve druk op de Brabantse Wal vormt een bedreiging voor de natuurwaarden in dit kwetsbare gebied. 3.6.2 Extensieve recreatie in het westelijk buitengebied In tegenstelling tot de Brabantse Wal is het recreatieve voorzieningenniveau aan de westflank relatief laag. Dit is passend bij het extensieve karakter van recreatie in het waardevolle natuurgebied Markiezaat. Aan de Fianestraat staat een bezoekerscentrum, van waaruit recreanten het gebied wandelend kunnen verkennen. Op recreatief niveau is er daarmee ook sprake van een scheiding tussen het westelijk buitengebied (extensieve dagrecreatie) en het oostelijk buitengebied (meer intensieve verblijfsrecreatie en dagrecreatie). Dat recreatiefuncties sterk aan natuurbeleving gekoppeld zijn, blijkt uit de afwezigheid van recreatiefuncties aan de noordzijde van het buitengebied. Het poldergebied wordt recreatief wel ontsloten met verschillende recreatieve wandel- en fietsroutes, zoals het fietsknooppuntensysteem, LAW-routes, NS-wandelingen en OV-stappers. Incidenteel is er sprake van een horecagelegenheid of dagrecreatieve voorziening maar deze voorzieningen zijn lang niet zo talrijk als op de Brabantse Wal. Verblijfsrecreatieve voorzieningen zijn, met uitzondering van mogelijke nevenactiviteiten (zoals kamperen bij de boer) niet aanwezig in het noorden en westen van het buitengebied van Bergen op Zoom. Recreatieve gebruiksruimte (wandel- en fietsroutes, horeca, dag- en verblijfsrecreatie) Het heden | beleidsanalyse 3.7Beleidsanalyse In het buitengebied van Bergen op Zoom gelden vanuit de provincie Noord-Brabant verschillende beleidskaders voor de fysieke leefomgeving, die zijn samengevoegd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant (OV; vastgesteld op 11 maart 2022). Daarnaast is ook regionaal beleid geformuleerd met betrekking tot energie: de Regionale Energiestrategie (RES 1.0) West-Brabant. Per 1 januari 2024 is de provinciale Omgevingsverordening Noord-Brabant in werking getreden, die Provinciale Staten al op 11 maart 2022 hebben vastgesteld, in navolging van vaststelling van de provinciale Omgevingsvisie in 2018. In deze verordening staan alle provinciale regels over de fysieke leefomgeving bij elkaar. Deze regels hebben betrekking op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen in het buitengebied van Bergen op Zoom. De regels in de voormalige Interim omgevingsverordening zijn hierbij gehanteerd als uitgangspunt, maar er hebben wel enkele inhoudelijke wijzigingen plaatsgevonden. Omgevingskwaliteit heeft een centrale plek gekregen bij de instructieregels voor het omgevingsplan aan gemeenten. Er zijn regelingen voor maatwerk opgenomen ter versterking van omgevingskwaliteit. De rechtstreeks werkende regels voor de ontwikkeling van veehouderij en mestbewerking worden vervangen door voorbeschermingsregels. Vanwege het vervallen van de Wet bodembescherming zijn nieuwe voorbeschermingsregels opgenomen om verontreiniging van het grondwater te voorkomen en er zijn regels opgenomen voor grondverzet in grondwaterbeschermingszones. In de navolgende pagina's wordt aan de hand van relevante thema's voor het buitengebied het huidige provinciale en gemeentelijke beleid toegelicht: stedelijke ontwikkeling, agrarische ontwikkeling en natuurgebieden en niet-agrarische ontwikkelingen. 3.7.1 Stedelijke ontwikkeling Het beleid van de provincie Noord-Brabant is gericht op het bundelen van verstedelijking. Dit betekent dat het overgrote deel van de ontwikkeling van woningbouw, bedrijventerreinen, voorzieningen en infrastructuur plaats dient te vinden in het bestaand stedelijk gebied. In het buitengebied mag alleen verstedelijking plaatsvinden binnen het aangewezen Stedelijk gebied van Bergen op Zoom, Halsteren en Lepelstraat. Met de inwerkingtreding van de provinciale Omgevingsverordening per 1 januari 2024 zijn de eerder aangewezen zones ‘verstedelijking afweegbaar’ komen te vervallen. Wanneer er binnen bestaand stedelijk gebied onvoldoende ruimte beschikbaar is, wat zowel ruimtelijk als vanwege kwaliteitsoverwegingen het geval kan zijn, kan nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling binnen Landelijk gebied onder strikte voorwaarden worden toegestaan. Elke stedelijke ontwikkeling buiten begrensd bestaand stedelijk gebied zal dan wel goed onderbouwd moeten worden met toepassing van de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies en vanuit de ‘lagenbenadering’ en het principe van water en bodem sturend. Dergelijke stedelijke ontwikkelingen vallen echter sowieso buiten de scope van deze visie. 3.7.2 Agrarische ontwikkeling en natuurgebieden In het buitengebied wordt in provinciaal beleid onderscheid gemaakt tussen agrarische en niet-agrarische functies, waarvoor de ontwikkelingsmogelijkheden verschillen afhankelijk van de afstand tot natuurgebieden. Hiervoor zijn drie verschillende zoneringen opgenomen, waarbinnen verschillende regels voor ontwikkeling gelden. De natuur bevindt zich in de zone aangegeven als Natuur Netwerk Brabant, waar de ontwikkelingsmogelijkheden het strengst beperkt zijn. Het gebied daaromheen is aangegeven als ‘Groenblauwe waarden’, die het groenblauwe kerngebied beschermd en voor verbinding met het omliggende gebied zorgt. De Groenblauwe waarden bestaat overwegend uit agrarisch gebied, met belangrijke nevenfuncties voor natuur, water en extensieve recreatie. De gronden buiten de Groenblauwe waarden zijn aangeduid als Landelijk gebied. Dit is een multifunctionele gebruiksruimte waarin agrarische functies in samenhang met andere functies zoals natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies uitgeoefend worden. Natuur Netwerk Brabant In het Natuur Netwerk Brabant (NNB) geldt op basis van het Rijksbeleid de verplichting tot instandhouding van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. Voor niet-natuurfuncties in het NNB geldt dat de bestaande, legale bebouwing en planologische gebruiksactiviteit zijn toegestaan. Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen geldt een “nee, tenzij”-regime; in het NNB mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die significant negatieve effecten hebben op het gebied. Ook zijn binnen dit gebied verschillende zoekgebieden opgenomen, zoals voor ecologische verbindingszones en voor behoud en herstel van watersystemen. Ook zijn speciale beschermingszones opgenomen voor kwetsbare natuur en diersoorten, zoals attentiezone waterhuishouding en ganzenrust- en foerageergebieden. Voor het complex aan NNB-gebieden op de Brabantse Wal wordt door de Provincie Noord-Brabant in samenwerking met de gemeente en de stakeholders gewerkt aan een Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) om gezamenlijk de overmatige stikstofdepositie, verdroging, versnippering en recreatieve druk in het Natura2000-gebied te verminderen, zie ook navolgend tekstkader. Groenblauwe Gebiedsgerichte Aanpak de Brabantse Wal Om de Natura2000- en Kaderrichtlijn Water doelen in de verschillende Natura 2000 gebieden te kunnen behalen heeft de provincie voor 17 natuurgebieden in Brabant, waaronder de Brabantse Wal, de Groenblauwe Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) uitgerold. Met deze aanpak wordt met alle betrokken stakeholders in het gebied gebiedsgericht gewerkt aan de belangrijkste beleids- en gebiedseigen opgaven van het gebied, te weten: herstel van het hydrologisch systeem, natuurherstel (in combinatie met stikstofreductie) en het bieden van perspectief voor de landbouw, met aandacht voor stikstofproblematiek, energietransitie en duurzame verstedelijkingsopgaven. De Brabantse Wal betreft een complex gebied, mede door diversiteit in bodemopbouw en hydrologie, alsmede de hoge gronddruk en grensoverschrijdende natuur. Factoren die een belangrijke rol spelen bij de huidige achteruitgang van de natuur zijn stikstof, verdroging, recreatie en versnippering. Voor een toekomstbestendig gebruik en inrichting van het landschap is een robuuster systeem nodig. Herstel van het hydrologisch systeem en vermindering van verdroging en droogte zijn belangrijke opgaven. De opgaven rondom landbouw, natuur en water zijn onlosmakelijk met elkaar en met overige opgaven in het gebied verbonden en vragen om een integrale aanpak en intensieve samenwerking. Om de beoogde doelen te kunnen bereiken zullen er met name in de schil rond het Natura 2000 gebied maatregelen te worden genomen. Hiertoe zal voor het gebied (Natura 2000 gebied, inclusief de omliggende hydrologische beïnvloedingszone met een straal van 8
