Beleidsregel toepassing Wet Bibob voor de horeca- en prostitutiebranche Inleiding De afgelopen jaren is men meer en meer gaan beseffen dat het openbaar bestuur een rol heeft bij de preventie en bestrijding van criminaliteit naast en in aanvulling op politie en justitie. Het bestuur is samen met politie en justitie verantwoordelijk voor het stellen en handhaven van waarden en normen. Daarnaast maakt de gemeente deel uit van de economische markt, door het doen van aanbestedingen en door regulerend op te treden. Voor tal van bedrijfsactiviteiten is een vergunning nodig. Het is gebleken dat het bestuur op die terreinen waarop het regels stelt, oploopt tegen al dan niet georganiseerde criminaliteit. Door het verlenen van vergunningen, subsidies en overheidsopdrachten aan criminelen of criminele organisaties kunnen deze met hun onrechtmatig verkregen financiële middelen of mogelijkheden infiltreren in het economische leven. Dat doen ze door onder meer gebruik te maken van bestuurlijke faciliteiten, zoals vergunningen, subsidies en overheidsopdrachten. Dat heeft een aantasting van de integriteit van de overheid tot gevolg. Criminaliteit en vooral de georganiseerde criminaliteit, speelt zich niet af op een eiland. Criminelen hebben de weg gevonden om via soms duistere constructies op legale wijze, namelijk via een officiële vergunning zaken te doen, bijvoorbeeld een horecabedrijf te exploiteren. In veel gevallen kunnen gemeenten al met eigen middelen optreden om criminaliteit te voorkomen of te bestrijden. Denk maar aan het weigeren van een vergunning of het intrekken daarvan; een pand sluiten wegens overlast of drugshandel, maar ook een subsidie weigeren of een gunning van een werk bij een aanbesteding weigeren. De toepassing van dit soort middelen is vaak effectief en soms effectiever dan opsporen en vervolgen. Bestuursorganen hebben er op dit terrein echter sinds 1 juni 2003 een instrument bij gekregen, namelijk de Wet Bevordering Integriteitbeoordelingen door het Openbaar Bestuur (hierna: de Wet Bibob). Regionale invoering Wet Bibob Gemeenten zijn niet verplicht om de Wet Bibob toe te passen. Het is echter wel belangrijk dat zoveel mogelijk gemeenten dat doen. Dat voorkomt namelijk het zogenaamde waterbedeffect. Dat betekent, dat als een kwaadwillende persoon die in een bepaalde gemeente geconfronteerd wordt met de toepassing van de Wet Bibob, hij geen aanvraag zal indienen, maar zal uitwijken naar die gemeente die de Wet Bibob (nog) niet toepast. Om die ongewenste ontwikkeling tegen te gaan en te voorkomen heeft het Regionaal College van de politie Brabant Zuidoost op 31 maart 2005 besloten tot regionale toepassing van de Wet Bibob. Op die manier kan namelijk het meest effectief en efficiënt de instrumenten uit de Wet Bibob worden toegepast. Voor de regionale aanpak werken de 21 gemeenten van het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven (SREgebied) met de politie Brabant Zuidoost samen. In die samenwerking worden afspraken zoveel mogelijk op elkaar afgestemd en keuzes gemaakt voor een uniforme uitvoering van de Wet Bibob. De aanpak is gefaseerd. In eerste instantie richten gemeenten zich op vergunningen voor seksinrichtingen, softdrugs gerelateerde activiteiten, horeca-inrichtingen en speelautomatenhallen. Daarna zullen de overige beleidsvelden aan bod komen. Ondanks deze afspraken van gefaseerde invoer kunnen individuele gemeenten daar van afwijken. Iedere gemeente heeft wat dat betreft een eigen verantwoordelijkheid. Wel hebben alle gemeenten de regionale aanpak onderschreven en streven zoveel mogelijk naar een uniforme aanpak. Invoering Wet Bibob