Verordening Havengeld pleziervaartuigen, zeilende bedrijfsvaartuigen en historische schepen 2011 De gemeenteraad van de Vlaardingen; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van , R.nr. ; Gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, en 229a van de Gemeentewet; Besluit: vast te stellen de hierna volgende Verordening Havengeld pleziervaartuigen, zeilende bedrijfsvaartuigen en historische schepen 2011 Artikel1Begripsbepalingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. havengeld: het havengeld pleziervaartuigen, zeilende bedrijfsvaartuigen en historische schepen als bedoeld in artikel 2; b. pleziervaartuig: een vaartuig, dat hoofdzakelijk of nagenoeg geheel wordt gebruikt voor de recreatie; c. zeilend bedrijfsvaartuig: een vaartuig, dat overwegend of geheel met behulp van zeilen wordt voortgestuwd en dat hoofdzakelijk wordt gebezigd voor het bedrijfsmatig vervoer van personen; d. historische schip: schip dat voldoet aan de door het college gestelde eisen ten aanzien van ligplaats historisch schip; e. gebruik van de haven: het in artikel 2 bedoelde gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentewateren of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen; f. havenmeester: de havenmeester van de gemeente Vlaardingen of diens plaatsvervanger; g. tabel: de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel; h. termijn: een in de tabel genoemde tijdsduur waarin het gebruik van de haven plaats vindt; i. dag: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren beginnende te 0.00 uur; j. winterabonnementperiode: periode van drie maanden van1 oktober tot 1 januari of periode van drie maanden van 1 januari tot 1 april; k jaar: een kalenderjaar; l. meetbrief: het document als bedoeld in artikel 12c van de Binnenschepenwet; m. verloopbeleid: schepen die niet als historisch schip worden aangemerkt, die langer dan 15 meter zijn en die reeds voor 1990 in de Oude Haven ligplaats hadden, mogen blijven liggen in de Oude Haven tegen het jaartarief historische schepen. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam havengeld pleziervaartuigen, zeilende bedrijfsvaartuigen en historische schepen wordt een recht geheven ter zake van het gebruik overeenkomstig de bestemming met een pleziervaartuig, zeilend bedrijfsvaartuig of historisch schip van voor de openbare dienst bestemde gemeentewateren of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen, die bij de gemeente in beheer of onderhoud zijn alsmede ter zake van het genot van diensten door het gemeentebestuur met betrekking tot een vaartuig verstrekt. Artikel3Belastingplicht Het havengeld wordt geheven van de schipper, de reder, de eigenaar van het vaartuig, degene aan wie het vaartuig in gebruik is gegeven dan wel degene die als vertegenwoordiger voor één van deze personen optreedt. Artikel4Vrijstellingen Het havengeld wordt niet geheven ter zake van: a. het gebruik van de haven ter zake waarvan zeehavengeld of binnenhavengeld wordt geheven; b. vaartuigen in directe dienst van gemeenten of andere openbare lichamen; c. vaartuigen van ondergeschikte betekenis, zoals roeiboten en kano's; d. woonschepen als bedoeld in artikel 88 Huisvestingswet; e. vaartuigen waarvan het gebruik van de haven zich uitsluitend beperkt tot een doorvaart tussen de Nieuwe Maas en de Vlaardingse Vaart of omgekeerd dan wel van of naar een verhuurd wateroppervlak in de haven; f. het gebruik van de haven waarvoor bij overeenkomst een vergoeding is bedongen. Artikel5Heffingsmaatstaf, tarief en tijdvak
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.