- km)een integrale visie worden opgesteld, waarin nader is uitgewerkt welke maatregelen in concrete deelgebieden genomen kunnen worden om doelen te behalen. Focusgebied GGA-verkenning Brabantse Wal Voor de als zoekgebied opgenomen ecologische verbindingszones geldt slechts een beperkt beschermingsregime. Hier dient voorkomen te worden dat het gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone. Daarom wordt oprichting van bebouwing en aanbrengen van oppervlakteverharding hier beperkt. Deze zoekgebieden zijn opgenomen in het oostelijk buitengebied om verschillende onderdelen van de Brabantse Wal robuuster te kunnen verbinden. Daarnaast zijn zoekgebieden voor behoud en herstel van watersystemen opgenomen. Dit betreft gebieden waarbinnen gestreefd wordt naar behoud, herstel en ontwikkeling van het natuurlijk watersysteem (beken en kreken) en de daaraan gekoppelde natuur- en landschapswaarden. Binnen deze gebieden zijn of worden maatregelen uitgevoerd op het gebied van de morfologie, zoals het laten hermeanderen van beken, het aanleggen van plas-draszones en het herstel van kwel. In deze gebieden gelden ruimtelijke beperkingen aan activiteiten die het realiseren van watersysteemherstel belemmeren of onnodig kostbaar maken. Voorbeelden hiervan zijn het veenontginningsgebied Halsters Laag en het natuurgebied Lange Water. Ook zijn agrarische gebieden rondom kwetsbare natuurgebieden ter bescherming van de waterhuishouding van het NNB aangeduid als attentiezone waterhuishouding. Stromingen in het grondwatersysteem kunnen veranderen door verstoring van de bodemopbouw of het doorboren van lagen (bij grondverzet of diepploegen). Voor bodemingrepen die een negatief effect kunnen hebben op de (grond)waterstand van het nabijgelegen natuurgebied gelden hier beperkingen. Ganzenrust- en foerageergebieden zijn binnen de provincie aangewezen op basis van het ganzenbeleid. De essentie van het ganzenbeleid is dat de in ons land verblijvende beschermde inheemse ganzen gedurende de winter binnen ganzenrust- en foerageergebieden rust wordt geboden. Binnen de aangewezen gebieden moet zoveel mogelijk rust heersen en mogen de daar aanwezige ganzen niet worden verjaagd, gevangen of geschoten. Het Markiezaat is binnen de gemeentegrenzen aangewezen als een ganzenrust- en foerageergebied. Groenblauwe waarden Dit betreft gronden binnen Landelijk gebied met belangrijke nevenfuncties voor natuur en water. De gebieden dragen bij aan de bescherming van de waarden van het Natuurnetwerk Brabant, maar hebben zelf ook betekening voor biodiversiteit, watersysteemherstel en landschap. Binnen Groenblauwe waarden is het beleid gericht op het behoud en de ontwikkeling van een klimaatbestendig en veerkrachtig watersysteem en de ontwikkeling van groenblauwe waarden, natuur en landschap. Voor de natuur betekent dit vooral versterking van de leefgebieden voor plant- en diersoorten, de aanleg van landschapselementen en de bevordering van de biodiversiteit buiten het NNB. Voor het water wordt vooral ingezet op kwantitatief en kwalitatief herstel van kwelstromen. Het beleid richt zich ook op een toename van de belevingswaarde en de recreatieve waarde van het landschap. Binnen Groenblauwe waarden is volop ruimte voor de ontwikkeling van gebruiksfuncties zoals landbouw en recreatie, met een meer extensief karakter en als die bijdragen aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap. De ontwikkeling van nieuwe (kapitaal)intensieve functies, zoals stedelijke ontwikkeling of intensieve vormen van recreatie of en landbouw (zoals de bouw van kassen, (bezoekers-)intensieve recreatie) passen minder bij het karakter van deze gebieden. De ‘Groenblauwe waarden’ verbindt de verschillende onderdelen van Natuur Netwerk Brabant aan elkaar in het buitengebied van Bergen op Zoom. Landelijk gebied In het Landelijk gebied komen agrarische functies en andere functies samen. In deze zone gelden daarom regels voor agrarische functies. Dit betreft voornamelijk het poldergebied aan de westzijde en het coulisselandschap ten oosten van de Brabantse Wal. Voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderij gelden in deze gebieden strenge randvoorwaarden. De hoofdregel is dat het bouwperceel van veehouderijbedrijven niet groter mag worden dan 1,5 ha. Daarnaast worden randvoorwaarden gesteld aan de toename van de bestaande bebouwingsoppervlakte van dierenverblijven, ook binnen het agrarisch bouwperceel, of het in gebruik nemen van bebouwing die eerder niet voor de veehouderij in gebruik was. Een van die randvoorwaarden houdt in dat een dierenverblijf maatregelen moet treffen en in stand moet houden die invulling geven aan zorgvuldige veehouderij, waarbij de gemeente maatwerkvoorschriften aan het bedrijf mag voorschrijven. Voor gebieden rondom woonkernen en natuur gelden extra beperkingen onder de aanduiding ‘Beperkingen veehouderij’ in de Omgevingsverordening In gebieden met deze aanduiding is iedere uitbreiding van bestaande bebouwing en voorzieningen (OV,peildatum 21 september 2013) van veehouderijen (de zogenaamde intensieve veehouderijen) niet toegestaan, tenzij sprake is van een ‘grondgebonden veehouderij’. Voor (vollegronds)teeltbedrijven en overige agrarische bedrijven (waaronder paardenfokkerijen, vissen- en champignonkwekerijen) gelden niet dezelfde strenge randvoorwaarden als voor veehouderijen. Wel zijn er regels voor de bouwperceelgrootte: waar voor overige agrarische bedrijven een bouwvlakmaximum van 1,5 ha geldt, is voor (vollegronds)teeltbedrijven geen specifiek maximum opgenomen voor de toegestane bouwvlakomvang. Niet-agrarische activiteiten In de provinciale Omgevingsverordening zijn tevens specifieke regels opgenomen met betrekking tot een aantal niet-agrarische activiteiten in het buitengebied, bijvoorbeeld functiewijziging naar recreatie en ontwikkelingsmogelijkheden van bedrijven. De regels zijn erop gericht om een kader te geven voor de aard en omvang van de activiteiten, waarbinnen de gemeente haar eigen ruimtelijke afweging kan maken. Algemeen uitgangspunt is dat gebruik moet worden gemaakt van bestaande bebouwing en de mogelijkheden uit de geldende bestemmingsregeling. Daarnaast moet overtollige bebouwing worden gesloopt en moet onderbouwd worden dat de voorgenomen activiteit ook op de lange termijn past binnen de beoogde ontwikkeling van het gebied, gelet op de aard, situering en omvang van het voornemen. In beginsel zijn in het buitengebied alleen bestaande woningen toegestaan. Toevoeging van woningen is uitsluitend mogelijk in het kader van woningsplitsing, mits dit plaats vindt ten behoeve van behoud van een cultuurhistorisch waardevol pand. Daarnaast kan realisering van een nieuwe woning worden toegestaan in het kader van de beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit (voorheen Ruimte voor ruimte en landgoedregeling). Beleidskaart gebiedszoneringen (OV Noord-Brabant en RES) Het heden | beleidsanalyse Zonneparken Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik en behoud van schaarse landbouwgronden heeft plaatsing van zonnepanelen op daken in stedelijk gebied of op braakliggende gronden in of aansluitend op stedelijk gebied -als onderdeel van een stedelijke ontwikkeling- de sterke voorkeur van de provincie. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik bestaan er ook mogelijkheden voor de ontwikkeling van zon door meervoudig ruimtegebruik in Landelijk gebied, bijvoorbeeld op (gunstig) gelegen daken van agrarische gebouwen, op waterbassins, bij rioolwaterzuiveringen of voormalige stortplaatsen. Daarnaast wordt onder voorwaarden de mogelijkheid geboden om na zorgvuldige afweging ook zelfstandige opstellingen van zonneparken te ontwikkelen in landelijk gebied, na toepassing van de zonneladder. Hierbij is een regionale afstemming vereist op basis van de Regionale Energie Strategie (RES) of andere regionale afspraken. De gemeenteraad heeft in een besluit concreet vastgelegd dat maximaal 2 zonneparken zijn toegestaan. Windturbines De provincie wil ruimte bieden voor het opwekken van duurzame energie. Omdat windturbines grote invloed hebben op de omgevingskwaliteit, bevat de OV daarvoor randvoorwaarden. In de OV zijn alleen regels opgenomen voor (middel)grote windturbines, dit betreft windturbines > 25 meter. De bouw van windturbines met een hoogte van minder dan 25 meter is een verantwoordelijkheid van gemeenten. De gemeente dient zelf te onderzoeken op welke plekken binnen de gemeente de plaatsing van windturbines inpasbaar wordt geacht in de omgeving. In het algemeen geldt dat hierbij zo veel als mogelijk wordt aangesloten bij de karakteristiek van het landschap. Vanwege het grootschalige karakter van de turbines heeft de ontwikkeling bij zogenaamde grootschalige landschappen, zoals grootschalige (middel)zware bedrijventerreinen, hoofdinfrastructuur en het grootschalige polderlandschap de voorkeur. De gemeente heeft dit beleid nader geconcretiseerd in de RES 1.0. Hierin zijn indicatieve zoekgebieden voor windturbines opgenomen. Binnen de gemeente betreft dit het noordwestelijk open poldergebied (Auvergnepolder, Auvergnepolder-Noord en de Glymespolder (deels). Het betreft nog geen harde begrenzing, kenmerken van het gebied zijn leidend voor een eventueel locatiebesluit door het college. De RES betreft daarnaast een strategie, die met de tijd wordt doorontwikkeld. Medio 2025 wordt een nieuwe RES (2.0) vastgesteld, waarin een nadere invulling van de zoekgebieden en opgaven plaats zal vinden. Cultuurhistorische en aardkundige