Statuut mandaat, volmacht en machtiging Ooststellingwerf 2005Het college van burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk de Burgemeester van de gemeente Ooststellingwerf, ieder voor zover het haar of zijn bevoegdheden betreft;overwegende dat het uit een oogpunt van doelmatig en efficiënt bestuur en ter wille van de cliëntgerichtheid gewenst i som ter zake van de afdoening van stukken bevoegdheden te verlenen aan de ambtelijke organisatie en externe functionarissen;gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursecht;BESLUIT:Vast te stellen het volgende:STATUUT MANDAAT, VOLMACHT EN MACHTIGING OOSTSTELLINGWERF 2005 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1.1Begripsbepalingen 1.bestuursorgaan: het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester of een commissie als bedoeld in artikel 82 Gemeentewet; 2.besluit: een besluit als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht of een beslissing op grond van het privaatrecht; 3.Nadere regeling mandaat; volmacht en machtiging: de bij dit besluit behorende 'Nadere regeling mandaat; volmacht en machtiging' waarin alle door de gemeentelijke bestuursorganen genomen en nog te nemen besluiten ten aanzien van mandaat; volmacht en machtiging, alsmede eventuele bijbehorende (verwijzingen naar) richtlijnen en/of beleidsregels zijn of worden opgenomen; 4.mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen; 5.ondertekeningsmandaat: de bevoegdheid tot het namens het bestuursorgaan ondertekenen van besluiten die door hem zijn genomen; 6.volmacht: de bevoegdheid om een bestuursorgaan privaatrechtelijk te vertegenwoordigen; 7.gemandateerde: de functionaris aan wie krachtens deze regeling mandaat wordt verleend; 8.mandaatgever: een bestuursorgaan door wie mandaat wordt verleend; 9.gevolmachtigde: de functionaris aan wie krachtens deze regeling volmacht wordt verleend; 10volmachtgever: het bestuursorgaan door wie volmacht wordt verleend. Artikel1.2Nadere regeling mandaat; volmacht en machtiging 1.De, op grond van deze regeling, verleende bevoegdheden worden opgenomen in de ‘Nadere regeling mandaat; volmacht en machtiging’. 2.De ‘Nadere regeling mandaat; volmacht en machtiging’ kan, met inachtneming van de bepaling van deze regeling, worden gewijzigd door het College en de in artikel 2.1 bedoelde ambtenaren ieder voor zover zijn of haar bevoegdheden; 3.De ‘Nadere regeling mandaat; volmacht en machtiging’ wordt jaarlijks in de maand december geëvalueerd en geactualiseerd. Artikel1.3Verlening van nieuwe bevoegdheden Verlening van nieuwe bevoegdheden, in de vorm van mandaat en volmacht besluiten, worden conform artikel 1.2 lid 3 als wijziging in de ‘Nadere regeling mandaat; volmacht en machtiging’ opgenomen. Artikel1.4Coördinatiebepaling regeling budgethouderschap Verlening van bevoegdheden met betrekking tot het beheer van budgetten valt onder de werking van de regeling budgethouderschap. Hoofdstuk2Attributie Artikel2.1Aanwijzing gemeenteambtenaren ex artikel 231 Gemeentewet Het besluit tot aanwijzing van gemeenteambtenaren ex artikel 231 Gemeentewet wordt afzonderlijk door het college van burgemeester en wethouders genomen en als bijlage aan de ‘Nadere regeling mandaat ; volmacht en machtiging’ toegevoegd. Artikel2.2Mandatering van geattribueerde bevoegdheden 1.Op mandatering van bevoegdheden van de in artikel 2.1 bedoelde ambtenaren zijn de bepalingen van hoofdstuk 1, 3 en 5 van deze regeling overeenkomstig van toepassing; 2.De in lid 1 bedoelde verlening van bevoegdheden wordt opgenomen in de in artikel 1.2 genoemd nadere regeling. Hoofdstuk3Mandaat Artikel3.1Gemandateerden 1.Het mandaat als bedoeld in artikel 1, lid 4 en lid 5, wordt verleend aan de in de ‘Nadere regeling mandaat; volmacht en machtiging’ aangewezen functionarissen; 2.Bij afwezigheid van een gemandateerde mag de aan deze gemandateerde bevoegdheid worden uitgeoefend door hun plaatsvervangers. 3.Indien en voor zover is aangegeven, is de gemandateerde bevoegd functionarissen werkzaam voor de gemeente te machtigen tot het geheel of gedeeltelijk uitoefenen van de hem opgedragen bevoegdheden (ondermandaat). Hierbij kan de gemandateerde nadere instructies vaststellen. 4.Op ondermandaat is dit statuut van overeenkomstige toepassing. 5.Het is de ondermandataris niet toegestaan om de in mandaat uit te oefenen bevoegdheid aan een andere functionaris verder te ondermandateren (verbod van subondermandaat). Artikel3.2Strekking van het mandaat 1.Het mandaat strekt zich uitsluitend uit tot de bevoegdheden genoemd in de 'Nadere regeling mandaat; volmacht en machtiging'; 2.Het mandaat wordt verleend met inachtneming van de per bevoegdheid in de 'Nadere regeling mandaat; volmacht en machtiging' aangegeven reeds vastgestelde of vast te stellen instructies; 3.Van de mandaatverlening zijn weigeringen, afwijzende besluiten en daarmee gelijk te stellen besluiten niet uitgezonderd, tenzij dit in de voorschriften van de 'Nadere regeling mandaat; volmacht en machtiging' expliciet is opgenomen; Artikel3.3Begrenzing mandaat De mandaatverlening, zoals neergelegd in de bij deze regeling behorende nadere regeling mandaat, volmacht en machtiging' geldt niet voor de gevallen:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.