← Nederland

Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Coevorden 2011 (Coevorden)

Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Coevorden 2011 Inhoudsopgave Hoofdstuk

  1. Begripsomschrijvingen Artikel
  2. Begripsomschrijvingen Lid
  3. Wet Lid
  4. College Lid
  5. Compensatieplicht/beginsel Lid
  6. Aanmelding Lid
  7. Gesprek Lid
  8. Aanvraag Lid
  9. Belanghebbende Lid
  10. Psychosociaal probleem Lid
  11. Algemene voorziening Lid
  12. Algemeen gebruikelijke voorziening Lid
  13. Collectieve voorziening Lid
  14. Voorliggende voorziening Lid
  15. Gebruikelijke zorg Lid
  16. Beperkingen Lid
  17. Mantelzorger Lid
  18. Financiële tegemoetkoming Lid
  19. Voorziening in natura Lid
  20. Persoonsgebonden budget Lid
  21. Budgetperiode Lid
  22. Inkomen Lid
  23. Eigen bijdrage Lid
  24. Eigen aandeel Lid
  25. Hoofdverblijf Lid
  26. Individuele voorziening Lid
  27. Meerkosten Lid
  28. Besluit Lid
  29. Beleidsregels Hoofdstuk
  30. Het gesprek en de aanvraag Artikel
  31. Scheiding aanmelding en aanvraag Artikel
  32. Aanmelding voor een gesprek Artikel
  33. Het gesprek Artikel
  34. Het verslag van het gesprek Artikel
  35. De aanvraag Hoofdstuk
  36. De te bereiken resultaten Artikel
  37. Het maken van een afweging Artikel
  38. Een schoon en leefbaar huis Artikel
  39. Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften Artikel
  40. Beschikken over schone draagbare en doelmatige kleding Artikel
  41. Het thuis kunnen zorgen voor gezonde kinderen die tot het gezin behoren. Artikel
  42. Wonen in een geschikt huis Artikel
  43. Zich verplaatsen in en om en nabij de woning Artikel
  44. Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel Artikel
  45. De mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten Hoofdstuk
  46. Verstrekking in natura, als persoonsgebonden budget en als financiële tegemoetkoming Artikel
  47. Mogelijke verstrekkingwijzen Artikel
  48. Inhoud beschikking bij verstrekking in natura Artikel
  49. Overwegende bezwaren bij het persoonsgebonden budget Artikel
  50. Inhoud beschikking bij het persoonsgebonden budget Artikel
  51. Inhoud beschikking bij de financiële tegemoetkoming Artikel
  52. De eigen bijdrage Artikel
  53. Het eigen aandeel Hoofdstuk
  54. Procedurele bepalingen rond onderzoek, advies besluitvorming, intrekking en terugvordering Artikel
  55. Beperkingen Artikel
  56. Advisering Artikel
  57. Wijziging situatie Artikel
  58. Intrekking Artikel
  59. Terugvordering Hoofdstuk
  60. Slotbepalingen Artikel
  61. Hardheidsclausule Artikel
  62. Gevallen waarin niet is voorzien Artikel
  63. Nadere regels Artikel
  64. Indexering Artikel
  65. Inwerkingtreding Artikel
  66. Citeertitel Hoofdstuk
  67. Begripsomschrijvingen Artikel
  68. Begripsomschrijvingen Lid
  69. Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning. Lid
  70. College: College van burgemeester en wethouders. Lid
  71. Compensatieplicht: De plicht van het College aan personen met een beperking, een chronisch psychisch of een psychosociaal probleem voorzieningen te bieden ter compensatie van hun beperkingen op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie teneinde hen in staat te stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. Daarbij legt artikel 4 van de Wet het College de plicht op om een resultaat te bereiken dat als compensatie mag gelden en dat in het individuele geval maatwerk is. Lid
  72. Aanmelding: de mededeling aan de gemeente dat er problemen zijn op grond waarvan iemand verzoekt een afspraak te maken voor een gesprek. Lid
  73. Gesprek: het eerste contact na een aanmelding waarin met degene die maatschappelijke ondersteuning zoekt zijn gehele situatie wordt geïnventariseerd ten aanzien van de handicap, de beperkingen en de gevolgen, de te bereiken resultaten, de mogelijkheden een oplossing te bereiken via algemene, algemeen gebruikelijke collectieve voorliggende en individuele voorzieningen. Lid
  74. Aanvraag: het - via een aanvraagformulier of op elektronische wijze - schriftelijke verzoek in aanmerking te komen voor één of meerdere voorzieningen om een resultaat te bereiken in het kader van deze verordening. Lid
  75. Belanghebbende: een persoon die voor zichzelf of, met een machtiging namens iemand anders, een aanmelding of een aanvraag doet. Lid
