Verordening op het onderzoeksrecht van de raad 2006De raad van de gemeente Blaricum, gelezen het voorstel aan de raad d.d. 16 november 2006; gelet op de motie inzake het onderzoek naar de WOZ, aangenomen in de raadsvergadering d.d 28 september 2006; gelet op het bepaalde in de artikelen 155a tot en met 155f van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de ‘Verordening op het onderzoeksrecht van de raad 2006’. Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. onderzoek: een onderzoek als bedoeld in artikel 155a, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet; b. onderzoekscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet; Artikel2Instellen van het onderzoek / onderzoekscommissie 1Op voorstel van een of meer van zijn leden kan de raad besluiten een onderzoek in te stellen. 2De raad stelt een onderzoekscommissie in van tenminste drie leden. 3De raad wijst tenminste twee plaatsvervangende leden aan. 4Bij de instelling van de onderzoekscommissie stelt de raad nadere regels vast met betrekking tot de rapportage van de onderzoekscommissie aan de raad. Artikel3Voorzitter 1De leden van de onderzoekscommissie kiezen uit hun midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. 2De voorzitter is belast met: a. het leiden van de beraadslagingen en zittingen; b. het handhaven van de orde; c. het doen naleven van bij of krachtens deze verordening gestelde regels; d. hetgeen deze verordening hem verder opdraagt. Artikel4Beëindiging van het lidmaatschap 1Het lidmaatschap van de onderzoekscommissie eindigt indien: a. de raad besluit tot opheffing van de onderzoekscommissie; b. een lid ophoudt lid te zijn van de raad; c. de onderzoekscommissie besluit een lid van zijn commissie te horen; d. een lid ontslag krijgt. 2Een lid van de onderzoekscommissie kan op elk moment ontslag nemen. Hiervan brengt hij de raad en de voorzitter van de onderzoekscommissie zo spoedig mogelijk op de hoogte. 3In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. 4De leden 1 tot en met 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervangende leden. Artikel5Bevoegdheden van de onderzoekscommissie 1De onderzoekscommissie besluit alvorens het eerste getuigenverhoor plaats vindt of getuigen uitsluitend verhoord worden na het afleggen van de eed of belofte. 2De onderzoekscommissie kan buiten de in artikel 155b, eerste lid, van de Gemeentewet genoemde personen tevens anderen verzoeken om medewerking aan het verzoek te verlenen. Laatstgenoemde medewerking geschiedt slechts op vrijwillige basis. 3De onderzoekscommissie kan besluiten derden in te schakelen voor het uitvoeren van opdrachten die zij in het kader van de onderzoeksopdrachten en de uitoefening van hun taak noodzakelijk acht. 4De onderzoekscommissie kan in het belang van het onderzoek in beslotenheid met een ieder informatieve gesprekken voeren, welke als zodanig geen onderdeel van het onderzoek uitmaken. Er bestaat hiertoe geen plicht tot medewerking. Artikel6Ambtelijke bijstand 1De raad benoemt ter ondersteuning van de onderzoekscommissie een commissiegriffier. 2De commissiegriffier is bij iedere zitting aanwezig. 3Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt zijn plaats ingenomen door een daartoe door de raad aangewezen vervanger. 4Op verzoek van de onderzoekscommissie kan de gemeentesecretaris in overleg met de commissievoorzitter en griffier interne onderzoeksmedewerkers aanwijzen, die in voldoende mate voor de invulling van hun taak worden vrijgesteld. 5De verordening ambtelijke bijstand is niet van toepassing. Artikel7Zittingen 1De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting en brengt die ter openbare kennis. 2De voorzitter roept de leden van de onderzoekscommissie, getuigen en deskundigen tenminste twee weken vóór de zitting op. 3Binnen drie dagen na verzending van de oproep kunnen de getuigen en deskundigen onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen. 4De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de betrokken getuige of deskundige medegedeeld. Artikel8Toehoorders en de pers 1De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare zittingen bijwonen. 2Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. 3De voorzitter is bevoegd toehoorders, die op enigerlei wijze de orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Artikel9Geluid- en beeldregistraties Degenen die tijdens de zitting geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan vooraf mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Artikel10Verslaglegging zitting 1De commissiegriffier draagt zorg voor de verslaglegging van de zitting. 2Het verslag vermeldt de naam van de aanwezigen en hun hoedanigheid. 3Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen. 4Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht. 5Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de commissiegriffier. Artikel11Beraadslagingen 1De onderzoekscommissie beraadslaagt indien de voorzitter of een lid dat nodig acht. 2De onderzoekscommissie beraadslaagt achter gesloten deuren. Artikel12Afronding onderzoek Na afronding van het onderzoek door de onderzoekscommissie worden de bevindingen door middel van een schriftelijke rapportage aan de raad, onder gelijktijdige toezending van een afschrift aan het college, aangeboden. Artikel13Budget 1Bij het besluit tot het instellen van een onderzoek geeft de raad de omvang aan van het budget, waarover de onderzoekscommissie bij de uitvoering van het onderzoek kan beschikken. 2Ten laste van dit budget worden gebracht de kosten van: a. de kosten van derden als bedoeld in artikel 5, lid 3; b. de kosten van (vervanging van) medewerkers als bedoeld in artikel 6; c. overige uitgaven die voortvloeien uit werkzaamheden die de commissie voor het onderzoek nodig oordeelt. 3De onderzoekscommissie is voor de besteding van het budget verantwoording verschuldigd aan de raad. Artikel14Inwerkingtreding en citeertitel 1De verordening treedt in werking op 1 december 2006 2De verordening wordt aangehaald als: Verordening op het onderzoeksrecht van de raad 2006. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van Blaricum op 21 december 2006. De griffier, De voorzitter, drs. T.W. Zwemmer drs. W.H.C. Ton
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.