Faciliteitenregeling raads- en commissieleden gemeente Son en Breugel 2002FACILITEITENREGELING RAADS- EN COMMISSIELEDEN GEMEENTE SON EN BREUGEL 2002 De raad der gemeente Son en Breugel; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 december 2002, bijlage nr.: 72 - 2002; gelet op de artikelen 95 tot en met 99 van de Gemeentewet en het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden; B E S L U I T: vast te stellen de volgende "Faciliteitenregeling raads- en commissieleden gemeente Son en Breugel 2002". Artikel1Definities In deze regeling wordt verstaan onder: Raadslid: lid van de gemeenteraad van Son en Breugel Commissielid:het burgerlid dat namens een der fracties in een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de Gemeentewet is benoemd; Bevoegd gezag: burgemeester en wethouders van Son en Breugel; Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244; Pseudo-werknemer: raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt; Deelnemer: het raadslid dat op grond van pseudo-werknemerschap aan de pc-privéregeling deelneemt; Artikel2Vergoeding voor de werkzaamheden 1Aan het raadslid wordt een vergoeding voor de werkzaamheden toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld in tabel I van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. 2Het commissielid ontvangt voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie een vergoeding die gelijk is aan het bedrag, vermeld in tabel IV van het Rechtspositiebesluit Raads- en commissieleden. Artikel3Onkostenvergoeding 1Aan het raadslid wordt een onkostenvergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap verbonden kosten toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld in tabel II van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. 2Aan een raadslid dat te kennen heeft gegeven als pseudo-werknemer te willen worden aangemerkt, wordt in afwijking van het eerste lid een onkostenvergoeding toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld in tabel III van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Artikel4Berekening en betaling vaste vergoedingen 1Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1, onder e, en 8 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden vangen de vergoedingen bedoeld in de artikelen 2 en 3 aan op de dag van het afleggen van de eed of belofte bedoeld in artikel 14 van de Gemeentewet. 2Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1, onder e, en 8 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden eindigen de vergoedingen bedoeld in de artikelen 2 en 3 op de dag bedoeld in artikel C, tweede lid, van de Kieswet, dan wel het tijdstip bedoeld in de artikelen X1, eerste en derde lid, X6 en X8, tweede, derde en vijfde van de Kieswet. 3De vergoedingen bedoeld in de artikelen 2, lid 1 en artikel 3, worden maandelijks uitbetaald. 4De vergoedingen bedoeld in artikel 2, lid 2 worden tweemaal per jaar, in de maanden juni en december uitbetaald. Artikel5Reiskosten 1De ten behoeve van het raadswerk gemaakte kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het raadslid vergoed. 2De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft: bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een (trein)taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten; bij gebruik van een eigen motorvoertuig een vergoeding per kilometer overeenkomstig het bedrag genoemd in artikel 2 van de Reisregeling binnenland. (Per 1-1-2002 € 0,28 per afgelegde kilometer.) 3Het commissielid dat ten behoeve van de werkzaamheden van de commissie reiskosten moet maken als bedoeld in lid 1 ontvangt een vergoeding overeenkomstig de bepalingen genoemd in lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.