  76. Psychosociaal probleem: een situatie van verlies van zelfstandigheid en, met name, een gebrek aan deelname aan het maatschappelijk verkeer, veroorzaakt door problemen die iemand heeft in zijn relatie met anderen, met zijn sociale omgeving. Lid
  77. Algemene voorziening: een voorziening die weliswaar niet bestemd is voor, noch te gebruiken is door alle Nederlanders maar die anderzijds door iedereen waarvoor de voorziening wel bedoeld is op eenvoudige wijze te verkrijgen of te gebruiken is, zonder een ingewikkelde aanvraagprocedure. Lid
  78. Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking , dus ook door anderen gebruikt wordt, gewoon in de winkel te koop is en niet – aanzienlijk – duurder is dan vergelijkbare producten. Lid
  79. Collectieve voorziening: een voorziening die individueel wordt verstrekt maar die door meerdere personen tegelijk wordt gebruikt. Lid
  80. Voorliggende voorziening: een voorziening die normaal in de maatschappij aanwezig en beschikbaar is en bedoeld voor iedereen die daar behoefte aan heeft. Lid
  81. Gebruikelijke zorg: de zorg die op het gebied van het voeren van het huishouden voor alle leden van een leefeenheid geldt om gezamenlijk voor het huishouden te zorgen. Lid
  82. Beperkingen: moeilijkheden die een persoon heeft met het uitvoeren van activiteiten. Lid
  83. Mantelzorger: een persoon, die mantelzorg verleent als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder b. van de wet. Lid
  84. Financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van een voorziening. Lid
  85. Voorziening in natura: een voorziening die in eigendom, in bruikleen of in de vorm van een persoonlijke dienstverlening wordt verstrekt aan een persoon met beperkingen. Lid
  86. Persoonsgebonden budget: een geldbedrag, zoals bedoeld in artikel 6 en 6a van de wet, waarmee de aanvrager een of meer aan hem te verlenen voorzieningen kan verwerven. Lid
  87. Budgetperiode: periode waarvoor een persoonsgebonden budget wordt verleend; Lid
  88. Inkomen: het inkomen zoals bedoeld in artikel 4.2 lid 1 Besluit maatschappelijke ondersteuning (Staatsblad 2006, 450); Lid
  89. Eigen bijdrage: een bij de verlening van een voorziening in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget voor rekening van de rechthebbende komende financiele bijdrage waarop de regels van het Besluit maatschappelijke ondersteuning (Staatsblad 2006,450) van toepassing zijn; Lid
  90. Eigen aandeel: een bij de verlening van financiële tegemoetkoming voor rekening van de rechthebbende komende financiële bijdrage waarop de regels van het Besluit maatschappelijke ondersteuning (Staatsblad 2006,450) van toepassing zijn; Lid
  91. Hoofdverblijf: de woonruimte waar de persoon met beperkingen zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft en de gemeentelijke basisadministratie staat ingeschreven dan wel zal staan ingeschreven, dan wel het feitelijke woonadres indien het een persoon met beperkingen met een briefadres is. Lid
  92. Individuele voorziening: een voorziening die individueel wordt aangeboden indien een algemene voorziening geen adequate oplossing biedt; Lid
  93. Meerkosten: kosten van een mogelijk krachtens de wet te verlenen voorziening, voor zover dit deel van de kosten uitgaat boven de voor die persoon als algemeen gebruikelijk te beschouwen kosten van een dergelijke voorziening; Lid
  94. Besluit: het besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Coevorden dat bestaat uit door het college op grond van deze verordening vast te stellen nadere regelgeving; Lid
  95. Beleidsregels: de beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Coevorden die bestaan uit door het college op grond van artikel 1:3 lid 4 Algemene wet bestuursrecht vast te stellen beleidsregels. Hoofdstuk
  96. Het gesprek en de aanvraag Artikel
  97. Scheiding aanmelding en aanvraag Lid
  98. Aan een aanvraag voor een individuele voorziening ex artikel 1, lid 1 aanhef en onder g sub 6 van de wet gaat een aanmelding voor een gesprek vooraf indien: De aanvraag afkomstig is van een belanghebbende die nog niet eerder een aanvraag in het kader van de Wmo heeft gedaan; De aanvraag afkomstig is van een belanghebbende die al eerder een gesprek rond de keukentafel heeft gevoerd maar waarbij sprake van gewijzigde omstandigheden of gewijzigde te bereiken resultaten; Belanghebbende of het college daarom verzoekt. Lid
  99. Indien belanghebbende aangeeft direct een aanvraag in te willen dienen vervalt het gestelde in het eerste lid onder a en b. Artikel