waarden In de OV heeft de provincie gebieden aangeduid met cultuurhistorische en aardkundige waarden. Voor deze gebieden is een beschermingsregeling opgenomen. Er mogen geen ontwikkelingen plaats vinden die de waarden en kenmerken van het gebied aantasten. Grondwaterbeschermingsgebieden, Waterwingebieden en Rivierbed Binnen grondwaterbeschermingsgebied geldt dat activiteiten die schadelijk (kunnen) zijn voor de bodem en het zich daarin bevindende grondwater zijn verboden. Activiteiten die risico kunnen geven voor de kwaliteit van de bodem en het grondwater zijn alleen onder voorwaarden toegestaan. Activiteiten in de bodem tot 3 meter diepte zijn rechtstreeks toegestaan. Deze grondwaterbeschermingsgebieden zijn gelegen rondom waterwingebieden. In gebieden aangeduid als rivierbed worden geen functies en activiteiten toegelaten die een directe gevaarlijk situatie opleveren met betrekking tot de werking van de gebieden als bergend vermogen bij overstromingen. Disclaimer Het in dit hoofdstuk opgenomen beleidskader is een momentopname. Daar waar op basis van deze visie in de toekomst initiatieven en ontwikkelingen worden beoordeeld, zal altijd een beleidstoets moeten worden gedaan op het dan geldende beleidskader en de dan geldende regels. Relevante zoneringen waterhuishouding (OV Noord-Brabant) 4.De toekomst van Bergen op Zoom De toekomst van het buitengebied van Bergen op Zoom is afhankelijk van trends en ontwikkelingen op nationale schaal. Deze ontwikkelingen zijn niet altijd te sturen; het slim inspelen op deze ontwikkelingen is noodzakelijk om ook in de toekomst een vitaal en leefbaar buitengebied van Bergen op Zoom te garanderen. De Visie Buitengebied heeft als doel om deze garantie te creëren door randvoorwaarden te stellen aan initiatieven in verschillende deelgebieden in het buitengebied. Hiermee werken we samen aan het vitale en leefbare buitengebied van Bergen op Zoom voor de toekomst. Het eindproduct van de Visie Buitengebied is het ‘toetsingskader’: een tabel waarin per deelgebied aangegeven wordt hoe de gemeente aankijkt tegen verschillende typen initiatieven in het buitengebied. POUDEROYEN TONKAER De toekomst | integrale opgaven voor het buitengebied 4.1Integrale opgaven voor het buitengebied Het buitengebied van Bergen op Zoom staat in de periode tot aan 2035 voor een groot aantal veranderingen. Deze veranderingen brengen binnen verschillende thema’s opgaven met zich mee. Dit kunnen transitieopgaven zijn zoals in de landbouwsector, of aanvullende ruimtevraag in het buitengebied binnen de thematiek van energieopwekking of woonopgave. In de Visie Buitengebied worden geen uitspraken gedaan over grote invullingen van het buitengebied, maar wel een handreiking geboden voor de wenselijkheid en haalbaarheid van (kleinschalige) initiatieven. Per thema staat Bergen op Zoom in de periode tot en met 2035 voor de volgende opgaven: Landbouw De landbouw staat in Nederland voor een grote transitie in het kader van duurzaamheid. In de komende jaren zal het sluiten van kringlopen en het verminderen van stikstofemissies het thema blijven in het buitengebied. Zeker ter plaatse van de Brabantse Wal, gezien het enorme areaal stikstofgevoelige natuur. Daarnaast dienen water- en bodem ook in de landbouw meer sturend te worden, waarbij bijvoorbeeld het gewas meer het peil dient te volgen en niet andersom. In dit kader zal ook de aanwezigheid van onderbemaling in de buurt van de Brabantse Wal nader dienen te worden bezien. Bestaande intensieve veehouderijen maken in het kader van nationaal beleid de grootste transitie , waarbij geen grotere uitbreidingen meer mogelijk zijn. In de toekomst moet landbouw mogelijk blijven, binnen de kaders van het nationaal- en provinciaal beleid. Ook in het buitengebied van Bergen op Zoom zal beleid gericht moeten zijn op wat wél mogelijk is en op welke manier. Het agrarisch gebruik van het landschap vormt immers een sterke drager van de identiteit van het buitengebied. Natuur en landschap Bergen op Zoom kent door de ligging op de steilrand een unieke verscheidenheid aan landschap, een waarde van het buitengebied die voor de toekomst bewaard moet blijven. De natuur- en landschapsstructuren van het buitengebied van Bergen op Zoom komen in de toekomst echter steeds meer onder druk te staan van klimaatverandering. Toenemende hittestress en droogteproblematiek zorgen ervoor dat het voortbestaan van de robuuste natuur van de Brabantse Wal voor de toekomst geen garantie is. Het doorontwikkelen, versterken, verbinden en waar mogelijk uitbreiden van ecologisch waardevolle zones is daarom een integrale opgave voor de gemeente. Initiatieven die hieraan bijdragen worden dan ook sterk gestimuleerd. Een robuuster watersysteem is belangrijk voor natuur, klimaatadaptatie, voedsel- en drinkwatervoorziening op de lange termijn. De waterkwaliteit moet beter en dient langer vastgehouden te worden en niet meer zo snel mogelijk te worden afgevoerd, zodat Bergen op Zoom van een vergiet weer een spons wordt en het landschap beter bestand is tegen extreme droogte of regenbuien. Door de Provincie Noord-Brabant wordt in samenwerking met de gemeente en de stakeholders gewerkt aan een Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) om gezamenlijk de overmatige stikstofdepositie, verdroging, versnippering en recreatieve druk in het Natura2000-gebied te verminderen. Recreatie De recreatiesector van Bergen op Zoom zal in de toekomst mee moeten blijven ontwikkelen met de vraag van zowel de binnengemeentelijke recreant als de bezoekende recreant. Recreatieve mogelijkheden in het buitengebied leveren een bijdrage aan Bergen op Zoom BeLeefstad en kunnen het totale recreatieve aanbod van de gemeente versterken. Veelal zijn en blijven ontwikkelingen markt gestuurd. Om congestieproblemen door een surplus aan intensieve recreatie te voorkomen, wordt wel bewust gestuurd op zonering van intensievere recreatie. Om opgaven met betrekking tot recreatie gericht te tackelen, wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen de verschillende deelgebieden. Er liggen daarnaast te benutten koppelkansen om recreatie te combineren met andere functies in het buitengebied, om zo de sector ook in de toekomst duurzaam te blijven ontwikkelen. Om de enorme grote recreatieve druk op de Brabantse Wal te verminderen, wordt in het kader van de Gebiedsgerichte Aanpak voor de Brabantse Wal (GGA) gepoogd nieuwe natuur te creëren waarmee verplaatsing van recreatie naar buiten het Natura 2000-gebied mogelijk wordt. Klimaat en energie Het buitengebied in Nederland is in de loop der jaren wezenlijk veranderd door het gebruik van ruimte voor duurzame energieopwekking. Wind- en zonne-energie hebben beiden het aangezicht van het buitengebied wezenlijk veranderd. De RES West-Brabant en provinciale Zonneladder vormen voor de gemeente Bergen op Zoom een vertrekpunt voor het thema klimaat en energie. Door het mozaïek aan functies in het buitengebied is echter niet overal direct ruimte te vinden om de doelen van het RES te realiseren. De gemeenteraad heeft in een besluit concreet vastgelegd dat maximaal 2 pilotprojecten voor zonneparken zijn toegestaan. Naast initiatieven voor energieopwekking is ook klimaatadaptiviteit in het buitengebied een relevant thema. Prioriteit hierin is de aanpak van droogteproblematiek die in de toekomst een nog grotere rol zal spelen op de Brabantse Wal. In de Visie Buitengebied wordt aangehaakt bij de ambities in de Gebiedsgerichte Aanpak voor de Brabantse Wal. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt bodem en water meer sturend, waardoor vooraf beter rekening wordt gehouden met de toekomstige waterhuishouding met name op plaatsen die later (of
