De raad van de gemeente Boskoop; Gelet op artikel 8a van de Wet werk en bijstand;Gelet op artikel 12, eerste lid , onderdeel c van de Wet investeren in jongeren;Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 24 september 2009; overwegende dat:- het noodzakelijk is bij verordening regels te stellen met betrekking tot misbruik en oneigenlijk gebruik van de Wet werk en bijstand en de Wet investeren in jongeren;- handhaving op gelijke wijze van toepassing is op de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze gewezen zelfstandigen besluit vast te stellen de HANDHAVINGSVERORDENING GEMEENTE BOSKOOP 2009 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijving In deze verordening wordt verstaan onder:a. WWB: Wet werk en bijstand;b. WIJ: Wet investeren in jongeren;c. IOAW: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; d. IOAZ: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze gewezen zelfstandigen;e. handhaving: alle activiteiten van de gemeente die er op gericht zijn dat de WWB, WIJ, IOAW en IOAZ worden nageleefd; f. risicoprofielen: vaste kenmerken die gelden voor een bepaalde groep belanghebbenden;g. signaal: gegevens of het ontbreken van gegevens, waardoor onduidelijkheid bestaat over het recht op uitkering, de hoogte daarvan en/of het werkleeraanbod;h. sociale recherche: door de gemeente aan een andere gemeente of instantie uitbestede taken op het gebied van sociale recherche;i. uitkering: de uitkering op grond van de WWB, IOAW en IOAZ alsmede de inkomensvoorziening op grond van de WIJ;j. werkleeraanbod: het aanbod bedoeld in artikel 5 lid 1 van de WIJ;k. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Boskoop. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de WWB, WIJ, IOAW, IOAZ, de Algemene wet bestuursrecht en de Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude. Hoofdstuk2Bestrijding misbruik Artikel2Bestrijding misbruik 1Voorlichting over de rechten en plichten ingevolge de WWB, WIJ, IOAW en IOAZ wordt gegeven bij de aanvraag, gedurende de uitkering en het werkleeraanbod. 2Het college draagt zorg voor duidelijke formulieren en een optimale dienstverlening. Artikel3Controles 1Het college controleert de gegevens van belanghebbenden bij de aanvraag, bij periodieke heronderzoeken, de indiening van de verantwoordings- en inlichtingenformulieren en bij nadere onderzoeken. Daarbij worden tenminste de volgende instanties geraadpleegd: het Inlichtingenbureau; de Gemeentelijke basisadministratie; het Suwinet. 2Het college voert, naast de controles genoemd onder lid 1, nadere onderzoeken op maat uit, waarbij onderzoek wordt uitgevoerd aan de hand van risicoprofielen met een verhoogd risico of signalen. 3De inhoud van het nadere onderzoek en de wijze waarop het onderzoek wordt uitgevoerd, wordt afgestemd op het risicoprofiel of het signaal. 4De controle kan tevens gericht zijn op gezinsleden. Artikel4Meldingen 1Meldingen over mogelijk misbruik, al of niet anoniem, kunnen worden gedaan bij de Gemeentewinkel, via de website van de gemeente of bij de sociale recherche. 2Het college maakt in voorlichting kenbaar waar meldingen gedaan kunnen worden. Artikel5Opsporing 1De opsporings- en vervolgingtaken worden uitgevoerd door sociaal rechercheurs van de sociale recherche. 2De sociale recherche voert de nadere onderzoeken uit, indien er twijfels zijn over het recht op uitkering en/of het werkleeraanbod en de noodzakelijke informatie niet wordt verkregen van de belanghebbende of externe instanties. Artikel6Aangifte Indien het fraudebedrag boven de aangiftegrens uitkomt, wordt proces verbaal opgemaakt en aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie conform de regels van de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude. Artikel7Maatregelen 1Indien belanghebbende zich niet of onvoldoende houdt aan de inlichtingenplicht, dan verlaagd het college de uitkering conform de regels van de Afstemmingsverordening. 2Een maatregel op grond van artikel 12 van de Afstemmingsverordening, wordt niet opgelegd, zolang de gedraging wordt onderzocht door het Openbaar Ministerie. 3Het opleggen van de maatregel blijft definitief achterwege, indien ter zake van de gedraging tegen de belanghebbende een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvordering is vervallen. Hoofdstuk3Oneigenlijk gebruik Artikel8Controles op voldoen aan arbeidsplicht en werkleeraanbod 1Aan de hand van de verantwoordingsformulieren, periodieke en incidentele onderzoeken wordt gecontroleerd of belanghebbende met een WWB, IOAW of IOAZ uitkering zich voldoende houdt aan de opgelegde arbeidsverplichtingen. 3Indien belanghebbende zich, zonder dat sprake is van dringende redenen, naar het oordeel van het college niet of onvoldoende houdt aan de verplichtingen genoemd in het eerste en tweede lid, wordt een maatregel opgelegd op grond van de Afstemmingsverordening. Hoofdstuk4Slotbepalingen Artikel9verslaglegging 1Het college legt de gegevens vast die noodzakelijk zijn om te kunnen nagaan hoe de handhaving is uitgevoerd en welke resultaten zijn bereikt. 2Het college informeert de gemeenteraad periodiek over de handhaving in een beleidsverslag. Artikel10Onvoorziene omstandigheden In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. Artikel11Inwerkingtreding 1Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.