  100. Aanmelding voor een gesprek Lid
  101. Een aanmelding voor een gesprek kan schriftelijk, telefonisch, mondeling of elektronisch worden gedaan bij het Loket Maatschappelijke Ondersteuning door of namens een persoon met een beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem die behoefte heeft aan compensatie ten behoeve van het bevorderen van zijn deelname aan het maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren. Lid
  102. Tijdens of uiterlijk binnen 4 werkdagen na aanmelding zal een afspraak voor een gesprek worden gemaakt. Deze afspraak zal aan de aanmelder schriftelijk worden bevestigd. Artikel
  103. Het gesprek Lid
  104. Het gesprek wordt gevoerd bij de belanghebbende thuis of in het gemeentehuis tenzij belanghebbende aangeeft het gesprek liever elders te voeren. Lid
  105. Het gesprek wordt gevoerd aan de hand van een lijst te bespreken punten, die belanghebbende heeft ontvangen bij de schriftelijke bevestiging van de afspraak. Lid
  106. Bij het voeren van het gesprek zal de International Classification of Functions, Disabilities and Impairments als basis voor het begrippenkader worden gehanteerd. Lid
  107. Als de belanghebbende een mantelzorger is wordt met de mantelzorger en zo mogelijk met de verzorgde geïnventariseerd welke problemen er bestaan bij de uitvoering van de mantelzorg. Artikel
  108. Het verslag Lid
  109. Van het gesprek wordt een verslag gemaakt. De belanghebbende ontvangt een kopie van dit verslag. Indien gewenst kan de belanghebbende het verslag aanvullen. Lid
  110. Het verslag van het gesprek om de keukentafel bevat in ieder geval: Een omschrijving van de beperking, het chronisch psychisch probleem en/of het psychosociaal probleem zoals ervaren door belanghebbende; De mogelijkheden die belanghebbende heeft ondanks dit probleem; De problemen die belanghebbende ondervindt op basis van dit probleem; De resultaten die belanghebbende wil bereiken op de in artikel 4 lid 1 Wmo omschreven terreinen; De mogelijkheden die belanghebbende heeft om oplossingen te bewerkstelligen door middel van algemene voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen, collectieve voorzieningen of andere voorliggende voorzieningen; De individuele voorzieningen die uiteindelijk nodig blijken om de geformuleerde doelstellingen te bereiken. Lid
  111. Na het voeren van een gesprek kan een belanghebbende – onder verwijzing naar en onder toevoeging van het verslag van het gesprek – een aanvraag indienen voor een individuele voorziening ex artikel 1, lid 1 aanhef en onder g sub 6 van de wet. Artikel
  112. De aanvraag De aanvraag van een individuele voorziening kan schriftelijk of elektronisch plaatsvinden. Hoofdstuk
  113. De te bereiken resultaten Artikel
  114. Het maken van een afweging Lid
  115. Bij het beoordelen welke voorzieningen getroffen gaan worden neemt het college het verslag van het gesprek indien aanwezig als uitgangspunt. Het college gaat uit van de persoonskenmerken en wensen van de aanvrager. Daarbij zal onderzoek gedaan worden naar de noodzaak en mogelijkheid tot leveren van maatwerk ten aanzien van het te bereiken resultaat. Lid
  116. Alle voorliggende, algemeen gebruikelijke, collectieve en algemene voorzieningen die beschikbaar en bruikbaar zijn worden, voor zover die niet tot een oplossing hebben geleid in het gesprek, of voor zover geen gesprek heeft plaatsgevonden, eerst beoordeeld. Artikel
  117. Een schoon en leefbaar huis Lid
  118. Het eerste te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het kunnen wonen in een huis dat schoon is. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrekken, keuken en sanitaire ruimten. Lid
  119. Als het gaat om een schoon en leefbaar huis kan een individuele voorziening getroffen worden voor het lichte en/of het zware huishoudelijke werk. Lid
  120. Indien de aanvrager een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen zal dit eerst in het kader van gebruikelijke zorg beoordeeld worden. Lid
  121. Voor zover de in artikel 7, lid 2 en de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn zullen ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen worden verstrekt. Artikel
  122. Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften Lid
