← Nederland

Verordening materiële en financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Laren 2009 (Laren)

Verordening materiële en financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Laren 2009De raad van de gemeente Laren; gelezen het voorstel d.d. 10 maart 2009 van burgemeester en wethouders; gezien het gevoerde overleg met de vertegenwoordigers van de schoolbesturen d.d. 12 maart 2009; overwegende dat het gewenst is de toekenning van voorzieningen in het kader van aanvullend gemeentelijk beleid ten aanzien van het onderwijs bij verordening te regelen; B E S L U I T

  1. de “Verordening materiële en financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Laren 2005” in te Trekken;
  2. de volgende “Verordening materiële en financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Laren 2009” vast te stellen: Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder: a college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laren; b schoolbestuur: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair onderwijs bekostigde in de gemeente gelegen openbare of bijzondere school; c school: school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs; d. nevenvestiging: deel van een school die door de minister ingevolge artikel 85 van de Wet op het primair onderwijs voor bekostiging in aanmerking is gebracht; e voorziening: een voorziening zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening; f aanvullende voorziening: een door het college vastgestelde nieuwe voorziening waarmee de verordening tijdelijk wordt aangevuld; g indieningsdatum: uiterste moment zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening, waarvoor een aanvraag voor een voorziening voor het eerste daaropvolgende tijdvak moet zijn ingediend; h toekenningscriteria: de omstandigheden zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening, waaronder een schoolbestuur in aanmerking komt voor een voorziening of een aanvullende voorziening; i tijdvak: periode zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening, waarvoor een voorziening wordt toegekend; j subsidieplafond: een bedrag zoals bedoeld in artikel 4:22 van de wet, dat beschikbaar is voor een voorziening, of een aanvullende voorziening; k feitelijke beschikbaarstelling: de beschikking van het college waarbij een voorziening of aanvullende voorziening in natura beschikbaar wordt gesteld; l subsidievaststelling: een beschikking zoals bedoeld in artikel 4:42 van de wet; m subsidieverlening: de beschikking van het college waarbij een voorwaardelijke financiële aanspraak ontstaat op het subsidiebedrag voor een voorziening of een aanvullende voorziening. n wet: de Algemene wet bestuursrecht. Artikel2Subsidieplafond en verdelingsregels 1De raad kan voor een voorziening een subsidieplafond vaststellen. Hierbij bepaalt de raad hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld. 2De raad kan voor een voorziening het gestelde in het eerste lid overdragen aan het college, dat daarbij de gemeentebegroting in acht neemt. 3Het college maakt het subsidieplafond en de wijze van verdeling van het beschikbare bedrag, uiterlijk zes weken voor de indieningsdatum aan de schoolbesturen bekend. Artikel3Aanvullende voorziening 1Het college kan bepalen dat de verordening tijdelijk wordt aangevuld met een voorziening. 2Het college stelt de toekenningscriteria vast waaronder aanspraak bestaat op de aanvullende voorziening. Artikel4Jaarlijks overzicht Jaarlijks voor 1 juli zendt het college aan de schoolbesturen een overzicht van de op basis van deze verordening toegekende voorzieningen. Het overzicht omvat de periode van 1 juni van het voorafgaande jaar tot en met 31 mei van het jaar van toezending. Hoofdstuk2Procedures Paragraaf2.1Aanvraag voorzieningen; weigeringsgronden Artikel5Toevoegen, wijzigen en intrekken. Een wijziging van de verordening die leidt tot het toevoegen, wijzigen of intrekken van een voorziening, wordt uiterlijk zes weken voor de indieningsdatum bekendgemaakt door het college. Artikel6Indiening aanvraag 1Het schoolbestuur dat een voorziening voor het eerste daaropvolgend tijdvak wenst, dient voor de indieningsdatum een aanvraag in bij het college. De indieningsdatum is niet van toepassing indien voor de voorziening is bepaald dat een indieningsdatum niet is voorgeschreven. Indien de aanvraag niet voor de indieningsdatum is ingediend, kan het college besluiten om de aanvraag niet te behandelen. 2De aanvraag vermeldt: a naam en adres van het schoolbestuur; b de dagtekening; c de gewenste voorziening; d de naam van de school en de onderwijssoort indien de voorziening is bestemd voor een school; e een motivering dat wordt voldaan aan de toekenningscriteria. 3Bij het ontbreken van een of meer gegevens deelt het college dit schriftelijk mee aan het schoolbestuur. Daarbij krijgt het schoolbestuur de gelegenheid om binnen drie weken na de datum van verzending van de mededeling de gegevens schriftelijk aan te vullen. Indien het schoolbestuur de ontbrekende gegevens niet binnen deze termijn verstrekt, beslist het college de aanvraag niet te behandelen. Artikel7Beslissingstermijn 1Het college beslist binnen twaalf weken na de indieningsdatum op een aanvraag. Indien ten aanzien van een voorziening geen indieningsdatum is voorgeschreven, beslist het college binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag. 2Het college kan de termijn van twaalf weken met vier weken verlengen. Bij verlenging wordt uiterlijk twee weken voor het einde van de termijn van twaalf weken hiervan door het college schriftelijk mededeling gedaan aan het schoolbestuur. Hierbij geeft het college de reden voor de verlenging aan. 3Het college stelt binnen twee weken na de datum van de beschikking op de aanvraag het schoolbestuur hiervan schriftelijk in kennis. Artikel8Weigeringsgronden Het college weigert de voorziening in ieder geval indien: a de gewenste voorziening geen voorziening is in de zin van de verordening; b niet is voldaan aan één van de toekenningscriteria; c door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden. Paragraaf2.2Aanvraag aanvullende voorzieningen; weigeringsgronden Artikel9Indiening aanvraag 1Het schoolbestuur dat een aanvullende voorziening wenst, dient een aanvraag in bij het college. 