ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE KATWIJKDe raad van de gemeente Katwijk; gezien het voorstel het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en afdeling 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht; BESLUIT: vast te stellen: de Algemene subsidieverordening gemeente Katwijk. HOOFDSTUK1ALGEMENE BEPALINGEN INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 : Algemene bepalingen Hoofdstuk 2 : Subsidieaanvraag en -verlening Hoofdstuk 3 : Verplichtingen van de subsidieontvanger Hoofdstuk 4 : Subsidievaststelling Hoofdstuk 5 : Intrekking en wijziging Hoofdstuk 6 : Betaling, bevoorschotting en terugvordering Hoofdstuk 7 : Subsidies per boekjaar Hoofdstuk 8 : Slotbepalingen Algemene en artikelsgewijze toelichting. Artikel1- Begripsbepalingen a. activiteitenplan: een overzicht van de door de subsidieontvanger voorgenomen activiteiten, de daarmee beoogde doelstellingen en zo mogelijk de per activiteit benodigde personele en financiële middelen; b.beleidsregel: een bij besluit vastgestelde algemene regel, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan; c.beschikking: een besluit dat niet van algemene strekking is, met inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan; d.besluit: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling; e.boekjaar: een aaneengesloten periode van 12 maanden, in beginsel van 1 januari tot en met 31 december (een kalenderjaar); f.gelieerde rechtspersonen: - rechtspersonen, waaraan in het verleden een groter bedrag dan € 2.500,-- om niet ter beschikking is gesteld, waarover de instelling op enig moment weer de beschikking kan krijgen; rechtspersonen ten aanzien waarvan de instelling een beslissende invloed heeft op de besteding van middelen of de benoeming van bestuursleden; rechtspersonen, die statutaire bepalingen kennen op grond waarvan bij liquidatie gelden aan de instelling kunnen toevloeien; rechtspersonen waarbij statutair is bepaald dat deze mede ten doel hebben de instelling financieel te ondersteunen. g. incidentele subsidie: een subsidie die voor een bepaalde, niet structurele of regelmatig terugkerende, activiteit wordt verleend: met een eenmalig of experimenteel karakter; een kortlopend project; een start- of waarderingssubsidie. h. reserve: vermogensbestanddelen die - onverminderd het bepaalde in artikel 4:72 van de Algemene wet bestuursrecht (egalisatiereserve) - als eigen vermogen zijn aan te merken en die bedrijfseconomisch gezien vrij te besteden zijn; i.structurele subsidie: een subsidie die aan de subsidieontvanger wordt verstrekt om gedurende een of meer kalenderjaren bepaalde vooraf vastgestelde activiteiten te verrichten; j.subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten; k.subsidieontvanger: elke natuurlijk persoon, rechtspersoon of andere organisatie waaraan subsidie wordt verstrekt; l.subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies; m.subsidieverlening: besluit voorafgaand aan de subsidievaststelling, waarbij een voorwaardelijke aanspraak op een subsidie wordt toegekend of geweigerd; n.subsidievaststelling: besluit waarbij de subsidie definitief wordt vastgesteld, het besluit geeft recht op betaling van de subsidie; o.wet: de Algemene wet bestuursrecht. Artikel2Reikwijdte Lid 1 Deze verordening is van toepassing op alle subsidieaanvragen die betrekking hebben op de terreinen genoemd in artikel 7 van de verordening, tenzij de raad anders bepaalt. Lid 2 Bij deelverordening of ter uitwerking daarvan per beleidsregel kunnen de activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt nader worden bepaald, alsmede kunnen andere criteria aan de subsidiëring worden gesteld. Lid 3 Deze verordening is in ieder geval niet van toepassing op subsidies, bijdragen of bekostiging op het gebied van: onderwijs; sociale zaken en werkgelegenheid; gehandicaptenzorg; leerlingenvervoer. Artikel3Bevoegdhedenverdeling Lid 1 Het college is belast met de uitvoering van deze verordening. Lid 2 Het college kan bevoegdheden mandateren. Artikel4Staatssteun Het college dient een subsidie of een subsidieregeling, die aan alle criteria voor meldingsplichtige staatssteun lijkt te voldoen, bij de Europese Commissie aan te melden. Artikel5Subsidieplafond Lid 1 De raad kan subsidieplafonds vaststellen gedurende een bepaald tijdvak voor de verschillende activiteiten waarvoor subsidies worden verstrekt. Lid 2 Als een subsidieplafond wordt vastgesteld, bepaalt het college op basis van beleidsregels hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld. Lid 3 Het college maakt het subsidieplafond bekend voor de aanvang van het