← Nederland

Verordening voorzieningen wethouders, raads-en commissieleden 2008 (Laren)

Verordening voorzieningen wethouders, raads-en commissieleden 2008De raad van de gemeente Laren; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 23 september 2008; gelet op de artikel 44, 95 tot en met 99 en 147 van de Gemeentewet, gelet op het Rechtspositiebesluit wethouders en het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, b e s l u i t: vast te stellen de volgende Verordening voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden

  1. HoofdstukIBegripsomschrijvingen Artikel1 In deze verordening wordt verstaan onder: a. commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de Gemeentewet c.q. als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht; b. Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 243; c. Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244; d. Regeling rechtspositie wethouders: Ministerieel besluit van 20 februari 2004, Stcrt. 41; e. Verplaatsingskostenbesluit 1989: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken vana 20 oktober 1989, nr. AB87/74/U6DGMP/AV/FAR. Stcrt. 212; f. Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt. 56; g. Reisregeling buitenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/U1011, Stcrt. 181; h. raadslid: lid van gemeenteraad; i. de griffier: de griffier als bedoeld in artikel 107 van de gemeentewet; j. de gemeentesecretaris: de secretaris als bedoeld in artikel 102 van de gemeentewet. HoofdstukIIVoorzieningen voor raadsleden Artikel2Vergoeding voor de werkzaamheden Aan het raadslid wordt een vergoeding voor de werkzaamheden toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld in tabel I van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Artikel3Onkostenvergoeding 1Aan het raadslid wordt een onkostenvergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap verbonden kosten toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld in tabel II van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. 2Aan een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, wordt in afwijking van het eerste lid een onkostenvergoeding toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld in tabel III van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Artikel4Berekening en betaling vaste vergoedingen 1Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1, onder e, en 8 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden vangen de vergoedingen bedoeld in de artikelen 2 en 3 aan op de dag van het afleggen van de eed of belofte bedoeld in artikel 14 van de Gemeentewet. 2Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1, onder e, en 8 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden eindigen de vergoedingen bedoeld in de artikelen 2 en 3 op de dag bedoeld in artikel C4, tweede lid, van de Kieswet, dan wel het tijdstip bedoeld in de artikelen X1, eerste en derde lid, X6 en X8, tweede, derde en vijfde van de Kieswet. 3De vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, worden maandelijks uitbetaald. Artikel5Reiskosten 1De ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden aan het raadslid vergoed. 2De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft: a. bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een (trein)taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten; b. bij gebruik van een eigen motorvoertuig of bromfiets: een vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Reisregeling binnenland. 3Indien het raadslid in het gemeentelijk belang een reis buiten Nederland maakt, worden de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reis- en verblijfkosten vergoed overeenkomstig het bepaalde in de Reisregeling buitenland. Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland is vooraf instemming van de raad vereist. Artikel6Verblijfkosten De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfkosten ter zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het raadslid vergoed, tot ten hoogste de bedragen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositiebesluit wethouders. Artikel7Cursus, congres, seminar of symposium 1De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen, seminars, symposia en excursies die in het gemeentebelang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente. 2De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen, seminars en symposia die als lid van de gemeenteraad wordt gemaakt, komen in beginsel voor vergoeding in aanmerking, voor zover deze kosten het vastgestelde budget voor opleidingen / cursussen per raadslid per jaar niet te boven gaan. 3De beoordeling of en in hoeverre de deelname aan de in lid 2 benoemde activiteiten van een raadslid voor vergoeding in aanmerking komt, geschiedt door de fractievoorzitter, of voor zover nodig, door de fractie van de politieke partij waartoe het raadslid behoort. Artikel8Computer en laptop c.a. / internetaansluiting via ADSL of kabel 1Aan het raadslid wordt voor de uitoefening van het raadslidmaatschap op aanvraag een computer of laptop met bijbehorende randapparatuur en software in bruikleen ter beschikking gesteld. De apparatuur kent een afschrijvingstermijn van drie jaar. 2Het raadslid draagt zelf zorg voor de aanschaf van de computer of laptop met bijbehorende randapparatuur en software. 