Destructieverordening gemeente Buren 1999De raad der gemeente Buren;Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 20 april 1999; gelezen het advies van de commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken d.d. 31 mei 1999; gelet op artikel 17 van de Destructiewet; Besluit:Vast te stellen de volgende Destructieverordening. Hoofdstuk1Destructieverordening gemeente Buren 1999 Artikel1 1Wet: de Destructiewet 2Aangifteplichtige: degene die als houder of eigenaar van destructiemateriaal inge¬volge de wet verplicht is daarvan aangifte te doen. 3Destructiemateriaal: dode honden, dode katten en het krachtens artikel 2 tweede lid van de wet aangewezen dierlijk afval. Artikel2 Burgemeester en wethouders wijzen één of meer verzamelplaatsen aan, waar het destructiemateriaal in ontvangst wordt genomen. Artikel3 De aangifteplichtige is gehouden uiterlijk op de eerste werkdag, die volgt op de dag waarop het destructiemateriaal is ontstaan, het materiaal te vervoeren naar de naastbijgelegen verzamel¬plaats en het daar aan te geven en af te staan. Artikel4 Tot het tijdstip van afgifte is de aangifteplichtige gehouden het destructiemateriaal zodanig te bewaren dat vermenging met ander materiaal wordt voorkomen. Artikel5 De artikelen 3 en 4 vinden geen toepassing voor zover artikel 30 van het Destructiebesluit van toepassing is. Artikel6 Deze verordening kan worden aangehaald als "Destructieverorde¬ning gemeente Buren 1999". Artikel7 De verordening treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op die waarin bekendmaking heeft plaatsgevonden. Artikel8 De Destructieverordening van de voormalige gemeente Lienden, de Destructie-verordening van de voormalige gemeente Buren en de Destructieverordening van de voormalige gemeente Maurik worden ingetrokken. Aldus vastgesteld door de raad van Buren in zijn openbare vergadering d.d. 22 juni 1999.De secretaris, De voorzitter,Toelichting1Artikelsgewijs Destructieverordening gemeente Buren 1999Artikel 1Op grond van artikel 2, tweede lid van de Destructiewet kan de minister van Welzijn Volksgezondheid en Cultuur categorieën aanwijzen van dierlijk afval als hoog-risico-materiaal en daarvan bepalen dat artikel 17 van toepassing is. Het gaat hierbij om vogels die zijn gestorven aan botulisme en om kadavers van dieren in dierentuinen die uit het oogpunt van volksgezondheid gevaarlijk kunnen zijn.Artikel 2 en 3De wet bevat geen bepalingen over het verzamelen van dode honden en dode katten. Het gemeentebestuur kan derhalve één of meer verzamelplaatsen aan-wijzen. Dit kan zijn een gemeentelijke werf, waar zich een ton met koe¬ling bevindt voor het verzamelen van dode honden en katten. De bevoegde instantie is dan de aanwezige ambtenaar van de betreffende dienst.Het gemeentebestuur kan ook de vaak bestaande praktijk handhaven om dieren-artsen en dierenambulance-organisaties aanwijzen als voor het verzamelen bevoegde personen of instanties. De verzamelplaatsen zijn dan de dierenarts(en) respectievelijk de dierenambulance-organisatie(s).Artikel 4Met deze bepaling wordt bedoeld, dode honden en dode katten die niet samen met ander materiaal dan van dierlijke herkomst mogen worden bewaard. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om halsbanden, touw en kleden.Artikel 5Op grond van artikel 13, derde lid van de Destructiewet heeft de minister in artikel 30 van het Destructiebesluit bepaald dat dode honden en dode katten, die worden begraven op het terrein van de eigenaar of houder of op een plaats die ingevolge een besluit van het gemeentebestuur voor dit doel is toegelaten, hetzij worden verast in een crematorium, niet behoeven te worden afgestaan aan de destructor/ ondernemer.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.