- nu)nodig zijn voor het bergen en afvoeren van water, zoals in de diepste delen van diepe polders of in kwelgebieden. Daarnaast wordt er ruimte gecreëerd voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water en geldt voor nieuwe ontwikkelingen een waterbergingseis van 60 liter per m2 verhard oppervlakte. Hiervoor wordt aangesloten bij het in voorbereiding zijnde Bergse (klimaat)Adaptatiestrategie en het gemeentelijk waterprogramma 2024-2027. Bovendien heeft de gemeente samen met het waterschap een resultaatverplichting voor het realiseren van de maatregelen die bijdragen aan de Kader Richtlijn Water en Grondwater Richtlijn doelen. Wonen Belangrijk voor het buitengebied zijn transformaties in het kader van Ruimte voor Ruimte of vrijkomende agrarische bedrijfslocaties, (VAB). In de Visie Buitengebied wordt per deelgebied verduidelijkt wat de mogelijkheid is van incidentele toevoegingen van woningen in het buitengebied en onder welke voorwaarden. Dit betreft voormalige bedrijfslocaties en Ruimte voor ruimte ontwikkelingen, maar uitsluitend binnen aangeduide bebouwingsconcentraties (zoals opgenomen in de Visie bebouwingsconcentraties, zie bijlage 1). Voor omvorming van recreatiewoningen naar burgerwoningen geldt een restrictief beleid, zie verder hoofdstuk 5. Daar waar uitleglocaties worden voorzien in het kader van nieuwe stedelijke ontwikkeling, is de Visie Buitengebied niet van toepassing. Voor de betreffende uitleglocaties gelden de regels voor het stedelijk gebied. Bij de aanwijzing van nieuwe stedelijke uitleglocaties heeft de Visie Buitengebied een signaalfunctie: mogelijk zijn in de Visie Buitengebied bijvoorbeeld historische of ecologische waarden opgenomen, waarmee rekening moet worden gehouden. Economie en infrastructuur Ook doet deze Visie Buitengebied geen uitspraken over locaties van grootschalige bedrijfsontwikkelingen; hiervoor zal aangehaakt worden bij de door de gemeente nog uit te werken Pijlervisie Economie. Wel biedt de Visie ruimte voor de incidentele toevoeging van bedrijfspercelen op VAB-locaties en de toevoeging en/of uitbreiding van de bestaande (weg)infrastructuur. De toekomst | deelgebieden 4.2Deelgebieden Op basis van voorgaande analyse van het gebied zijn voor de Visie Buitengebied vijf verschillende deelgebieden geïdentificeerd. In het vaststellen van deze deelgebieden is rekening gehouden met de fysieke verschijningsvorm van het landschap en de gebruikswaarden van het landschap. Concreet kan er onderscheid gemaakt worden tussen het open westelijk buitengebied en het hoger gelegen en meer besloten oostelijk gebied. Hiertussen ligt de steilrand als abrupte en markante overgang, ingesloten tussen stedelijk gebied. Verder onderscheid is gemaakt op basis van de in het vorige hoofdstuk beschreven onderdelen van de landschapsanalyse (bodem- en waterstructuren, natuurwaarden, cultuurhistorische waarden, agrarische en recreatieve gebruikswaarden etc.). In de navolgende pagina's zal voor deze deelgebieden een wensbeeld geschetst worden voor 2035. Hierbij worden de ontwikkelingsrichtingen uitgesplitst op de verschillende thema’s (landbouw, natuur en landschap, recreatie, klimaat en energie, wonen, economie en infrastructuur). Deze ontwikkelingsrichtingen vormen de basis voor de visie, en daarmee de benchmark waaraan initiatieven getoetst kunnen worden in het buitengebied van Bergen op Zoom. De Schorren en slikken Het deelgebied de Schorren en slikken bestaat uit de grotendeels waardevolle natuurgebieden in de zuidwestelijke hoek van het buitengebied. Hierbij horen het Markiezaatsmeer, het Zoommeer, de Molenplaat en de Prinsessenplaat. De Auvergnedijk vormt de begrenzing aan de noordzijde. Aan de oostzijde wordt het deelgebied begrensd door de stedelijke kades en de steilrand. De Zeekleipolders Het deelgebied de Zeekleipolders omvat de noordwestzijde van Bergen op Zoom en bestaat grotendeels uit de Auvergnepolder. Qua karakteristiek van het landschap heeft dit deelgebied de meeste overeenkomsten met het Zeeuwse grondgebied van de gemeente Tholen aan de overzijde van het Schelde-Rijnkanaal. Door het gebied loopt het waardevolle natuurgebied Lange Water. Het gebied grenst aan het Markiezaat aan de zuidzijde, en aan de Steilrand en het Coulisselandschap aan de oostzijde. De Steilrand Het deelgebied de Steilrand bestaat uit drie losse deelgebieden die tussen de overige deelgebieden in gelegen zijn. Deze gebieden zijn cultuurhistorisch waardevol omdat ze de overgang kenmerken van het laaggelegen westelijk buitengebied (het Markiezaat en de Zeekleipolders) naar het hoger gelegen oostelijk buitengebied (de Brabantse Wal en het Coulisselandschap). Deze deelgebieden zijn ook ingeklemd tussen de stedelijke kernen en vormen daarmee de eerste uitloopgebieden van het stedelijk gebied. De Bossen en heiden Het deelgebied de Bossen en heide is gelegen in het oostelijk buitengebied en bestaat grotendeels uit de natuurgronden behorend bij het Natura 2000-gebied de Brabantse Wal. Ook de cultuurhistorisch waardevolle gronden van de Zuidelijke Waterlinie tussen Bergen op Zoom en Halsteren behoren tot dit plangebied. Het deelgebied grenst aan de oostzijde aan het Coulisselandschap. Het Coulisselandschap Het deelgebied het Coulisselandschap ligt in het hoger gelegen oostelijk buitengebied van Bergen op Zoom en bestaat voornamelijk uit de meer open rand van de Brabantse Wal. Ook het noordelijk buitengebied rondom Lepelstraat maakt deel uit van dit deelgebied. Deelgebieden Visie Buitengebied Bergen op Zoom Deelgebieden | Schorren en slikken 4.3De Schorren en slikken Dit deelgebied is in 2035 verder ontwikkeld als natuurgebied, zowel in het Markiezaatsmeer als op de drie zandplaten in het meer. Wat de richting van deze natuurontwikkeling wordt, hangt zeer sterk af van de ontwikkelingen rondom de Schelde-Rijnverbinding. De natuurfunctie blijft ten aller tijde voorop staan in dit deelgebied. Om de belevingswaarde van de zandplaten en het zuiden van het deelgebied te vergroten, wordt wel ingezet op het verbeteren van wandel- en fietsroutes door deze gebieden. Landbouw Landbouw is, gezien de belangrijke natuurwaarden van het gebied, niet de hoofdfunctie van het gebied. Ook in de toekomst zijn alleen extensieve en natuurinclusieve vormen van landbouw voorstelbaar in het deelgebied. Hierbij kan gedacht worden aan de inzet van natuurlijke grazers in het gebied, zoals paarden of runderen. Ook zijn er percelen binnen het deelgebied waar biologische landbouw met respect voor de natuurwaarden denkbaar kan zijn. Natuur en landschap Prioriteit in het deelgebied is het behouden van de belevingswaarde van het open landschap, wat uniek is voor de provincie Noord-Brabant. Het verder verbeteren van het natuurgebied is wenselijk, waarbij vooral aangesloten wordt op de ontwikkelingsdoelstellingen in het kader van het Natura 2000-gebied. Recreatie Recreatie in het gebied blijft geconcentreerd rondom bezoekerscentrum de Kraaijenberg (net buiten het deelgebied de Schorren en slikken, gelegen in deelgebied de Steilrand). Recreatie staat ten dienste van het waardevolle natuurlijke landschap en is daarom extensief van aard. De Kraaijenberg kan hierbij verder ontwikkeld worden als startpunt voor verschillende activiteiten voor jong en oud. Hierbij ligt de prioriteit op het vertellen van het verhaal van het Markiezaat, zowel op het gebied van ecologische waarden als de ontstaansgeschiedenis. De Molenplaat kan in de toekomst ook een rol spelen in de recreatieontwikkeling binnen het deelgebied. Hier kan de mogelijkheid onderzocht worden om mogelijk wat intensievere vormen van recreatie toe te staan gezien de ligging en bereikbaarheid ten opzichte van het stedelijk gebied, mits de randvoorwaarden van het aangrenzende natuurgebied in acht worden genomen. Klimaat en energie Dit deelgebied staat niet direct onder druk van effecten die ontstaan door klimaatverandering. Ook biedt het gebied niet direct veel mogelijkheden om effecten op andere plekken te mitigeren; het gebied bestaat in de huidige staat al voornamelijk uit water. Hoewel er veel natuurwaarden in het gebied zijn, zou het realiseren van energieopwekking in het gebied in de toekomst geen compleet taboe moeten zijn, uitsluitend indien de natuurfunctie niet wordt aangetast en gebiedskwaliteiten behouden of versterkt worden. De RES is daarbij uitgangspunt. Wonen Binnen het deelgebied liggen geen bebouwingsconcentraties waarbinnen de bouw van woningen mogelijk zou kunnen zijn. Economie en infrastructuur Bedrijfsontwikkelingen zijn gezien het gebrek aan geschikte ruimte voor bedrijfspercelen en de aanwezige natuurwaarden niet wenselijk binnen het deelgebied Schorren en slikken. De Schorren en slikken Deelgebieden | de Zeekleipolders 4.4De Zeekleipolders De primaire functie voor het deelgebied de Zeekleipolders blijft in 2035 een landbouwfunctie. Het gebied biedt de meeste aanknopingspunten voor het exploiteren van landbouwfuncties, gezien bodemgesteldheid en karakteristiek van het landschap. Landbouw in 2035 is in Bergen op Zoom wel meebewogen met de landelijke trends van verduurzaming; dit betekent geen nieuwvestiging van intensieve veehouderijen, voortzetting van grondgebonden teelten ten behoeve van behoud van het agrarisch karakter. Ook worden in 2035 alle kansen benut met betrekking tot innovatieve landbouw en is kringlooplandbouw de norm. Het landbouwgebied wordt doorsneden door het natuurgebied Lange Water, waar een robuust en aantrekkelijk ecologisch systeem is ontstaan. In de Zeekleipolders is ruimte voor duurzame energieopwekking om de energietransitie te faciliteren. Landbouw De landbouw in de Zeekleipolders groeit mee met de algemene transitie van de Nederlandse landbouwsector. Dit betekent dat nieuwvestiging van intensieve veehouderijen uitgesloten is binnen het gebied. Voortzetting van grondgebonden teelten in het gebied is wenselijk, gezien de geschiktheid van de zeekleipolders hiervoor. Hiermee blijft ook het agrarisch karakter van het gebied voor de toekomst behouden. Ook nieuwvestiging van grondgebonden akkerbouw (verplaatsers) is voorstelbaar, mits deze passend is in het gebied en andere functies niet in de weg zit. Natuur en landschap In de Zeekleipolders wordt gestreefd naar het behoud en het verder ontwikkelen van het NNB-gebied Lange Water . Bij nieuwe ontwikkelingen zal