  123. Het tweede te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het voorzien zijn van dagelijkse benodigde hoeveelheid voedsel voor maaltijden en andere momenten waarop iets genuttigd wordt, evenals toiletartikelen en schoonmaakartikelen. Ook de noodzakelijke bereiding van maaltijden kan hieronder vallen. Lid
  124. Als het gaat om het beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het doen van boodschappen, voor wat betreft levensmiddelen, schoonmaakmiddelen, en toiletartikelen, alsmede het bereiden en aanreiken van maaltijden. Lid
  125. Voor zover de aanvrager gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare boodschappenservice of maaltijdvoorziening die in de individuele situatie van de aanvrager kan leiden tot het te bereiken resultaat zullen deze mogelijkheden eerst beoordeeld worden. Lid
  126. Voor zover de in artikel 7, lid 2 en de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn zullen ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen worden verstrekt. Artikel
  127. Beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding Lid
  128. Het derde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het aanwezig zijn van gewassen, al dan niet gestreken en zo nodig opgevouwen of opgehangen kleding. Lid
  129. Als het gaat om het beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het wassen, drogen en strijken en opruimen van de dagelijkse was. Lid 3 Voor zover de aanvrager gebruik kan maken van de diensten van de wasserij in de Bentheimer die in de individuele situatie van de aanvrager kan leiden tot het te bereiken resultaat zal deze mogelijkheid eerst beoordeeld worden. Lid
  130. Voor zover de in artikel 7, lid 2 en de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn zullen ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen worden verstrekt. Artikel
  131. Het thuis kunnen zorgen voor gezonde kinderen die tot het gezin behoren Lid
  132. Het vierde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit de dagelijkse, gebruikelijke zorg voor in het huishouden aanwezige gezonde kinderen. Lid
  133. Als het gaat om het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren, kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het – zo mogelijk tijdelijk ter overbrugging van een periode noodzakelijk voor het nemen van meer definitieve maatregelen – vervangen van de ouder die in principe voor de kinderen zorgt. Lid
  134. Voor zover de aanvrager gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare voor- tussen- en naschoolse opvang, kinderopvang of andere opvangmogelijkheden die in de individuele situatie van de aanvrager kunnen leiden tot het te bereiken resultaat zullen deze mogelijkheden eerst beoordeeld worden. Lid
  135. Voor zover de in artikel 7, lid 2 en de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn zullen ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen worden verstrekt. Artikel
  136. Wonen in een geschikt huis Lid
  137. Het vijfde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het normaal gebruik kunnen maken van de woning waar men over beschikt. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimten, berging, tuin of balkon. Lid
  138. Als het gaat om het normale gebruik van de woning kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de woning. Lid
  139. Voor zover de aanvrager kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning welke verhuizing kan leiden tot het te bereiken resultaat zal deze mogelijkheid eerst beoordeeld worden. Lid
  140. Voor zover de in artikel 7, lid 2 en de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn zullen ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen worden verstrekt. Een verhuiskostenvergoeding kan dan wel verstrekt worden. Lid
  141. De eigenaar-bewoner die krachtens deze verordening een woonvoorziening heeft ontvangen die leidt tot waardestijging van de woning, dient bij verkoop van de woning binnen een periode van 10 jaar na gereedmelding van de voorziening, deze verkoop van de woning onverwijld aan het college te melden. Lid
  142. Het college kan besluiten dat de meerwaarde van de woning, die het gevolg is van de getroffen woonvoorziening, dient te worden terugbetaald volgens het in het Besluit vastgelegde afschrijvingsschema. Artikel
  143. Zich verplaatsen in en om de woning Lid
  144. Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich verplaatsen in en om de woning bestaat uit het in staat zijn de woonkamer, het slaapvertrek en/of de slaapvertrekken, het toilet en de douche, de berging, de tuin of het balkon kunnen bereiken en er zich zodanig kunnen redden dat normaal functioneren mogelijk is. Lid
