Verordening baatbelasting winkelerf kern GennepDe raad van de gemeente Gennep; Gelezen de voorstellen van het college van burgemeester en wethouders d.d. 4 januari 1980, 10 maart 1988, 8 november 1990, 16 oktober 1992, 17 juni 1994, 17 februari 1995, 13 december 1996, 17 april 1998, 30 oktober 2007, Gelet op artikel 216 en artikel 222 van de Gemeentewet; BESLUIT: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en invordering van een baatbelasting winkelerf Zandstraat, Markt en Niersstraat Artikel1Voorwerp der belasting Terzake van de onroerende zaken, welke zijn gebaat door de aanleg van het winkelerf in de Zandstraat, de Markt en de Niersstraat, zoals in rood aangegeven op de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte tekening, bestaande uit het aanbrengen van een sierbestrating, banken, bloembakken, papierbakken, bomen en verlichting, wordt een jaarlijkse belasting geheven, zulks ter verkrijging van een billijke bijdrage in de ten laste van de gemeente blijvende kosten van die voorzieningen. Artikel2Begripsomschrijving Onder onroerende zaken worden verstaan gebouwde eigendommen met de bij die eigendommen behorende gebouwde aanhorigheden. Artikel3Belastingplicht 1De belasting wordt geheven van degene die bij het begin van het belastingjaar van de onroerende zaak als bedoeld in artikel 1 het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. 2Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt diegene, die bij het begin van het belastingjaar als zodanig bij het kadaster bekend staat, tenzij blijkt dat op dat tijdstip een ander de genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht was. Artikel4Grondslag van de belasting 1De grondslag waarnaar de belasting wordt geheven is het langs de grond gemeten aantal strekkende meters, waarmee een onroerend zaak grenst aan de Zandstraat, de Markt en/of de Niersstraat, als zodanig aangegeven op de in artikel 1 genoemde tekening. 2Bij het bepalen van het aantal strekkende meters worden delen van minder dan één meter verwaarloosd. Artikel5Belastingtarief De belasting bedraagt per belastingjaar f. 60,-- per strekkende meter. Artikel6Wijze en tijdsduur van de heffing 1De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. 2De belasting wordt, behoudens in geval van voldoening in eens overeenkomstig het bepaalde in artikel 8, jaarlijks geheven en wel gedurende dertig achtereenvolgende belastingjaren. Artikel7Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel8 1Op aanvraag van de belastingplichtige bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar wordt de belasting ineens geheven naar een bedrag, dat gelijk is aan de contante waarde van de belastingbedragen, welke geheven zouden zijn - beoordeeld naar de omstandigheden bij het begin van het belastingjaar, waarin de aanvraag wordt gedaan - voor elk van de nog aan te vangen belastingjaren. 2De contante waarde, bedoeld in het vorige lid, wordt berekend naar een rentevoet van 9 ¼ % per jaar en wordt op volle guldens naar beneden afgerond. Artikel8aBetalingstermijn In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. Artikel9 De belasting wordt niet geheven van: onroerende zaken, welke uitsluitend worden gebruikt voor woondoeleinden; onroerende zaken, waarvan de gemeente de genothebbende is krachtens eigendom, bezit of beperkt recht en die in hoofdzaak worden gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente; onroerende zaken, welke in hoofdszaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor openbare bijeenkomsten van genootschappen op geestelijke grondslag - andere dan kerkgenootschappen - die rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid zijn, voor het gezamenlijk beleven van en zich bezinnen op de aan die genootschappen ten grondslag liggende levensovertuiging; onroerende zaken, in hoofdzaak dienende tot inrichting ter bevordering van cultuur, mits de genothebbende is een rechtspersoonlijkheid bezettende instelling en het behalen van winst niet wordt beoogd. straatmeubilair, waaronder worden begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen. Artikel10 Vervallen (besluit van 27 april 1998) Artikel11 Vervallen (besluit van 27 april 1998) Artikel12 Vervallen (besluit van 23 april 1991) Artikel13 Vervallen (besluit van 27 april 1998) Artikel14 Vervallen (besluit van 27 april 1998) Artikel14aNadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de baatbelasting. Artikel15Inwerkingtreding en citeerartikel 1Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2008, of indien dit later is, met ingang van de tweede dag na die van de bekendmaking. 2Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening baatbelasting winkelerf kern Gennep". Aldus besloten in de openbare vergadering van 26 november 2007de raad voornoemd,voorzittergriffier
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.