3Het raadslid sluit voor de bruikleen een bruikleenovereenkomst af met de gemeente zoals opgenomen in bijlage A bij dit besluit. 4Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. 5De abonnementskosten van ADSL ten behoeve van het gebruik van een computer die benodigd is voor de uitoefening van het raadslidmaatschap komen wat betreft het providergedeelte volledig en wat betreft het gesprekskostengedeelte voor de helft voor rekening van de gemeente. De eventuele aanlegkosten van ADSL komen in dat geval geheel voor rekening van de gemeente. 6De kosten van het internetabonnement via de kabel ten behoeve van het gebruik van een computer die benodigd is voor de uitoefening van het raadslidmaatschap komen voor de helft voor rekening van de gemeente. De eventuele aanlegkosten van de internetaansluiting via de kabel komen in dat geval geheel voor rekening van de gemeente. Artikel9Spaarloonregeling/levensloopregeling 1Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f,van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentepersoneel geldende spaarloonregeling. 2Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan deel nemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting
  2. 3Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien het raadslid gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling. 4Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente. Artikel10Fietsregeling 1Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, kan deelnemen aan de voor het gemeentebestuur geldende fietsregeling als bedoeld in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting
  3. Naar keuze van het raadslid wordt de raadsvergoeding dan wel vaste onkostenvergoeding verminderd met de vergoeding voor de fiets als bedoeld in de Uitvoeringsregeling. 2Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente. Artikel11Verlaging vergoeding werkzaamheden bij arbeidsongeschiktheid De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, kan op verzoek van een raadslid worden verlaagd in het geval hij een uitkering ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Artikel11aZiektekostenvoorziening 1De tegemoetkoming van de kosten van een ziektekostenverzekering als bedoeld in artikel 11 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden bedraagt € 175,= per jaar (per 1 januari 2006 en wordt jaarlijks geïndexeerd. 2In het geval een raadslid gedurende een gedeelte van het kalenderjaar lid van de raad is geweest, ontvangt hij de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is geweest. 3De betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, geschiedt in maandelijkse termijnen. Artikel12Compensatie korting werkloosheidsuitkering 1In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van de Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de vergoeding voor de werkzaamheden die dit raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting. 2In het geval een raadslid een uitkering opgrond van het Besluit Werkloosheid Onderwijs- en onderzoekpersoneel ontvangt en de na toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de vergoeding voor de werkzaamheden die dit raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting. Artikel12aVoorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en bevalling of ziekte 1De artikelen 2 tot en met 4, 8, 10 tot en met 12 blijven van toepassing op het raadslid aan wie ingevolge artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien verstande dat de onkostenvergoeding die dit raadslid op grond van artikel 3, eerste of tweede lid, ontvangt, de helft bedraagt van het bedrag dat op grond van die bepalingen van toepassing is. 2De artikelen 1 tot en met 7, 8 eerste, tweede, vierde en vijfde lid, en 11 tot en met 12 van deze verordening zijn van toepassing op raadsleden die tijdelijk worden benoemd ter vervanging van een raadslid dat ingevolge artikel X10 van de Kieswet tijdelijk ontslag heeft gekregen wegens zwangerschap en bevalling of ziekte HoofdstukIIIVoorzieningen voor wethouders Artikel13Onkostenvergoeding Aan de wethouder wordt een onkostenvergoeding toegekend voor overige aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 25, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders. Artikel14Reiskosten woon-werkverkeer Aan de wethouder wordt voor het reizen tussen zijn woning en zijn plaats van tewerkstelling, indien de afstand daartussen meer dan tien kilometer bedraagt, een tegemoetkoming in de kosten van het reizen verleend overeenkomstig de bedragen die bij of krachtens artikel 12 van het Verplaatsingskostenbesluit 1989 zijn vastgesteld. Artikel15Zakelijke reiskosten Aan de wethouder wordt naast de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 13, vergoeding verleend voor gemaakte reiskosten ter zake van andere dan de in artikel 13 bedoelde reizen ten behoeve van de gemeente. De vergoeding betreft: a. bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een (trein)taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten; b. bij gebruik van een eigen motorvoertuig of bromfiets: een vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten overeenkomstig de bedragen van de Regeling rechtspositie wethouders. Artikel16Verblijfkosten De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfkosten ter zake van reizen, bedoeld in artikel 15 worden volledig aan de wethouder vergoed. Artikel17Buitenlandse dienstreis 1Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten Nederland maakt, worden de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reis- en verblijfkosten vergoed overeenkomstig artikel 2a van de Reisregeling buitenland. 2Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland is vooraf toestemming van het college vereist. Artikel18Cursus, congres, seminar of symposium 1De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente 2De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, deelt dit mede aan het college. Zonodig vindt overleg plaats binnen het college op basis van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van belang is in verband met de uitoefening van het ambt van wethouder. Artikel19Computer en laptop c.a. / internetaansluiting via ADSL of kabel 1Aan de wethouder wordt voor de uitoefening van zijn ambt op aanvraag een computer of laptop met bijbehorende randapparatuur en software in bruikleen ter beschikking gesteld. 2De wethouder draagt zelf zorg voor de aanschaf van de computer of laptop met bijbehorende randapparatuur en software. De onkosten komen voor rekening van de wethouder. 3De wethouder sluit daartoe een bruikleenovereenkomst af met de gemeente, zoals opgenomen in bijlage A bij dit besluit. 4Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. 5De abonnementskosten van ADSL ten behoeve van het gebruik van een computer die benodigd is voor de uitoefening van het raadslidmaatschap komen wat betreft het providergedeelte volledig en wat betreft het gesprekskostengedeelte voor de helft voor rekening van de gemeente. De eventuele aanlegkosten van ADSL komen in dat geval geheel voor rekening van de gemeente. 6De kosten van het internetabonnement via de kabel ten behoeve van het gebruik van een computer die benodigd is voor de uitoefening van het wethouderschap komen voor de helft voor rekening van de gemeente. De eventuele aanlegkosten van de internetaansluiting via de kabel komen in dat geval geheel voor rekening van de gemeente. Artikel20Mobiele telefoon met kantoorfuncties 1Aan de wethouder wordt voor de uitoefening van zijn ambt op aanvraag een mobiele telefoon met kantoorfuncties in bruikleen ter beschikking gesteld. 2De wethouder sluit daartoe een bruikleenovereenkomst af met de gemeente, zoals opgenomen in bijlage B. bij dit besluit. 3Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. Artikel21Spaarloonregeling/levensloopregeling 1De wethouder van kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling. 2De wethouder kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting
  4. 3Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien de wethouder gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling. 4Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente. Artikel22Fietsregeling 1De wethouder kan deelnemen aan de voor het gemeentebestuur geldende fietsregeling als bedoeld in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting
  5. Naar keuze van de wethouder wordt de bezoldiging dan wel de vaste onkostenvergoeding dan wel eindejaarsuitkering verminderd met de vergoeding voor de fiets als bedoeld in de Uitvoeringsregeling. 2Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente. Artikel23Reis- en pensionkosten, verhuiskosten De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente beschikt heeft ten last van de gemeente aanspraak op vergoeding voor van: a. Reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 van de Regeling rechtspositie wethouders; b. Verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling rechtspositie wethouders. HoofdstukIVVoorzieningen voor commissieleden Artikel23aVergoeding voor het bijwonen van commissievergaderingen 1Het lid van een commissie ontvangt voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie de maximale vergoeding die gelijk is aan het bedrag, vermeld in tabel IV van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. 2Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96, tweede lid, van de Gemeentewet ontvangt. 3Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een commissie a. als raadslid of wethouder; b. uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd; c. als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling, organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang dient. 4In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, stelt het college, met uitzondering van de Rekenkamercommissie (deze heeft een eigen regeling), een hogere vergoeding vast, ten aanzien van a. een lid van een commissie die op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie voor deelname aan haar werkzaamheden is aangetrokken, en b. een lid van een commissie ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en de omvang van de door hem te verrichten arbeid. 