De raad van de gemeente Boskoop; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16 november 2010; gelet op artikelen 228 en 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; B E S L U I T: vast te stellen de: Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting en retributies 2011 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Inleidende bepalingen Krachtens deze verordening worden geheven: precariobelasting retributies Artikel2Begripsomschrijvingen 1Voor de toepassing van deze verordening wordt, zover niet anders is bepaald, verstaan onder: jaar: kalenderjaar; maand: een tijdvak, dat aanvangt op een datum van een kalendermaand en eindigt op de dag voorafgaande aan diezelfde datum van de volgende kalendermaand; week: een tijdvak van zeven achtereenvolgende dagen; dag: een tijdvak van vierentwintig uren aanvangende om 0.00 uur; uur: een tijdvak van zestig achtereenvolgende minuten; gemeentegrond: voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. 2Delen van jaren, maanden, weken, dagen, en uren worden voor een geheel gerekend. Hoofdstuk2Precariobelasting Artikel3Aard van de belasting en belastbaar feit Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven voor het hebben van voor¬werpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Artikel4Belastingplicht De precariobelasting wordt geheven van degene die één of meer voorwerpen heeft onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, dan wel van degene ten behoeve van wie die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond worden aangetroffen. Artikel5Vrijstellingen Geen belasting wordt geheven voor: het hebben van voorwerpen op, onder of boven gemeentegrond, welke aan de gemeente in eigen¬dom toebehoren; het hebben op gemeentegrond van wegwijzers of soortgelijke voorwerpen van de algemene Neder¬landse Wielrijdersbond en van daarmede op één lijn te stellen lichamen en van brieven¬bussen, postzegelautomaten, telefooncellen; het hebben op, onder of boven gemeentegrond van voorwerpen, welke daar ingevolge wettelijke voorschriften kosteloos of tegen een bij of krachtens dat voorschrift bepaalde vergoeding moeten worden gedoogd; het hebben van rails op of in gemeentegrond voor openbare middelen van vervoer; het innemen van gemeentegrond uitsluitend vallende onder artikel 6.0 of 6.5 van deze verorde¬ning, indien dit niet langer duurt dan drie uur; het innemen van een standplaats met woonwagens op gemeentegrond; het hebben van een standplaats op de weekmarkt voor waren en goederen, welke markt wordt gehouden op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond en waarvoor marktgeld ingevolge de verordening marktgeld geheven wordt. Artikel6Maatstaf van heffing en belastingtarief 6.0Voorwerpen op gemeentegrond, algemeen tariefVoor het hebben van voorwerpen op, onder of boven gemeentegrond, wordt voor de inge¬nomen gemeentegrond, behoudens de hierna in deze verordening opgenomen bijzondere tarieven, per m² geheven: voor twee weken of minder, per week € 1,31 voor de daarop volgende twee weken, per week € 0,93 voor de daarop volgende vier weken, per week € 0,73 voor de daarop volgende vier weken, per week € 0,56 voor iedere daarop volgende week € 0,46 met dien verstande dat het recht nooit minder bedraagt dan € 12,00 6.1Circussen, braderieën, kermis en tentoonstellingstentenVoor het innemen van gemeentegrond door circussen, braderieën, kermis en door ten behoeve van tentoonstellingen of beurzen ingerichte tenten, wordt geheven per dag € 103,02 6.2BuurtfeestenVoor het innemen van gemeentegrond voor het houden van een buurtfeest wordt geheven per dag € 12,70 6.3Benzinepomp installatieVoor het hebben van een benzine- of oliepompinstallatie of dergelijke toestellen, met inbegrip van de daarbij behorende geleidingen op of in gemeentegrond wordt geheven per jaar € 139,63 6.4Standplaats motorrijtuigenVoor het hebben op gemeentegrond van een standplaats op een daartoe in het bijzonder ingericht parkeerterrein voor een motorrijtuig, dienende voor openbaar middel van vervoer of dienende voor het vervoer van vee of goederen, wordt geheven per jaar € 139,63 6.5Automatische verkooptoestellenVoor het hebben van voorwerpen boven of op gemeentegrond van een automatische weeg- of verkooptoestel of andere automatische toestellen wordt per jaar geheven: a. indien het grondoppervlak van het toestel niet meer bedraagt dan 1/8 m² € 13,55 b. indien het grondoppervlak van het toestelmeer bedraagt dan 1/8 m² € 26,94 6.6Elektrische geleidingen enz.Voor het hebben boven gemeentegrond van elektrische of andere geleidingen, niet behorende tot een radiodistributiecentrale of tot het telefoonnet wordt geheven:per strekkende meter en per stel draden, gemeten op de grondper jaar € 0,73 tot een maximum van € 7,29 per stel. 6.7BouwwerkenVoor het hebben op gemeentegrond van bouwmaterialen, grond, keten, loodsen, bouwwerk¬tuigen, stellingen en al wat verder bij bouwwerken nodig is, wordt per m² geheven per maand € 1,
- Artikel7Belastingtijdvak Indien de belasting wordt geheven naar jaartarieven is het belastingtijdvak het kalenderjaar waarin de voorwerpen aanwezig zijn. In de overige gevallen is het belastingtijdvak de maand, de week of de dag waarin de voorwerpen aanwezig zijn met dien verstande dat ook de heffing voor elk belastbaar feit afzonderlijk kan plaatsvinden. Artikel8Wijze van heffing De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel9Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde belasting 1De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2Waar in deze verordening alleen een tarief per jaar is vastgesteld, is, indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, voor zoveel twaalfde gedeelten belasting verschuldigd als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht nog kalendermaanden overblijven. Een gedeelte van een maand wordt daarbij voor een gehele maand gerekend; 3Indien voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven gemeentegrond de belasting is vast¬gesteld per m², wordt het recht berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald; 