tijdvak waarvoor het is vastgesteld. Bij de bekendmaking wordt de wijze van verdeling vermeld. Lid 4 Als het subsidieplafond of een verlaging daarvan later wordt bekendgemaakt, dan heeft deze bekendmaking geen gevolgen voor voordien ingediende aanvragen, tenzij: de aanvragen voor het tijdvak waarvoor het subsidieplafond is vastgesteld, ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden ingediend op een tijdstip waarop de begroting nog niet is vastgesteld of goedgekeurd; het een verlaging betreft die voortvloeit uit de vaststelling of goedkeuring van de gemeentelijke begroting en; bij de bekendmaking van het subsidieplafond is gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen. Artikel6Begrotingsvoorbehoud Lid 1 Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van de gemeentelijke begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, kan het college de subsidie verlenen onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. Lid 2 De in het eerste lid bedoelde voorwaarde vervalt, indien het college niet binnen vier weken na de vaststelling of goedkeuring van de begroting een beroep op de voorwaarde heeft gedaan. Artikel7Subsidiabele activiteiten Het college kan, binnen de financiële kaders van de raad, subsidie verstrekken voor activiteiten die plaatsvinden op de volgende terreinen: Afvalinzameling; Culturele expressie; Economie; Educatie; Evenementen; Monumentenzorg; Sociaal en cultureel werk; Sport- en (openlucht)recreatie; Toerisme; Verkeersveiligheid; Volkshuisvesting en Zorg. Hoofdstuk2SUBSIDIEAANVRAAG EN -VERLENING Artikel8De aanvraag Lid 1 Een aanvraag tot verlening van een structurele subsidie wordt schriftelijk bij het college ingediend, vóór 1 april van het kalenderjaar dat vooraf gaat aan het jaar waarin de gesubsidieerde activiteit plaatsvindt. Lid 2 Een aanvraag tot verlening van een incidentele subsidie wordt schriftelijk bij het college ingediend, tenminste 12 weken voordat de te subsidiëren activiteit plaatsvindt. Lid 3 Bij de indiening van de aanvraag worden in ieder geval overlegd: het activiteitenplan en, indien er in het voorgaande jaar ook dezelfde of in hoofdzaak dezelfde activiteiten hebben plaatsgevonden, een verslag van de in het laatste jaar verrichte activiteiten met een beschrijving van de gevolgde werkwijze en van het verkregen resultaat; een voldoende gespecificeerde en toegelichte begroting van inkomsten en uitgaven met betrekking tot de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; indien eerder dezelfde of in hoofdzaak dezelfde activiteiten hebben plaatsgevonden, de jaarrekening, bestaande uit een balans aan het begin en aan het einde van het boekjaar voorafgaand aan het jaar waarin subsidie wordt aangevraagd en een staat van baten en lasten, beide vergezeld van een toelichting; een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies voor dezelfde activiteiten, met daarbij de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen; een opgave van aan de subsidieontvanger gelieerde rechtspersonen, onder vermelding van de aard van de betrekkingen met die rechtspersoon. Lid 4 In afwijking van het bepaalde in het vorige lid worden bij een aanvraag om een subsidie van minder dan € 2.500,-- uitsluitend de gegevens als bedoeld onder a en b van het vorige lid overgelegd. Lid 5 Bij een eerste subsidieaanvraag overlegt de aanvrager die tevens rechtspersoon is: een opgave van de samenstelling van het bestuur; een exemplaar van de oprichtings- of stichtingsakte van de rechtspersoon waarin de statuten zijn opgenomen en een exemplaar van het huishoudelijk reglement. Lid 6 Het college kan: nadere beleidsregels stellen voor de inrichting van de bescheiden als bedoeld in het derde, vierde en vijfde lid; een termijn bepalen voor de overlegging van andere stukken of anderszins nadere informatie verlangen, als het college dat voor de beoordeling van de subsidieaanvraag nodig acht. Lid 7 Het overleggen van de in het derde lid onder a en c genoemde bescheiden kan achterwege blijven, als deze bescheiden in verband met de vaststelling als bedoeld in artikel 20 in het bezit zijn van het college. Lid 8 De aanvrager dient, in geval van een onvolledige aanvraag, in de gelegenheid te worden gesteld om de aanvraag binnen een nader te stellen termijn aan te vullen. Artikel9Besluit op aanvraag Lid 1 Het college beslist op een aanvraag om structurele subsidie op uiterlijk 31 december van het jaar dat vooraf gaat aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft. Lid 2 Op aanvragen om incidentele subsidie beslist het college binnen 12 weken na ontvangst van de aanvraag. Lid 3 De in het