Verordening op de raadscommissies2008, nr. VI-6; De raad van de gemeente Winterswijk; gelezen het voorstel van het presidium van 20 juni 2008, nr. VI-6; b e s l u i t : de ‘Verordening op de raadscommissies’ - door de raad vastgesteld in zijn vergadering van 22 februari 2007, nr. II-2 - te wijzigen, zodanig dat deze ná wijziging in haar geheel luidt als volgt: VERORDENING OP DE RAADSCOMMISSIES Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: lid: lid van een raadscommissie; voorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens vervanger; commissiegriffier: secretaris van een raadscommissie of diens vervanger; griffier: griffier van de raad of diens vervanger; vergadering: vergadering van een raadscommissie; rondetafelgesprek: een bijeenkomst van raadscommissieleden, burgers en maatschappelijke organisaties; presidium: gremium bestaande uit de voorzitter van de raad en de fractievoorzitters. Hoofdstuk 2 Instelling, taken en samenstelling Artikel 2 Instelling raadscommissies 1.De raad stelt de volgende raadscommissies in: commissie Ruimte; commissie Samenleving. 2.Tot het werkterrein van de commissie Ruimte behoren de volgende (beleids)programma’s als bedoeld in de Programmabegroting: Programma 4 : Milieu en duurzame energie Programma 5 : Stedelijke vernieuwing en openbaar gebied Programma 8 : Bedrijvigheid in de kern Programma 9 : Landelijk gebied Programma 10 : Verkeer en vervoer, alsmede onderwerpen betreffende de gemeenschappelijke regeling: Recreatieschap Achterhoek en Liemers. 3.Tot het werkterrein van de commissie Samenleving behoren de volgende (beleids)programma’s als bedoeld in de Programmabegroting: Programma 1 : Bestuur en democratie Programma 2 : Dienstverlening Programma 3 : Openbare orde en veiligheid Programma 6 : Maatschappelijke ondersteuning Programma 7 : Werk en inkomen, Programma 11 : Sport en sportaccommodaties Programma 12 : Kunst, cultuur en monumentenzorg Programma 13 : Onderwijs en kinderopvang Programma 14 : Jeugd Programma 15 : Citymarketing Programma 16 : Bedrijfsvoering en financiën, alsmede onderwerpen betreffende de gemeenschappelijke regelingen: Regio Achterhoek Hameland Veiligheidsregio Noord-Oost Gelderland Openbaar Lichaam Crematoria Twente Stadsbank Oost Nederland 2005 GGD Gelre Ijssel. 4.De raad kan de verdeling van de onderwerpen over de raadscommissies wijzigen. 5.Een onderwerp wordt, indien het meerdere raadscommissies aangaat, slechts in één raadscommissie behandeld en wel in die raadscommissie, die het onderwerp het meest aangaat. De voorzitters kunnen in overleg beslissen dat een gezamenlijke vergadering van de betrokken raadscommissies wordt belegd. 6.Indien een gezamenlijke vergadering van de betrokken raadscommissies wordt belegd, vervult de voorzitter van de raadscommissie, die het onderwerp het meest aangaat, de taken van de voorzitter. Artikel3Taken Een raadscommissie heeft de volgende taken: het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of onderwerp dat betrekking heeft op de in artikel 2, tweede tot en met derde lid, genoemde onderwerpen; het uitbrengen van advies aan de raad uit eigen beweging; voeren van overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de in artikel 2, tweede tot en met derde lid, genoemde onderwerpen. Artikel 4 Samenstelling 1.Een raadscommissie bestaat uit twee of drie leden per fractie. Het aantal raadscommissieleden per fractie wordt door de fractie zelf bepaald. 2.De in het eerste lid genoemde leden worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd. 3.Een lid kan zowel raadslid als niet-raadslid zijn. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een lid van een raadscommissie. Voor het totaal van de raadscommissies kunnen per fractie maximaal vier niet-raadsleden worden benoemd 4.Bij verhindering of afwezigheid van een raadscommissielid kan de betreffende fractie elk plaatsvervangend raadscommissielid, behorend tot haar fractie, laten deelnemen aan de raadscommissievergadering, ook wanneer het plaatsvervangend raadscommissielid geen lid is van de betreffende raadscommissie. 5.De raad benoemt op voordracht van de fracties alle plaatsvervangende raadscommissieleden. Het plaatsvervangend lid voldoet aan de in het derde lid, genoemde vereisten. 6.Fractievoorzitters mogen aan alle vergaderingen van elke raadscommissie deelnemen, ook wanneer het maximumaantal deelnemers per fractie is bereikt. Artikel 5 Voorzitter De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door de raad uit zijn midden benoemd. De voorzitter is geen lid van de raadscommissie. De voorzitter is belast met: het leiden van de vergadering; het handhaven van de orde; het doen naleven van deze verordening; hetgeen deze verordening hem verder opdraagt; het vaststellen van de voorlopige agenda van de vergadering; het doen uitgaan van de schriftelijke oproep voor de vergadering. Artikel 6 Zittingsduur en vacatures 1.De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. 2.Een lid en zijn plaatsvervanger houden op lid te zijn van een raadscommissie indien zij niet meer voldoen aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen. 3.De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd. 4.De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan. 5.Een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 6.Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van artikel 4 en 5. 7.Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege. Artikel 7 Werkgroepen 1. Elke raadscommissie kan één of meerdere werkgroepen instellen. 2.De leden van de werkgroepen worden door de fracties aangewezen. Alleen raadsleden en raadscommissieleden kunnen lid zijn van werkgroepen van de raadscommissies. Raadsleden en raadscommissieleden kunnen ook lid zijn van werkgroepen van de raadscommissie, waarvan zij geen lid zijn. Elke werkgroep kiest uit haar midden een voorzitter. De burgemeester, één of meer programmabestuurders en ambtenaren kunnen als adviseur aan de werkzaamheden van de werkgroepen deelnemen. 3.Elke werkgroep stelt direct na haar instelling een conceptwerkdocument op, waarin de doelstellingen, taken en werkwijze van de werkgroep nader zijn omschreven. De werkgroep legt het conceptwerkdocument zo spoedig mogelijk ter goedkeuringaan de raadscommissie voor. 4.Werkgroepen kunnen zich in hun werkzaamheden laten bijstaan door derden. De commissiegriffier is secretaris van de werkgroepen, die door de betreffende raadscommissie zijn ingesteld. Artikel 8 Rondetafelgesprekken 1.Rondetafelgesprekken zijn bijeenkomsten van (plaatsvervangende) raadscommissieleden met burgers en maatschappelijke organisaties in aanwezigheid van de betrokken portefeuillehouder(s), ambtenaren en daartoe uitgenodigde deskundigen. 2.Rondetafelgesprekken worden in het openbaar gehouden. 3.De artikelen 10, 11, 12, 13, 15 en 22 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op rondetafelgesprekken. 4.Rondetafelgesprekken hebben ten doel de beeldvorming van onderwerpen te vervolmaken en fungeren als instrument ter voorbereiding van de behandeling van die onderwerpen in de raad of raadscommissie. 5.Oordeelsvorming en besluitvorming over de aan de orde zijnde onderwerpen vinden niet plaats tijdens de rondetafelgesprekken, maar in de vergaderingen van de betreffende raadscommissie en/of de raad. 6.Het presidium is belast met de voorbereiding van de rondetafelgesprekken en wijst per rondetafelgesprek een voorzitter aan. Alleen raadsleden kunnen als voorzitter van een rondetafelgesprek worden aangewezen. 7.Rondetafelgesprekken vinden plaats op tijdstippen vermeld in het vergaderrooster van de raad en de raadscommissies. Rondetafelgesprekken beginnen om 19.30 uur en worden óf in het raadhuis óf op locatie gehouden. Het presidium kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen. 8.De artikelen 12, 14 en 15 zijn van overeenkomstige toepassing op rondetafelgesprekken. 9.Elke fractie wijst telkens per rondetafelgesprek haar vertegenwoordigers aan voor deelname aan het betreffende rondetafelgesprek. Uitsluitend (plaatsvervangende) raadscommissieleden uit de fractie kunnen als deelnemer namens de fractie worden aangewezen. Deze raadscommissieleden kunnen verduidelijkende vragen stellen, de overige fractieleden zijn aanwezig als toehoorders. 10.Elk rondetafelgesprek eindigt met het maken van een procedureafspraak over de verdere behandeling van het onderwerp. Artikel 9 Griffier en commissiegriffier 1.Ter ondersteuning van iedere raadscommissie fungeert een ambtenaar van de griffie als commissiegriffier. 2.De commissiegriffier is in iedere vergadering aanwezig. 3.Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door een daartoe door de griffier aangewezen medewerker van de griffie. 4.De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn. Hoofdstuk 3 Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris Artikel 10 Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris 1.De voorzitter kan de burgemeester, één of meer programmabestuurders (=wethouders) en de secretaris uitnodigen in de vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen. 2.Indien de burgemeester of een programmabestuurder bij een vergadering aanwezig wil zijn en wil deelnemen aan de beraadslagingen, doet hij hiertoe een verzoek aan de voorzitter. 3.De voorzitter neemt zo spoedig mogelijk een voorlopige beslissing op het verzoek. 4.De raadscommissie kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige (plaatsvervangende) leden van de raadscommissie, insprekers, de burgemeester, één of meer programmabestuurders, de secretaris en de griffier deelnemen aan de vergadering. 5.Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden van de raadscommissie genomen. 6.Indien de burgemeester, de programmabestuurder of de secretaris later terugkomt op gestelde vragen is dit in de regel in de volgende commissievergadering, tenzij de burgemeester, de programmabestuurder of de secretaris met redenen heeft omkleed waarom de beantwoording later zal plaatsvinden. Hoofdstuk 4 Vergadering Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen en voorbereiding Artikel 11 Vergaderfrequentie 1.In de regel vergaderen de raadscommissies volgens een vast vergaderrooster. De vergaderingen van de raadscommissies beginnen om 19.30 uur en vinden in de regel plaats in het raadhuis. 2.Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken. 3.De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover overleg met de griffier. Artikel 12 Oproep 1.De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een vergadering de leden een schriftelijke oproep onder vermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. 2.De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden verzonden. 3.Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 12, eerste lid, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden gezonden. Artikel 13 De agenda 1.Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt de voorzitter de agenda van de vergadering voorlopig vast. 2.In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. 3.Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. 4.Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de beraadslaging voorbereid acht, kan hij aan het college of de burgemeester nadere inlichtingen vragen. De raadscommissie bepaalt in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt. 5.Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. Artikel 14 Ter inzage leggen van stukken 1.Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproepvoor een ieder op het raadhuis ter inzage gelegd. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden en zo mogelijk in een openbare kennisgeving. 2.Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het gemeentehuis gebracht. 3.Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier een lid inzage. Artikel 15 Openbare kennisgeving 1.De vergadering wordt door aankondiging in een in de regio verschijnend dag- of weekblad en door plaatsing op de internetsite van de gemeente ter openbare kennis gebracht. 2.De openbare kennisgeving vermeldt: de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige agenda van de vergadering; de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien; de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 18. 3.De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden tevens geplaatst in het Bestuurlijk Informatie Systeem (BIS) op de internetsite van de gemeente. Paragraaf 2 Orde der vergadering Artikel 16 Presentielijst Vervallen Artikel 17 Opening vergadering en quorum 1.De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. 2.Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de schriftelijke oproep is gelegen. 3.Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. Artikel 18 Spreekrecht burgers 1.Belangstellenden kunnen in een openbare vergadering van een raadscommissie het woord voeren over een onderwerp, dat tot het werkterrein van de raadscommissie behoort. 2.Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor het begin van de vergadering aan de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren. 3.Bij het begin van de vergadering inventariseert de voorzitter wie gebruik van het spreekrecht wil maken. 4.Insprekers worden door de voorzitter in de gelegenheid gesteld het woord te voeren vóór de behandeling van het betreffende agendapunt of indien het een onderwerp betreft dat niet op de agenda staat bij de rondvraag. 5.De voorzitter geeft het woord in volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 6.Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 7.Insprekers dienen hun vragen, opmerkingen e.d. zakelijk en beknopt weer te geven. Na het inspreken neemt de raadscommissie het betreffende onderwerp in behandeling. De commissieleden reageren daarbij desgewenst ook op hetgeen insprekers naar voren hebben gebracht. 8.Insprekers hebben het recht mee te discussiëren over het betreffende agendapunt. 9.De voorzitter kan op enig moment de beraadslaging beperken tot de reguliere deelnemers van de raadscommissie (raadscommissieleden of hun plaatsvervangers, burgemeester, programmabestuurders, ambtenaren, deskundigen etc.). De voorzitter zal daartoe niet eerder besluiten dan nadat insprekers voldoende gelegenheid hebben gehad mee te discussiëren, een en ander ter beoordeling van de voorzitter. Artikel 19 Verslag 1.Het conceptverslag van de voorgaande vergadering wordt, zo mogelijk, aan de leden toegezonden gelijktijdig met de schriftelijke oproep. Het conceptverslag wordt op hetzelfde moment aan de overige personen die het woord gevoerd hebben, toegezonden. 2.Bij het begin van de vergadering wordt, het verslag van de vorige vergadering vastgesteld. 3.De leden, de voorzitter, de burgemeester en de programmabestuurders, hebben het recht, een voorstel tot wijziging van het verslag aan de raadscommissie te doen, indien het verslag onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeven hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor de aanvang van de vergadering bij de commissiegriffier te worden ingediend. 4.Het verslag moet inhouden: de namen van de voorzitter, de griffier, de commissiegriffier, de burgemeester en de programmabestuurders, de secretaris en de ter vergadering aanwezige leden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; afzonderlijk wordt vermeld: welke leden afwezig waren; een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen der aanwezigen die het woord voerden; een samenvatting van het advies aan de raad onder vermelding van de namen van de leden die mededeling hebben gedaan van hun goed- of afkeuring, en met aantekening van de namen van de leden die zich niet uitgelaten hebben; bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 25 door de raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 5.Het verslag wordt opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de griffier. 6.Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de commissiegriffier ondertekend. Artikel 20 Aantal spreektermijnen 1.De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist. 2.Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 3.Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4.Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde, tenzij de voorzitter dat toestaat. Artikel21Spreektijd De voorzitter of een lid kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden. Artikel 22 Voorstellen van orde 1.De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2.Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3.Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie terstond. Artikel 23 Handhaving orde; schorsing 1.Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze verordening te herinneren; een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 2.Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 3.De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. 4.De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. 5.Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. Artikel 24 Beraadslaging 1.De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2.Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. Artikel 25 Deelname aan de beraadslaging door anderen De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen. Artikel 26 Advies 1.Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raadscommissie anders beslist. 2.Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie of er een advies aan de raad wordt uitgebracht. 3.Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud van het advies. 4.In het advies worden de standpunten van alle fracties en leden opgenomen. Hoofdstuk 5 Besloten vergadering Artikel27Algemeen Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 28 Verslag 1.Het verslag van een besloten vergadering wordt aan de fractievoorzitters ter beschikking gesteld. De overige leden - én raadsleden - kunnen het verslag inzien bij de fractievoorzitters en op de griffie. 2.Wanneer omtrent het verslag tevens geheimhouding geldt, wordt het niet aan de fractievoorzitters ter beschikking gesteld, maar ligt het voor de leden, de voorzitter en de raadsleden op de griffie ter inzage. 3.Wanneer de raadscommissie het wenselijk vindt dat ook anderen dan de in het vorige lid genoemde personen het verslag, waarvoor geheimhouding geldt, mogen inzien, dan bepaalt de raadscommissie uitdrukkelijk welke personen worden bedoeld. De geheimhouding wordt door hen in acht genomen totdat deze is opgeheven. 4.Het verslag van een besloten vergadering wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden.Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet openbaar maken van dit verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend. Artikel 29 Geheimhouding Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Artikel 30 Opheffing geheimhouding Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover, indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd. Hoofdstuk 6 Toehoorders en pers Artikel 31 Toehoorders en pers 1.De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. 2.Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. 3.De voorzitter is bevoegd, niet-leden van de commissie die op enigerlei wijze de orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen. Artikel 32 Geluid- en beeldregistraties Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten. Artikel 33 Verbod gebruik mobiele telefoons In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de orde van de vergadering zonder toestemming van de voorzitter niet toegestaan. Hoofdstuk 7 Slotbepalingen Artikel 34 Uitleg verordening In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel van de voorzitter. Artikel35 Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking op 4 juli 2008. 2.Op dat tijdstip vervalt de ‘Verordening op de raadscommissies’ vastgesteld bij raadsbesluit van 22 februari 2007, nr. II-2. Aldus besloten door de raad van de gemeente Winterswijk in zijn openbare vergadering van 26 juni 2008, de voorzitter, de griffier, Algemene toelichting In de Gemeentewet wordt onderscheid gemaakt tussen raadscommissies, bestuurscommissies en andere commissies (resp. artikel 82, 83 en 84 Gemeentewet). Raadscommissies bereiden de besluitvorming in de raad voor en voeren overleg met het college en de burgemeester. Bestuurscommissies zijn commissies waaraan bevoegdheden van de raad, het college of de burgemeester worden overgedragen. Andere commissies kunnen alle mogelijke denkbare taken hebben. Er kan gedacht worden aan adviescommissies, ad hoc commissies en wijkraden. Deze modelverordening heeft betrekking op de raadscommissies. In veel gemeenten is de afgelopen jaren stil gestaan bij het bestaande vergaderstelsel. De praktijk laat zien dat het commissiestelsel niet alleen op verschillende manieren wordt heringericht, maar dat er ook gemeenten zijn die de keuze hebben gemaakt om zonder raadscommissies te werken. De ‘Handreiking vernieuwend vergaderen: voorbeelden uit de praktijk’ gaat uitgebreid in op de nieuwe overlegvormen. Op grond van artikel 82, eerste lid, kan de raad zoveel raadscommissies instellen als hij wenselijk acht. De raad regelt de taken, bevoegdheden, samenstelling en werkwijze van de raadscommissies en de wijze waarop de leden van een raadscommissie inzage hebben in stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. De Gemeentewet verplicht overigens niet tot het instellen van raadscommissies. Om te bevorderen dat de discussie in de raad plaatsvindt, zijn er gemeenten die ervoor kiezen om geen raadscommissie(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.