Verordening ordemaatregelen recreatieterrein Cattenbroek gemeente WoerdenDe raad van de Gemeente Woerden, overwegende, dat het ter bescherming van de recreatiegebieden gewenst is regels te stellen omtrent het gebruik daarvan; gelet op de artikelen 147, 149 en 151 van de Gemeentewet; besluit; vast te stellen de "Verordening ordemaatregelen recreatieterrein Cattenbroek gemeente Woerden” DeelAlgemene bepalingen Artikel1 In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder: het college: het college van burgemeester en wethouders. recreatieterrein: het recreatiegebied Cattenbroek zoals aangegeven de op bij deze verordening als zodanig gewaarmerkte tekening (tekening W2135do2 verordening 2015 A3). vaartuig: elk vaartuig, dat uitsluitend of in hoofdzaak dient of kan dienen voor als watersport aan te merken recreatief gebruik zoals: jetski's, waterscooters, motorboten, zeilschepen, roeiboten en kano's. kampeermiddel: een tent, tentwagen, kampeerauto of (sta)caravan dan wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voorzover geen bouwwerk zijnde. Een en ander voorzover deze onderkomens en/of voertuigen geheel of ten dele zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief verblijf. Artikel2 Voorzover in deze verordening daarvan niet wordt afgeweken, zijn de Algemene plaatselijke verordening Woerden 2007, de Afvalstoffenverordening 2005 en de Verordening openbaar vaarwater 2009 de op die verordeningen gebaseerde beleidsregels van toepassing op het recreatieterrein. Artikel3 Voorzover in deze verordening daarvan niet wordt afgeweken, zijn de Wegenverkeerswet 1994 en het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV) van toepassing op het recreatieterrein. Artikel4 Het college is bevoegd om vergunningen of ontheffingen van de verboden in de artikelen in deze verordening te verlenen. Het college kan deze verlenen voor bepaalde of onbepaalde tijd. Het college kan aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is verleend. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: indien de aan de beschikking verbonden voorschriften niet zijn of worden nageleefd; als de vergunning of ontheffing is verleend op grond van een onjuiste of onvolledige opgave; indien het algemeen belang zulks vordert. Artikel5 Degene, die handelt in strijd met, of niet nakomt de voorschriften, verbonden aan een vergunning of ontheffing, overeenkomstig deze verordening verleend, wordt geacht te hebben gehandeld zonder vergunning of ontheffing. Artikel6 Het is in de periode van 1 mei tot 1 oktober verboden zich tussen 22:00 uur en zonsopgang te bevinden op het recreatieterrein; Het is in de periode van 1 oktober tot 1 mei verboden zich tussen 20:00 uur en zonsopgang te bevinden op het recreatieterrein; Het is in de periode van 1 mei tot 1 oktober verboden motorvoertuigen of andere middelen van vervoer tussen 22:00 en zonsopgang op het recreatieterrein achter te laten; Het is in de periode van 1 oktober tot 1 mei verboden motorvoertuigen of andere middelen van vervoer tussen 20:00 en zonsopgang op het recreatieterrein achter te laten. In geval van een evenement op het recreatieterrein waarvoor door de burgemeester een evenementenvergunning is verleend is het hiervoor genoemde verbod niet van toepassing. Eventuele specifieke ordemaatregelen worden in de evenementenvergunning opgenomen. Artikel7 Het is verboden zonder vergunning van het college op een voor het publiek toegankelijke in de openlucht gelegen plaats: met een voertuig, een kraam, een tafel of enig ander middel een standplaats in te nemen of te hebben tot verkoop, uitstalling of tentoonstelling van waren of goederen; anderszins goederen uit te stallen of uitgestald te hebben om deze te koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken aan het publiek. Artikel8 Het is verboden zonder vergunning van het college met één of meer voorwerpen, waren of goederen te venten. Het is verboden om op het recreatieterrein vaartuigen, (water)fietsen, strandstoelen, ligstoelen of enig ander voorwerp aan het publiek te huur aan te bieden of te verhuren. Het is verboden op het recreatieterrein diensten aan te bieden waarbij het niet van belang is of het verrichten van die diensten al of niet tegen betaling geschiedt. Artikel9 Het is verboden om vuilnis en afvalstoffen van welke soort of aard dan ook te deponeren op het recreatieterrein. (vervallen) Het is recreanten verboden zich op andere wijze van afvalstoffen te ontdoen dan door deze in of op de daartoe bestemde plaatsen, zoals afvalmanden, -bakken en soortgelijke voorzieningen te deponeren. Artikel10 Het is verboden te zwemmen of zich met tot drijven geschikte voorwerpen te water te bevinden buiten de door college met bebording/markering als zwemgedeelte kenbaar gemaakte delen van het recreatieterrein. Artikel11 Het innemen van een ligplaats met en het gebruik van alle vaartuigen, die uitsluitend of mede door middel van een mechanische kracht worden voortbewogen, is verboden. Het innemen van een ligplaats met en het gebruik van andere dan de in het eerste lid bedoelde vaartuigen met een grotere lengte dan vijf meter en een breedte van meer dan een meter en vijfenzeventig centimeter is eveneens verboden. Onverminderd het in de voorgaande leden van dit artikel bepaalde is het verboden vaartuigen van hard materiaal te gebruiken in het met bebording kenbaar gemaakte zwemgedeelte. Artikel12 Het is verboden met een motorvoertuig, (brom)fiets en/of andere middelen van vervoer met uitzondering van invalidenwagens op het recreatieterrein te rijden buiten de daarvoor bestemde wegen en paden. Het is op het recreatieterrein verboden met welk middel van vervoer dan ook harder te rijden dan 10 km per uur. Het is verboden motorvoertuigen en (brom)fietsen aan de hand mee te voeren en te doen of laten staan op het recreatieterrein anders dan op de daarvoor ter plaatse door middel van bebording aangewezen vakken enof stallingen. Artikel13 Het is verboden zich te bevinden in de plantvakken buiten de daarin gelegen paden of wegen. Het is verboden dijktaluds en oeververdedigingen van bij het recreatieterrein behorende plas te betreden met uitzondering van de voor recreatie ingerichte gedeelten. Het is verboden schade aan te brengen aan de beplanting, begroeiing of welke voorziening dan ook op het recreatieterrein. Het is verboden takken, hout, planten of delen daarvan te verwijderen of mee te nemen. Artikel14 Het is verboden de duiksport te beoefenen in de wateren op het recreatieterrein. Artikel15 Het is verboden te graven of te doen graven op het recreatieterrein. Dit verbod geldt niet voor het zandstrand. Artikel16 Het is verboden op het recreatieterrein alcoholhoudende drank te nuttigen. In geval van een evenement op het recreatieterrein waarvoor door de burgemeester een evenementenvergunning is verleend is het hiervoor genoemde verbod niet van toepassing. Eventuele specifieke ordemaatregelen worden in de evenementenvergunning opgenomen. Artikel17 Het is verboden om op het recreatieterrein een open vuur aan te leggen of een barbecue te gebruiken. Artikel18 Het is verboden kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden op het recreatieterrein. Artikel19 Het is verboden zich met een hond, een paard of enig ander dier te bevinden op het recreatieterrein. Artikel20
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.