tweede lid bedoelde termijn kan met ten hoogste 6 weken worden verlengd door het college. Artikel10Subsidieverlening De beschikking tot subsidieverlening bevat in ieder geval: een omschrijving van de activiteiten die moeten worden verricht; de effecten die met de activiteiten worden beoogd; het bedrag waarop aanspraak bestaat dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald en de maximale hoogte van het subsidiebedrag; de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend; de termijn waarvoor de subsidie wordt verleend en in het geval van een incidentele subsidie, de termijn waarbinnen deze subsidie ambtshalve wordt vastgesteld. Artikel11Meerjarige subsidie Lid 1 Het college kan een meerjarige subsidie voor maximaal 4 kalenderjaren verlenen. Lid 2 Een meerjarenbegroting dient in dat geval door de aanvrager te worden overlegd. Artikel12Weigeringsgronden Lid 1 a. De subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking van de subsidie het ter zake vastgestelde subsidieplafond wordt overschreden. b.Indien niet tijdig, dan wel in bezwaar of beroep of ter uitvoering van een rechterlijke uitspraak omtrent verstrekking wordt beslist, geldt de verplichting onder a slechts voor zover zij ook gold op het tijdstip, waarop de beslissing in eerste aanleg werd genomen of genomen had moeten worden. Lid 2 De subsidieverlening kan worden geweigerd, indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat: de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden; de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn; de activiteiten niet gericht zijn op de gemeente of de activiteiten de ingezetenen van de gemeente niet aanwijsbaar ten goede komen; de aanvrager dan wel gelieerde rechtspersonen ook zonder subsidieverlening over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden beschik(t)(ken) om de kosten van de activiteiten te dekken; de subsidie niet of in onvoldoende mate besteed zal worden voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld; de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met een wettelijk voorschrift, het algemeen belang of de openbare orde, of in de activiteiten op een toereikende wijze anders wordt voorzien; de subsidieverlening niet past binnen het beleid van de gemeente. Lid 3 De subsidieverlening kan voorts worden geweigerd, indien: de aanvrager in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid; de aanvrager failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend. Artikel13Uitvoeringsovereenkomst Ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening kan een overeenkomst worden gesloten. In deze overeenkomst kan worden bepaald dat de subsidieontvanger verplicht is de activiteiten te verrichten waarvoor de subsidie is verleend, tenzij de aard van de subsidie zich daartegen verzet. HOOFDSTUK3VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER Artikel14- Meldingsplicht Lid 1 Een subsidieontvanger dient het college zo spoedig mogelijk te berichten omtrent: ontwikkelingen die van belang zijn voor het door de gemeente te voeren beleid; ontwikkelingen die ertoe leiden of kunnen leiden dat de activiteiten niet kunnen worden verwezenlijkt; het geheel of gedeeltelijk beëindigen of wijzigen van zijn activiteiten. Lid 2 Een subsidieontvanger die een rechtspersoon is, dient tevens het collegezo spoedig mogelijk te berichten omtrent: een wijziging van het huishoudelijk reglement en van de statuten onder toezending van een afschrift van de notariële akte waarin de wijziging is opgenomen; een wijziging in zijn bestuurssamenstelling; besluiten en/of procedures die leiden of kunnen leiden tot beëindiging van de activiteiten dan wel ontbinding van de rechtspersoon. Lid 3 In het geval van het tweede lid, onder c kan het college, voor zover een positief liquidatiesaldo mede door het toekennen van de gemeentelijke subsidie is gevormd, terugstorting van dit saldo in de gemeentekas verlangen tot het bedrag dat in totaliteit aan subsidie is ontvangen. Artikel15- Verzekering Een subsidieontvanger is verplicht: de gesubsidieerde activiteiten afdoende te verzekeren en verzekerd te houden tegen wettelijke aansprakelijkheid; ten genoegen van het college zijn roerende en onroerende zaken behoorlijk te verzekeren en verzekerd te houden op basis van herbouw- of vervangingswaarde tegen schade door brand en eventuele andere door het collegeaangegeven risico’s. Deze verzekering behoeft de instemming van het college. Artikel16- Verplichtingen met betrekking tot financieel beheer Lid 1 De subsidieontvanger is verplicht de administratie op een overzichtelijke wijze te voeren. Lid 2 Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de wijze van inrichting van de financiële en administratieve bescheiden. Lid 3 De gesubsidieerde draagt er zorg voor dat de financiële stukken gedurende een aaneengesloten periode van 5 kalenderjaren na afloop van het betreffende boekjaar beschikbaar blijven. Artikel17- Inzage, medewerking onderzoek Lid 1 De subsidieontvanger verleent aan het college of aan door of namens hen aangewezen personen inzage in de administratie en verstrekt de inlichtingen die voor de beoordeling van de doelmatigheid en de rechtmatigheid van de besteding van de subsidie van belang kunnen zijn. Lid 2 De subsidieontvanger volgt de aanwijzingen op die haar in het belang van een doelmatig beheer en goede administratie door of namens het college worden gegeven. Artikel18- Tegengaan vervreemdingen Lid 1 Het is een subsidieontvanger niet toegestaan om geldbedragen en goederen om niet aan derden ter beschikking te stellen, behoudens vooraf gekregen toestemming van het college. Lid 2 Het college kan aan het verlenen van de in het eerste lid bedoelde toestemming voorschriften verbinden. Artikel19- Democratisering, inspraak- en klachtenprocedure Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van democratisering, inspraak- en klachtenprocedure HOOFDSTUK4SUBSIDIEVASTSTELLING Artikel20- Ambtshalve vaststelling Lid 1 Een structurele subsidie wordt ambtshalve vastgesteld op uiterlijk 31 december van het jaar volgend op het jaar waarop de subsidie betrekking heeft. Lid 2 Een incidentele subsidie wordt ambtshalve vastgesteld binnen een in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen termijn. Lid 3 De subsidieontvanger dient ter vaststelling van de subsidie stukken toe te zenden aan het college: in het geval van een structurele subsidie vóór 1 april van het jaar volgend op het jaar waarop de subsidie betrekking heeft en in het geval van een incidentele subsidie binnen de in de beschikking opgenomen termijn. Lid 4 De stukken benodigd voor de vaststelling van de subsidie bestaan uit: een financiële rapportage, ondertekend door het bestuur, waarin rekening en verantwoording wordt afgelegd omtrent de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten en waarin: een toelichting wordt gegeven op het verschil tussen de begrootte en de werkelijke uitgaven en inkomsten en een toelichting wordt gegeven op de verschillen tussen de jaarrekening van het jaar waarin de subsidie is aangevraagd en de jaarrekening van het daaraan voorafgaande jaar; een inhoudelijke rapportage, waarin in ieder geval de activiteiten worden beschreven en een vergelijking tussen nagestreefde en gerealiseerde doelstellingen en een toelichting op de verschillen wordt gemaakt; een opgaaf van namen en adressen van de voorzitter, de secretaris en de penningmeester. Lid 5 Het college kan bepalen dat de financiële rapportage wordt voorzien van een verklaring van getrouwheid, zoals bedoeld in artikel 393 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, van een daartoe bevoegde accountant. Lid 6 In afwijking van het bepaalde in het vierde lid wordt bij een aanvraag om een subsidie van minder dan € 2.500,-- in ieder geval schriftelijk medegedeeld of de gesubsidieerde activiteiten hebben plaatsgevonden. Lid 7 Het college kan: nadere beleidsregels vaststellen voor de inrichting van de bescheiden als bedoeld in het derde lid; een termijn bepalen voor de overlegging van andere stukken of anderszins nadere informatie verlangen, als het college dat voor de beoordeling van de subsidieaanvraag nodig acht. Lid 8 Indien stukken voor de vaststelling van de subsidie ontbreken, zie het vierde lid, dan wordt de subsidieaanvrager in de gelegenheid gesteld om die stukken binnen een nader te stellen termijn alsnog aan te leveren. Lid 9 Het besluit tot subsidievaststelling stelt het bedrag van de subsidie vast en geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde bedrag. Het college stelt de subsidie overeenkomstig de subsidieverlening vast, behoudens het bepaalde in artikel 21. Artikel21- Lager vaststellen van de subsidie Lid 1 De subsidie kan door het college lager worden vastgesteld, indien: de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden; de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid, of de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten. Lid 2 Voor zover het bedrag van de subsidie afhankelijk is van de werkelijke kosten van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, worden de kosten die in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd, bij de vaststelling van de subsidie niet in aanmerking