Referendumverordening voor de gemeente Brunssumartikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: raad: de gemeenteraad van Brunssum; college: het college van burgemeester en wethouders van Brunssum; referendum: een volksstenuning over een raadsvoorstel dat door het college ter besluitvorming aan de raad wordt voorgelegd; raadsvoorstel: concept-raadsbesluit kiezer: de persoon die op grond van de Kieswet kiesgerechtigd is voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad. artikel2Reikwijdte 1. Alleen raadsvoorstellen die door het college ter besluitvorming in enige vergadering aan de raad worden voorgelegd, kunnen onderwerp zijn van een referendum, behoudens de in lid twee genoemde uitzonderingen. 2.De volgende raadsvoorstellen kunnen geen onderwerp zijn van een referendum: het voeren van privaatrechtelijke en administratiefrechtelijke rechtsgedingen; kwesties waarover de raad beslist als beroepsinstantie ten aanzien van besluiten van het college; besluiten over individuele kwesties zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, erkenningen en kwijtscheldingen; het voor kennisgeving aannemen van nota's, rapporten, brieven en dergelijke; het vaststellen van de begroting en de rekening; besluiten in het kader van deze verordening; besluiten over kwesties waarbij de eindbeslissing niet tot de competentie van het gemeentebestuur behoort; kwesties die naar het oordeel van de raad van een dergelijk spoedeisend gemeentelijk belang zijn dat inwerkingstelling of uitvoering niet kan worden uitgesteld; kwesties waarbij het belang van het referendum niet opweegt tegen de verantwoordelijkheid van de raad voor kwetsbare groepen in de samenleving. artikel3Initiatief en beslissing 1 Een verzoek aan de raad om te besluiten tot het houden van een referendum kan worden gedaan vanuit de raad of vanuit de kiezers. 2 Een referendum kan alleen worden gehouden indien de raad daartoe heeft besloten. artikel4Initiatief uitgaande van de raad 1. Een verzoek vanuit de raad tot het houden van een referendum kan worden ingediend door elk lid van de gemeenteraad. Het verzoek moet op schrift worden gesteld en moet door tenminste twee andere leden worden mede-ondertekend. 2.Een verzoek tot het houden van een referendum moet worden ingediend voorafgaande aan de stemming over danwel vaststelling van het raadsvoorstel waarop het verzoek betrekking heeft, met dien verstande dat er pas over kan worden besloten nadat de beraadslagingen over het raadsvoorstel waarop het verzoek betrekking heeft geheel zijn afgesloten en eventuele aanvaarde amendementen zijn verwerkt. 3.Indien het verzoek wordt overgenomen besluit de raad tevens tot opschorting van de besluitvorming over het betreffende raadsvoorstel totdat hij een besluit heeft genomen naar aanleiding van de uitslag van het referendum. 4.Indien het verzoek wordt overgenomen wordt tevens beslist of de uitslag van het referendum al dan niet direct gevolgd wordt. Indien wordt besloten de uitslag te volgen is artikel 12 lid 2 van toepassing. artikel5Initiatief uitgaande van de kiezers; fase van inleidend verzoek 1.Kiezers kunnen met betrekking tot een aan de raad voorgelegd raadsvoorstel te kennen geven, dat zij voornemens zijn een initiatief te nemen voor het houden van een referendum middels een zogeheten "inleidend verzoek". 2.Het inleidend verzoek moet ten minste 48 uur voor de raadsvergadering waarin het betreffende raadsvoorstel is geagendeerd schriftelijk bij het college zijn ingediend. 3.Aan het inleidend verzoek worden de volgende eisen gesteld: het inleidend verzoek dient te worden gedaan door tenminste 400 kiezers; het inleidend verzoek dient gedateerd te zijn en aan te geven op welk concept-besluit van de raad het betrekking heeft; het inleidend verzoek moet vergezeld gaan van een lijst met handtekeningen van kiezers. Bij elke handtekening dient de naam, het adres, de woonplaats en de leeftijd van de kiezer vermeld te zijn alsmede de datum waarop de handtekening geplaatst werd. 4.Het college toetst voor de raadsvergadering waarin het betreffende raadsvoorstel geagendeerd is of het inleidend verzoek aan de eisen in lid 2 en 3 voldoet en doet hiervan voorafgaand aan de behandeling van het raadsvoorstel waarop het verzoek betrekking heeft verslag aan de raad. 5.Voldoet het inleidend verzoek niet aan de eisen, dan wordt de raad aansluitend voorgesteld het inleidend verzoek niet-ontvankelijk te verklaren. 