Verordening op de ambtelijke organisatie gemeente Neder-Betuwe Het college van de gemeente Neder-Betuwe; Overwegende, dat het wenselijk is algemene regels vast te stellen met betrekking tot de organisatie van en de werkwijze binnen het ambtelijk apparaat van de gemeente Neder-Betuwe; Gelet op artikel 160 en 212 van de Gemeentewet en de artikelen 14, 15 en 16 van de Financiële verordening; Besluit: Vast te stellen de Verordening op de ambtelijke organisatie gemeente Neder-Betuwe Hoofdstuk1Inleidende bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. directie: de door het college benoemde ambtelijke leiding van de ambtelijke organisatie, bestaan de uit de gemeentesecretaris als algemeen directeur en een directeur (tevens loco-gemeentesecretaris); b. afdeling: de desbetreffende organisatorische eenheid, als zodanig door het college ingesteld; c. concernstaf: de als zodanig door het college aangewezen organisatorische eenheid, ressorterend onder de directie; d. afdelingsmanager: de ambtenaar, als zodanig aangesteld door het college, die is belast met en verantwoordelijk gesteld voor de dagelijkse leiding van de afdeling; e. managementteam: het overlegorgaan van directie en afdelingsmanagers; f. het college: het college van burgemeester en wethouders. Hoofdstuk2Organisatiestructuur in hoofdlijnen Artikel2Hoofdindeling 1. Het ambtelijk apparaat is opgebouwd volgens een directiemodel en bestaat uit een aantal afdelingen en een concernstaf. 2. De afdelingen zijn: a. afdeling Gemeentewinkel; b. afdeling Grondgebied; c. afdeling Middelen; d. afdeling Ruimte; e. afdeling Samenleving. 3. Het college stelt de hoofdstructuur van de afdelingen en van de concernstaf vast. Artikel3Benoeming van medewerkers 1. Het college benoemt de directie, de afdelingsmanagers, de brandweercommandant en de concerncontroller. 2. De medewerkers van de concernstaf worden door de directie benoemd. 3. Benoeming van overige medewerkers vindt plaats door de betreffende afdelingsmanager. Artikel4Inspraak medewerkers Ondernemingsraad 1. Er is een ondernemingsraad in de zin van de Wet op de ondernemingsraden (Wor). 2. In de vergaderingen van de ondernemingsraad komen in ieder geval die aangelegenheden aan de orde, die vallen onder de informatieplicht, de instemmings- en adviesbevoegdheid als bedoeld in de artikelen 24, 25 en 27 van de Wor. 3. De directie fungeert voor de ondernemingsraad als bestuurder in de zin van de Wor. Georganiseerd Overleg 1. In het georganiseerd overleg (GO) vindt het arbeidsvoorwaardenoverleg plaats tussen de portefeuillehouder personeelszaken als vertegenwoordiger van het college en de werknemersverenigingen met leden onder het gemeentepersoneel. 2. Het overleg in het GO betreft het vaststellen, wijzigen of intrekken van arbeidsvoorwaardenregelingen of –beleid, voor zover de gemeente daartoe autonome bevoegdheid bezit, dan wel verplicht is nadere uitwerking te geven aan de uitkomst van het arbeidsvoorwaardenoverleg op landelijk niveau. 3. In het GO wordt voorts overleg gevoerd over privatiseringen, waaronder begrepen uitbesteding van werk, en reorganisaties; dit overleg betreft met name de werkgelegenheidseffecten en de regeling van de sociale gevolgen door middel van het sociaal statuut en een daarop gebaseerd sociaal plan. Hoofdstuk3De directie Artikel5Benoeming en vervanging 1. Het college stelt de benoemingsprocedure voor de directieleden vast. Bij de selectie worden een delegatie van de afdelingsmanagers, een delegatie van de medewerkers van de concernstaf, alsmede de Ondernemingsraad betrokken. 2. Het college regelt de vervanging van de directieleden. Artikel6Verantwoordelijkheden Verantwoordelijkheden 1. De directie is gezamenlijk verantwoordelijk voor de directievoering voor de totale organisatie, voor de organisatiebrede beleidsontwikkeling en voor de totstandkoming en uitvoering van het gemeentelijke beleid. 