De raad van de gemeente Skarsterlân; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, nummer 110/2010; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de: Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2011 Artikel1Belastbaar feit Onder de naam "toeristenbelasting" wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene zijn opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente. Artikel2Belastingplicht 1Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel
- 2De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel
- 3Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel
- Artikel3Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: 1 van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid van de Wet Toelating Zorginstellingen; 2 van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers; 3 van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk verblijf forensenbelasting is verschuldigd; 4 van scholieren vallend onder de Wet op het voortgezet (speciaal) onderwijs (WVO) die in het kader van het onderwijs in groepsverband deelnemen aan zeilkampen; 5 van degene die op de dag van de eerste overnachting, de leeftijd van 13 jaar nog niet heeft bereikt. Artikel4Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten. Artikel5Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing 1Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: a kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; b kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief verblijf; c vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van eenzelfde kampeermiddel gedurende een seizoen of een jaar; d volgtijdige standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing van verschillende kampeermiddelen; e woning: een huis, een naar aard en inrichting vergelijkbare ander onderkomen of een deel van een huis of een vergelijkbaar onderkomen; f particulier: een natuurlijk persoon die buiten de uitoefening van een bedrijf of beroep gelegenheid biedt tot verblijf; g particulier verhuurde woning: een woning die door een particulier ter beschikking wordt gesteld voor het houden van verblijf met overnachting tegen een vergoeding in welke vorm dan ook. 2Voor kampeermiddelen op vaste of volgtijdige standplaatsen kan het aantal overnachtingen op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige forfaitair worden gesteld. 3Bij de forfaitaire berekening voor kampeermiddelen op vaste of volgtijdige standplaatsen wordt per standplaats: a het aantal overnachtende personen gesteld op: - 2 personen indien het aantal slaapplaatsen minder dan 3 bedraagt; - 2,4 personen indien het aantal slaapplaatsen 3 of meer bedraagt; b het aantal nachten gesteld op - 49 als een kampeermiddel in het belastingjaar geschikt is voor gebruik of alleen mag worden gebruikt gedurende 3 doch ten hoogste 7,5 maanden; - 56 als een kampeermiddel in het belastingjaar geschikt is voor gebruik of alleen mag worden gebruikt meer dan 7,5 maanden. Artikel6Opteren voor niet forfaitaire maatstaf van heffing In afwijking van het bepaalde in artikel 5 wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op grond van artikel 5 berekende aantal. Artikel7Belastingtarief Per overnachting bedraagt het tarief € 0,
- Artikel8Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel9Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel10Aanslaggrens Een belastingaanslag wordt niet opgelegd als het aantal overnachtingen, waartoe gelegenheid wordt of is geheven, tijdens het belastingjaar minder dan tien zal of heeft belopen. Artikel11Termijnen van betaling 1De aanslag moet worden betaald binnen een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn. Artikel12Kwijtschelding Bij de invordering van de toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel13Aanmeldingsplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d van de Gemeentewet. Artikel14Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven voor de heffing en de invordering van de toeristenbelasting. Artikel15Overgangsbepaling De Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2010 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 16, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel16Inwerkingtreding 1Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking. 2De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- Artikel17Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Verordening toeristenbelasting
- Aldus besloten door de raad van de gemeente Skarsterlân in zijn openbare vergadering van 14 december
- De raad voornoemd, voorzitter griffier