daarom rekening gehouden moeten worden met het in stand houden en verbeteren van deze robuuste ecologische drager. Dit gebied is vooral erg belangrijk als stil broedgebied voor verschillende soorten vogels. Een andere prioriteit is het waar mogelijk behouden van het open landschap binnen de Zeekleipolders, waarbij tevens rekening dient te worden gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. Dit betekent dat ontwikkelingen die dit open landschap doorbreken alleen goed onderbouwd mogelijk zijn. Recreatie Het zwaartepunt van recreatie, zowel extensief als intensief, ligt niet binnen het deelgebied de Zeekleipolders. Dit betekent niet dat er geen initiatieven met betrekking tot recreatie mogelijk zijn binnen het deelgebied. Wel heeft het de voorkeur om hierbij de verbinding te zoeken met de agrarische functie van het gebied zodat deze behouden kan blijven voor het deelgebied. Recreatie mag hoe dan ook agrarisch gebruik niet hinderen. Voorbeelden van mogelijke ontwikkelingen zijn kleinschalige horeca, dagrecreatieve activiteiten zoals boerengolf of verblijfsrecreatieve mogelijkheden (kamperen bij de boer). Klimaat en energie De Zeekleipolders zijn op het eerste oog een geschikt gebied voor zowel retentiemogelijkheden als energieopwekkingsmogelijkheden. Het gebied is groot, uitgestrekt en relatief dunbevolkt. Met betrekking tot energieopwekking zijn hier ook al verschillende verkenningen gedaan. Voor de realisatie van duurzame energieopwekking binnen het gebied is er een aantal randvoorwaarden. De realisatie van opwekkingsmogelijkheden voor zonne- en/of windenergie hebben per definitie een impact op het landschap; van belang is dus dat deze ontwikkelingen ook een directe meerwaarde moeten hebben voor de inwoners van de gemeente Bergen op Zoom. Ook staat bij deze ontwikkelingen het behoud van het waardevolle open landschap voorop. Dit betekent dat energieopwekkingsmogelijkheden bij voorkeur aan de randen van het deelgebied gerealiseerd worden (het noorden dan wel het zuiden) en dat ze altijd goed ruimtelijk worden ingepast. De RES en de provinciale Zonneladder zijn leidend voor de ontwikkelingsmogelijkheden. Wonen Woonontwikkelingen in het kader van Vrijkomende Agrarische Bebouwing en Ruimte voor Ruimte zijn alleen mogelijk in de bebouwingsconcentratie Kladseweg (zie ook bijlage 1, Visie bebouwingsconcentraties) als deze landschappelijke kwaliteitswinst met zich meebrengen en leegstand in het gebied voorkomen. Economie en infrastructuur Bedrijfsontwikkelingen zijn voorstelbaar binnen het deelgebied de Zeekleipolders, uitsluitend in het kader van omzetting vanuit een agrarisch bedrijf. Hierbij vormt een goede infrastructurele ontsluiting en verkeersafwikkeling een belangrijke randvoorwaarde, vanwege de aanwezigheid van veel kleine, smalle polderwegen. Grootschalige bedrijfsontwikkelingen vallen buiten de scope van deze visie Buitengebied, hiervoor zal aangehaakt worden bij de door de gemeente nog uit te werken Pijlervisie Economie. De Zeekleipolders Deelgebieden | De Steilrand 4.5De Steilrand De Steilrand is in zijn verschijningsvorm markant, uniek en sterk beeldbepalend voor het buitengebied van de gemeente Bergen op Zoom. De beleefbaarheid van de Steilrand, onder meer via zichtrelaties van laag naar hoog en andersom, is in 2035 dan ook behouden gebleven en waar mogelijk versterkt. Aangezien de bebouwingskernen binnen de gemeente Bergen op Zoom zich allen ontwikkeld hebben op of nabij deze steilrand, ligt namelijk het risico van verrommeling en vertroebeling van de grens tussen stad en land op de loer. Het landelijk gebied van Bergen op Zoom dat gekenmerkt kan worden als ‘steilrand’ is niet groot en versnipperd, maar beslissingen die genomen worden voor 2035 hebben een grote impact op de dynamiek tussen stad en land in de gemeente. De delen buitengebied tussen de kernen en op de Steilrand herbergen veel cultuurhistorische waarden die ook in 2035 behouden en beleefbaar zijn. De akkercomplexen zijn hierbij belangrijk voor de zichtrelatie met de Auvergnepolder. Hier blijft dan ook in 2035 het agrarisch gebruik behouden. Wel wordt hier, net zoals voor de agrarische bedrijven in de Zeekleipolders dezelfde transities voor ogen gezien voor 2035. Dit betekent dat er geen vestiging van intensieve veehouderij beoogd wordt, innovatieve agrarische concepten gestimuleerd worden en er in 2035 volledig sprake is van kringlooplandbouw in het gebied. Op de Steilrand kan herontwikkeling plaatsvinden in de vorm van woningbouw binnen bebouwingsconcentraties, maar wel met oog voor behoud van de cultuurhistorische en natuurwaarden en potenties van de Steilrand. Een woningbouwontwikkeling in dit gebied gaat daarom altijd gepaard met een duidelijke kwaliteitsverbetering van het landschap, waarbij voldoende ruimte wordt geboden voor een groene dooradering. Landbouw Op de Steilrand is agrarisch gebruik sterk verbonden met de cultuurhistorische waarde van het gebied. De waardevolle akkerbouwcomplexen tussen Halsteren en Lepelstraat kennen in deze Visie Buitengebied een beschermde status; voortzetting van het agrarisch gebruik is hier voor de beleving van de Steilrand wenselijk. Ook is verplaatsing of uitbreiding van bijvoorbeeld niet-intensieve veehouderijen in dit deelgebied voorstelbaar, zolang deze bijdraagt aan het landschappelijk en cultuurhistorisch behoud van de Steilrand. Robuuste agrarische vormen zoals glastuinbouw zijn uitgesloten in dit gebied. Natuur en landschap De steilrandzones vormen op twee vlakken een interessant overgangsgebied. Ten eerste zijn de zones behorend bij dit deelgebied de eerste uitloopmogelijkheden van het stedelijk gebied. Hiermee is dit deelgebied sterker onderhevig aan functies behorend bij deze stedelijke uitloop, en is er meer sprake van een gemengd gebied. Het deelgebied vormt ook de ecologische overgang tussen de Brabantse Wal en het lager gelegen poldergebied en het deelgebied Schorren en slikken. De steilrandzones kunnen nog meer dan nu een ecologische brug vormen tussen deze gebieden, wanneer verrommeling in het landschap tegengegaan wordt door middel van herontwikkeling van onder andere Spinolaberg. Recreatie Het deelgebied kent in tegenstelling tot andere deelgebieden weinig recreatieve exploitatie. Aan initiatieven op het gebied van extensieve recreatie (zowel dag- als verblijfsrecreatie) zal gezien de recreatieve potentie van het gebied een voorkeur worden gegeven. Deze extensieve recreatie kan net zoals in de Zeekleipolders ondergeschikt zijn aan de agrarische functie omwille van het behoud van de cultuurhistorische waarde van het gebied. Routegebonden recreatie zal, als uitloop vanuit de kernen, een belangrijke functie blijven die verder wordt uitgebreid. Klimaat en energie Het deelgebied is dusdanig fijnmazig en gelegen nabij stedelijk gebied, dat grootschalige energieopwekking niet mogelijk is. Met grootschalige energieontwikkelingen is er sowieso een risico op verstoring van de waardevolle zichtlijnen vanaf de steilrand naar het open poldergebied. Het deelgebied is mogelijk alleen in het zuiden geschikt voor een kleinschalige uitbreiding van waterwinning. Hierbij dient te allen tijde wel rekening gehouden te worden met de waardevolle geologische en hydrologische situatie. Wonen Woonontwikkelingen zijn, net zoals in andere deelgebieden, vooral mogelijk in het kader van een VAB-ontwikkeling of ‘Ruimte voor ruimte ’. Dit kan dan binnen de bebouwingsconcentraties Spinolaberg, Fort Pinsenweg en Antwerpsestraatweg, zoals die zijn vastgelegd in bijlage 1 Visie bebouwingsconcentraties. Bij woonontwikkelingen op de steilrand dient de ontwikkeling gepaard te gaan met het ‘opruimen’ van het relatief verrommelde landschap, waarbij voldoende ruimte geboden wordt voor groene dooradering, zowel qua ecologische verbinding als zichtrelaties en een recreatieve dooradering. Economie en infrastructuur Kleinschalige bedrijfsontwikkelingen zijn voorstelbaar op de Steilrand, zeker in het kader van agrarische omzetting. Hierbij wordt wel landschappelijke kwaliteitswinst vereist in de vorm van landschappelijke inpassing. In principe is er op de Steilrand te weinig ruimte voor planmatige ontwikkelingen voor lokale of bovenlokale bedrijventerreinen of voor milieukundig zwaardere vormen van bedrijvigheid. De Steilrand Deelgebieden | De Bossen en heide 4.6De Bossen en heide Het deelgebied de Bossen en heide, waarbinnen de Brabantse Wal is gelegen, vertegenwoordigt binnen de gemeentegrenzen van Bergen op Zoom in 2035 een robuuste ecologische en recreatieve drager. De aanloop naar 2035 staat in het teken van het realiseren van een goede balans tussen (intensieve) recreatie en natuur- en cultuurhistorische waarden in het gebied als resultaat van de Gebiedsgerichte Aanpak, waarbij minimaal wordt bijgedragen aan een ‘stand still’ van de huidige natuurwaarden door het tegengaan van de verdroging en terugdringing van de stikstofuitstoot. Belangrijke cultuurhistorische dragers (zoals vaarten en oude wegen) blijven uiteraard behouden