Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting De raad van de gemeente Laren; gelezen het voorstel d.d. 14 oktober 2010 van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 226 van de Gemeentewet; BESLUIT: vast te stellen de: "VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN HONDENBELASTING" Artikel1Belastbaar feit Onder de naam "hondenbelasting" wordt een directe belasting geheven ter zake van het houden van een hond binnen de gemeente. Artikel2Belastingplicht 1 Belastingplichtig is de houder van een hond 2 Als houder wordt aangemerkt degene die, onder welke titel dan ook, een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is. 3 Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden. Artikel3Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van honden: a. die uitsluitend dienen om blinde personen te leiden; b. die door de "Stichting sociale honden voor gehandicapten Nederland" als gehandicaptenhond aan een gehandicapte ter beschikking zijn gesteld; c. die in een hondenasiel verblijven, indien de eigenaar van een dergelijke inrichting houder is van een vergunning als bedoeld in artikel2 van de Wet op de dierenbescherming (Wet van 25 januari 1961, Stb. 19). d. die uitsluitend ten verkoop in voorraad worden gehouden door een houder met een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de dierenbescherming. e. die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden. Artikel4Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden. Artikel5Belastingtarieven 1 De belasting bedraagt per belastingjaar: a. voor een eerste hond € 65,40 b. voor een tweede en iedere hond boven het aantal van twee € 89,88 2 In afwijking in zoverre van de voorgaande leden bedraagt de belasting voor honden, gehouden in kennels die zijn geregistreerd bij de Raad van beheer op kynologisch gebied in Nederland, per belastingjaar € 381,00 Artikel6Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1 De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2 Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het jaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting ter zake van het aantal toegenomen honden, verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. 3 Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel9Termijnen van betaling 1 In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in één termijn die vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2 In afwijking van het eerste lid geldt, in het geval dat het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat, het bedrag daarvan meer is dan € 100,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. 3 De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op het in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel10Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en invordering van hondenbelasting. Artikel11Inwerkingtreding en citeertitel 1 De "Verordening hondenbelasting 2010", vastgesteld in de vergadering van de gemeenteraad van 25 november 2009, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan. 2 Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3 De datum van de ingang van de heffing is 1 januari 2011. 4 Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening hondenbelasting 2011". Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Laren in zijn openbare vergadering van 15 december 2010. T.W. Zwemmer drs. E.J. Roest raadsgriffier voorzitter
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.