6.Voldoet het inleidend verzoek wel aan de eisen, dan stelt de raad aansluitend op het verslag van het college vast of het onderwerp waarover een referendum gevraagd wordt al dan niet een uitgezonderd onderwerp is conform artikel 2 lid 3. 7.Indien nodig wordt het in het vorige lid bedoelde besluit genomen in de volgende vergadering. 8.Indien de raad van oordeel is dat het raadsvoorstel geen betrekking heeft op een uitgezonderd besluit, moet het inleidend verzoek als ingewilligd worden beschouwd en wordt de behandeling van het raadsvoorstel (inclusief amendering) voortgezet tot aan de finale besluitvorming. Deze finale besluitvornüng wordt vervolgens opgeschort totdat er een besluit is genomen over het houden van een referendum. Artikel6Initiatief uitgaande van de kiezers; fase van definitief verzoek 1.In het geval van inwilliging van het inleidend verzoek kan door de indieners van hiervan een defmitief verzoek tot het houden van een referendum worden gedaan. 2.Dit verzoek dient binnen zes weken na de dag waarop de raad het inleidend verzoek ingewilligd heeft schriftelijk te worden ingediend bij het college. 3.Aan het definitieve verzoek worden de volgende eisen gesteld: het verzoek dient te worden gedaan door een aantal kiezers dat ten minste gelijk is aan drie maal de kiesdeler bij de laatstgehouden gemeenteraadsverkiezingen. Hierbij wordt het aantal kiezers dat het inleidend verzoek heeft ingediend meegeteld; het verzoek dient gedateerd te zijn en aan te geven op welk concept-besluit van de raad het betrekking heeft; het verzoek moet vergezeld gaan van een lijst met handtekeningen van kiezers. Bij elke handtekening dient de naam, het adres, de woonplaats en de leeftijd van de kiezer vermeld te zijn alsmede de datum waarop de handtekening geplaatst werd. 4.Het college toetst het definitieve verzoek aan de eisen in lid 2 en 3 voldoet en doet hierover verslag aan de raad voordat deze besluit over toe- of afwijzing van het verzoek. 5.De raad neemt binnen vier weken na ontvangst van het definitieve verzoek een besluit over de afwijzing of toewijzing ervan. 6.Indien het defuütieve verzoek wordt toegewezen besluit de raad tevens tot opschorting van de finale besluitvorming over het betreffende raadsvoorstel totdat hij een besluit heeft genomen naar aanleiding van de uitslag van het te houden referendum. 7.Indien het verzoek wordt toegewezen wordt tevens beslist of de uitslag van het referendum al dan niet direct gevolgd wordt. Indien wordt besloten de uitslag te volgen is artikel 12 lid 2 van toepassing. Artikel7Het houden van een referendum 1.Het referendum vindt plaats binnen 3 maanden nadat het verzoek om te besluiten tot het houden van een referendum is ingewilligd. 2.Het college bepaalt de datum van het referendum; de commissie Algemene Bestuurlijke Aangelegenheden wordt tevoren gehoord. 3.Indien binnen 6 maanden nadat het definitieve verzoek is ingewilligd een algemene verkiezing zal worden gehouden, niet zijnde een verkiezing van de gemeenteraad, dan kan het college bepalen dat de in lid 1 genoemde termijn met maximaal 3 maanden verlengd wordt, zodat de referendumstemming op de dag van de algemene verkiezing gehouden kan worden. 4.Tegelijk met het nemen van een besluit tot het houden van een referendum neemt de raad een besluit over de begroting van de kosten van het referendum en over de dekking daarvan. artikel8Vraagstelling 1.Aan de kiezers wordt de vraag voorgelegd of zij voor danwel tegen de in het betreffende raadsvoorstel vervatte beslissing zijn. 2.De vraagstelling moet eenvoudig geformuleerd zijn en helder en eenduidig beantwoord kunnen worden. 3.De vraagstelling gaat vergezeld van: een toelichting op de aard en inhoud van de betreffende beleidskwestie; een analyse van de achtergronden van de beleidskwestie; een beschrijving van de gevolgen, de financiële daaronder begrepen, van een positieve en een negatieve beantwoording van de vraagstelling; een overzicht van de argumenten pro en contra de in de vraagstelling opgenomen keuzemogelijkheden. 