Aanwijzing gebieden waar een afmeerverbod voor pleziervaartuigen geldt, 1e wijzigingAanwijzingsbesluit als bedoeld in artikel 15 van de Schepenverordening Kaag en Braassem 2009: aanwijzing gebieden waar een afmeerverbod voor pleziervaartuigen geldt. Artikel1Afmeren langs de Koppoellaan te Rijpwetering 1Langs de oostelijke oever van de Rijpwetering die is gelegen aan de Koppoellaan te Rijpwetering, mogen alleen pleziervaartuigen en passanten afmeren. 2Het is verboden met een pleziervaartuig een vaste ligplaats in te nemen langs de in lid 1 genoemde over; 3Onder een vaste ligplaats wordt verstaan het met een pleziervaartuig langer dan 24 uur of regelmatig innemen van een ligplaats langs deze oever; 4Verplaatsingen van het vaartuig langs deze oever onderbreken de tijdsduur niet. 5Het college kan voor het gedeelte van de oever dat gelegen is tussen de percelen Koppoellaan 1 tot en met 21 aan de eigenaar van een langs genoemde oever van aan de Koppoellaan gelegen perceel voor een bij hem in bezit zijnd pleziervaartuig ontheffing verlenen van de onder 1 en 2 genoemde verboden, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: De lengte van het vaartuig is niet langer dan 7 meter; het vaartuig is niet hoger dan maximaal 50 cm boven de kade c.q beschoeiing; Het maximaal aantal af te geven ontheffingen is 1 per perceel. Artikel2Afmeren langs de aanlegsteiger te Kaag 1Het is verboden met een pleziervaartuig langer dan 24 uur ligplaats in te nemen aan de gemeentelijke openbare aanlegsteiger, gelegen ten noorden van de Julianalaan te Kaag. 2Een vaartuig wordt geacht gedurende meer dan 24 uur achtereen ligplaats te hebben ingenomen, indien tussen de eerste en de tweede maal van aantreffen van dat vaartuig ter plaatse ten minste 24 uur en ten hoogste 36 uur is gelegen. Artikel3Afmeren in de Drecht, de Leidse Vaart en de Kromme Does 1Het is verboden met een pleziervaartuig ligplaats in te nemen in de Drecht, de Leidse Vaart en de Kromme Does, zulks inclusief een 5 meter brede strook grond en rietland langs de oevers van deze wateren. 2Het in het eerste lid bedoelde verbod is niet van toepassing in de periode van 1 april tot 1 oktober op het gedurende ten hoogste twee maal 24 uur innemen van dezelfde ligplaats met een pleziervaartuig. 3Een vaartuig wordt geacht gedurende meer dan twee maal 24 uur achtereen ligplaats te hebben ingenomen, indien tussen de eerste en de tweede maal van aantreffen van dat vaartuig ter plaatse ten minste 48 uur en ten hoogste 72 uur is gelegen. 4Een pleziervaartuig wordt geacht op dezelfde ligplaats te zijn gebleven, indien het binnen een straal van 500 meter - hemelsbreed gemeten - is verplaatst; 5Het verbod bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op: a. pleziervaartuigen in jachthavens; b. pleziervaartuigen aan werven, voor zover dat noodzakelijk is voor op korte termijn uit te voeren werkzaamheden betreffende bouw, verbouw, uitrusting, onderhoud of reparatie en voor zolang deze werkzaamheden duren; c. de aan botenverkoopbedrijven of botenverhuurbedrijven toebehorende pleziervaartuigen aan de aanleggelegenheden van die bedrijven; d. één pleziervaartuig aan het erf dat behoort bij een woning of een zomerwoning voor zover die woning of zomerwoning aanwezig is in overeenstemming met de daarvoor geldende wettelijke voorschriften; e. open boten met een lengte van minder dan 7 meter aan een particuliere aanleggelegenheid. Artikel4Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na de openbare bekendmaking. Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van de gemeente Kaag en Braassem op 10 november 2009de gemeentesecretaris de burgemeesterM.E. Spreij H.B. Eenhoorn
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.