in 2035. Andere cultuurhistorisch waardevolle gebieden zoals landgoederen en de West Brabantse waterlinie met o.a. Fort de Roovere verdienen juist aandacht, zowel in herkenbaarheid in het landschap als de algehele waardering. Het terug laten komen van deze structuren kan hand in hand gaan met extensieve recreatieve ontwikkeling én natuurontwikkeling in het gebied. Een goed voorbeeld hiervoor is de oude turfvaart de Zoom, die momenteel relatief onherkenbaar in het landschap verscholen ligt. Met een natuurfunctie, een cultuurhistorische functie en een recreatieve functie die verder ontwikkeld worden tot 2035, is er weinig tot geen ruimte voor aanvullende functies die zouden kunnen landen in dit deelgebied. De landschappelijke karakteristieken van het gebied lenen zich hier dan ook niet voor. In enclaves van de Brabantse Wal is er wel ruimte en wenselijkheid voor vormen van natuurinclusieve landbouw. Landbouw Het deelgebied bestaat hoofdzakelijk uit natuurgronden, waarop op basis van de Omgevingsverordening Noord-Brabant beperkingen gelden voor veehouderij. Er is wel sprake van een aantal agrarische enclaves, waarbinnen ook veehouderijen gelegen zijn. Landbouwbedrijven kunnen hier behouden worden onder voorwaarde dat er sterk gefocust wordt op agrarisch natuurbeheer. Nadere uitwerking hiervan vindt plaats in het kader van de GGA. Initiatieven met betrekking tot agrarisch natuurbeheer of het realiseren van bijvoorbeeld voedselbossen, met een recreatieve en ecologische waarde, worden dan ook toegejuicht in dit deelgebied. Nieuwe intensieve vormen van landbouw zijn gezien de natuurwaarden die sterk onder druk staan in dit gebied niet mogelijk. Natuur en landschap Natuurontwikkeling binnen het deelgebied wordt sterk geënt op de plannen binnen de Gebiedsgerichte Aanpak voor de Brabantse Wal (GGA). Dit betekent dat er een sterke focus komt te liggen op stikstofmaatregelen en klimaatadaptieve maatregelen, voornamelijk om de droogteproblematiek tegen te gaan, ontsnippering van natuurgebieden en recreatieve zonering van de meest kwetsbare waardevolle delen van de Brabantse Wal. Binnen de GGA wordt voor de te nemen maatregelen niet alleen gekeken naar de Brabantse Wal zelf, maar nadrukkelijk ook naar de gebieden daar omheen. Dit deelgebied bestaat aan de zuidzijde voornamelijk uit landgoederen. Initiatieven om deze landgoederen zichtbaarder te maken voor extensieve recreatie, worden toegejuicht. Recreatie Het deelgebied Bossen en heide kent van alle deelgebieden binnen het buitengebied van Bergen op Zoom de grootste recreatiedruk. Het beter zoneren van (intensieve) recreatie en het scheiden van recreatieve routes van wandelaars/ruiters/mountainbikers zijn maatregelen die ervoor kunnen zorgen dat de Brabantse Wal binnen de gemeentegrenzen ook in de toekomst een natuurgebied blijft waar verschillende soorten recreatie en natuurontwikkeling hand in hand met elkaar kunnen gaan. Daarbij blijft de kern van het gebied relatief rustig en luw en worden recreatieve ontwikkelingen vooral aan de randen van de Brabantse Wal wenselijk geacht. Het beter zichtbaar maken van cultuurhistorisch waardevolle structuren zoals landgoederen kan ook bijdragen aan meer extensief recreatiebezoek. Initiatieven die kunnen bijdragen aan het beter zoneren van intensieve recreatie en een betere waardering van de cultuurhistorisch waardevolle Wal worden door de gemeente toegejuicht en gestimuleerd. Klimaat en energie De Brabantse Wal is door haar hogere ligging en hoge mate van inzijging sterk vatbaar voor droogte. Initiatieven die meer grondwateronttrekking veroorzaken, worden daarom geweerd. Een kleine uitbreiding van bestaande waterwinning is in dit deelgebied alleen mogelijk als de gebiedskwaliteiten behouden of versterkt worden. Met betrekking tot klimaatadaptieve maatregelen is de provincie aan zet, en zal voor zoveel als mogelijk aangesloten worden bij de randvoorwaarden die gesteld worden in de Gebiedsgerichte Aanpak voor de Brabantse Wal (GGA). Voor het realiseren van duurzame energieopwekking is dit deelgebied weinig geschikt; er is simpelweg te weinig geschikte ruimte en er zijn teveel natuurwaarden binnen het gebied. De RES en provinciale Zonneladder zijn hiervoor bindend. Wonen Incidentele toevoegingen van woningen zijn denkbaar in bebouwingsconcentraties, zolang deze bij kunnen dragen aan de omgevingskwaliteit. Ook kunnen VAB- en RvR-ontwikkelingen binnen bebouwingsconcentraties positief werken in het terugdringen van stikstofemissies nabij het beschermde natuurgebied. Mogelijkheden zijn er in Heimolen en Zandven (zie bijlage 1 Visie bebouwingsconcentraties). Economie en infrastructuur Alleen incidentele toevoeging van bedrijfspercelen door transformatie van agrarische bedrijven is voorstelbaar binnen het deelgebied. Deze dienen naar aard en omvang te passen bij het buitengebied. Zo dient dit onder meer bij te dragen aan de voorgestane vermindering van de stikstofdepositie in het gebied. Met de wens om intensieve recreatie verder te zoneren, kan het zijn dat bestaande infrastructurele voorzieningen opgewaardeerd zullen moeten worden om te kunnen blijven voorzien in een goede infrastructurele afwikkeling. De Bossen en heide Deelgebieden | het Coulisselandschap 4.7Het Coulisselandschap Het Coulisselandschap (de ‘overzijde’ van de wal) vormt in 2035 nog steeds landschappelijk de overgang naar de aangrenzende gemeente Roosendaal. De waarde van het open landschap vormt hier in 2035 nog steeds de leidraad voor ontwikkelingen. De rand van de snelweg A4 biedt kansen voor duurzame vormen van energieopwekking die het zicht niet belemmeren. Het Halsters Laag, de veenontginning ten noordoosten van de A4, biedt potenties tot een verdere ontwikkeling als natuurgebied met extensieve recreatiefuncties. Aan de noordzijde blijft het buitengebied van Lepelstraat zijn eigen entiteit houden. De relatief kleine agrarische percelen en kronkelende wegen vormen hier een cultuurhistorisch waardevol ensemble wat ook als zodanig beschermd dient te worden. Dit betekent ook dat de agrarische functies hier blijven bestaan, zei het op een toekomstbestendige manier. Hierbij kan gedacht worden aan kringlooplandbouw of een vorm van gewasteelt. Landbouw Het Coulisselandschap kent een aantal veehouderijen, maar ook veel bouwland. Voortzetting van deze agrarische bedrijven is het uitgangspunt in dit gebied, waarbij uiteraard wel naar verbreding gezocht kan worden in het kader van kringlooplandbouw of andere vormen van duurzame landbouw. Hierbij kan aansluiting gezocht worden bij het buitengebied van naburige gemeenten. Natuur en landschap In het kader van natuurontwikkeling staat het veenontginningsgebied Halsters Laag in het deelgebied centraal. Deze Natte Natuurparel kan nog verder ontwikkeld worden, waarbij er koppelkansen gezocht kunnen worden in het kader van klimaatadaptieve maatregelen (vasthouden van water). Projecten in het kader van beekherstel en het terugbrengen van de versnippering van het landschappelijk casco worden ook door de Visie Buitengebied gestimuleerd. Hiermee ontstaat in het Coulisselandschap een landschap dat meer in lijn ligt met de naburige Brabantse gemeenten, maar wel uniek is voor Bergen op Zoom zelf. Recreatie Het Coulisselandschap ligt aangrenzend aan het deelgebied Bossen en heide en daarom zijn er relatief veel verblijfsrecreatieve bedrijven gevestigd in het deelgebied. Uitbreiding en nieuwvestiging van verblijfsrecreatieve bedrijven is in dit deelgebied voorstelbaar, om zo toekomstperspectief te blijven geven aan het recreatief bestand binnen de gemeente. Door het meer concentreren van recreatieve ontwikkelingen in dit deelgebied kan recreatief autoverkeer binnen de gemeentegrenzen beter gereguleerd worden en kunnen kwetsbaardere deelgebieden (zoals Bossen en heide) worden ontzien. Bij recreatieve ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met de voorgestane recreatieve zonering van de meest kwetsbare ecologisch waardevolle delen op de Brabantse wal. Daarnaast zijn een goede ontsluiting en een goede (versterkte) landschappelijke inpassing daarbij terugkerende randvoorwaarden. Klimaat en energie Aan de noordzijde, nabij Halsters Laag, is er voldoende ruimte voor aanvullende waterberging. Vanuit historisch oogpunt is dit ook een geschikt gebied om onder water te zetten. Het vernatte gebied kan gebruikt worden in relatie tot de droogteproblematiek bij de Brabantse Wal. De gebieden langs de A4 kunnen ingezet worden om energieopwekking te realiseren (in de vorm van zonne-energie conform de RES). Wonen Binnen het Coulisselandschap zijn VAB- en RvR-ontwikkelingen mogelijk, mits deze qua structuur goed ingepast worden in het karakteristieke landschap. De bestaande bebouwingsconcentraties Slotweg, Kladseweg, Klutsdorpseweg, Steenbergseweg, Moerstraatsebaan, Heerlesebaan, Bergsebaan en Zoomvlietweg (zie bijlage 1 Visie bebouwingsconcentraties) kennen daarvoor verschillende mogelijkheden. Economie en infrastructuur Het Coulisselandschap is een geschikte locatie