Verordening rioolheffing 2011Nr. 10RV
- GEWIJZIGD BESLUIT De raad der gemeente Baarn; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16 november 2010; gehoord de commissie voor Samenleving, Bestuur en Financiën d.d. 7 december 2010; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de: VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN RIOOLHEFFING 2011 Artikel1 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: een perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan; de gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of grondwater. Artikel2 Aard van de belasting Onder de naam “rioolheffing” wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel3 Belastbaar feit en belastingplicht De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. Met betrekking tot de in het eerste lid genoemde belasting wordt als gebruiker aangemerkt: degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan. Artikel4 Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt. Artikel5 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle kalendermaand gerekend. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling.
- De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd. Artikel6 Belastingtarieven Het tarief van de belasting bedraagt per jaar bij een hoeveelheid: tot en met 250 m3 € 191,28 meer dan 250 m³, doch niet meer dan 500 m³ € 269,64 meer dan 500 m³, doch niet meer dan 1.000 m³ € 354,84 meer dan 1.000 m³, doch niet meer dan 3.000 m³ € 709,56 meer dan 3.000 m³, doch niet meer dan 5.000 m³ € 1.349,76 meer dan 5.000 m³, doch niet meer dan 10.000 m³ € 2.842,80 meer dan 10.000 m³, doch niet meer dan 15.000 m³ € 5.686,56 meer dan 15.000 m³, doch niet meer dan 20.000 m³ € 11.375,28 voor elke hoeveelheid van 250 m³ af te voeren boven 20.000 m³ wordt de belasting verhoogd met € 191,28 Artikel7 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel8 Wijze van heffing De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor de belasting in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor de belasting in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel10 Vrijstellingen Het recht wordt niet geheven ter zake van percelen of perceelgedeelten: welke uitsluitend worden gebruikt voor de openbare eredienst; welke uitsluitend worden gebruikt als begraafplaatsen. De in het eerste lid bedoelde vrijstellingen gelden niet voor gedeelten van zodanige percelen die in gebruik zijn als woning. Artikel11 Termijnen van betaling De aanslagen moeten worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten die worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving worden betaald binnen 14 dagen na dagtekening van de kennisgeving. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel12 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de rioolheffing. Artikel13 Overgangsrecht De “Verordening rioolrechten 2010”, vastgesteld bij raadsbesluit van 16 december 2009, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel14 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- Artikel15 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening rioolheffing 2011”. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Baarn, gehouden op 22 december 2010 de griffier, de voorzitter,
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.