Marktverordening Noordenveld 2002De Raad van de gemeente Noordenveld, gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders van 30 juli 2002; gelet op de artikelen 149 Gemeentewet en artikel 5 van de Veewet; overwegende dat het wenselijk is regels te stellen voor een ordelijk verloop van de markten; Besluit: de volgende Marktverordening voor de gemeente Noordenveld 2002 vast te stellen: Hoofdstuk1Inleidende bepalingen Artikel1.1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: College: het College van Burgemeester en Wethouders jaarmarkt: de warenmarkt die plaatsvindt op de door het College vastgestelde dagen, tijdstippen en plaatsen met uitzondering van de Roder jaarmarkt en Pinkster Nietap veemarkt: het gedeelte van de jaarmarkt waarop vee wordt verhandeld weekmarkt: de markt die plaatsvindt op de door het College vastgestelde dagen, tijdstippen en plaatsen Artikel1.2Verbod van voertuigen op het marktterrein Het is verboden zich op de tijdstippen waarop de markt plaatsvindt met een voertuig op het marktterrein te bevinden. De Wegsleepverordening Noordenveld 2012 is van toepassing. Artikel1.3Nadere regels Het College is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde in deze verordening. Artikel1.4Voorschriften en beperkingen 1.Het College kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing ter bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2.Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing is verleens, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen in acht te nemen. Hoofdstuk2Jaarmarkten en veemarkten Paragraaf2.1Algemene bepaling Artikel2.1.1Vergunning 1.Het is verboden een standplaats op een jaar- of veemarkt in te nemen zonder vergunning van het College. Dit verbod geldt niet indien een vergunning krachtens het tweede lid van dit artikel is verleend. 2.Het College kan een vergunning verlenen voor het organiseren van een jaarmarkt en het verdelen van de standplaatsen. Paragraaf2.2Bijzondere bepalingen inzake veemarkten Artikel2.2.1Begripsomschrijvingen In deze paragraaf en de bijgevoegde kaarten wordt verstaan onder: veemarktterrein: het geheel van de openbare weg afgescheiden terrein zoals op bijgevoegde kaarten is aangegeven vee: herkauwende en eenhoevige dieren en varkens marktplaats: het gedeelte van het veemarktterrein dat op de bij deze verordening behorende kaarten is aangegeven voor het opstellen van vee ten behoeve van de verkoop voorterrein: het gedeelte van het veemarktterrein dat op de bij deze verordening behorende kaarten als zodanig is aangegeven keuring: klinisch onderzoek verricht door daartoe door de gemeente aangewezen dierenartsen inspecteur: Inspectie Gezondheidsbescherming Waren en Veterinaire Zaken monsterbaan: het gedeelte van het veemarktterrein dat op de bij deze verordening behorende kaarten is aangewezen voor het monsteren van vee. Algemene bepaling Artikel2.2.2 Het is slechts toegestaan veemarkt te houden op het veemarktterrein. Bepalingen rond het veemarktterrein Artikel2.2.3 Voor de afzondering van zieke, wrakke en gewonde dieren worden de op het voorterrein aanwezige daartoe bestemde en op de bij deze verordening behorende kaarten als zodanig aangegeven ruimten aangewezen. Artikel2.2.4 Nabij de plaatsen waar de keuring plaatsvindt, zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaarten zijn aanwezig: de lokaliteit voor de met de keuring belaste dierenarts en diens hulppersoneel; de nodige middelen ter reiniging en ontsmetting. Artikel2.2.5 De in het vorige lid onder a bedoelde lokaliteit en de onmiddellijke omgeving daarvan is van een zodanige kunstverlichting voorzien dat het veeartsenijkundig onderzoek naar behoren kan geschieden. Bepalingen rond het gebruik van het veemarktterrein Artikel2.2.6 1.Het vee mag slechts worden aangevoerd tussen 06.00 uur en 09.00 uur op de marktplaats. 