VERORDENING WET INBURGERING De raad van de Gemeente Soest; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 23 november 2010, nr. RV 10-39 ; gelet op de artikelen 8, 19, vijfde lid, 23, derde lid, 24a, vijfde lid, 24f en 35 van de Wet inburgering en artikel 4.27, derde lid, van het Besluit inburgering; b e s l u i t: vast te stellen de volgende verordening: Hoofdstuk1.Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Soest; de wet: de Wet inburgering; voorziening: een (duale) inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening. De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze verordening worden gebruikt. Artikel2De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars 1.Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen en de vrijwillige inburgeraars op een doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod van en de toegang tot de voorzieningen; 2.Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de inburgeringsplichtigen en de vrijwillige inburgeraars in ieder geval gebruik van de volgende middelen: Schriftelijk voorlichtingsmateriaal; Gemeentelijke website; Het college beoordeelt tenminste eens in de vier jaren de doeltreffendheid en doelmatigheid van De informatieverstrekking aan de inburgeringsplichtigen en de vrijwillige inburgeraars en rapporteert daarover aan de raad. Hoofdstuk2.Het aanbieden van een voorziening aan inburgeringsplichtigen Artikel3Aanwijzen van de doelgroepen Het college wijst de groepen inburgeringsplichtigen aan waaraan hij bij voorrang een voorziening kan aanbieden op basis van de volgende criteria: het hebben van een afstand tot de arbeidsmarkt; het bevorderen van de participatie; het hebben van een opvoedingstaak. Artikel4De samenstelling van de voorziening 1.Het college stemt de voorziening, met uitzondering van de voorziening aan geestelijke bedienaren, af op het startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de inburgeringsplichtige; 2.Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg voor dat de voorziening op de voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt afgestemd. Artikel5De procedure van het doen van een aanbod 1.Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of tweede lid, van de wet schriftelijk. Het aanbod wordt gezonden naar het adres waar de inburgeringsplichtige in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven; 2.In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de voorziening die wordt aangeboden en worden de rechten en verplichtingen vermeld die aan de voorziening worden verbonden; 3.De inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt binnen twee weken het college schriftelijk mee of hij het aanbod al dan niet aanvaardt; 4.Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het college binnen vier weken na ontvangst van deze mededeling het besluit tot toekenning van de voorziening, overeenkomstig het gedane aanbod. Artikel6De voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget 1.Op verzoek van de inburgeraar kan het college een voorziening aanbieden in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget aan inburgeraars die: onderdelen van het inburgeringsexamen al beheersen en met een individueel traject sneller hun voorziening kunnen afronden; specifieke wensen hebben ten aanzien van hun voorziening en/of niet passen binnen het reguliere aanbod. Het college kan aan andere inburgeraars dan bedoeld onder a en b van het eerste lid een persoonlijk inburgeringsbudget aanbieden, indien daartoe naar het oordeel van het college aanleiding bestaat. 3.Het college keurt het voorstel van de inburgeringsplichtige voor het volgen van een (duaal) inburgeringsprogramma goed, indien dit programma: -naar het oordeel van het college passend is om hem voor te bereiden op en toe te leiden naar het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II; en -wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan de volgende vereisten: a. ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel; beschikken over een keurmerk van de brancheorganisatie; beschikken over aantoonbare ervaring en deskundigheid op het gebied van het verzorgen van inburgeringsprogramma’s of taalkennisvoorzieningen. Het college keurt het voorstel van de inburgeringsplichtige voor het volgen van een taalkennisvoorziening goed, indien deze taalkennisvoorziening: naar het oordeel van het college passend is om hem de kennis van de Nederlandse taal te laten verwerven die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau 1 of 2; en wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan de volgende vereisten: a. ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel; beschikken over een keurmerk van de brancheorganisatie; beschikken over aantoonbare ervaring en deskundigheid op het gebied van het verzorgen van inburgeringsprogramma’s of taalkennisvoorzieningen. Als het college de voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget heeft vastgesteld, sluit het college, de inburgeringsplichtige, of een andere partij een overeenkomst met het inburgeringsbedrijf. Artikel7De inning van de eigen bijdrage 1.De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet wordt in ten hoogste 12 maandtermijnen betaald; 2.Het college legt in de beschikking tot toekenning van een voorziening de termijnen van betaling vast. Indien het college de eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt dat in de beschikking vastgelegd. Artikel8Opleggen van verplichtingen Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking één of meer van de volgende verplichtingen opleggen: het deelnemen aan de voorziening; het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider; het deelnemen aan voortgangsgesprekken; voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip dat door het college wordt bepaald; e.het melden indien door relevante omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan worden voldaan; Artikel9De inhoud van de beschikking Het besluit tot toekenning van een voorziening bevat in ieder geval: een beschrijving van de voorziening; een opgave van de rechten en verplichtingen van de inburgeringsplichtige; de datum waarop het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II moet zijn behaald; de termijnen en wijze van betaling; en ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van handhaving van de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 26 van de wet, aanvangt. Hoofdstuk3.De bestuurlijke boete Artikel10De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen 1.De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250 indien de inburgeringsplichtige of de persoon Ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de wet. 2.De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500 indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde voorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 8 van deze verordening. 