genomen. HOOFDSTUK5INTREKKING EN WIJZIGING Artikel22- Tussentijdse intrekking of wijziging subsidieverlening Lid 1 Zolang de subsidie niet is vastgesteld, kan het college de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen, indien: de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden; de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid; de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten, of met toepassing van artikel 6 een beroep wordt gedaan op de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. Lid 2 De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald. Artikel23- Intrekking of wijziging subsidievaststelling Lid 1 Het college kan de subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen: op grond van feiten of omstandigheden, waarvan zij bij de subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte konden zijn, en op grond waarvan de subsidie lager dan overeenkomstig de subsidieverlening zou zijn vastgesteld; indien de subsidieverlening onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten, of indien de subsidieontvanger na de subsidievaststelling niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Lid 2 De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is vastgesteld, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald. Lid 3 De subsidievaststelling kan niet meer worden ingetrokken of ten nadele van de ontvanger worden gewijzigd indien 5 jaren zijn verstreken sedert de dag waarop zij is bekendgemaakt dan wel, in het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, sedert de dag waarop de handeling in strijd met de verplichting is verricht of de dag waarop aan de verplichting had moeten zijn voldaan. Artikel24- Intrekking of wijziging subsidieverlening, voor de toekomst Lid 1 Zolang de subsidie niet is vastgesteld, kan het college de subsidieverlening met inachtneming van een redelijke termijn intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen: voor zover de subsidieverlening onjuist is, of voor zover veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van de subsidie verzetten. Lid 2 Bij intrekking of wijziging op grond van het eerste lid vergoedt het college de schade die de subsidieontvanger lijdt doordat hij in vertrouwen op de subsidie anders heeft gehandeld dan hij zonder subsidie zou hebben gedaan. Lid 3 Het college stelt bij een essentiële wijziging, vermindering of beëindiging van een subsidie een overgangsregeling vast die rekening houdt met de omvang en gevolgen voor de instelling. Deze bepaling geldt niet voor incidentele subsidies. Artikel25- Beëindiging subsidiëring Lid 1 Indien aan een subsidieontvanger voor 3 of meer achtereenvolgende jaren subsidie is verstrekt voor dezelfde of in hoofdzaak dezelfde voortdurende activiteiten, geschiedt gehele of gedeeltelijke weigering van de subsidie voor een daarop aansluitend tijdvak op de grond, dat veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van de subsidie verzetten, slechts met inachtneming van een redelijke termijn. Lid 2 Voor zover aan het einde van het tijdvak waarvoor subsidie is verleend sedert de bekendmaking van het voornemen tot weigering voor een daarop aansluitend tijdvak nog geen redelijke termijn is verstreken, wordt de subsidie voor het resterende deel van die termijn verleend, zonodig in afwijking van het vastgestelde subsidieplafond. HOOFDSTUK6BETALING, BEVOORSCHOTTING EN TERUGVORDERING Artikel26Voorschotten Lid 1 Het college kan de subsidieontvanger voorschotten verlenen. Lid 2 De beschikking tot voorschotverlening vermeldt het bedrag van het voorschot, dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald. Lid 3 Voorschotten worden overeenkomstig de beschikking tot voorschotverlening betaald. Lid 4 Het voorschot wordt binnen 4 weken na de beschikking tot voorschotverlening betaald, tenzij anders is bepaald bij de voorschotverlening. Lid 5 Het college kan bepalen dat de teveel uitbetaalde voorschotten geheel of gedeeltelijk worden aangemerkt als een reserve voor buitengewone lasten. Artikel27Betaling Lid 1 De subsidie wordt overeenkomstig de subsidievaststelling betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten. Lid 2 Het subsidiebedrag wordt binnen vier weken na de subsidievaststelling betaald. Lid 3 In het geval van een structurele subsidie kan het verschil tussen de vastgestelde en de verleende voorschotten worden verrekend met de subsidie van het volgende jaar. Artikel28Opschorting betalingsverplichting De verplichting tot betaling van een subsidiebedrag of een voorschot wordt opgeschort met ingang van de dag waarop het college aan de