Handhavingsverordening 2011 De raad van de gemeente Stichtse Vecht; gelezen het voorstel van de Stuurgroep herindeling van november 2010; gehoord de commissie herindeling Stichtse Vecht; gelet op artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet en artikel 8a van de Wet werk en bijstand, artikel 12, eerste lid, onderdeel c, van de Wet investeren in jongeren, artikel 35, eerste lid ,onder c, van de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel 35, eerste lid, onder c, Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk gewezen zelfstandigen; overwegende dat het noodzakelijk is bij verordening regels te stellen met betrekking tot het bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik van de Wet werk en uitkering, de Wet investeren in jongeren, de Wet Inkomensvoorziening ouder en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet Inkomenvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; gelet op de Wet Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorziening aan Gemeenten (Wet BUIG, stb. 2009, 592); b e s l u i t : vast te stellen de HANDHAVINGSVERORDENING 2011 Artikel1Begrippen 1.In deze verordening wordt verstaan onder: Wetten: WWB: Wet werk en bijstand; WIJ: Wet investeren in jongeren; IOAW: Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; IOAZ: Wet Inkomenvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; Bbz 2004: Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004; BUIG: Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorziening aan Gemeenten. de uitkering: de uitkering op grond van de WWB, het werkleeraanbod en de inkomensvoorziening op grond van de WIJ alsmede de uitkering op grond van de IOAW dan wel IOAZ; Handhaven: bewerkstelligen dat de wet wordt nageleefd Fraude: het verwijtbaar informatie achterhouden, of verwijtbaar onjuiste informatie verstrekken met het doel een (hogere) uitkering te ontvangen anders dan waarop men op grond van juiste en/of volledige informatie recht zou hebben belanghebbende: degenen wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken; het college: burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht ; de gemeenteraad: de raad van de gemeenteStichtse Vecht ; het beleidsplan: het door het college vastgestelde beleidsplan voor handhaving. 2.Voor zover niet anders is bepaald worden begrippen in deze verordening gebruikt in dezelfde betekenis als in de WWB, WIJ, IOAW en IOAZ en de Awb (Algemene wet bestuursrecht). Artikel 2 Preventie 1.Bij aanvraag en bij toekenning van de uitkering worden de voor belanghebbende geldende verplichtingen en de consequenties van het niet nakomen daarvan mondeling en schriftelijk aan belanghebbende kenbaar gemaakt. 2.In het beleidsplan staat op welke wijze naast het onder het eerste lid van dit artikel bepaalde aandacht wordt besteed aan het voorkomen van fraude. Artikel 3 Controle 1.In het beleidsplan staan de controlesystematiek (signaalsturing en themacontroles) en de middelen om de rechtmatigheid van de uitkering te controleren. Deze systematiek kan worden toegepast bij aanvraag, tijdens en na beëindiging van de uitkering. 2.Op basis van de in het eerste lid genoemde controlesystematiek neemt het college besluiten met betrekking tot de rechtmatigheid van de uitkering en de wederzijdse, tussen het college en de belanghebbende, resterende verplichtingen en de afhandeling ervan. 3.Als onderdeel van de onder het eerste lid genoemde controlesystematiek voert het college periodiek bestandsvergelijkingen uit waarbij actuele gegevens bij externe partijen worden gecontroleerd. 4.Elke belanghebbende die intensief onderzocht is, wordt hiervan in ieder geval achteraf op de hoogte gesteld. Daarbij wordt het controleresultaat aangegeven en het opslagbeleid van de extra vergaarde klantgegevens benoemd. 5.Het college doet jaarlijks verslag aan de raad over de doelmatigheid van de uitvoering op het gebied van fraude, misbruik en oneigenlijk gebruik. Artikel 4 Verlaging van de uitkering Indien de belanghebbende onjuiste, onvolledige of in het geheel geen inlichtingen verstrekt die van belang zijn of kunnen zijn voor de bepaling van de hoogte, de duur en de voortzetting van de uitkering, verlaagt het college de uitkering conform hetgeen hierover is bepaald in de Maatregelenverordening WWB, IOAW en IOAZ en de Maatregelenverordening WIJ zoals die nu nog van toepassing zijn in de voormalige gemeenten Loenen, Breukelen en Maarssen. Dit laat onverminderd de mogelijkheid tot terugvordering van de ten onrechte ontvangen uitkering. Artikel 5 Aangifte bij het Openbaar Ministerie Indien een gedraging van belanghebbende als bedoeld in artikel 4 leidt tot benadeling van de gemeente, doet het college, onverminderd de mogelijkheid de uitkering te verlagen en de ten onrechte ontvangen uitkering terug te vorderen, aangifte bij het Openbaar Ministerie, in overeenstemming met het door de Openbaar Ministerie op dit punt gehanteerde uitgangspunten en hetgeen hierover is bepaald in de Maatregelenverordening WWB, IOAW, IOAZ en de Maatregelenverordening WIJ. Artikel 6 Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule 1.In alle gevallen waarin deze verordening en het beleidsplan niet voorzien, beslist het college. 2.Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel 7 Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.