3.De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500 indien de inburgeringsplichtige niet binnen de In artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van Artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. Artikel11Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de overtreding De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1000 indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. Hoofdstuk4Het aanbieden van een voorziening aan vrijwillige inburgeraars Artikel12Aanwijzen van de doelgroepen Het college wijst de groepen vrijwillige inburgeraars aan waaraan hij bij voorrang een voorziening kan aanbieden op basis van de volgende criteria: het hebben van een afstand tot de arbeidsmarkt; het bevorderen van de participatie; het hebben van een opvoedingstaak. Artikel13De samenstelling van de voorziening 1.Het college bepaalt in overleg met de vrijwillige inburgeraar, uitgezonderd geestelijke bedienaren, de samenstelling van de voorziening. De voorziening wordt afgestemd op het startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de vrijwillige inburgeraar. 2.Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg voor dat de voorziening op de voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt afgestemd. Artikel14De voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget 1.Op verzoek van de inburgeraar kan het college een voorziening aanbieden in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget aan inburgeraars die: onderdelen van het inburgeringsexamen al beheersen en met een individueel traject sneller hun voorziening kunnen afronden; specifieke wensen hebben ten aanzien van hun voorziening en/of niet passen binnen het reguliere aanbod. Het college kan aan andere inburgeraars dan bedoeld onder a en b van het eerste lid een persoonlijk inburgeringsbudget aanbieden, indien daartoe naar het oordeel van het college aanleiding bestaat. 3.Het college keurt het voorstel van de vrijwillige inburgeraar voor het volgen van een (duaal) inburgeringsprogramma goed, indien dit programma: naar het oordeel van het college passend is om hem voor te bereiden op en toe te leiden naar het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II; en wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan de volgende vereisten: ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel; beschikken over een keurmerk van de brancheorganisatie; beschikken over aantoonbare ervaring en deskundigheid op het gebied van het verzorgen van inburgeringsprogramma’s of taalkennisvoorzieningen. Het college keurt het voorstel van de vrijwillige inburgeraar voor het volgen van een taalkennisvoorziening goed, indien deze taalkennisvoorziening: naar het oordeel van het college passend is om hem de kennis van de Nederlandse taal te laten verwerven die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau 1 of 2; en wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan de volgende vereisten: a. ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel; beschikken over een keurmerk van de brancheorganisatie; beschikken over aantoonbare ervaring en deskundigheid op het gebied van het verzorgen van inburgeringsprogramma’s of taalkennisvoorzieningen. Als het college de overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar, bedoeld in artikel 24d, tweede lid, van de wet, waarin de voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget is opgenomen, heeft gesloten, sluiten het college, de vrijwillige inburgeraar, of een andere partij een overeenkomst met het inburgeringsbedrijf. Artikel15De inning van de eigen bijdrage 1.De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet wordt in ten hoogste 12 termijnen betaald. 2.Het college legt in de overeenkomst de termijnen van betaling vast. Indien overeen gekomen is dat het college de eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt dat in de overeenkomst, bedoeld in artikel 17 vastgelegd. Artikel16Opleggen van verplichtingen Het college kan in de overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar, bedoeld in artikel 24d, tweede lid, van de wet een of meer van de volgende verplichtingen opnemen: het deelnemen aan de voorziening; het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider; het deelnemen aan voortgangsgesprekken; voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip dat in de overeenkomst wordt neergelegd; e.het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante omstandigheden niet aan de verplichtingen in de overeenkomst kan worden voldaan; Artikel17De inhoud van de overeenkomst De overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar, bedoeld in artikel 24d, tweede lid, van wet bevat in ieder geval: een beschrijving van de voorziening; een opgave van de rechten en verplichtingen van de vrijwillige inburgeraar; de datum waarop aan het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II moet zijn deelgenomen; de sancties die kunnen worden toegepast wanneer de verplichtingen niet worden nagekomen, en de termijnen en wijze van betaling van de eigen bijdrage. Artikel18Sancties bij niet-nakoming van de overeenkomst Indien de vrijwillige inburgeraar de verplichtingen die zijn neergelegd in de overeenkomst niet of in onvoldoende nakomt, kan het college hem een boete van ten hoogste € 500,- opleggen. Artikel19Het vaststellen van de identiteit van de vrijwillige inburgeraar Het college stelt de identiteit van de vrijwillige inburgeraar vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Hoofdstuk5.Slotbepalingen Artikel20Uitvoeringsregels en hardheidsclausule 1.Het college kan ter uitvoering van deze verordening nadere regels stellen; 2.In bijzondere situaties kan het college afwijken van het in deze verordening bepaalde. Artikel21Intrekking De verordening Wet inburgering Gemeente Soest 2007 wordt ingetrokken met ingang van de datum van inwerkingtreding, genoemd in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.