  145. Als het gaat om het verplaatsen in en om de woning kan een individuele voorziening worden getroffen bestaande uit een rolstoel voor dagelijks zittend gebruik. Lid
  146. Voor zover de aanvrager gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare rolstoelpool die in de individuele situatie van de aanvrager kan leiden tot het te bereiken resultaat zal deze mogelijkheden eerst beoordeeld worden. Lid
  147. Voor zover de in artikel 7, lid 2 en de in het vorige lid van dit artikel genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn zullen ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen worden verstrekt. Artikel
  148. Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel Lid
  149. Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich verplaatsen in en om de woning bestaat uit het kunnen doen van dagelijkse boodschappen, het kunnen bezoeken van familie, kennissen en het doen van gewenste activiteiten, alles binnen de directe regio. Lid
  150. Als het gaat om het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel, kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het verplaatsen over de korte afstand rond de woning en het verplaatsen over de langere afstand binnen de directe woon en leefomgeving. Lid
  151. Voor zover de aanvrager gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare scootermobielpool of van collectief vraagafhankelijk vervoer van deur tot deur die in de individuele situatie van de aanvrager kan leiden tot het te bereiken resultaat zullen deze mogelijkheden eerst beoordeeld worden. Lid
  152. Voor zover de in artikel 7, lid 2 en de in het vorige lid van dit artikel genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn zullen ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen worden verstrekt. Lid
  153. Indien het inkomen van een ongehuwde persoon of het gezamenlijke inkomen van gehuwde personen meer bedraagt dan anderhalf maal het sociaal minimum dan wordt het bezit van een personenauto algemeen gebruikelijk geacht, zodat een auto of een met een auto vergelijkbare voorziening zoals het collectief vervoer niet in aanmerking komen voor verstrekking of vergoeding. Artikel
  154. De mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten Lid
  155. Het te bereiken resultaat ten aanzien van de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten bestaat uit het zo mogelijk kunnen afleggen van gewenste bezoeken en het deelnemen aan gewenste activiteiten. Lid
  156. Als het gaat om de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het vervoer naar de gewenste bestemmingen. Lid
  157. Voor zover de aanvrager gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare (vrijwilligers)organisaties die in de individuele situatie van de aanvrager kan leiden tot het te bereiken resultaat zullen deze mogelijkheden eerst beoordeeld worden. Lid
  158. Voor zover de in artikel 7, lid 2 en de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn zullen ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen worden verstrekt. Hoofdstuk
  159. Verstrekking in natura, als persoonsgebonden budget en als financiële tegemoetkoming Artikel
  160. Mogelijke verstrekkingwijzen Lid
  161. De te treffen voorzieningen kunnen als voorziening in natura, als financiële tegemoetkoming en als persoonsgebonden budget worden verstrekt. Lid
  162. Het college stelt vast in welke situaties de keuze tussen deze voorzieningen niet wordt geboden aan de hand van de in het Besluit neergelegde criteria. Artikel
  163. Inhoud beschikking bij verstrekking in natura Bij het treffen van een voorziening in natura wordt in de beschikking vastgelegd: welke de te treffen voorziening is, wat de duur is van de verstrekking is, hoe de voorziening in natura verstrekt wordt, of er sprake is van een overeenkomst waarin deze verstrekking is geregeld, en of er een eigen bijdrage verschuldigd is. Artikel
  164. Overwegende bezwaren bij verstrekking persoonsgebonden budget Het college legt in het Besluit vast in welke situaties sprake is van overwegende bezwaren zodat er geen persoonsgebonden budget verstrekt wordt. Artikel
