MINISTERIËLE BESCHIKKING van de 1ste december 1960 tot vaststelling van het Keuringsreglement als bedoeld in artikel 32, eerste lid van het Landsbesluit monstering schepelingen (P.B. 1960, no. 201) I. Vast te stellen het navolgende Keuringsreglement als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van het Landsbesluit monstering schepelingen (P.B. 1960, no. 201): KEURINGSREGLEMENT Artikel1 1.Kapiteins en schepelingen moeten in het bezit zijn van een geldige geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart, voordat zij, met inachtneming van het bepaalde in artikel 6 van het Landsbesluit monstering schepelingen, mogen worden toegelaten tot de ondertekening van een monsterrol. 2.Een geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart heeft een geldigheidsduur van ten hoogste dertig dagen. 3.Gedurende deze geldigheidsduur kan in opdracht van de Inspecteur voor de Scheepvaart een kapitein of schepeling aan een tussentijdse keuring worden onderworpen, indien de betrokkene handelingen heeft verricht of nagelaten, welke doen veronderstellen, dat hij niet langer lichamelijk of geestelijk geschikt moet worden geacht voor het verrichten van de door hem te vervullen functie aan boord, of indien uit anderen hoofde gegronde aanleiding tot deze veronderstelling bestaat. Artikel2 1.Een kapitein, die in het bezit wenst te komen van een geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart, legt aan de geneeskundige, die de keuring verricht, over: een bewijs, geldig gedurende ten hoogste 1 jaar, waaruit blijkt, dat het röntgenonderzoek der borstorganen met gunstig gevolg heeft plaatsgevonden; een door de reder afgegeven keuringsaanvraag, waaruit de door hem te vervullen functie aan boord blijkt. 2.Een schepeling, die in het bezit wenst te komen van een geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart, legt aan de geneeskundige, die de keuring verricht, over: een monsterboekje; een bewijs, geldig gedurende ten hoogste 1 jaar, waaruit blijkt, dat het röntgenonderzoek der borstorganen met gunstig gevolg heeft plaatsgevonden; een door de reder afgegeven keuringsaanvraag, waaruit de door hem te vervullen functie aan boord blijkt. 3.De geneeskundige vergewist zich door raadpleging van het identiteitsbewijs of monsterboekje, dat het daarin voorkomende signalement van de houder overeenstemt met dat van de te keuren persoon. Artikel3 1.De keuring ter verkrijging van een geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart geschiedt door een geneeskundige, door de Minister van Verkeer en Vervoer daartoe aangewezen. 2.Het röntgenonderzoek der borstorganen geschiedt door een daartoe bevoegde geneeskundige dan wel geneeskundige instantie, door de Minister van Verkeer en Vervoer daartoe aangewezen. Artikel4 1.De keuring, voorafgaande aan de afgifte van een geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart, omvat een algemeen onderzoek van het lichaam en een algemene beoordeling van de psychische gesteldheid van de betrokkene, in verband met zijn geschiktheid met inachtneming van zijn leeftijd - voor de door hem te verrichten werkzaamheden. 2.Voor personen beneden de leeftijd van 18 jaar houdt de keuring tevens in de keuring bedoeld in het Verdrag no. 16 van de Internationale Arbeidsorganisatie. Artikel5 De geneeskundige moet zich bij de keuring laten leiden door de navolgende richtlijnen. Geneeskundig ongeschikt voor de zeevaart wordt geacht de persoon, die aanleg heeft voor, of lijdende is aan een ziekte of afwijking: welke hem ongeschikt maakt voor zijn dienst aan boord; welke tijdens de dienst aan boord kan verergeren; welke gevaar voor de gezondheid van andere personen aan boor kan opleveren; welke ernstige hinder oplevert voor andere personen aan boord. Artikel6 1.Voor wat betreft het beoordelen, anders dan volgens de bepalingen van het Schepenbesluit 1952, van het gezichts- of gehoororgaan van kapiteins, stuurlieden, scheepswerktuigkundigen, machinist-stokers en alle anderen, aan wie de wacht aan dek of in de machinekamer kan worden opgedragen en van hen, die uitkijkdiensten moeten verrichten, kan worden volstaan met het controleren van de krachtens het Schepenbesluit 1952 afgegeven geneeskundige verklaringen, betreffende het gezichts- of gehoororgaan. 2.Indien bij deze controle wordt bevonden dat de geldigheidsduur van bedoelde verklaringen is verlopen, doch deze nog kan worden verlengd, controleert de geneeskundige de toestand van het gezichts- of gehoororgaan. 3.Het gezichtsorgaan voor wat betreft de gezichtscherpte kan worden beoordeeld met behulp van letter proeven. Het onderzoek naar kleurenblindheid valt buiten deze controle. Het gehoororgaan voor wat betreft de gehoorscherpte kan worden beoordeeld met de fluisterstem en de toestand van het oor met behulp van een oorspiegel. 4.Indien als resultaat van bovenstaande controles wordt bevonden, dat de toestand het gezichts- of gehoororgaan niet in overeenstemming is met de overgelegde geneeskundige verklaring, mag de keurende geneesheer de geldigheidsduur van deze verklaring niet verlengen tot 4 respectievelijk 6 jaar na de datum van afgifte en moet hij de gekeurde ongeschikt achten volgens artikel 5 onder a van dit reglement. Hij deelt dit aan betrokkene mede en geeft hem een geneeskundige verklaring van ongeschiktheid, waarmede de gekeurde zich voor een hernieuwd onderzoek tot een aangewezen specialist voor het gezichts- c.q. gehoororgaan moet wenden. 5.De geneeskundige geeft onverwijld van zijn bevinding kennis aan de Inspecteur voor de Scheepvaart. Artikel7 1.Indien de geneeskundige de gekeurde geschikt acht, geeft hij een door hem ondertekende geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart af. 2.Hij doet de gekeurde in zijn tegenwoordigheid de handtekening op de geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart plaatsen. Artikel8 1.De geneeskundige kan de gekeurde tijdelijk, voorlopig of blijvend ongeschikt voor de zeevaart achten.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.