2.De aanvoerder of beheerder van vee is verplicht het vee voor 19.00 uur van het marktterrein te verwijderen. Artikel2.2.7 Het is niet toegestaan: een ander gedeelte van het marktterrein dan het voorterrein te gebruiken voor de aan- en afvoer van vee; vee op een ander gedeelte van het veemarktterrein te laden en te lossen dan op de bij deze verordening behorende kaarten aangegeven gedeelten van het voorterrein; gestorven vee te lossen op het veemarktterrein; vee, dat is gelost en nog niet aan de keuring is onderworpen, op een andere plaats van het veemarktterrein te houden dan op de bij de verordening behorende kaarten aangegeven gedeelten van het voorterrein; vee op een ander gedeelte van het marktterrein ten behoeve van de verkoop op te stellen dan op het bij deze verordening aangegeven gedeelte van de marktplaats; een ander gedeelte van het veemarktterrein dan de op de bij deze verordening behorende kaarten als zodanig aangegeven gedeelten van het voorterrein te gebruiken voor het reinigen en ontsmetten van veewagens, waarmee vee naar het veemarktterrein is aangevoerd. Artikel2.2.8 Het is niet toegestaan vee op de marktplaats te brengen of te houden dan nadat bij een onmiddellijk tevoren (ter plaatse) verrichte keuring is gebleken dat tegen toelating tot de marktplaats geen bezwaren bestaan. Artikel2.2.9 De eigenaar, houder of hoeder van de aangevoerde dieren is verplicht dit vee ter keuring aan te bieden en hierbij de nodige medewerking te verlenen. Artikel2.2.10 1.Het brengen van vee naar de marktplaats is slechts toegestaan langs de toegangen die op de bij deze verordening behorende kaarten daartoe zijn aangewezen. 2.De aanvoer naar de marktplaats van: eenhoevige dieren en vrouwelijke runderen ouder dan één jaar is niet toegestaan anders dan afzonderlijk geleid en in niet groter aantal dan twee tegelijk langs één toegang; stieren ouder dan een jaar is niet toegestaan anders dan afzonderlijk geleid langs één toegang en voorzien van een neusring of knieband dan wel anderszins op zodanige wijze, dat zij geen gevaar opleveren voor mens of dier. Artikel2.2.11 Zieke, wrakke en gewonde dieren en dieren die op grond van de keuring niet tot de marktplaats zijn toegelaten dienen, totdat ze worden afgevoerd, te worden ondergebracht in de in artikel 2.2.3, eerste lid, genoemde ruimte. Artikel2.2.12 Degene, die vee op het veemarktterrein aanvoert of anderszins onder zijn hoede heeft, dient ieder ongeval, ieder duidelijk geval van ziekte, ieder dreigend sterfgeval dat zich onder deze dieren voordoet onverwijld te melden aan de met de keuring belaste dierenartsen. Artikel2.2.13 Het is niet toegestaan reeds gebruikt strooisel op de marktplaats te brengen of, anders dan van gemeentewege, daarvan weg te voeren. Artikel2.2.14 1.De marktplaats en de ten behoeve van de veemarkt gebruikte hulpmaterialen dienen na de beëindiging van de markt onverwijld en deugdelijk door de gemeente te worden gereinigd en ontsmet. 2.het onder 1 bepaalde is eveneens van toepassing op de bij deze verordening behorende kaarten als zodanig aangegeven gedeelten van het voorterrein, die zijn gebruikt voor het reinigen en ontsmetten van veewagens en op het gedeelte van het voorterrein dat is gebruikt voor het laden en lossen van vee. Artikel2.2.15 De aanvoer van en de handel in huiden en vellen is op de marktplaats niet toegestaan. Bijzondere bevoegdheden Artikel2.2.16 1.In bijzondere gevallen kunnen door of vanwege het gemeentebestuur, in overeenstemming met de inspecteur, één of meergedeelten van het voorterrein worden aangewezen voor het opstellen van vee ten behoeve van de verkoop. 2.Op vorenbedoelde gedeelte of vorenbedoelde gedeelten van het voorterrein zijn de bepalingen van deze verordening, die op de marktplaats betrekking hebben, van toepassing. Artikel2.2.17 De inspecteur is bevoegd in verband met het dreigen, optreden of heersen van een besmettelijke veeziekte bijzondere voorschriften betreffende het veeartsenijkundig toezicht te geven. Hoofdstuk3Weekmarkten Paragraaf3.1Algemene bepalingen Artikel3.1.1Begripsomschrijvingen a.marktterrein: de gehele openbare of voor het publiek toegankelijke oppervlakte grond, die door het College is aangewezen voor het uitoefenen van de handel op de weekmarkt b.standplaats: de ruimte die voor de duur van de weekmarkt op het marktterrein is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel c.vaste plaats: de standplaats die op een weekmarkt voor onbepaalde tijd ter beschikking wordt gesteld aan de vergunninghouder d.dagplaats: de standplaats die per marktdag beschikbaar wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste plaats is toegewezen dan wel ingenomen