Verordening Cliëntenparticipatie Wwb en Wij 2009De raad van de gemeente Son en Breugel; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Son en Breugel van 15 september 2009, bijlage nr.: 48 – 2009; Gelet op artikel 147 van de Gemeentewet; en de artikelen 47 en 7 lid 1 Wet werk en bijstand; en artikel 12, eerste lid en onderdeel d van de Wet investeren in jongeren; Besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening Cliëntenparticipatie Wwb en Wij 2009 Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: Cliëntenparticipatie : het –tijdig- betrekken van (lokale) platforms bij de voorbereiding van besluitvorming in het kader van het gemeentelijke beleid met betrekking tot sociale zaken. College : het college van burgemeester en wethouders van Son en Breugel. Cliënt : cliënt van de afdeling Werk en Samenleving in het kader van de uitvoering van de Wet werk en bijstand en Wet Investeren in Jongeren (inclusief minimabeleid en andere inkomensregelingen). Belangenorganisaties : Organisaties, die binnen hun doelstelling (ook) de behartiging van belangen van cliënten opgenomen hebben. Artikel2Doelstelling In artikel 47 van de Wet werk en bijstand en in artikel 12 van de Wet Investeren in Jongeren is vastgelegd dat cliënten en vertegenwoordigers van belangenorganisaties invloed moeten kunnen uitoefenen op het lokale beleid met betrekking tot de Wet werk en bijstand. Er dient sprake te zijn van goede communicatie tussen cliënten, vertegenwoordigers van belangenorganisaties en het lokale bestuur. Om dit doel te bereiken wordt een cliëntenoverlegorgaan opgericht onder de naam Cliëntenparticipatie Son en Breugel (CLIP). Artikel3Beleidsterreinen 1De Cliëntenparticipatie adviseert het gemeentebestuur over: het gemeentelijk beleid op het terrein van de Wwb, de Wij, de Ioaw en de Ioaz, onderwerpen die verwant zijn aan de Wwb, de Wij, de Ioaw en de Ioaz en onderwerpen die de minima in Son en Breugel raken 2In de vergaderingen komt het beleid met betrekking tot de hiervoor genoemde regelingen en aanverwante zaken aan de orde. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling om de individuele belangen van cliënten aan de orde te stellen. Artikel4Samenstelling 1De Cliëntenparticipatie bestaat uit cliënten van de afdeling Werk en Samenleving en vertegenwoordigers van cliëntenbelangenorganisaties. Deze belangenorganisaties kunnen bijvoorbeeld zijn de ouderenbonden en de kerken. 2De Cliëntenparticipatie telt maximaal 12 leden. 3Leden van de Cliëntenparticipatie worden aangewezen door het college op voordracht van de Cliëntenparticipatie. 4Het lidmaatschap van de Cliëntenparticipatie is onverenigbaar met het (burger‑)lidmaatschap van de gemeenteraad, het college, dan wel met het werkzaam zijn op de afdeling Werk en Samenleving. Artikel5Werkwijze 1De organisatie en werking van de Cliëntenparticipatie is vastgelegd in het Reglement CLIP. Dit reglement wordt op voorstel van de Cliëntenparticipatie vastgesteld door het college. 2Het college kan de Cliëntenparticipatie om advies vragen. Advies wordt in ieder geval gevraagd ten aanzien van de uitvoering van het gemeentelijke beleid inzake de Wwb, de Wij, de Ioaw, de Ioaz en aanvullende regelingen voor de minima. 3Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd, dat het uitgebrachte advies toegevoegd kan worden aan de stukken die bij de definitieve besluitvorming worden betrokken. 4Adviezen kunnen door de Cliëntenparticipatie desgewenst ook uit eigen beweging worden verstrekt. 5In het geval dat het afgeweken wordt van het advies van de Cliëntenparticipatie, wordt dit bij het besluit vermeld. Tevens wordt aangegeven op welke gronden van het advies van de Cliëntenparticipatie is afgeweken. Het voorgaande wordt na de besluitvorming ook bekendgemaakt aan de Cliëntenparticipatie. 6De vergadering vindt tenminste zes maal per jaar plaats en voorts zo vaak als de voorzitter en of CLIP noodzakelijk vindt. Artikel6De voorzitter 1De leden van de Cliëntenparticipatie kiezen met meerderheid van stemmen een voorzitter. 2De zittingsduur voor de voorzitter is, behoudens tussentijds aftreden, vier jaar. De voorzitter is na afloop van deze termijn éénmaal terstond herkiesbaar. 3De voorzitter blijft na het verstrijken van de termijn in functie totdat een nieuwe voorzitter is gekozen. 4Bij het staken van de stemmen in de vergadering heeft de voorzitter een beslissende stem. Artikel7De secretaris 11.De leden van de Cliëntenparticipatie kiezen met meerderheid van stemmen uit hun midden een secretaris. 2Tot de taken van de secretaris behoren in ieder geval: - Het in overleg met de voorzitter verzorgen van de agenda voor de vergaderingen van de Cliëntenparticipatie;- Het verzorgen van de vastlegging van besluiten van de Cliëntenparticipatie;- Het opstellen van een begroting voor de Cliëntenparticipatie;- Het opstellen van het jaarverslag van de Cliëntenparticipatie;- Het voeren van correspondentie namens de Cliëntenparticipatie;- Het verzorgen van het archief van de Cliëntenparticipatie;- Het volgen van de ontwikkelingen in de wetgeving. Artikel8Externe deskundigen 1Het staat de Cliëntenparticipatie vrij om externe deskundigen te betrekken bij hun vergaderingen. 2De externe deskundigen, als genoemd in lid 1, komen niet in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in artikel 9 van deze verordening. Artikel9Facilitering 1Het college zorgt er voor dat de Cliëntenparticipatie kan beschikken over de middelen die noodzakelijk zijn om de in deze verordening geformuleerde taken te kunnen uitvoeren. 2Ten behoeve van de Cliëntenparticipatie wordt jaarlijks in de begroting een budget opgenomen. 3Ten laste hiervan kunnen ondermeer kosten die verband houden met deskundigheidsbevordering, reiskosten en organisatiekosten worden ondergebracht, dit ter beoordeling van het college. 4De gemeente stelt vergaderruimte en kopieerfaciliteiten beschikbaar. 5Aan de voorzitter en de leden van de Cliëntenparticipatie wordt een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen verstrekt. De hoogte van deze vergoedingen wordt vastgesteld door het college. Artikel10Informatievoorziening door de gemeente Door of namens het college wordt de Cliëntenparticipatie voorzien van de voor de uitvoering van zijn taak relevante informatie. Artikel11Geheimhoudingsplicht De leden van de Cliëntenparticipatie nemen kennis van het bepaalde in artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht met betrekking tot de geheimhouding van informatie. Behoudens voorafgaande schriftelijke toestemming van het college, zal de cliëntenparticipatie informatie en gegevensdragers die hem ter beschikking staan niet aan derden kenbaar maken. Artikel12Slotbepalingen 1Het college kan met betrekking tot de uitvoering van deze verordening nadere regels stellen. 2Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening Cliëntenparticipatie Wwb en Wij 2009”. 3Deze verordening treedt in werking op 1 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.