Beleidsregel uitvoering subsidiesystematiek maatschappelijke ondersteuning 2009Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Grave;Overwegende dat het noodzakelijk is een beleidsregel vast te stellen met betrekking tot het subsidiëren van diensten, producten en activiteiten in het kader van de uitvoering van de Maatschappelijke Ondersteuning (gemeentelijk welzijn en zorgbeleid);Gelet op titel 4.2 en 4.3. van de Algemene wet bestuursrecht;Gelet op het Beleidskader Maatschappelijke Ondersteuning;Gelet op de Algemene Subsidieverordening van de gemeente Grave 2007;b e s l u i tvast te stellen de navolgende beleidsregel:Beleidsregel Uitvoering Subsidiesystematiek Maatschappelijke Ondersteuning 2009 Artikel1Begripsbepalingen Artikel2Doel en toepasbaarheid van deze beleidsregel 1.DoelHet doel van deze beleidsregel is de uitvoering van de subsidiesystematiek vorm en structuur te geven; in overeenstemming met de Algemene wet bestuursrecht, de Grondwet, de Gemeentewet, het duaal stelsel, het beleidskader, de Algemene Subsidie Verordening Grave 2007, de Verordening uitgangspunten financieel beleid, het financieel kader en het juridisch kader. 2.ToepasbaarheidDeze beleidsregel wordt niet toegepast indien er sprake is van een Gemeenschappelijke Regeling, een bovenlokale regeling, of doeluitkering, tenzij het college anders beslist. Artikel3Subsidiëren van het MO-beleid 1.RangordeBinnen het terrein van voorzieningen en activiteiten bedoeld om het MO-beleid te verwezenlijken is de volgende rangorde aangebracht: Basisvoorzieningen / activiteitendie activiteiten waarvoor een wettelijke verplichting bestaat, alsmede die voorzieningen/activiteiten die in het beleidskader zijn aangemerkt als basisvoorziening. Wenselijke voorzieningen /activiteitendie activiteiten die niet wettelijke verplicht zijn, maar wel bijdragen aan het verwezenlijken van het gemeentelijk beleid zoals bedoeld en omschreven in het Beleidskader. Incidentele activiteitendie activiteiten die niet wettelijk verplicht zijn, doch aangemerkt worden als een nieuwe dan wel eenmalige activiteit en bijdragen aan het verwezenlijken van het gemeentelijk beleid zoals bedoeld en omschreven in het beleidskader. 2.SubsidievormenTer subsidiëring van de in het voorgaande artikel genoemde voorzieningen / activiteiten zijn de volgende subsidievormen toepasbaar: Aan de basisvoorziening / activiteit wordt de prestatiesubsidie gekoppeld, met de intentie om een relatie te leggen tussen de door de gemeente essentieel geachte activiteiten / resultaten en de verleende subsidie. Om dit doel te bereiken zal de gemeente als opdrachtgever, met de uitvoerende organisatie als opdrachtnemer, een producten– en prestatieovereenkomst afsluiten. Aan de wenselijke voorziening / activiteit wordt de integratiesubsidie gekoppeld, met de intentie om de instemming van de gemeente uit te drukken voor bepaalde activiteiten. De gemeente zal met de voor deze subsidievorm in aanmerking komende organisaties een budgetovereenkomst afsluiten, dan wel rechten en plichten vastleggen in de beschikking. Indien het subsidiebedrag het maximum van € 5000,-- overstijgt, zal de budgetovereenkomst worden vervangen door de producten- en prestatieovereenkomst, ten zij het college ter zake anders beslist. Aan eenmalige en/of nieuwe activiteiten / evenementen wordt de incidentele subsidie gekoppeld. De gemeente sluit met de voor deze subsidievorm in aanmerking komende organisatie, dan wel met een niet rechtspersoon een budgetovereenkomst af, of legt de rechten en plichten vast in de beschikking. 