← Nederland

Destructieverordening 1995 (Son en Breugel)

Destructieverordening 1995De raad van de gemeente Son en Breugel; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 mei 1995; gelet op artikel 17 van de Destructiewet (stb.); B E S L U I T : vast te stellen de volgende verordening : Artikel1 Deze verordening verstaat onder : wet : de Destructiewet (stb.); aangifteplichtige : degene, die als houder of eigenaar van het destructiemateriaal ingevolge de wet verplicht is daarvan aangifte te doen; destructiemateriaal : dode honden, dode katten en het krachtens artikel 2, tweede lid, van de wet aangewezen dierlijk afval. Artikel2 Burgemeester en wethouders wijzen één of meer verzamelplaatsen aan, waar het destructiemateriaal in ontvangst wordt genomen. Artikel3 De aangifteplichtige is gehouden uiterlijk op de eerste werkdag, die volgt op de dag waarop het destructiemateriaal is ontstaan, het materiaal te vervoeren naar de naastbijgelegen verzamelplaats en het daar aan te geven en af te staan. Artikel4 Tot het tijdstip van afgifte is de aangifteplichtige gehouden het destructiemateriaal zodanig te bewaren, dat vermenging met ander materiaal wordt voorkomen. Artikel5Nieuw Artikel De artikelen 3 en 4 vinden geen toepassing voor zover artikel 6 van het Destructiebesluit van toepassing is. Artikel6Nieuw Artikel 1Deze verordening kan worden aangehaald als Destructieverordening 1995 2Zij treedt in werking op de dag, volgende op die van haar afkondiging. 3De Destructieverordening 1989 vervalt. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad d.d. 24 mei 1995. DE RAAD VOORNOEMD,De secretaris, De voorzitter, Toelichting1Artikelsgewijze toelichting Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) kan op grond van artikel 2, tweede lid van de Destructiewet categorieën aanwijzen van dierlijk afval als hoog-risico-materiaal en daarvan bepalen, dat artikel 17 van toepassing is. Het gaat hierbij om vogels, die gestorven zijn aan botulisme en om kadavers van dieren in dierentuinen, die uit een oogpunt van volksgezondheid gevaarlijk kunnen zijn. Artikel 2 en 3 De wet bevat geen bepalingen over het verzamelen van dode honden en katten. Het gemeentebestuur kan derhalve één of meer verzamelplaatsen aanwijzen. Dit is in ieder geval de gemeentewerf, waar zich een ton met koeling bevindt voor het verzamelen van deze dode dieren. De bevoegde instantie is dan de aanwezige ambtenaar van de betreffende dienst. Het gemeentebestuur kan ook de vaak bestaande praktijk handhaven om dierenartsen of dierenambulance-organisaties aan te wijzen als voor het verzamelen bevoegde personen of instanties. Artikel 4 Met deze bepaling wordt bedoeld, dat dode honden en katten niet samen met ander materiaal van dierlijke herkomst mogen worden bewaard. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om halsbanden, touw en kleden. Artikel 5 Op grond van artikel 13, lid 3, van de gewijzigde Destructiewet zal de Minister van VWS in het Destructiebesluit bepalen, dat er uitzonderingen bestaan op de regel, dat dode honen en katten moeten worden afgestaan aan de destructor. Indien deze dieren worden begraven op het terrein van de eigenaar of houder of op een plaats die ingevolge een besluit van het gemeentebestuur voor dit doel is toegelaten, hetzij worden verast is een crematorium, behoeven deze niet te worden afgestaan aan de destructor.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.