2Op de aanvraag is artikel 6, tweede en derde lid van toepassing. Artikel10Beslissingstermijn Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag of binnen vier weken na de verstrekking van de aanvullende gegevens. Binnen twee weken na de datum van de beschikking stelt het college het schoolbestuur hiervan schriftelijk in kennis. Artikel11Weigeringsgronden Het college weigert de aanvullende voorziening in ieder geval indien: a de gevraagde voorziening geen aanvullende voorziening zoals bedoeld in artikel 3 is; b niet is voldaan aan een van de toekenningscriteria. Paragraaf2.3Toekenning; uitvoering beschikking subsidieverlening; intrekking of wijziging; verbod vervreemding Artikel12Inhoud beschikking tot toekenning; betaling 1De beschikking van het college tot toekenning van een voorziening of een aanvullende voorziening kan inhouden: a feitelijke beschikbaarstelling van de voorziening; of b een subsidieverlening of c een subsidievaststelling. 2De beschikking bevat: a het tijdvak en het doel waarvoor de voorziening is toegekend; b de wijze waarop het schoolbestuur de voorziening dient uit te voeren. 3De beschikking tot subsidieverlening of subsidievaststelling bevat voorts: a het bedrag van de subsidie of indien de beschikking tot subsidieverlening het bedrag niet vermeldt, het bedrag waarop de subsidie ten hoogste wordt vastgesteld; b het bedrag van het voorschot of de wijze van vaststelling daarvan indien de beschikking tot subsidieverlening bepaalt dat het college een voorschot verleent; c voor zover van belang de wijze waarop rekening en verantwoording door het schoolbestuur wordt afgelegd aan het college; d de bepaling dat de wet van toepassing is en voor van belang welke afzonderlijke bepalingen of afwijkingen hierop van kracht zijn. 4De betaling van het subsidiebedrag vindt binnen zes weken na de subsidievaststelling plaats. Artikel13Uitvoering beschikking tot subsidieverlening 1Na een beschikking tot subsidieverlening dient het schoolbestuur uiterlijk acht weken na afloop van het tijdvak waarvoor de voorziening is toegekend een aanvraag tot subsidievaststelling in. Het college stelt de subsidie ambtshalve vast indien de aanvraag achterwege blijft. 2Bij de aanvraag toont het schoolbestuur aan dat de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen als genoemd in artikel 12 zijn nagekomen. 3Indien het schoolbestuur niet of niet voldoende aantoont dat de verplichtingen zijn nagekomen, deelt het college dit schriftelijk mee aan het schoolbestuur. Hierbij geven zij aan op welke onderdelen het schoolbestuur aanvullende informatie moet verschaffen. Daarbij krijgt het schoolbestuur de gelegenheid om binnen drie weken na ontvangst van de mededeling de gevraagde informatie schriftelijk te verschaffen. Indien het schoolbestuur de gevraagde informatie niet binnen deze termijn verstrekt, stelt het college de subsidie ambtshalve vast. Artikel14Subsidievaststelling volgend op verlening 1Het college beslist binnen acht weken na de indiening van de aanvraag als bedoeld in artikel 13 of binnen acht weken na de verstrekking van de aanvullende informatie. Binnen twee weken na de datum van de beschikking stelt het college het schoolbestuur hiervan schriftelijk in kennis 2Het college betaalt het subsidiebedrag onder verrekening van de betaalde voorschotten, overeenkomstig de subsidievaststelling. De betaling vindt binnen zes weken na de subsidievaststelling plaats. Artikel15Intrekken of wijzigen beschikking tot feitelijke beschikbaarstelling of subsidievaststelling Ten aanzien van het beleid tot intrekking, wijziging, stopzetting of verlaging van de afgegeven subsidiebeschikking dan wel terugvordering van gegeven subsidie is titel 4.2 van de wet van toepassing. Artikel16Intrekken of wijzigen beschikking tot subsidieverlening 1Zolang de subsidie niet is vastgesteld, kan het college een beschikking tot subsidieverlening intrekken of ten nadele van het schoolbestuur wijzigen, indien: a het schoolbestuur niet voldoet aan de in de beschikking gestelde verplichtingen; b de beschikking onjuist was en het schoolbestuur dit wist of behoorde te weten; c de voorziening niet of niet geheel heeft plaatsgevonden, of zal plaatsvinden; d het schoolbestuur onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking zou hebben geleid; 2De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip van toekenning van de voorziening, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald. Artikel17Terugvordering Vervallen. Artikel18Verbod tot vervreemding Vervreemding door het schoolbestuur van op basis van deze verordening toegekende voorzieningen, is niet toegestaan zonder toestemming van het college tenzij sprake is van een overdracht van voorzieningen aan een ander schoolbestuur als gevolg van samenvoeging van het betreffende schoolbestuur met een ander schoolbestuur. Hoofdstuk3Slotbepalingen Artikel19Informatieverstrekking Het schoolbestuur verstrekt op verzoek van het college nadere gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het bepaalde in deze verordening. Artikel20Beslissing van het college in gevallen waarin de verordening niet voorziet In gevallen, de uitvoering van de verordening betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. Artikel21Citeertitel, inwerkingtreding 1Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Laren 2009”. 2Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juni
  3. Vastgesteld door de raad in zijn openbare vergadering van 20 mei 2009 drs. T.W. Zwemmer drs. E.J. Roest griffier voorzitter BijlageBijlagen

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.