3.Subsidie verlenen en vaststellen; dan wel afwijzen. De lange procedurea. Subsidie wordt door middel van een daartoe strekkend formulier aangevraagd bij het college van bur-gemeester en wethouders voor 1 mei in het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar.b. Namens het college wordt de ontvangst van de subsidieaanvraag bevestigd, en een datum van besluit-vorming gegeven.c. Het college neemt een besluit (zie 3.5).d. De instelling (opdrachtnemer) tekent een producten – en prestatieovereenkomst.e. Het college deelt het besluit aan de belanghebbenden mee door middel van een beschikking. De in c genoemde overeenkomst maakt onlosmakelijk deel uit van het besluit/beschikking.f. Een positieve beschikking leidt tot subsidie verlenen (= voorschot verlenen; = geen recht tot betaling). Het verleende voorschot bedraagt maximaal 80% van de subsidiesom; tenzij het college beslist 100% van de subsidiesom te bevoorschotten.g. De instelling vraagt zelf de vaststelling van de subsidie aan voor 1 april in het jaar volgend op het subsi-diejaar, en zendt met deze aanvraag minimaal een jaarrekening en jaarverslag mee. Het college kan besluiten meer gegevens op te vragen die het vaststellingsproces dienen.h. Het college neemt een besluit over de vaststelling van de subsidie. Indien tot vaststelling wordt besloten, krijgt de belanghebbende een beschikking. Hierna wordt het resterend deel van de subsidiesom betaalbaar gesteld. De korte procedurea. Subsidie wordt door middel van een daartoe strekkend formulier aangevraagd bij het college van bur-gemeester en wethouders voor 1 mei in het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar.b. Namens het college wordt de ontvangst van de subsidieaanvraag bevestigd, en een datum van besluit-vorming gegeven.c. Het college neemt een besluit (zie 3.5).d. Het college stuurt een beschikking “besluit vaststellen subsidie”, met een budgetovereenkomst. Het college kan besluiten van een budgetovereenkomst af te zien (zie lig g van dit artikel).e. De belanghebbende stuurt de budgetovereenkomst getekend terug.f. De subsidiesom wordt in een keer uitbetaald.g. Het college kan besluiten doel en strekking van de subsidie op te nemen in de beschikking en geen budgetovereenkomst te vergen.h. De belanghebbenden stuurt voor 1 mei volgend op het jaar waarop de subsidie betrekking heeft een financiële verantwoording. Een overzicht van inkomsten en uitgaven volstaat.i. De te verstrekken subsidiesom mag het bedrag van € 5000,-- niet overschrijden; tenzij het college anders beslist.j. Indien het college het in lid i bedoelde beleidsvrijheid niet benut, treedt wanneer de te verstrekken subsi-diesom hoger is dan € 5000,-- de lange procedure in werking. Incidentele subsidiea. Subsidie wordt door middel van een daartoe strekkend formulier aangevraagd.b. Subsidie dient 8 weken voor de aanvang van een activiteit te zijn aangevraagd, tenzij het college om gemotiveerde reden anders beslist.c. Namens het college wordt de ontvangst van de subsidieaanvraag bevestigd, en een datum van besluit-vorming gegeven.d. Het college neemt een besluit (zie 3.5), en wel binnen 4 weken na ontvangst van de subsidieaanvraag, en besluit eveneens of de korte- dan wel de lange procedure van toepassing is. (zie lid 3:1 en 3:2). Prestatiesubsidie en IntegratiesubsidieVoor deze subsidievormen gelden aparte beleidsregels, afgeleid van de beleidsterreinen zoals neergelegd in het vigerend beleidskader. In deze beleidsregels zijn subsidiegrondslagen opgenomen. De toepasbaarheid van de lange- dan wel de korte procedure zijn eveneens in deze beleidsregels neergelegd. Afwijzend besluita. Indien het college een subsidieaanvraag niet honoreert (negatief beschikt), stuurt het college een beschikking aan de belanghebbenden. Het besluit/beschikking is naar behoren gemotiveerd.b. Op een afwijzend besluit volgt een door de belanghebbende aanhangig te maken bezwaar en beroepprocedure. De mogelijkheid van het instellen van bezwaar en beroep dient deel uit te maken van de beschikking. Redelijke eigen bijdrage: jaarlijks in rekening te brengen minimale geldelijke contributiebijdrage.Jeugdleden (tot 18 jaar): € 25
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.