in de gemeente Bladel Het college van burgemeester en wethouders heeft “in het verleden“ ingestemd met de regionale aanpak. Toen werd ook een BIBOB-coördinator benoemd. Deze is in eerste instantie verantwoordelijk voor de invoering van de Wet Bibob in de gemeente en belast met de uitvoering van het vastgestelde beleid. De BIBOB-coördinator is ook de gemeentelijke vertegenwoordiger in de regio. De gemeente Bladel start volgens regionale afspraak met de horeca- en de prostitutiebranche. Vergunningen in het kader van deze beleidsregel In deze beleidsregel wordt aangegeven hoe de gemeente de Wet Bibob zal toepassen en in welke gevallen een advies aan het landelijk Bureau Bibob gevraagd zal worden. Hierbij gaat het dus om de gemeentelijke vergunningen in de horeca- en prostitutiebranche. Voor de horeca is dat de vergunning op grond van artikel 3 van de Drank en Horecawet. Voor de prostitutie is dat de vergunning op grond van artikel 3.4 van de APV. Beide vergunningen moeten door het college worden afgegeven voordat het betreffende bedrijf uitgeoefend mag worden. De beleidslijn van de gemeente Bladel Bij de beoordeling om een vergunning al of niet te verlenen wil de gemeente praktisch handelen. Daarom wordt een onderscheid gemaakt tussen een “lichte toets” en een “diepgaande” toets. Een lichte toets is een globaal, maar wel serieus onderzoek van de gegeven antwoorden op de gestelde vragen en de ingeleverde stukken bij de aanvraag om de vergunning. Als daaruit iets opvallends naar voren komt (bijvoorbeeld een ‘merkwaardige financiering’) of extra vragen oproept, dan kunnen de ingeleverde stukken nauwkeuriger bekeken en onderzocht worden. Dat is de diepgaande toets. Wanneer wordt er een BIBOB-formulier uitgereikt? Om de objectiviteit bij de behandeling van vergunningaanvragen te waarborgen, geldt dat bij een aanvraag voor een vergunning standaard een BIBOB-vragenformulier wordt meegegeven door de vergunningverlener als het gaat om de beleidsterreinen horeca, prostitutie (seksinrichting, escortbedrijf) en growshops/ smartshops. Er geldt een uitzondering voor: stichtingen en verenigingen op het gebied van sport en welzijn; een bouwkundige aanpassing van een bestaande horeca-inrichting waarover niet eerder een BIBOBve denking is gerezen; situaties waarin het uitsluitend gaat om een wijziging van een drank- en horecavergunning i.v.m. een nieuwe leidinggevende die niet tevens eigenaar/ondernemer is. Aanvragen die alleen betrekking hebben op een terras behorende bij een inrichting. In bijzondere gevallen kan hiervan worden afgeweken. Dit is ter beoordeling van het college na advies door de BIBOB-coördinator. De toetsing van aanvragen om een vergunning gebeurt als volgt: Bij alle aanvragen worden de aangeleverde gegevens (ingeleverde stukken, inclusief de vragenlijst) over financiering en bedrijfsactiviteiten globaal bekeken (lichte toets); Als er naar aanleiding van de antwoorden in de vragenlijst en op basis van de ingeleverde stukken nog vragen zijn dan wordt een dieper onderzoek uitgevoerd (diepgaande toets); Als een aanvrager de vragenlijst al voor de onderneming heeft ingevuld en vanaf de datum van inlevering daarvan zich geen wijzigingen (bijvoorbeeld in de exploitatievorm of ten aanzien van de financiering) hebben voorgedaan, vindt geen toetsing van de financieringsgegevens en bedrijfsactiviteiten plaats. Als de officier van justitie de gemeente adviseert om bij een bepaalde aanvraag een advies aan het landelijk Bureau Bibob aan te vragen, wordt in principe een diepgaande toets uitgevoerd. In de volgende gevallen zal een advies aan het Bureau Bibob worden aangevraagd: Als na de diepgaande toets nog vragen blijven bestaan over de bedrijfsstructuur; Als na de diepgaande toets vragen blijven bestaan over de financiering van het bedrijf; Als na de diepgaande toets vragen blijven bestaan over omstandigheden in de persoon van de aanvrager, de financier van de onderneming of de eigenaar van het pand waarin de onderneming is gevestigd; Als de officier van justitie de gemeente adviseert om in geval van een bepaalde aanvraag een advies aan het landelijk Bureau Bibob aan te vragen. Naam beleidsregel Deze beleidsregel kan worden aangehaald als “Beleidsregel toepassing Wet Bibob voor de horeca- en prostitutiebranche”. Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking op de dag nadat deze is bekendgemaakt. Bladel, 21 december 2010 Burgemeester en wethouders voornoemd, de secretaris, de burgemeester, Toelichting Inleiding Om een goed begrip te krijgen van de Wet Bibob en de mogelijkheden die deze wet biedt zal wat dieper op een aantal zaken in en rondom de Wet Bibob worden ingegaan en de keuze van deze beleidsregel. Doel van de Wet Bibob Het achterliggende doel van de Wet Bibob is dat voorkomen wordt, dat door het verlenen van een vergunning de overheid criminele activiteiten faciliteert. De Memorie van Toelichting bij de Wet Bibob vermeldt daarover het volgende: “Het openbaar bestuur moet in staat worden gesteld zich te beschermen tegen het risico dat criminele activiteiten worden gefaciliteerd, zowel wat betreft zijn bestuurlijke rol bij het verlenen van subsidies en vergunningen, als in zijn civielrechtelijke rol als contractpartij bij aanbestedingen en andere verbintenissen”. Door de toepassing van de Wet Bibob heeft de gemeente de mogelijkheid om, als dat nodig is, extra informatie over personen te verzamelen uit informatiesystemen. Daardoor is het mogelijk geworden om vergunningen te weigeren of in te trekken. Zonder die extra informatie zou dat niet mogelijk zijn geweest. Het Openbaar Ministerie en het landelijk Bureau Bibob vervullen bij het verkrijgen van die extra informatie een belangrijke rol. De Wet Bibob De Wet Bibob regelt eigenlijk twee zaken. In de eerste plaats kunnen bepaalde vergunningen, subsidies en aanbestedingen geweigerd worden omdat er sprake is van criminele banden. Om diezelfde reden kunnen vergunningen, subsidies en aanbestedingen ingetrokken worden of worden opgezegd. Op grond van art. 3 van de Wet Bibob kan een beschikking (dus een vergunning of subsidie) geweigerd of worden ingetrokken wanneer: a. sprake is van een ernstig gevaar dat de beschikking mede gebruikt zal worden voor het benutten van voordelen uit strafbare feiten (bijvoorbeeld het witwassen van zwart geld); b. sprake is van een ernstig gevaar dat de beschikking mede gebruikt zal worden voor het plegen van strafbare feiten (bijvoorbeeld als dekmantel); c. feiten en omstandigheden erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging van de aangevraagde dan wel gegeven beschikking een strafbaar feit is gepleegd (bijvoorbeeld valsheid in geschrift of omkoping). Op de tweede plaats voorziet de Wet Bibob in een landelijk Bureau Bibob. Dit bureau is er speciaal voor om gemeenten als zij dat vragen te adviseren over de ernst van eventueel aanwezige criminele banden van een aanvrager van een vergunning of subsidie of een deelnemer aan een aanbesteding. Het bureau kan daarvoor een diepgaande screening verrichten. Reikwijdte van de Wet Bibob Het is echter niet zo, dat bestuursorganen in alle gevallen de Wet Bibob kunnen toepassen. De wetgever heeft vooral kwetsbare branches op het oog
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.