e.standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt, over het door hem te verkopen artikel aan aansprekende uiteenzetting houdt en tenslotte tracht een aantal personen gelijktijdig tot aankoop van dat artikel te bewegen f.standwerkplaats: de standplaats die per marktdag beschikbaar wordt gesteld om te standwerken g.vergunninghouder: degene aan wie door het College van Burgemeester en Wethouders vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats h.wachtlijst: de lijst van gegadigden voor een vaste plaats i.anciënniteitlijst: de lijst van vergunninghouders van een vaste plaats j.marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het College van Burgemeester en Wethouders k.branche-indeling: de indeling in artikelengroepen en het aantal vastgestelde vaste plaatsen per artikelengroep l.levenspartner: de persoon met wie de vergunninghouder met het oogmerk duurzaam samen te wonen een gemeenschappelijke huishouding voert, hetgeen blijkt uit een schriftelijke verklaring ingericht volgens door het College te stellen regels Artikel3.1.2Inrichting van de weekmarkt: branche-indeling 1.Het College bepaalt ten aanzien van de weekmarkt: het aantal standplaatsen; de afmetingen van de standplaatsen; de opstelling en indeling van de weekmarkt; welke standplaatsen worden toegewezen als vaste plaats en als standwerkerplaats. 2.Het College kan voor de weekmarkt vaststellen: een lijst met artikelengroepen (branches); en een maximumaantal standplaatsen per branche. Artikel3.1.3De marktcommissie 1.Het College kan een commissie van advies instellen die tot taak heeft het College te adviseren inzake marktaangelegenheden. 2.Het College kan nadere regels stellen met betrekking tot de samenstelling en werkwijze van deze marktcommissie. Paragraaf3.2.Bepalingen over het aanvragen en verlenen van de vergunning Algemene bepalingen Artikel3.2.1Vergunning voor innemen standplaats Het is verboden een standplaats op een weekmarkt in te nemen zonder vergunning van het College. Artikel3.2.2.Toewijzing van standplaatsen Een standplaats wordt toegewezen als vaste plaats, dagplaats of standwerkerplaats. Artikel3.2.3De vergunningaanvraag Voor toewijzing van een standplaats komt uitsluitend in aanmerking een handelingsbekwaam natuurlijk persoon die een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend bij het College en die daarbij tevens aantoont dat hij persoonlijk voldoet aan alle publiekrechtelijke verplichtingen op het gebied van bedrijfsuitoefening en bedrijfsorganisatie. Artikel3.2.4Intrekking vergunning 1.De vergunning voor het innemen van een vaste plaats wordt ingetrokken: op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder; bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van artikel 3.2.10 de vergunning wordt overgeschreven. 2.Het College kan een vergunning intrekken: indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; indien de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in artikel 3.2.3 genoemde vereisten voor het toewijzen van een standplaats. 3.Indien degene op wie een vergunning ingevolge artikel 3.2.10 is overgeschreven, reeds vergunning heeft voor een andere vaste plaats op dezelfde weekmarkt, wordt deze vergunning ingetrokken. Vaste plaatsen Artikel3.2.5Inhoud vergunning Indien een vaste plaats kan worden toegewezen, verleent het College een vergunning waarin in ieder geval is bepaald: de naam en voorletters, de geboortedatum en –plaats, het adres en de woonplaats van de vergunninghouder; een duidelijke omschrijving van de toegewezen vaste plaats met vermelding van het nummer en de afmetingen daarvan; de verkoopmaterialen die de vergunninghouder bij het innemen van de plaats mag gebruiken; de artikelen (branche) die de vergunninghouder mag verhandelen; de datum waarop aan de vergunninghouder voor het eerst vergunning is verleend en zijn volgnummer op de anciënniteitlijst; dat de vergunninghouder zelf zorg draagt voor inzameling en afvoer van zijn afval en dat hij zijn standplaats schoon oplevert; van wie de vergunninghouder zijn elekriciteit betrekt; welke geluidsapparatuur op de standplaats is toegestaan; en welke kook-, bak- en verwarmingsapparatuur zijn toegestaan. Artikel3.2.6Inschrijving op de anciënniteitlijst(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.