← Nederland

Verordening op de heffing en de invordering van rioolrecht 2009 (Brunssum)

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN RIOOLRECHT 2009De Raad der Gemeente Brunssum; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 30 september 2008, Dienst Backoffice/Cluster Administratie, nr. 08/14465; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de:VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN RIOOLRECHT 2009 Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt: onder gemeentelijke riolering mede het voor de openbare dienst bestemde gemeentewater en de door de gemeente ter beschikking gestelde Individuele systemen voor de Behandeling van Afvalwater (IBA’s) begrepen; onder afvalwater verstaan water en stoffen die worden afgevoerd via de gemeentelijke riolering; onder eigendom verstaan een roerende of een onroerende zaak. Artikel2Belastbaar feit en belastingplicht 1Onder de naam "rioolrecht" wordt geheven een recht van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een eigendom dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering. 2Met betrekking tot het recht als bedoeld in het eerste lid, wordt, ingeval het eigendom een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel3Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 2 bedoeld eigendom blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt het recht geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel worden gebruikt, deze als één eigendom worden aangemerkt. Artikel4Maatstaf van heffing Het recht als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt geheven per eigendom. Artikel5Belastingtarief Het recht als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt per eigendom € 243,

  1. Artikel6Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Wijze van heffing Het recht wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel8Ontstaan en teniet gaan van de belastingschuld 1.Het recht als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar. 2.Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen rioolrecht of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel9Termijnen van betaling 1In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in één termijn die vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen rioolrecht of andere heffingen minder is dan € 3.500,00, dat de aanslagen moeten worden betaald in vier gelijke maandtermijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. 3In afwijking van het tweede lid geldt dat, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen rioolrecht of andere heffingen minder is dan € 3.500,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in twaalf gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. 4In afwijking van het derde lid moeten de aanslagen worden betaald in één termijn, indien het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen rioolrecht of andere heffingen minder is dan € 50,
  2. 5De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel10Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van het rioolrecht. Artikel11Inwerkingtreding en citeertitel 1De "Verordening rioolrecht 2008" van 11 december 2007 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  3. 4Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening rioolrecht 2009". Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van De Raad voornoemd, voorzittergriffier

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.