Algemene Subsidieverordening gemeente Blaricum, 2008 t/m 2011 De gemeenteraad stelt de volgende regeling vast: Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: • Awb Algemene wet bestuursrecht • Gemeente: gemeente Blaricum • Raad: gemeenteraad van Blaricum • College college van burgemeester en wethouders van Blaricum • Subsidie: de aanspraak op financiële middelen zoals bedoeld in artikel 4:21 Awb. • Budgetsubsidie: financiële bijdrage die voor een tijdvak van maximaal vier jaar wordt verleend met de intentie inhoudelijk te sturen op prestaties en resultaat en die jaarlijks wordt geïndexeerd • Prestatie- overeenkomst: een uitvoeringsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 4:36 van de Awb • Structurele subsidie: een, in beginsel, jaarlijks terugkerende financiële bijdrage in de exploitatiekosten teneinde activiteiten met een duurzaam karakter in stand te houden. • Eenmalige subsidie: financiële bijdrage aan activiteiten met een eenmalig en/of experimenteel karakter. • Waarderingssubsidie: een van de exploitatieresultaten onafhankelijke financiële bijdrage, bedoeld om activiteiten te ondersteunen zonder inhoudelijk op prestaties of resultaat te sturen • Instelling: een rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie, die zonder winstoogmerk activiteiten verricht ten behoeve van inwoners van de gemeente Blaricum. • Subsidieplafond: het bedrag zoals bedoeld in artikel 4:22 van de Awb • Subsidiehandreiking: een document, waarin het subsidieplafond en de verdeling van het subsidieplafond over de voor subsidie in aanmerking komende producten en activiteiten zijn opgenomen Artikel2Rechtspersoonlijkheid 1Subsidie kan slechts worden verleend aan instellingen met een volledige rechtspersoonlijkheid. 2In bijzondere gevallen kan het college afwijken van het in lid 1 bepaalde. Artikel3Reikwijdte 1Deze verordening is slechts van toepassing op activiteiten zoals opgenomen en omschreven in de subsidiehandreiking. 2Deze verordening is slechts van toepassing op subsidies die worden aangewend voor activiteiten in of ten behoeve van de inwoners en/of specifieke doelgroepen van de gemeente Blaricum. 3De raad kan bepalen dat deze verordening niet of slechts ten dele van toepassing is op bepaalde (soorten van) subsidies. Artikel4Algemene bevoegdheden en verplichtingen college 1Het college is bevoegd tot het verstrekken en weigeren van subsidies. 2Het college is bevoegd een overeenkomst ingevolge artikel 4:36 Awb te sluiten. 3Het college is verplicht eenmaal per vier jaar verslag uit te brengen aan de raad inzake de doeltreffendheid en effecten van de verstrekte subsidies. Artikel5Subsidieplafond 1De raad stelt jaarlijks via de programmabegroting de hoogte van het subsidieplafond vast. 2Het college stelt jaarlijks via de productenbegroting de verdeling van het subsidieplafond over de producten en activiteiten vast. 3Een subsidie wordt verlaagd of geweigerd indien de verlening / vaststelling zou leiden tot overschrijding van het per product / per activiteit vastgestelde budget. Artikel6Subsidiehandreiking 1De nota subsidiebeleid, die voor een periode van vier jaar door de raad wordt vastgesteld, ligt ten grondslag aan de subsidiehandreiking. 2Het college stelt eenmaal per vier jaar de subsidiehandreiking vast; na de jaarlijkse vaststelling van het subsidieplafond door de raad, stelt het college de subsidiehandreiking, waar nodig, jaarlijks bij. 3In de subsidiehandreiking worden opgenomen: a. subsidieplafond, subsidiegrondslag en de wijze van verdeling over de producten en activiteiten alsmede het tijdstip van uitbetaling; b. beleidsdoelstellingen c.q. te leveren prestaties; c. indexering, voor zover van toepassing; d. overige verplichtingen verbonden aan de subsidieverstrekking. Artikel7Algemene gronden voor subsidieverstrekking Aan een instelling kan subsidie worden verleend, indien: 1. uit haar begroting blijkt dat zij met inbegrip van de gemeentelijke subsidie over voldoende middelen beschikt om de gestelde doelstellingen te verwezenlijken; 2. een zodanige werkwijze wordt toegepast dat in redelijkheid kan worden verwacht dat de beoogde doelstellingen kunnen worden gerealiseerd; 3. de instelling voldoet aan het bepaalde bij of krachtens deze verordening. Artikel8Weigeringsgronden 1Subsidies kunnen in ieder geval worden geweigerd op basis van de bepalingen in artikel 3 en artikel 5 lid 2 van deze verordening alsmede op grond van artikel 4:35 van de Awb. Daarnaast kan weigering plaatsvinden indien:
- a)de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden aan het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;
- b)de instelling doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;
- c)ook zonder subsidieverstrekking voldoende middelen beschikbaar zijn om de kosten van de activiteiten te dekken. 2Subsidies worden niet in behandeling genomen, indien de aanvrager niet heeft voldaan aan de in artikel 10 en/of artikel 11 vermelde verplichtingen en tevens in gebreke is gebleven nadat aanvrager schriftelijk de gelegenheid is geboden binnen een maand alsnog aan deze verplichtingen te voldoen. Artikel9Toepassingverklaring Awb Afdeling 4.2.8 van de Awb is van toepassing verklaard op alle per boekjaar verstrekte subsidies aan rechtspersonen: de waarderingssubsidies en de structurele subsidies. Hoofdstuk2Subsidieaanvraag Artikel10Indiening subsidieaanvraag 1Een subsidieaanvraag dient vóór 1 april van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar bij het college te worden ingediend. 2In afwijking van lid 1, dient een aanvraag voor eenmalige subsidie uiterlijk acht weken vóór aanvang van de voorgenomen activiteit te worden ingediend. 3Instellingen zijn verplicht bij een subsidieaanvraag gebruik te maken van het daarvoor bestemde aanvraagformulier en door middel van dit formulier opgave te doen van de bestuurssamenstelling. Artikel11Indienen overige gegevens 1Instellingen die voor de eerste maal een subsidie per boekjaar aanvragen c.q. instellingen die een budgetsubsidie of een subsidie van meer dan € 10.000 aanvragen, zijn verplicht vóór 1 april voorafgaand aan het subsidiejaar een activiteitenplan en begroting in te dienen, zoals bedoeld in artikel 4:62, artikel 4:63 en artikel 4:64 van de Awb. 2Instellingen die een eenmalige subsidie aanvragen, dienen bij hun aanvraag een omschrijving en begroting van de voorgenomen activiteiten te overleggen. 3Alle overige, niet in lid 1 en lid 2 bedoelde instellingen, zijn ontheven van de verplichting tot het indienen van een activiteitenplan en begroting. 4Instellingen die voor de eerste keer subsidie aanvragen c.q. een eenmalige subsidie aanvragen, dienen tevens te overleggen: a. oprichtings- of stichtingsakte b. statuten c. huishoudelijk reglement (indien aanwezig) Artikel12Nadere richtlijnen Het college kan nadere richtlijnen vaststellen waaraan de in artikel 11 vermelde stukken dienen te voldoen en kan aanvullende informatie verlangen indien zij dat voor de beoordeling van de subsidieaanvraag nodig acht. Hoofdstuk3Subsidieverlening en vaststelling Artikel13Subsidiebeschikking en -verlening 1Het college maakt de beslissing op een subsidie uiterlijk acht weken na vaststelling van de gemeentebegroting bekend aan de aanvrager. 2In afwijking van lid 1, maakt het college de beslissing op een eenmalige subsidie uiterlijk binnen acht weken na indiening bekend. 3Instellingen die een eenmalige subsidie, budgetsubsidie of een subsidie van € 10.000 of meer krijgen, ontvangen van het college een beschikking tot subsidieverlening. Voor zover van toepassing, wordt in de beschikking het gehanteerde indexpercentage vermeld. 4Voor alle niet in lid 3 bedoelde instellingen wordt de afgifte van een beschikking tot subsidieverlening achterwege gelaten. Artikel14Uitbetaling van de subsidie 1Het college kan voorschotten op de subsidie verlenen en is bevoegd de subsidie in vier gelijke delen per kwartaal te laten uitbetalen. 2Subsidie wordt binnen acht weken na de subsidievaststelling betaald, tenzij in de beschikking een andere termijn is aangegeven. Artikel15Verantwoording 1Instellingen die een budgetsubsidie of een subsidie van € 10.000 of meer ontvangen, zijn verplicht vóór 1 juni van het jaar volgend op het subsidiejaar een financieel verslag en activiteitenverslag in te dienen. Instellingen met een budgetsubsidie of een subsidie vanaf € 25.000 dienen het financieel verslag tevens te voorzien van een verklaring omtrent getrouwheid en een verslag over de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen, opgesteld door een accountant. 2Bij éénmalige subsidies dienen de rekening en het activiteitenverslag uiterlijk dertien weken na afloop van de activiteiten te worden ingediend. 