2. De hoofdtaken van de directie zijn: a. Het college ondersteunen bij het bepalen van de lange termijn koers van de gemeente; b. Die koers helpen vertalen naar te realiseren maatschappelijke prestaties; c. Planning & control m.b.t. middelenfuncties (waaronder kaderstelling PIOFAH); d. Transparant maken van het presteren van afdelingen; e. Vormgeven van de coördinatie tussen afdelingen; f. Zorgdragen voor effectieve en efficiënte besluitvorming; g. Zorgdragen voor management- en bestuursinformatie; h. Zorgdragen voor geïntegreerd werken en gezamenlijk optrekken. 3. De directie is voor wat betreft het concern bestuurder in de zin van de Wet op de Ondernemingsraden en is als zodanig het aanspreekpunt voor de Ondernemingsraad. 4. De directie zorgt voor goede informatiestromen en, samen met de burgemeester in diens hoedanigheid van bestuurlijk coördinator, voor een goede afstemming tussen bestuursorganen en het ambtelijk apparaat, onverlet de eigen verantwoordelijkheid op dit punt van de griffier ten aanzien van de raad. Bevoegdheden 1. De directie kan richtlijnen en aanwijzingen geven aan de afdelingsmanagers voor het goed functioneren van de gehele ambtelijke organisatie. 2. De directie kan medewerkers informatie vragen die voor een goede vervulling van zijn taak nodig is. Artikel7Ondersteuning college en burgemeester 1. De gemeentesecretaris houdt toezicht op een goede voorbereiding van collegevergaderingen en op een gedegen, tijdige en geïntegreerde advisering aan het college. 2. De gemeentesecretaris zorgt ervoor dat collegebesluiten vastliggen in een besluitenlijst. 3. De gemeentesecretaris ziet er op toe dat collegebesluiten voortvarend en correct worden uitgevoerd. 4. Gevraagd en ongevraagd zorgt de gemeentesecretaris voor informatie die voor collegeleden noodzakelijk is om hun functie goed te kunnen uitoefenen. 5. De gemeentesecretaris voorziet de burgemeester van alle informatie die noodzakelijk is om diens functie van voorzitter van het college goed te kunnen vervullen. 6. Het in de leden 1 tot en met 4 van dit artikel is zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing met betrekking tot ondersteuning van de burgemeester als zelfstandig gemeentelijk bestuursorgaan. Artikel8Ambtelijke coördinatie 1. De gemeentesecretaris draagt zorg voor de coördinatie van ambtelijke voorstellen en voor een gecoördineerde uitvoering van besluiten. 2. Voor de uitvoering van het in het eerste lid bepaalde toetst hij ambtelijke voorstellen en adviezen aan: a. hoofdlijnen van beleid; b. overige vastgestelde kaders en richtlijnen; c. besluitrijpheid. 3. Voorstellen en adviezen die niet voldoen aan de eisen van het tweede lid stuurt hij met vermelding van zijn bevindingen terug naar de afdelingsmanager van het betrokken organisatieonderdeel. 4. Indien de afdelingsmanager van de betrokken afdeling desondanks van oordeel is dat het voorstel of het advies in het college moet worden gebracht, dan zorgt de gemeentesecretaris er voor dat de opvattingen van hemzelf op een zorgvuldige wijze aan het college wordt voorgelegd. Hoofdstuk4Het managementteam Artikel9Samenstelling en vervanging 1. Het managementteam bestaat uit de directie en de afdelingsmanagers. Het college, gehoord de directie, of de directie kunnen leden op tijdelijke basis aan het managementteam toevoegen. 2. De gemeentesecretaris is voorzitter van het managementteam. Artikel10Verantwoordelijkheden 1. Het managementteam is, onder eindverantwoordelijkheid van de directie, collectief verantwoordelijk voor:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.