  165. Inhoud beschikking bij verstrekking als persoonsgebonden budget Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget wordt in de beschikking vastgelegd: voor welk te bereiken resultaat het persoonsgebonden budget gebruikt moet worden, eventueel aangevuld met een program van eisen waaraan bij de besteding voldaan moet worden, wat de omvang van het persoonsgebonden budget is en hoe deze omvang tot stand is gekomen, wat de duur is van de verstrekking waarvoor het persoonsgebonden budget bedoeld is, welke regels gelden ten aanzien van verantwoording van het persoonsgebonden budget, en of er een eigen bijdrage is verschuldigd. Artikel
  166. Inhoud beschikking bij verstrekking als financiële tegemoetkoming Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming wordt in de beschikking vastgelegd: voor welke te treffen voorziening de financiële tegemoetkoming bestemd is, wat de duur van de verstrekking is, er sprake is van een overeenkomst waarin deze verstrekking is geregeld, en of er sprake is van een eigen aandeel. Artikel
  167. De eigen bijdrage Lid
  168. De persoon met beperkingen die in aanmerking wordt gebracht voor een individuele voorziening in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget is een eigen bijdrage verschuldigd, tenzij anders is bepaald in deze verordening. Lid
  169. De hoogte van de eigen bijdrage wordt berekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 4.1 lid 1 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning (staatsblad 2006, 450), waarbij de maximale grenzen worden gehanteerd. Lid
  170. Het bedrag dat in zijn totaal aan eigen bijdrage wordt gevraagd is nooit hoger dan de door de gemeente gemaakte kosten voor de voorziening. Lid
  171. Indien de voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget wordt verleend wordt de eigen bijdrage opgelegd nadat de voorziening is verleend. Artikel
  172. Het eigen aandeel Lid
  173. De persoon met beperkingen die in aanmerking wordt gebracht voor een individuele voorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming is een eigen aandeel verschuldigd, tenzij anders is bepaald in deze verordening. Lid
  174. De hoogte van het eigen aandeel wordt berekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 4.1 lid 1 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning (Staatsblad 2006, 450), waarbij de maximale grenzen worden gehanteerd. Lid
  175. Indien de voorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming bestaat uit het verschaffen van een vergoeding voor verhuizing en inrichting kan gedurende maximaal 13 perioden van vier weken een eigen aandeel in rekening worden gebracht. Lid
  176. Het bedrag dat in totaal aan eigen aandeel wordt gevraagd is nooit hoger dan de door de gemeente gemaakte kosten voor de voorziening. Lid
  177. Het eigen aandeel wordt pas opgelegd nadat de voorziening is verleend. Hoofdstuk
  178. Procedurele bepalingen rond onderzoek, advies, besluitvorming, intrekking en terugvordering Artikel
  179. Beperkingen Lid
  180. Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover: De noodzaak voor het te bereiken doel langdurig noodzakelijk is, tenzij kortdurende hulp bij het huishouden leidt tot het te bereiken resultaat; De te verstrekken voorziening als de goedkoopst-compenserende voorziening aan te merken is. Lid
  181. Geen voorziening wordt toegekend: Indien de voorziening algemeen gebruikelijk is; Indien de aanvrager niet woonachtig is in de gemeente Coevorden Voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de aanvrager voorafgaand aan het moment van aanvragen of het moment van beschikken heeft gemaakt en niet meer na te gaan valt of deze voorziening als goedkoopst-compenserend aan te merken valt; Voor zover een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft reeds eerder in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen. Voorzover op grond van enige andere wettelijke regeling of enige privaatrechtelijke overeenkomst of verbintenis aanspraak op de voorziening bestaat. Voor zover de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw; Voor zover er aan de zijde van de aanvrager geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor de voorziening wordt aangevraagd. Indien de noodzaak tot het treffen van een voorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning ten gevolg van ziekte of gebrek geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden aanwezig was; De aanvrager niet verhuisd is naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meeste beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het college. De voorziening aangevraagd wordt op een moment dat op basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat deze voorziening noodzakelijk zou zijn en er geen sprake is van een onverwacht optredende noodzaak; De aanvrager van een voorziening voor het eerst zelfstandig gaat wonen, uitsluitend voor zover de aanvraag een verhuiskostenvergoeding betreft; De aanvrager verhuisd is naar een AWBZ-instelling of een andere instelling gericht op het verstrekken van zorg; De ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen. Artikel