3Alle overige, niet in lid 1 of lid 2 bedoelde, instellingen dienen eenmaal per vier jaar verantwoording af te leggen middels een verslag over de doeltreffendheid en effecten van de door hen ontvangen subsidies in de afgelopen vier jaar. Artikel16Vaststelling van de subsidie 1Vaststelling van budgetsubsidies en van subsidies vanaf € 10.000 wordt uiterlijk 1 oktober van het jaar volgend op het subsidiejaar kenbaar gemaakt door middel van een beschikking tot subsidievaststelling. 2Vaststelling van eenmalige subsidies wordt uiterlijk acht weken na ontvangst van het activiteitenverslag / financiële verslag kenbaar gemaakt door middel van een beschikking tot subsidievaststelling. 3Vaststelling van alle overige, niet in lid 1 of lid 2 bedoelde, subsidies vindt plaats voorafgaand aan het subsidiejaar en wordt uiterlijk acht weken na vaststelling van de gemeentebegroting kenbaar gemaakt door middel van een beschikking tot subsidievaststelling. Hoofdstuk4Verplichtingen van de instelling Artikel17Toestemmingsvereiste voor instellingen Het college kan een subsidieontvanger de verplichting opleggen om vooraf toestemming te vragen voor de in artikel 4:71 van de Awb vermelde handelingen. Artikel18Instellingen met een prestatieovereenkomst Instellingen die een budgetsubsidie ontvangen, dienen de activiteiten uit te voeren en de prestaties te leveren zoals overeengekomen in de prestatieovereenkomst. Artikel19Participatie Het bestuur van een instelling betrekt haar vrijwilligers en beroepskrachten bij het beleid van de instelling; dit uitgangspunt dient te zijn vastgelegd in de statuten, het huishoudelijk reglement of in een afzonderlijk besluit van de instelling. Hoofdstuk5Intrekking, wijziging of beëindiging Artikel20Intrekken, wijzigen of beëindigen 1Het college kan de subsidie wijzigen, beëindigen dan wel terugvorderen op grond van artikel 4:48 van de Awb en bovendien indien:
- a)de instelling kennelijk een financieel wanbeleid voert;
- b)blijkt dat de subsidie in hoofdzaak voor andere doelen is gebruikt;
- c)sprake is van opheffing, faillissement of surseance van betaling;
- d)blijkt dat instellingen – die buiten Blaricum zijn gevestigd – geen Blaricumse leden of deelnemers (meer) hebben. 2Het college kan de subsidievaststelling intrekken of verlagen op grond van artikel 4:49 van de Awb. 3Indien een instelling niet voldoet aan de in artikel 15 genoemde verplichtingen en tevens in gebreke is gebleven nadat schriftelijk de gelegenheid is geboden binnen een maand alsnog aan deze verplichtingen te voldoen, zal de subsidie ambtshalve worden vastgesteld met toepassing van een korting van 20%. Artikel21Bezuinigingen c.q. bevriezing van subsidies Indien een prestatieovereenkomst is afgesloten, behoudt het college de bevoegdheid de subsidie tussentijds te verminderen c.q. te bevriezen onder gelijktijdige aanpassing van de verlangde prestaties. Van deze bevoegdheid wordt alleen gebruik gemaakt indien de budgettaire positie van de gemeente daar dringend aanleiding toe geeft. De verlaging van de subsidie wordt tenminste 3 maanden voor aanvang van het volgende subsidiejaar bekendgemaakt. Hoofdstuk6Overige bepalingen Artikel22Vermogensvorming 1Indien subsidieverstrekking heeft geleid tot vermogensvorming, is de subsidieontvanger in de gevallen bedoeld in artikel 4:41, lid 2 Awb een vergoeding verschuldigd. 2De hoogte van de in lid 1 bedoelde vergoeding wordt vastgesteld na overleg met de instelling, rekening houdend met reeds geleverde activiteiten/prestaties en met de mate waarin de subsidie heeft bijgedragen tot het verwerven van eigendommen. Bij onroerende zaken geschiedt de waardebepaling door een onafhankelijk deskundige. 3Het college kan nadere richtlijnen vaststellen voor de maximale omvang van de algemene reserve van gesubsidieerde instellingen. 4Het college kan een instelling de verplichting opleggen tot het vormen van een egalisatiereserve. Artikel23Hardheidsclausule en ontheffing verplichtingen 1In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, waarin zij tot onbillijkheid leidt of tot situaties leidt waarmee geen aanwijsbaar belang is gediend, kan het college van het bepaalde in deze verordening afwijken. 2Het college kan in bijzondere en in individuele gevallen voor één of meer verplichtingen van deze verordening ontheffing verlenen. Artikel24Inwerkingtreding 1Deze verordening wordt aangehaald als “Algemene Subsidieverordening gemeente Blaricum, 2008 t/m 2011” en treedt in werking op 1 januari 2008. 2De “Algemene Subsidieverordening gemeente Blaricum, 2006 e.v.”, vastgesteld op 27 april 2006, komt te vervallen op 1 januari 2008. Blaricum, 18 januari 2007 drs.T.W. Zwemmer drs. W.H.C. Ton griffier voorzitter