5Hetgeen in het vierde lid is bepaald is van toepassing op: - de leden van de Commissie voor bezwaarschriften; - de leden van de Bezwarencommissie functiewaardering; - de leden van de Toetsingscommissie FUWA; - de leden van de Commissie rechtspositionele zaken; - de leden van de Commissie Welstand en Monumenten. Artikel24Reis- en verblijfkosten 1Aan het lid van een commissie dat geen raadslid of wethouder is, en buiten Laren woonachtig is en niet in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot lid van de commissie is benoemd worden de reiskosten voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie vergoed. De vergoeding betreft: a. bij gebruik van openbare middelen van vervoer: een volledige vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten; b. bij gebruik van een eigen motorvoertuig of bromfiets: een vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders; 2Onverminderd het bepaalde in het eerste lid worden de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente vergoed overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie wethouders. Artikel25Buitenlandse excursie of reis 1De gemeenteraad kan een commissie uit de gemeenteraad toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland. De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden. 2De in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door of vanwege de gemeente georganiseerd. 3De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor rekening van de gemeente. Artikel26Cursus, congres, seminar of symposium 1De kosten van deelname van een commissielid, als bedoeld in artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet, aan cursussen, congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente. 2De kosten van deelname van een commissielid als bedoeld in lid 1 aan cursussen, congressen, seminars, symposia en excursies die als lid van de gemeenteraad wordt gemaakt, komen in beginsel voor vergoeding in aanmerking, voor zover deze kosten het vastgestelde budget voor opleidingen / cursussen per raadslid per jaar niet te boven gaan 3De beoordeling of en in hoeverre de deelname aan de in lid 2 benoemde activiteiten van een commissielid voor vergoeding in aanmerking komt, geschiedt door de fractievoorzitter, of voor zover nodig, door de fractie van de politieke partij waartoe het commissielid behoort. Artikel27Gebruik computer en laptop c.a. Aan een commissielid, als bedoeld in artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet wordt ter compensatie van het gebruik van eigen computer of laptop met bijbehorende randapparatuur vanwege de uitoefening van het lidmaatschap van een raadscommissie, een geldelijke vergoeding verstrekt. HoofdstukVDe procedure van declaratie Artikel28Betaling van kosten Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door a. betaling uit eigen middelen; of b. rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente. Artikel29Declaratie van vooruit betaalde kosten 1Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in deze verordening wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier, zoals opgenomen in bijlage C. bij dit besluit, indien deze kosten uit eigen middelen vooruit zijn betaald. 2Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend en uiterlijk binnen 1 maand ingediend: - indien het een wethouder betreft bij de gemeentesecretaris, en - indien het een raadslid of commissielid betreft bij de griffier, en - indien het een lid van een commissie betreft dat geen raadslid of wethouder is bij een aangewezen ambtenaar, onder bijvoeging van de originele bewijsstukken Artikel30Rechtstreekse facturering bij de gemeente 1De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 7, 18 en 26 kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door het raadslid, wethouder, dan wel een commissielid, als bedoeld in artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet, voor akkoord ondertekende factuur aan de gemeente. 2Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het declaratieformulier, zoals opgenomen in bijlage C. bij dit besluit, volledig in te vullen en te ondertekenen. 3Het ingevulde en ondertekende declaratieformulier wordt samen met de factuur binnen 1 maand ingediend - indien het een wethouder betreft bij de gemeentesecretaris, en - indien het een raadslid of commissielid betreft bij de griffier. HoofdstukVISlotbepalingen Artikel31Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden 2008”. Artikel32Inwerkingtreding 1Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking van de verordening. 2Op dat tijdstip vervalt de “Verordening voorzieningen wethouders, raadsleden en commissieleden 2006” vastgesteld bij raadsbesluit van 24 januari 2007 en vastgestelde wijzigingen nadien met uitzondering van de besluiten over de vastgestelde vergoedingen als bedoeld in artikel 23 lid
  6. Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Laren in zijn openbare vergadering van 29 oktober
  7. drs. T.W. Zwemmer drs. E.J. Roest raadsgriffier voorzitterBijlageBijlagen Verordening voorzieningen wethouders ed Bijlagen Verordening voorzieningen wethouders ed Toelichting

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.