voor kleinschalige en milieukundige lichtere vormen van bedrijfsontwikkelingen bij omschakeling van een (voormalige) agrarische bedrijfslocatie, mits deze goed landschappelijk ingepast worden en er rekening gehouden wordt met bestaande natuurwaarden. Het deelgebied is goed ontsloten door de ligging van het knooppunt Zoomland en de afslagen Bergen op Zoom-Noord en Bergen op Zoom-Oost. Het Coulisselandschap 5.Uitwerking per functie 5.1Wonen In de gemeente bevinden zich naast bedrijfswoningen ook diverse burgerwoningen verspreid door het gehele buitengebied. Dit betreft zowel woningen die van oorsprong als burgerwoning zijn gebouwd, als voormalige agrarische bedrijfswoningen, waar de bedrijfsmatige activiteiten zijn beëindigd. Toevoeging burgerwoningen Conform consistent beleid wordt van oudsher zeer terughoudend omgegaan met het toevoegen van burgerwoningen in het landelijk gebied. Enerzijds om met het oog op zorgvuldig ruimtegebruik dichtslibbing van het landelijk gebied tegen te gaan en anderzijds om geen extra beperkingen te creëren voor beoogde agrarische ontwikkelingen in het landelijk gebied. Omzetting van een voormalige bedrijfswoning naar een burgerwoning is wel mogelijk, mits sprake is van een verbetering van de omgevingskwaliteit, door onder meer sloop van overtollige bebouwing en een goede landschappelijke inpassing. Binnen het deelgebied Zeekleipolders dienen vooraf nadrukkelijk ook agrarisch hergebruiksmogelijkheden te worden onderzocht en dient nader afgewogen te worden of de agrarische ontwikkelingsmogelijkheden met omzetting van de bedrijfswoning niet worden belemmerd. Daarnaast kunnen in navolgende uitzonderingssituaties ook extra burgerwoningen aan het buitengebied worden toegevoegd, mits sprake is van versterking van de omgevingskwaliteit. 1.Woningsplitsing: Ten behoeve van het behoud van cultuurhistorisch waardevolle panden wordt in het gehele buitengebied woningsplitsing van cultuurhistorische panden toegestaan, mits daarmee de te beschermen cultuurhistorische waarden van het waardevolle pand behouden kunnen blijven. Woningsplitsing kan ook worden toegestaan in beeldbepalende woonboerderijpanden, waar geen sprake is van specifiek te beschermen cultuurhistorische waarden. In dat geval is er dan wel een aanvullende kwaliteitsverbetering / tegenprestatie noodzakelijk. 2.Realisering van een Ruimte-voor-Ruimte woning; In het verleden zijn op basis van de Ruimte-voor-Ruimte regeling binnen de gemeente op diverse locaties RvR-woningen gerealiseerd. Dit betrof veelal ontwikkelingen waarbij de hiervoor vereiste tegenprestatie (sloop van agrarische opstallen) elders in de provincie plaats heeft gevonden en de gerealiseerde woningen veelal weinig samenhang met het omliggende landschap vertoonden. De gemeente is nog steeds bereid medewerking te verlenen aan incidentele, kleinschalige toevoegingen van RvR woningen in haar buitengebied, mits deze worden opgericht op een passende locatie binnen een aangeduide bebouwingsconcentraties (zoals opgenomen in de geactualiseerde Visie bebouwingsconcentraties, zie bijlage 1) en voor zover dit leidt tot verbetering van de omgevingskwaliteit. Realisering van nieuwe RvR woningen kan zowel betrekking hebben op een grote, vrijstaande woning van ca 1.000 m3, als op de oprichting van een geschakelde woning of woongebouw vanwege de toenemende vraag naar woningen voor 1- of 2-persoonshuishoudens. De gemeente geeft er de voorkeur aan als de hiervoor vereiste tegenprestatie conform de provinciale beleidsregeling Maatwerk omgevingskwaliteit wordt afgedragen aan het gemeentelijk fonds ter verbetering van de lokale omgevingskwaliteit binnen de gemeente. Hiermee kunnen groenprojecten in de omgeving worden gerealiseerd op basis van het uitvoeringsprogramma van het gemeentelijk Landschapsontwikkelingsplan, dat momenteel in voorbereiding is. Woningbouwplannen van 12 of meer woningen worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. Als een stedelijke ontwikkeling wenselijk is, gelden daarvoor niet de beleidsregels uit de visie buitengebied maar dient een planologische afweging te worden gemaakt over de mogelijkheid tot uitbreiding van het bestaande stedelijke gebied en de verstedelijkingswijze in de betreffende situatie. Het gebied vormt maakt in dat geval niet langer deel uit van het buitengebied. 3.Landgoedontwikkeling: In de gemeente bevinden zich reeds diverse bestaande landgoederen, met name op de Brabantse Wal. Op basis van de vernieuwde landgoederenregeling kunnen in het kader van de ontwikkeling van een nieuw openbaar toegankelijk landgoed ten behoeve van natuurontwikkeling eveneens extra woningen aan het buitengebied worden toegevoegd. Belangrijke randvoorwaarde hiervoor is dat de vereiste fysieke tegenprestatie wordt ingezet voor de ontwikkeling van natuur. Hiervoor wordt met name het deelgebied Bossen en heide en Coulisselandschap geschikt geacht, mits sprake is van een aanzienlijke omgevingskwaliteitswinst. 4.Collectieve woonvormen: Om tegemoet te komen aan de toenemende vraag aan nieuwe woonvormen wil de gemeente medewerking kunnen verlenen aan goede initiatieven voor geclusterde woonvormen (met name in deelgebied de Steilrand en deelgebied het Coulisselandschap). De gemeentelijke beleidsruimte voor realisering van collectieve woonvormen in het buitengebied is momenteel echter beperkt. Mede door de huidig gestelde provinciale randvoorwaarden zijn dergelijke initiatieven uitsluitend mogelijk op een bestaand bouwperceel, waarbij geen toename van het ruimtebeslag plaats vindt, sprake is van sociale innovatie en de locatie is gesitueerd in de nabijheid van voorzieningen. 5.Omzetting recreatiewoning: In de gemeente bevinden zich diverse recreatiewoningen, deels op recreatieparken maar ook deels als solitaire woningen. Recreatie woningen dienen in beginsel blijvend te worden benut voor recreatieve doeleinden, permanente bewoning is dus niet toegestaan. In incidentele gevallen wenst de gemeente echter onder voorwaarden toch omzetting van een recreatie- naar burgerwoning mogelijk te kunnen maken op locaties waar als gevolg van een historisch gegroeide situatie sprake is van burgerbewoning. Er dient dan sprake te zijn van een legale, solitaire recreatiewoning (dus niet op een recreatiepark), waarbij geen sprake is van een bedrijfsmatige exploitatie. De betreffende woning dient te zijn gelegen buiten een Natura 2000 gebied en het NatuurNetwerk Brabant en onderdeel uit te maken van een bebouwingsconcentratie, zoals opgenomen in de Visie bebouwingsconcentraties (zie bijlage 1). Bovendien moet een bijdrage worden geleverd aan de verbetering van de omgevingskwaliteit. Inwoning/mantelzorg De gemeente staat positief tegenover vormen van inwoning en mantelzorg in de woning of in de bijbehorende bijgebouwen Hiervoor is geen nadere gemeentelijke regeling meer noodzakelijk. Op basis van hogere wetgeving (Omgevingswet) kunnen voorzieningen in het kader van inwoning/mantelzorg om in een zorgbehoefte te voorzien vergunningsvrij worden gerealiseerd, hiervoor geldt dus geen vergunningplicht. Plattelandswoning Voor bedrijfslocaties waar nog bedrijfsmatige agrarische activiteiten worden ontplooid, maar waarvan de (voormalige) bedrijfswoning feitelijk wordt gebruikt voor burgerbewoning door derden en reguliere omzetting naar een burgerwoning niet mogelijk is biedt de gemeente de mogelijkheid om burgerbewoning van de (voormalige) bedrijfswoning toe te staan, zonder de agrarische ontwikkelingsmogelijkheden op de locatie te beperken. Door een (voormalige) bedrijfswoning als plattelandswoning aan te duiden, kan worden geregeld dat de woning door een derde bewoond mag worden. In dit geval wordt deze woning ten opzichte van het bedrijf waar de woning oorspronkelijk toe behoorde, niet beschermd als burgerwoning, maar als bedrijfswoning. Dit betekent een lagere bescherming tegen een aantal milieueffecten van het bijbehorende bedrijf. Dit geldt dus alleen voor effecten van het bedrijf ter plaatse en niet voor omliggende bedrijven. Toekenning van plattelandswoningen kan echter ook leiden tot nieuwe knelpunten met betrekking tot hoge milieubelasting. Ook kan het leiden tot het doorschuiven van (handhavings)problemen naar de toekomst en ondermijnt het mogelijk het beleid dat gericht is op kwaliteitsverbetering bij ontwikkelingen, waaronder sloop van overtollige oude bebouwing. De gemeente wenst derhalve in beginsel alleen in het deelgebied Zeekleipolders, waar agrarische ontwikkelingsruimte wordt geboden, in incidentele gevallen mee te werken aan het toekennen van plattelandswoningen indien daarmee een bestaand knelpunt opgelost kan worden. Hierdoor kan de agrarische bedrijfswoning behouden blijven en worden geen extra belemmeringen gecreëerd voor agrarische ontwikkelingsmogelijkheden in het gebied. In de overige deelgebieden dient voor toekenning van een plattelandswoning eerst omzetting naar een burgerwoning nadrukkelijk te worden onderzocht. 