← Nederland

Verordening op het onderzoeksrecht van de raad gemeente Weesp 2010 (Weesp)

Verordening op het onderzoeksrecht van de raad gemeente Weesp 2010Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: onderzoek: een onderzoek als bedoeld in artikel 155a, eerste lid, van de Gemeentewet; onderzoekscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet. Raad: Gemeenteraad van Weesp. College: College van Burgemeester en Wethouders van Weesp. Lid: lid van de (onderzoeks)commissie. Voorzitter: voorzitter van de (onderzoeks)commissie. Artikel2Vooronderzoek 1Voordat de raad besluit een onderzoek in te stellen als bedoeld in artikel 155a-155f van de Gemeentewet, kan er eerst een vooronderzoek uitgevoerd. 2Dit vooronderzoek wordt uitgevoerd door minimaal 3 raadsleden op voordracht van het fractievoorzittersoverleg. 3Het doel van het vooronderzoek is de onderzoeksvraag helder te formuleren en na te gaan of het raadsonderzoek het juiste instrument in om deze te beantwoorden. 4Het vooronderzoek duurt maximaal 1 maand.

  1. De raad kan bij meerderheid besluiten geen vooronderzoek te doen. Artikel3Instellen van het onderzoek/onderzoekscommissie 1Op voorstel van een of meer van zijn leden kan de raad besluiten een onderzoek in te stellen. 2De uitkomsten van het vooronderzoek (artikel 2) vormen de grondslag voor het onderzoek. 3In de eerstvolgende raadsvergadering na dit besluit stelt de raad een onderzoekscommissie in van tenminste drie leden. 4De raad wijst twee plaatsvervangende leden aan. 5Bij de instelling van de onderzoekscommissie stelt de raad nadere regels vast met betrekking tot de rapportage van de onderzoekscommissie aan de raad. 6De zittingsduur van de leden van de commissie is gelijk aan de duur van het onderzoek. 7De commissie besluit bij meerderheid van stemmen. Ieder lid van de commissie brengt één stem uit. De plaatsvervanger die als zodanig optreedt, brengt de stem uit van het lid dat hij vervangt. Artikel4Voorzitter/plaatsvervangend voorzitter 1De leden van de onderzoekscommissie kiezen uit hun midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. 2De voorzitter is belast met: het leiden van de beraadslaging en zitting; het handhaven van de orde; het doen naleven van bij of krachtens deze verordening gestelde regels; hetgeen deze verordening hem verder opdraagt. Artikel5Beëindiging van het lidmaatschap 1Het lidmaatschap van de onderzoekscommissie eindigt indien: de raad besluit tot opheffing van de onderzoekscommissie; een lid ophoudt lid te zijn van de raad; de onderzoekscommissie besluit een lid van zijn commissie te horen; een lid ontslag neemt. 2Een lid van de onderzoekscommissie kan op elk moment ontslag nemen. Hiervan brengt hij de raad en de voorzitter van de onderzoekscommissie zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte. 3In openstaande vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. 4De leden 1 tot en met 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervangende leden. Artikel6Bevoegdheden van de onderzoekscommissie 1De onderzoekscommissie besluit alvorens het eerste getuigenverhoor plaatsvindt of getuigen uitsluitend verhoord worden na het afleggen van de eed of belofte 2De onderzoekscommissie kan buiten de in artikel 155b, eerste lid, van de Gemeentewet genoemde personen tevens anderen verzoeken om medewerking aan het onderzoek te verlenen. Laatstgenoemde medewerking geschiedt slechts op vrijwillige basis. 3De onderzoekscommissie kan besluiten derden in te schakelen voor het uitvoeren van opdrachten die zij in het kader van de onderzoeksopdracht en de uitoefening van haar taak nodig acht. 4De onderzoekscommissie kan in het belang van het onderzoek in beslotenheid met een ieder informatieve gesprekken voeren, welke als zodanig geen onderdeel van het onderzoek uitmaken. Er bestaat hiertoe geen plicht tot medewerking. 5De onderzoekscommissie kan de bovengenoemde bevoegdheden uitsluitend uitoefenen indien ten minste drie van haar leden aanwezig zijn. 6De onderzoekscommissie besluit met meerderheid van stemmen. 7De verordening op de raadscommissies is niet van toepassing. Artikel6aVergoeding De getuigen en deskundigen komen in aanmerking voor een schadeloosstelling door de commissie. Zij dienen hiervoor een verzoek in bij de commissie. Voor de hoogte van de schadeloosstelling gelden de bepalingen krachtens artikel 57 van de Wet tarieven in burgerlijke zaken. Artikel7Ambtelijke bijstand 1De raad benoemt ter ondersteuning van de onderzoekscommissie een commissiegriffier. 2De commissiegriffier is bij iedere zitting aanwezig. 3Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt zijn plaats ingenomen door een daartoe door de raad aangewezen vervanger. 4De verordening ambtelijke bijstand is niet van toepassing. Artikel8Zittingen 1De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting en brengt die ter openbare kennis. 2De voorzitter roept de leden van de onderzoekscommissie, getuigen en deskundigen ten minste twee weken voor de zitting op. 3Binnen drie werkdagen na verzending van de oproep kunnen de getuigen en deskundigen onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen. 4De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de betrokken getuige of deskundige medegedeeld. Artikel9Toehoorders en de pers 1De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare zittingen bijwonen. 2Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden 3De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Artikel10Geluid- en beeldregistraties Degenen die tijdens de zitting geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Artikel11Verslaglegging zitting 1De commissiegriffier draagt zorg voor de verslaglegging van de zitting. 2Het verslag vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid voor zover van belang. 3Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen. 4Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht. 5Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de commissiegriffier. Artikel12Beraadslagingen 1De onderzoekscommissie beraadslaagt indien een lid dat nodig acht. 2De onderzoekscommissie beraadslaagt achter gesloten deuren. Artikel13Budget 1Bij het besluit tot het instellen van een onderzoek geeft de raad de omvang aan van het budget, waarover de onderzoekscommissie bij de uitvoering kan beschikken. 2Ten laste van dit budget worden gebracht de kosten van: De kosten van derden zoals bedoeld in artikel 6a van deze verordening. Overige uitgaven die voortvloeien uit werkzaamheden die de commissie voor het onderzoek nodig oordeelt. 3De onderzoekscommissie is voor de besteding van het budget verantwoording schuldig aan de raad. Artikel14Afronding onderzoek Na afronding van het onderzoek door de onderzoekscommissie worden haar bevindingen voorgelegd aan de raad. Artikel15Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking; de eerste dag na de datum van het genomen besluit. Artikel16Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op het onderzoeksrechtvan de raad gemeente Weesp
  2. De griffier De voorzitterM. Walrave a.i. B. Horseling

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.