4.De vraagstelling wordt door de raad vastgesteld. De raad kan bepalen over de formulering van de vraagstelling het advies in te winnen van (een) terzake deskundige(n). artikel9Voorlichting 1.Het college draagt zorg voor een publieksvriendelijke, zorgvuldige en objectieve voorlichting over het onderwerp waarover het referendum wordt gehouden. 2.Het college zorgt op de gebruikelijke wijze voor de openbare kennisgeving van het besluit tot het houden van een referendum. 3.De op het referendabele raadsvoorstel betrekking hebbende stukken liggen 6 weken voor de datum waarop het referendum wordt gehouden voor eenieder ter inzage op het gemeentehuis en op een aantal andere door het college aan te wijzen plaatsen. Hiervan wordt in een openbare kennisgeving mededeling gedaan. artikel10Stemming 1.Een referendum wordt gehouden volgens een door het college vast te stellen procedureregeling. Daarbij zijn de bepalingen van de Kieswet zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. 2.Stemgerechtigd zijn degenen die op de datum waarop het referendum wordt gehouden kiesgerechtigd zijn. 3.De uitslag van de stemming wordt berekend op basis van de gewone meerderheid van het totaal aantal geldig uitgebrachte stemmen. artikel11Geldigheid van het referendum Het referendum wordt als geldig beschouwd indien het aantal uitgebrachte stemmen tenminste 40% bedraagt van het aantal stemgerechtigden. artikel12De gevolgen van de uitslag 1.De raad neemt uiterlijk binnen 6 weken na de datum van het referendum naar aanleiding van de uitslag een besluit met betrekking tot het raadsvoorstel dat onderwerp was van een referendum. 2.Wanneer de raad zich ingevolge art. 4 lid 4 of art. 6 lid 7 heeft uitgesproken voor zelfbinding geldt bovendien: dat wanneer de bevolking zich heeft uitgesproken voor het raadsvoorstel, dat deel van de raad dat zich bij het besluit van de raad om het referendum te houden heeft uitgesproken voor zelfbinding, dienovereenkomstig besluit; dat wanneer de bevolking zich heeft uitgesproken het raadsvoorstel, het college het raadsvoorstel intrekt. artikel13Strafbepaling Met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de eerste categorie wordt gestraft degene die bij de stemming: stembiljetten of volmachtbewijzen namaakt of vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; stembiljetten of volmachtbewijzen die hijzelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als acht en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, in voorraad heeft met het oogmerk deze wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; als gemachtigde stemt voor een persoon wetende dat deze overleden is. artikel14Slotbepaling 1.Deze verordening kan worden aangehaald als "referendumverordening voor de gemeente Brunssum". 2.Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na publikatie. Aldus besloten in de vergadering van de gemeenteraad van 9 DECEMBER 1997. De voorzitterDe secretaris3. Toelichting op de Referendumverordening. Artikel 1Uit het gestelde in punt c blijkt dat alleen raadsvoorstellen die ter besluitvorming aan de raad worden aangeboden onderwerp van een referendum kunnen zijn. Dit betekent dat een raadsvoorstel het stadium van inspraak en behandeling in de raadscommissies reeds heeft doorlopen. Ingeval van een referendum op initiatief van de raad geldt daarenboven overigens ook nog het bepaalde in artikel 4 lid 2, namelijk dat de beraadslagingen in de raadsvergadering over het raadsvoorstel zijn afgesloten en eventuele aanvaarde amendementen zijn verwerkt. Artikel 2lid 2 Hier zijn een aantal onderwerpen opgenomen die niet referendabel zijn. Voor een deel zijn deze uitzonderingen ontleend aan die van de commissie Biesheuvel en voor een ander deel aan die van reeds bestaande verordeningen van andere gemeenten. De in dit artikel uitgezonderde onderwerpen kunnen worden onderscheiden in absolute (a t/m
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.