Binnenhavengeldverordening 2010 De gemeenteraad van Vlaardingen, Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van, R.nr. ; Gelet op de artikelen 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, en 229a van de Gemeentewet; Besluit: vast te stellen de hierna volgende Binnenhavengeldverordening 2010 Artikel1Begripsbepalingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. vaartuig: een drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen van al dan niet met het drijvende lichaam een geheel uitmakende voorwerpen; b. meetbrief: het document als bedoeld in artikel 782, vierde lid, van het Wetboek van Koophandel in samenhang met het besluit van 24 oktober 1983 (Besluit binnenschependocumenten, Stb. 548); c. schip: een binnenschip of een vissersschip; d. binnenschip: een vaartuig - niet zijnde een pleziervaartuig - dat uitsluitend gebruikt wordt voor de vaart op binnenwateren; e. vrachtschip: een binnenschip dat hoofdzakelijk gebezigd wordt voor het vervoer van goederen; f. passagiersschip: een binnenschip dat middel van openbaar vervoer is of hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoeren van personen; g. zeilend bedrijfsvaartuig: een vaartuig, dat overwegend of geheel met behulp van zeilen wordt voortgestuwd en dat hoofdzakelijk wordt gebezigd voor het bedrijfsmatig vervoer van personen; h. sleepboot: een binnenschip dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het slepen of duwen van andere vaartuigen; i. zeevissersschip: een vaartuig dat hoofdzakelijk gebruikt wordt voor het vangen van vis of andere levende rijkdommen van de zee, doch niet voor de walvisvaart; j. laadvermogen: het in tonnen uitgedrukte verschil tussen de zoetwaterverplaatsing van een schip bij de grootst toegelaten diepgang en die van het ledige schip; k. ton: een massa van 1.000 kilogram; l. bruto-ton, BT: de eenheid voor de bruto-inhoud van een zeeschip zoals bedoeld in het Verdrag inzake de meting van schepen, Londen 1969 (Trb. 1979, nr. 122 en 194); m. tabel: de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel; n. termijn: een in de tabel genoemde tijdsduur waarin het gebruik van de haven plaatsvindt; o. dag: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangende te 0.00 uur; p. 7 en 14 dagen: een aaneengesloten tijdvak van 7, onderscheidenlijk 14 dagen; q. maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 dagen; r. kwartaal: een kalenderkwartaal; s. jaar: een kalenderjaar; t. haven: de wateren binnen de gemeente, die voor de scheepvaart open staan en voor de openbare dienst bestemde kaden, aanlegsteigers, meer palen, boeien en andere soortgelijke werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of onderhoud zijn; u. belangrijke herstelwerkzaamheden: herstellingen en veranderingen aan vitale delen van een vaartuig zodanig dat tijdelijk de normale functie van het vaartuig niet kan worden vervuld en als gevolg daarvan niet als bedrijfsklaar kan worden beschouwd; v. samenwerkingsregeling: de samenwerkingsregeling met de gemeente Rotterdam c.q. het Havenbedrijf Rotterdam NV. Artikel2Aard van de heffing; belastbaar feit Onder de naam binnenhavengeld worden rechten geheven ter zake van het gebruik met een vaartuig overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde gemeentewateren of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn alsmede ter zake van het genot van diensten door het gemeentebestuur met betrekking tot een vaartuig verstrekt. Artikel3Belastingplicht Het binnenhavengeld wordt geheven van de kapitein, de schipper, de reder of de eigenaar van het vaartuig, degene die het vaartuig heeft gecharterd dan wel van degene die als vertegenwoordiger van een van dezen optreedt. Artikel4Vrijstellingen Geen binnenhavengeld wordt geheven ter zake van: a. het gebruik van de haven ter zake waarvan zeehavengeld wordt geheven, waarvan havengeld pleziervaartuigen wordt geheven of waarvoor door de gemeente bij overeenkomst een vergoeding is bedongen; b. het gebruik van de haven met een vaartuig uitsluitend voor het in de haven dokken, het op of aan een werf herstellen, het voor de eerste maal vaarklaar maken, het slopen, het wisselen van bemanning, het stellen van kompassen of het ontschepen van zieken of doden, mits: - het gebruik niet langer duurt dan voor een en ander noodzakelijk is en de duur van twee maanden per jaar niet te boven gaat, en: - vooraf van het voornemen tot de handelingen of de werkzaamheden aan het college van burgemeester en wethouders wordt kennis gegeven met vermelding van de vermoedelijke tijdsduur van de handelingen of de werkzaamheden; - bij belangrijke herstelwerkzaamheden de benodigde bewijsstukken worden overgelegd; c. het gebruik van de haven met: - een hospitaalschip; - een woonschip, bedoeld in de Wet op woonwagens en woonschepen (Stbl. 1918,nr. 492); - vaartuigen van ondergeschikte betekenis, zoals roeiboten en kano's; d. vaartuigen waarvan het gebruik van de haven zich uitsluitend beperkt tot een doorvaart tussen de Nieuwe Maas en de Vlaardingse Vaart of omgekeerd dan wel van of naar een verhuurd wateroppervlak in de haven. Artikel5Heffingsmaatstaf
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.