4ruimte tussen op de gemeentegrond geplaatste, neergelegde of opgetaste goederen, die aan een belastingplichtige toebehoren, worden voor de berekening van de belasting geacht door die goederen in gebruik te zijn genomen; 5Indien op grond van deze verordening meer dan één tarief toegepast zou kunnen worden, wordt slechts één aanslag tot het hoogste tarief opgelegd. Artikel10Ontheffing 1Indien de voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond worden verwijderd vóór het verstrijken van het tijdvak waarvoor, berekend over een tarief per jaar, een aanslag is opgelegd, wordt op verzoek over de resterende volle maanden van dat tijd¬vak ontheffing verleend. Het verzoek moet worden ingediend binnen twee maanden na het ont¬staan van de aanspraak op gehele of gedeeltelijke ontheffing of, indien op dat tijdstip nog geen aanslagbiljet is uitgereikt, moet het verzoek binnen zes weken na dagtekening van het aanslag¬biljet worden ingediend bij de heffingsambtenaar. 2Van de belasting die is berekend naar een tarief per maand, week of per dag, wordt over een gedeelte van een maand dag of week, geen ontheffing verleend. Artikel11Termijnen van betaling 1De verschuldigde belasting is invorderbaar in één termijn, die vervalt op het einde van de maand volgende op die, welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. Hoofdstuk3Retributies Artikel12Aard van de heffing en belastbaar feit Onder de naam retributies worden rechten geheven voor: het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde gemeente¬bezittingen of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn; het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten, tenzij deze bestaan in het tijdelijk aan particulieren ter beschikking stellen van gemeenteambtenaren. Artikel13Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel14Vrijstellingen Geen rechten worden geheven voor: het gebruik of genot van gemeentegrond door de gemeente, het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten ten behoeve van de gemeente; de uitzondering, genoemd in het eerste lid geldt niet ten aanzien van gas-, waterleiding-, elektrici¬teits- en woningbedrijf, voor zover betreft de toepassing van artikel 15 van deze verordening. Artikel15Maatstaf van heffing en belastingtarief 15.1Ledigen beerputten en septictanksVoor het gebruik van de kolkenzuiger voor het ledigen van beerputten en septictanks wordt geheven per 2.000 liter inhoud € 139,63 15.2HerstratenIndien al of niet tengevolge van het in deze verordening gebruik of genot van het hebben van enig daarbij bedoeld voorwerp, herstelling vanwege de gemeente van de wegbedekking nodig is, wordt onverminderd de daarvoor bepaalde heffing per m² geheven bij: klinkerbestrating € 26,89 gesloten wegdek € 75,96 Voor het herstellen van een verharding, bestaande uit een gesloten wegdek of fundering, wordt het onder b in het vorige lid genoemde bedrag verhoogd met € per m². 15.3Trottoirtegels, -banden en -kolken Voor het van gemeentewege leggen van tegeltrottoirs zonder band wordt geheven per m² € 25,06
- Voor het van gemeentewege stellen van betonnen trottoirbandenwordt geheven per strekkende meter € 9,13
- Voor het van gemeentewege stellen van een straat of trottoir-kolk met rioolaansluiting wordt geheven per stuk € 73,34 Artikel16Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel17Wijze van heffing De rechten worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd. Artikel18Ontstaan van de belastingschuld en de heffing voor de verschuldigde rechten 1De rechten zoals bedoeld in artikel 14 zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. 2Waar in deze verordening alleen een tarief per jaar is vastgesteld, is, indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, voor zoveel twaalfde gedeelten belasting verschuldigd als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht nog kalendermaanden overblijven. Een gedeelte van een maand wordt daarbij voor een gehele maand gerekend. 3Indien op grond van deze verordening meer dan één tarief toegepast zou kunnen worden, wordt slechts één aanslag tot het hoogste tarief opgelegd. Artikel19Ontheffing 1Indien het gebruik als bedoeld in artikel 13 ophoudt vóór het verstrijken van een tijdvak waarvoor, berekend over een tarief per jaar, een aanslag is opgelegd, wordt op verzoek over de resterende volle maanden van dat tijdvak ontheffing verleend. Het verzoek moet worden ingediend binnen twee maanden na het ontstaan van de aanspraak op gehele of gedeeltelijke ontheffing of, indien op dat tijdstip nog geen aanslagbiljet is uitgereikt, moet het verzoek binnen zes weken na dag¬tekening van het aanslagbiljet worden ingediend bij de heffingsambtenaar. 2Van de rechten die zijn berekend naar een tarief per maand, per week of per dag, wordt over een gedeelte van een maand, week of dag, geen ontheffing verleend. Artikel20Termijnen van betaling 1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 is de verschuldigde belasting invorderbaar in één termijn, die vervalt op het einde van de maand volgende op die, welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. 3De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijn. Hoofdstuk4Aanvullende bepalingen Artikel21Kwijtschelding Bij de invordering van de precariobelasting en de retributies wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel22Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van precariobelastingen en retributies. Artikel23Inwerkingtreding en citeertitel 1De Verordening precariobelasting en retributies 2010 van 17 december 2009 wordt ingetrokken met ingang van het derde lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2Deze verordening treedt in werking met ingang van de derde dag na die van de bekendmaking. 3De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- 4Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening precariobelasting en retributies 2011'. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad voornoemd, gehouden op 9 december
- De griffier, De voorzitter, mw. drs. J. Timmerman, J. Rijsdijk