Verordening langdurigheidstoeslag 2009De raad der gemeente Eemnes; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. [Vul datum in]; b e s l u i t :
- vast te stellen de verordening Langdurigheidstoeslag 2009
- In verband met de financiële gevolgen van verordening Langdurigheidstoeslag het budget individuele bijzondere bijstand met ingang van 2010 te verhogen met € 7.000 structureel en deze kosten op te nemen in de begroting 2010 DeelI.Algemene bepalingen Artikel1Begrippen In deze verordening wordt verstaan onder: a. de wet: de Wet werk en bijstand b. Referteperiode: een periode van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum. c. Peildatum: de datum waartegen langdurigheidstoeslag wordt aangevraagd. d. Inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede ‘een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan’ moet worden gelezen ‘de referteperiode’. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag als inkomen gezien. e. Gehuwdennorm: de norm van artikel 21 onderdeel c van de wet. f. WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten g. WSF 2000: Wet Studiefinanciering Artikel2Uitvoering De uitvoering van deze verordening berust bij het college van burgemeester en wethouders. DeelII.Recht op langdurigheidstoeslag Artikel3Langdurig, laag inkomen 1 Aan de in artikel 36, eerste lid, van de wet gestelde voorwaarde van het hebben van een langdurig, laag inkomen is voldaan als gedurende referteperiode het inkomen niet uitkomt boven 100 procent van de bijstandsnorm. 2Niet voor de langdurigheidstoeslag in aanmerking komt de belanghebbende die een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF
- 3Niet voor de langdurigheidstoeslag in aanmerking komt de belanghebbbende, van wie het perspectief op inkomensverbetering is verminderd tengevolge van het schenden van de arbeids-en re-integratieverplichtingen. Artikel4Hoogte van de langdurigheidstoeslag 1De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar: a. voor gehuwden € 498,00, b. voor een alleenstaande ouder € 447,00 en c. voor een alleenstaande € 349,
- 2Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum bepalend. 3Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1 van de wet komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. 4De in het eerste lid genoemde bedragen worden met ingang van 1 januari 2010 jaarlijks aangepast met het indexeringspercentage voor alimentaties. DeelIII.Slotbepalingen Artikel5Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening langdurigheidstoeslag 2009 Artikel6Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 mei 2009 en werkt terug tot 1 januari
- Aldus besloten in de openbare vergadering van 25 mei 2009De voorzitter, De griffier,
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.