subsidieontvanger schriftelijk kennis geeft van het ernstige vermoeden, dat er grond bestaat om toepassing te geven aan artikel 22 of 23 tot en met de dag waarop de beschikking omtrent de intrekking of wijziging is bekendgemaakt of de dag waarop sedert de kennisgeving van het ernstige vermoeden 13 weken zijn verstreken. Artikel29Terugvordering Onverschuldigde subsidiebedragen en voorschotten kunnen worden teruggevorderd, voor zover na de dag waarop de subsidie is vastgesteld, dan wel de handeling als bedoeld in artikel 23, lid 1, sub c heeft plaatsgevonden, nog geen 5 jaren zijn verstreken. HOOFDSTUK7SUBSIDIES PER BOEKJAAR Artikel30- Afdeling 4.2.8 Awb Lid 1 Het college kan afdeling 4.2.8 Awb van toepassing verklaren op subsidies die per boekjaar worden verstrekt aan rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid. Lid 2 De overige bepalingen van deze verordening zijn, indien afdeling 4.2.8 Awb van toepassing is verklaard, van overeenkomstige toepassing voor zover daarvan in die afdeling niet wordt afgeweken. HOOFDSTUK8SLOTBEPALINGEN Artikel31- Toezicht Lid 1 Het college kan één of meer toezichthouders aanwijzen die zijn belast met het toezicht op de naleving van de aan de subsidieontvanger opgelegde verplichtingen. Lid 2 De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheden vermeld in de artikelen 5:18 en 5:19 van de wet. Artikel32- Onvoorziene omstandigheden Het college treft de nodige voorzieningen of neemt de nodige besluiten in de gevallen waarin de verordening niet of onvoldoende voorziet. Artikel33- Hardheidsclausule Het college kan de bepalingen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van een doelgerichte en evenwichtige subsidieverdeling leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel34- Overgangsbepalingen Op een aanvraag, die is ingediend voor de inwerkingtreding van deze verordening, wordt op grond van de voor dat tijdstip geldende regels beslist. Artikel35- Vervallen Artikel36- Citeertitel en Inwerkingtreding Deze verordening kan worden aangehaald als “Algemene subsidieverordening gemeente Katwijk” en treedt in werking op 1 januari 2011. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Katwijk, gehouden op 16 december 2010. Algemene en artikelsgewijze toelichting ALGEMENE TOELICHTING In de derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), die op 1 januari 1998 in werking is getreden, zijn algemene regels opgenomen over het verstrekken van subsidie, (titel 4.2). Volgens de hoofdregel van de subsidietitel kan een bestuursorgaan uitsluitend subsidie verstrekken indien de bevoegdheid daartoe bij wettelijk voorschrift is toegekend. Hierop bestaan vier uitzonderingen (artikel 4:23, lid 3 Awb): Spoedeisende subsidies: In het geval van een nieuwe subsidie mag het bestuursorgaan vooruitlopen op de totstandkoming van een wettelijk voorschrift met het verstrekken van de subsidie. Deze mogelijkheid bestaat gedurende maximaal één jaar. EU-subsidies: De subsidie wordt rechtstreeks op grond van een vastgesteld programma op Europees niveau verstrekt. Begrotingssubsidies: Indien de begroting de subsidieontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld vermeldt. Incidentele subsidies: Een subsidie is incidenteel wanneer sprake is van één of enkele ontvangers en een min of meer eenmalige activiteit, zoals de organisatie van een evenement of de viering van een lustrum. De subsidie mag voor maximaal vier jaren worden verstrekt. Het uitgangspunt is dat subsidies gebaseerd moeten zijn op een wettelijk voorschrift, wat voor de gemeente de verordening is. Het wettelijk voorschrift bevat tenminste een aanduiding van de te subsidiëren activiteiten. In artikel 7 van deze verordening worden de verschillende terreinen waarop de gemeente subsidie kan verstrekken globaal genoemd, welke terreinen nader uitgewerkt moeten worden in een deelverordening dan wel in een beleidsregel. In deze verordening zijn de belangrijkste bepalingen van de Awb overgenomen. De artikelsgewijze toelichting geeft aan om welke artikelen het gaat. Ook zijn, voor een goed overzicht, de dwingende bepalingen uit de Awb overgenomen. De leesbaarheid, inzichtelijkheid en werkbaarheid van de regelgeving met betrekking tot de gemeentelijke subsidies wordt voor zowel de subsidieontvanger als de subsidieverstrekker aanzienlijk verbeterd. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1 - Begripsbepalingen In dit artikel zijn de definities opgenomen die bepalend zijn voor de werking van deze verordening, ter voorkoming van interpretatieverschillen. Subsidie (onder sub
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.