Concretisering Beleidslijn BIBOB voor horeca, prostitutie en speelautomatenhallenVastgesteld door het College van burgemeester en wethouders op 24 juni 2008 Inleiding In de ‘Beleidslijn BIBOB horeca, prostitutie en speelautomatenhallen’ is in paragraaf 3.1 aangegeven in welke gevallen de gemeente het BIBOB-instrument inzet. Door middel van algemene beleidsindicatoren is de procedure voor de toetsing van vergunningaanvragen beschreven. Deze indicatoren behoeven met het oog op uitvoerbaarheid van het beleid nadere aanscherping. Daarnaast dient de beleidslijn aangevuld te worden voor gebruik van het BIBOB-instrument bij reeds verleende vergunningen waarbij geen sprake is van een aanvraag. Toepassing BIBOB bij vergunningenaanvragen In de door de raad vastgestelde beleidslijn BIBOB is gesteld dat aanvragers van een drank- en horecavergunning, een exploitatievergunning voor een horeca- of seksinrichting, dan wel een vergunning voor een speelautomatenhal bij hun aanvraag aanvullende informatie moeten verstrekken door middel van het BIBOB vragenformulier. Deze aanvragen worden dan aan een zogenaamde ‘lichte toets’ onderworpen. Wanneer het beleid onverkort wordt toegepast, geldt deze procedure voor alle vergunningaanvragen (nieuw én mutaties). Voor vergunningen voor prostitutie en speelautomatenhallen is onverkorte toepassing van de beleidslijn opportuun gelet op het risicoprofiel van deze branches. Praktisch is dit ook uitvoerbaar omdat het aantal aanvragen op jaarbasis zeer beperkt is. Voor horeca gaat het echter om aanzienlijk meer aanvragen. In totaal wordt er per jaar ca. 60 keer een horecavergunning aangevraagd, waarbij het in ruim de helft van de gevallen gaat om mutaties op bestaande vergunningen (bijv. nieuwe ondernemingsvorm, bijschrijven leidinggevenden). Op alle horeca-aanvragen het BIBOB-instrumentarium toepassen betekent voor de gemeente een forse werkbelasting en brengt voor vergunningaanvragers – met name bij mutaties van bestaande vergunningen – een aanzienlijke administratieve lastenverzwaring met zich mee. Om de beschikbare ambtelijke capaciteit zo gericht mogelijk in te zetten en de administratieve last voor vergunningaanvragers te beperken, worden daarom op het terrein van de horeca alleen nieuwe aanvragen aan het BIBOB-instrumentarium onderworpen. Onder een nieuwe aanvraag wordt verstaan een aanvraag voor een nieuwe horeca-inrichting of een aanvraag voor een bestaande horeca-inrichting door een nieuwe (rechts)persoon. Door nieuwe aanvragen te toetsen, kan voorkomen worden dat overloop ontstaat vanuit omliggende gemeenten die de Wet BIBOB toepassen (o.a. Zandvoort, Beverwijk, Haarlem, Zaanstad en Amsterdam). Resumerend wordt bij vergunningaanvragen voor horeca, speelautomatenhallen en prostitutie in de volgende gevallen het invullen van de vragenlijst BIBOB verplicht gesteld en de ‘lichte toets’ uitgevoerd: Horeca-inrichtingen • aanvragen op grond van artikel 3 Drank- en Horecawet voor een nieuwe horeca-inrichting • aanvragen op grond van artikel 3 Drank- en Horecawet voor een bestaande horeca-inrichting door een nieuwe (rechts)persoon • aanvragen voor een exploitatievergunning horeca-inrichting op grond van artikel 2.3.1.1 APV Speelautomatenhallen • aanvragen voor een speelautomatenvergunning op grond van artikel 2 Verordening Speelautomatenhallen) Prostitutie • aanvragen voor een exploitatievergunning seksinrichting.op grond van artikel 3.2.1 APV) Het bovenstaande betekent niet dat bij mutatie-aanvragen op het terrein van horeca nooit het BIBOB-instrumentarium kan worden toegepast. Indien er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven om te twijfelen aan de integriteit van de aanvrager, kan de gemeente in individuele gevallen gemotiveerd besluiten de invulling van de vragenlijst BIBOB verplicht te stellen en de vergunninghouder te toetsen. Toepassing BIBOB bij reeds verleende vergunningen Ook bij reeds verleende vergunningen kan twijfel bestaan over de integriteit van de vergunninghouder. Zonder dat er sprake hoeft te zijn van een aanvraagprocedure biedt de Wet BIBOB ook voor deze vergunningen de mogelijkheid om te toetsen. Bij gebruikmaking hiervan volgt de gemeente de volgende procedure: In de gevallen waarin de officier van justitie de gemeente adviseert om voor een bepaalde vergunning een advies aan het landelijk Bureau BIBOB te vragen, wordt eerst een diepgaande toets uitgevoerd, waarna, indien nodig, een advies wordt aangevraagd bij Bureau BIBOB. In gevallen waarin de mutatiefrequentie voor een bepaald pand of in een bepaald gebied hoog wordt na een afweging terzake, de vergunninghouder verzocht de BIBOB-vragenlijst in te vullen en aanvullende gegevens te verstrekken (artikel 30 lid 3 Wet BIBOB). Dit kan leiden tot het uitvoeren van een diepgaande toets en adviesaanvraag bij Bureau BIBOB. Indien informatie van derden (bijvoorbeeld media) daartoe aanleiding geeft, wordt na een afweging terzake, de vergunninghouder verzocht de BIBOB-vragenlijst in te vullen en aanvullende gegevens te verstrekken (artikel 30 lid 3 Wet BIBOB). Dit kan leiden tot het uitvoeren van een diepgaande toets en adviesaanvraag bij Bureau BIBOB. Indien de vergunninghouder de vragenlijst weigert (volledig) in te vullen c.q. geen medewerking verleent aan het overleggen van de gevraagde gegevens en hierin volhardt nadat hij nogmaals gewezen is op zijn plicht tot medewerking, kan dit grond zijn voor intrekking van de vergunning krachtens artikel 3 van de Wet BIBOB.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.