5.2Recreatie Recreatieve functies concentreren zich momenteel met name op en rond de Brabantse Wal. Om dit waardevolle natuurgebied te ontlasten worden nieuwe recreatie initiatieven bij voorkeur gefaciliteerd aan de randen van dit deelgebied en in het naburige Coulisselandschap om zo toekomstperspectief te blijven geven aan het recreatief bestand binnen de gemeente. Een goede ontsluiting en een goede (versterkte) landschappelijke inpassing zijn daarbij belangrijke randvoorwaarden. Ook bestaande verblijfsrecreatieve bedrijven kan ontwikkelingsruimte worden geboden, maar uitsluitend indien hierbij sprake is van een kwaliteitsverbetering van de recreatieve voorziening en van de omgeving. In de deelgebieden de Steilrand en de Zeekleipolders zijn ook nieuwe recreatieve initiatieven mogelijk als alternatieve perspectieven voor het buitengebied. In deze gebieden wordt ingezet op ontplooiing van extensievere recreatievormen met inachtneming van de aanwezige cultuurhistorische waarden respectievelijk agrarische ontwikkelingsmogelijkheden. In het hele buitengebied wordt gestreefd naar behoud en versterking van de recreatieve routestructuren voor een gevarieerd, goed ontsloten en rustiek buitengebied voor extensief, routegebonden dagrecreatief (mede)gebruik, in vorm van wandelen, fietsen, skaten en dergelijke. Bed & breakfast Ter versterking van de toeristisch-recreatieve mogelijkheden in de gemeente kan in het gehele buitengebied binnen de woning en de bijbehorende bijgebouwen een Bed & Breakfast worden ontwikkeld. De belangrijkste voorwaarden zijn dat de woonfunctie overheersend moet blijven, er sprake moet zijn van een goede landschappelijke inpassing en het parkeren op eigen erf wordt opgelost. 5.3Niet-agrarische functies Beperkte uitbreiding van bestaande niet-agrarische functies is mogelijk, mits dit gepaard gaat met een verbetering van de omgevingskwaliteit. Nieuwe niet-agrarische functies (uitsluitend in de vorm van kleinschalige bedrijvigheid) zijn uitsluitend mogelijk in het kader van transformatie van voormalige agrarische bedrijven, mits passend bij het karakter en het woon- en leefmilieu van de omgeving. Vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen (Vab’
- s)Ten behoeve van het behoud van de economische vitaliteit van het buitengebied en om daarnaast gelijktijdig een bijdrage te kunnen leveren aan het versterken van de omgevingskwaliteit faciliteert de gemeente in haar hele gemeente herbestemmingen van voormalige agrarische bedrijfslocaties en bebouwing. Deze herontwikkelingsmogelijkheden gelden niet alleen voor stoppende agrarische bedrijven, maar ook voor burgerwoningen waar nog een groot aantal voormalig agrarische bedrijfsgebouwen aanwezig zijn, of niet-agrarische bedrijven die worden herontwikkeld. Er wordt op voorhand geen onderscheid gemaakt in herontwikkelingsmogelijkheden per deelgebied. In het deelgebied de Zeekleipolders dienen nadrukkelijk ook agrarisch hergebruiksmogelijkheden te worden onderzocht en dient nader afgewogen te worden of de agrarische ontwikkelingsmogelijkheden met het voornemen niet worden belemmerd. Belangrijke randvoorwaarde is dat er sprake is van verbetering van de omgevingskwaliteit (onder meer door een goede landschappelijke inpassing en sloop van voormalige bedrijfsgebouwen) en dat de aard en omvang van de nieuwe functie passend zijn in het gebied (er is geen ruimte voor grootschalige bedrijvigheid). De vestiging is uitsluitend bedoeld voor kleinschalige, bedrijfsmatige activiteiten die goed passen in een gemengde omgeving en die geen onevenredige hinder naar de omgeving veroorzaken. Er wordt terughoudend omgegaan met nieuwe functies/activiteiten, die qua milieu of verkeer aantrekkende werking veel invloed kunnen hebben op hun omgeving. Het slopen van voormalige bedrijfsgebouwen in ruil voor het (elders) binnen een bebouwingsconcentratie bouwen van extra burgerwoningen is een mogelijkheid. Ruimte voor Ruimte is uitsluitend in aangeduide bebouwingsconcentraties toegestaan. Hiervoor gelden aanvullende voorwaarden met betrekking tot de vereiste tegenprestatie ten behoeve van de verbetering van de omgevingskwaliteit. 5.4Agrarisch Agrarische ontwikkelingsmogelijkheden Voor een leefbaar buitengebied is het belangrijk dat agrarische bedrijven blijven die toekomstbestendig zijn. De grondgebonden landbouw (waaronder de melkveehouderij) blijft op lange termijn een economische en belangrijke landschappelijke drager van het buitengebied. De gemeente wil daarom aan de bestaande grondgebonden agrarische bedrijven ruimte bieden om zich te ontwikkelen op een economisch rendabele en duurzame wijze, met respect voor de aanwezige kwaliteiten op het gebied van landschap, cultuurhistorie en natuur. Er wordt geen ruimte geboden voor nieuwvestiging of verplaatsing van intensieve veehouderijen, . Bestaande intensieve veehouderijen kunnen onder voorwaarden wel uitbreiden, maar uitsluitend indien dit per saldo ruimtelijke en milieuwinst oplevert en de bedrijven zijn gelegen binnen de deelgebieden de Zeekleipolders of het Coulisselandschap. Verplaatsing (waarbij de bestaande locatie wordt opgeheven) dan wel uitbreiding van grondgebonden agrarische bedrijven kan onder voorwaarden worden toegestaan, mits dit bijdraagt aan de gewenste transitie naar een duurzamere landbouw. Een duurzame landbouw is een economisch vitale landbouw, waar voedselproductie en landschapsbeheer plaatsvindt in combinatie met een gezonde bodem, schoon water, schone lucht, minder stikstofuitstoot, hoge mate van biodiversiteit en een aantrekkelijk landschap. Duurzame landbouw betekent ook dat de boeren genoeg verdienen en dat landbouw geen negatief effect heeft op de gezondheid. Nieuwe vormen van een extensievere landbouw en innovaties in combinatie met energieopwekking passen in dit beeld. Extensieve landbouw is erop gericht om in vergelijking met de huidig gangbare intensieve vormen van landbouw (veelal gericht efficiency en een optimale opbrengst) voedsel te produceren op meer hectare grond (productieruimte) met minder input van buiten, zoals kunstmest, veevoer en gewasbeschermingsmiddelen. Voorbeelden van extensieve, nieuwe vormen van landbouw zijn natuurinclusieve landbouw (= een integraal duurzaam landbouwsysteem, dat zorgt voor een betere water- en bodemkwaliteit en meer biodiversiteit) en kringlooplandbouw (=een gesloten kringloop van grondstoffen, nutriënten en energie Met name het deelgebied de Zeekleipolders biedt nog agrarische ontwikkelingsruimte. Hier krijgen de bestaande grondgebonden agrarische bedrijven de ruimte zich verder te ontplooien, met inachtneming van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en de volksgezondheid. Daarnaast dient uiteraard sprake te zijn van een goede landschappelijke inpassing. Het open karakter van het landschap moet, waar mogelijk, behouden blijven. Ook in het deelgebied het Coulisselandschap kunnen bestaande grondgebonden agrarische bedrijven zich door ontwikkelen, mits rekening wordt gehouden met de provinciale kaders en gebiedskwaliteiten, waaronder de bestaande landschaps- en cultuurhistorische waarden in het gebied. De deelgebieden Bossen en heide en Schorren en slikken en in mindere mate het deelgebied de Steilrand worden minder geschikt geacht voor de ontwikkeling van grootschalige/intensieve landbouwactiviteiten. De nadruk ligt hier bij nieuwe ontwikkelingen op schaalverkleining en agrarisch natuurbeheer, bestaande rechten worden gerespecteerd. Nevenfuncties Een niet-agrarische nevenactiviteit kan een belangrijke aanvullende inkomstenbron vormen voor een agrarisch bedrijf. Daarnaast kunnen nevenactiviteiten een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van een (recreatief) aantrekkelijk buitengebied en transitie van het landelijk gebied. De gemeente wil dan ook de ruimte blijven bieden voor niet-agrarische nevenactiviteiten en kleinschalige ontwikkelingen in de verbrede landbouw, zoals zorgboerderijen en recreatieve activiteiten. Nevenactiviteiten kunnen binnen bestaande gebouwen worden toegestaan, maar ook nieuwbouw ten behoeve van een nevenfunctie is toegestaan. Er wordt op voorhand geen onderscheid gemaakt in herontwikkelingsmogelijkheden per deelgebied. In het deelgebied de Zeekleipolders dient wel nader afgewogen te worden of de agrarische ontwikkelingsmogelijkheden met het voornemen niet worden belemmerd. Mestopslag Bewerking van eigen mest op dezelfde bedrijfslocatie van de veehouderij maakt deel uit van de agrarische bedrijfsvoering en wordt dan ook toegestaan. Bewerking van mest van andere agrarische bedrijven of van andere locaties van hetzelfde bedrijf wordt als een industriële activiteit beschouwd, die in beginsel gevestigd moet worden op een daarvoor geschikt bedrijventerrein. Onder stringente voorwaarden conform de provinciale Ov kan dit ook toegestaan worden bij een agrarisch technisch hulpbedrijf of als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf. Teeltondersteunende voorzieningen Er is sprake van een toenemende vraag naar teeltondersteunende voorzieningen. Hiermee kunnen gewassen beter worden beschermd