Verordening op de heffing en de invordering van baatbelasting riolering zomerhuizengezien: het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 25 september 2001; gelet: op artikel 222 van de Gemeentewet en het "bekostigingsbesluit riolering zomerhuizen", vastgesteld bij raadsbesluit van 14 februari 1995; B E S L U I T: vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van baatbelasting riolering zomerhuizen Artikel1begripsomschrijvingen a.een onroerende zaak: een gebouwd eigendom; een ongebouwd eigendom; een gedeelte van een onder 1 of 2 bedoeld eigendom dat blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt; een samenstel van twee of meer van de onder 1 of 2 bedoelde eigendommen of onder 3 bedoelde gedeelten daarvan die naar de omstandigheden beoordeeld bij elkaar horen b.het bestemmingsplan: Bestemmingsplan Ankerplaats-Vliepark-Duinkersoord Artikel2Belastbaar feit 1.Onder de naam "baatbelasting riolering zomerhuizen" wordt in de vorm van een heffing ineens een belasting geheven ter zake van de onroerende zaken gelegen in de gemeente binnen de rode omlijning op de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte kaart, die op 1 januari 1996 zijn gebaat door de in het tweede lid genoemde voorzieningen die tot stand zijn of worden gebracht door of met medewerking van het gemeentebestuur. 2.De in het eerste lid bedoelde voorzieningen omvatten de aanleg van een droog weer afvoer rioleringstelsel compleet met een vrij verval riolering, persleidingen, en gemalen. Artikel3Belastingplicht 1.De belasting wordt geheven van degene die van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 2, eerste lid, het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. 2.Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende krachtens eigen dom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die op het tijdstip van ingang van de heffing dan wel, indien de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting, bij de aanvang van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel4Maatstaf van heffing De maatstaf van de heffing is een bedrag per onroerende zaak Artikel5 1.De belasting bedraagt per onroerende zaak 3.176,47 Artikel6Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse belasting 1.In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van de belasting plichtige de belasting geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting gedurende 30 jaren. Het verzoek genoemd in de eerste volzin dient binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag schriftelijk bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar te worden ingediend. 2.Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. 3.De jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal verschuldigde, berekend op basis van een periode van 30 jaren en een rentevoet van 7,5% = € 268,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.