  182. Advisering Lid
  183. Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de beoordeling van het recht op de aangevraagde voorziening, degene door wie een aanvraag is ingediend of bij gebruikelijke zorg diens relevante huisgenoten: op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen plaats en tijdstip en hem te ondervragen; op een door het college te betalen plaats en tijdstip door een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen ondervragen en/of onderzoeken; Lid
  184. Indien de gemeente zelf niet de advisering en dienstverlening, voortvloeiend uit deze verordening en de daarop berustende nadere regels, doet, wordt dit opgedragen aan de partij genoemd in het besluit. Artikel
  185. Wijziging situatie Degene aan wie krachtens deze verordening een voorziening is verstrekt, is verplicht aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een voorziening. Artikel
  186. Intrekking Lid
  187. Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken indien: niet is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening; op grond van gegevens beschikt is en gebleken is dat de gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen. Lid
  188. Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken indien blijkt dat: de tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. De persoon aan wie de voorziening is toegekend de voorziening binnen de budgetperiode niet meer gebruikt. Artikel
  189. Terugvordering Lid
  190. Indien het recht op een voorziening is ingetrokken kan op basis daarvan een reeds uitbetaalde financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget worden teruggevorderd. Lid
  191. De terugvordering vindt plaats omdat er sprake is van een onverschuldigde betaling in de zin van artikel 6:203 BW of een ongerechtvaardigde verrijking in de zin van artikel 6:212 BW. Lid
  192. Indien het gaat om een voorziening die in eigendom is verstrekt wordt de waarde van de voorziening geacht gelijk te zijn aan de hoogte van het verstrekte budget, waarbij er sprake is van een evenredige afschrijving gedurende de budgetperiode. Lid
  193. De vordering kan altijd voldaan worden door het eigendomsrecht van de voorziening over te dragen aan de gemeente. Lid
  194. Terugvordering blijft achterwege wanneer de voorziening voor een periode korter dan 2 jaar, aan het einde van de budgetperiode, niet meer wordt gebruikt of de restwaarde van de voorziening lager is dan een in het Besluit vast te stellen bedrag. Lid
  195. Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken kan deze voorziening door het college tevens worden teruggevorderd indien de voorziening is verleend op basis van valselijk verstrekte gegevens. Hoofdstuk
  196. Slotbepalingen Artikel
  197. Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel
  198. Gevallen waarin niet is voorzien In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. Artikel
  199. Nadere regels Het college is bevoegd ter zake van de uitvoering van deze verordening en de daarop berustende besluiten nadere regels te stellen. Artikel
  200. Indexering Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze verordening en het op deze verordening berustende gemeentelijk besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente ……. geldende bedragen verhogen of verlagen conform de ontwikkelingen van de prijsindex volgens het Centraal Bureau van de Statistiek. Artikel
  201. Inwerkingtreding. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
  202. Op de datum van inwerkingtreding vervalt de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning
  203. Artikel
  204. Citeertitel. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Coevorden 2011” . Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Coevorden van 2 december
  205. , voorzitter. , griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.